Esmee Verbeek

3 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Iedereen wil vrienden zijn met nukkig Brazilië

Brazilië is hot. Hoewel het land niet eens zo vriendelijk is voor buitenlandse investeerders, hopen ze vurig een graantje mee te pikken van een potentiële bonanza.

Onlangs sprak een Braziliaanse vriend zijn verwondering uit: ,,Toen Brazilië schuld had, wilde niemand iets van mijn land weten. Nu wil iedereen ineens iets van ons.’’ Dat iets kan maar een ding betekenen: er valt op dit moment geld te verdienen. Veel geld, zo lijkt het. Maar is Brazilië wel zo vriendelijk voor investeerders?

De cijfers zeggen van niet. Van de vier BRIC-landen is Brazilië op de meeste vlakken het minst vriendelijk voor investeerders. Zo zijn er in Zuid-Amerikaanse land in 2011 ruim 2600 uren nodig belastingaangifte, in vergelijking met India (254 uur), China (398 uur) en Rusland (290 uur). Ook de export- en importkosten per container liggen in de afgelopen 7 jaar een stuk hoger. Verder was het in alle BRIC-landen vorig jaar lastig zakendoen, hoewel India en Brazilië als minst gunstige uit de bus komen.

 

Toch zien buitenlandse investeerders, bedrijven en regeringen de laatste jaren in dat Brazilië een potentiële goudmijn is. Sinds afgelopen december is het´s werelds op vijf na grootste economie. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is in twintig jaar tijd met ruim 888 procent gestegen. En hoewel dat BBP de laatste vier kwartalen maar met 1,9 procent steeg in vergelijking met de vier daarvoor, worden volgens de Braziliaanse minister van Financieën, Guido Mantega, extra maatregelen genomen om aan het eind van 2012 zijn voorspelde groei van 4 tot 4,5 procent te bereiken. Zo zet de minister de kredietkraan open voor bedrijven én consumenten. De Braziliaanse president Dilma Rousseff denkt verder dat de investeringen in infrastructuur leiden tot extra groei in de volgende kwartalen.

Ook Brazilianen leven op de pof

Brazilië is booming en de Brazilianen lijken daarvan te profiteren. Toch koopt een meerderheid van de Brazilianen nog steeds op de pof, al worden de schulden wel een stuk nauwlettender in de gaten gehouden dan in de noordelijke landen.

De 52-jarige Aracy Nogueira koopt en verkoopt gereedschap voor het bedrijf ‘Trifermaq,’ een winkel in de wijk Del Castilho in Rio de Janeiro. De slanke Carioca zit al jaren achter hetzelfde, zwarte bureau, dat direct bij binnenkomst rechts staat, achter de toonbank. Aan het interieur is nauwelijks te zien of Trifermaq een winkel of kantoor is.

‘De kleinere onderdelen en de dingen die we minder verkopen halen we van achter,’ zegt de jonge, brede medewerker Carlos. Op een paar kleine plankjes links aan de muur, tegenover de toonbank,  staan wat lijmflesjes, boren en zagen. Verder achterin staan twee pick-up trucks. ‘In dat gedeelte is het kantoor van de eigenares, de opslag, er is een keuken en een eetruimte. Het hoort niet bij de winkel,‘ aldus Carlos.

De lonen van de medewerkers van Trifermaq verschillen. Zo leeft Aracy van commissie en verdient 3 tot 5 procent over alles wat ze verkoopt. Het percentage hangt af van het product. Dit betekent een loon van gemiddeld 1.800 Real per maand, omgerekend 740 Euro. Hoewel de commissie al jaren gelijk is, merkt ze dat haar klanten makkelijker en meer kopen. Met de handen over elkaar geslagen vertelt Aracy: ‘Ik merk dat ik hierdoor makkelijker uitgeef. Het gemak en de wil om te kopen zijn gegroeid.’ Het afgelopen jaar joeg Brazilië Engeland van de zesde plek van grootste economieën ter wereld. Maar ondanks dat er meer geld is, blijven Brazilianen graag op de pof kopen. Aracy: ‘Het is een gewoonte van Brazilianen en ik denk ook niet dat, ondanks de welvaart, het in de toekomst verandert. Het hoort erbij.’ De cijfers liegen er ook niet om. In 2009 nog, deed 58 procent van alle Brazilianen op deze manier zijn aankopen.

Geen goede carnaval zonder bloco

Ruim twee miljoen feestgangers omsingelden de bus. Op die bus staat een band, die met tamboerijn en basdrum opzwepende, vrolijke muziek maakt. Liedjes over sambascholen, blijdschap en over het leven van de Carioca zingen zanger en bezoekers mee. Dit is Cordão da Bola Preta (Koord van de Zwarte Bal), Rio’s oudste bloco tijdens het bekendste carnavalsfeest ter wereld. Sinds 1918 rijdt de open bus van dit straatfeest door de wegen van Rio Centrum.  Doordat Bola Preta Rio’s oudste bloco is, is het ook het bekendste straatfeest van de stad. Sinds afgelopen zaterdag is het ook Rio’s grootste bloco.

Zaterdag 9.30 uur. In de buurt Jacarepagua, in de westelijke uithoek van Rio, vertrekken continu bussen naar het oosten van de stad, naar Rio’s centrum. De bussen zijn afgeladen met honderdduizenden verkleedde Cariocas. Veel jongens dragen een rok, lippenstift en pruik. Vrouwen dragen rokjes en T-shirts bezaait met zwarte ballen. Bijna alle mensen in die bussen hebben maar een doel: Rio’s bekendste en oudste bloco zo snel mogelijk bereiken.

Eenmaal in het centrum komen alle bussen bijeen. Er ontstaat een kleine opstopping vlakbij Sambódromo omdat de praalwagens voor de optocht van die avond klaar staan midden op de weg. ‘Het beste is om hier uit te stappen. Na een rit van ruim een uur, met een temperatuur van ruim dertig graden…’ De 34-jarige Carioca Carlos Silva bezoekt Bola Preta voor de zesde keer. ‘Doordat het Rio’s oudste bloco is, denkt iedereen dat je er minimaal een keer in je leven geweest moet zijn. Daardoor is altijd zo druk. Als je geluk hebt zie je de wagen voorbij komen en hoor je de muziek.’