Rutte en het Huis van Thorbecke
De kranten waren verheugd met Rutte en de Algemene Beschouwingen. Rutte was monter, helder en minzaam. En verstaanbaar ook nog. Allemaal winst. Schaduwpremier Wilders was verkouden, knorrig en bij wijlen stijlloos in optreden en woordkeus, maar wel prikkelend. Allemaal geen nieuws.
Toch valt er nog wel iets op te merken. Rutte zei: “Het geluk van mensen komt niet uit Haagse kantoren”. Ideologisch is dat wel te plaatsen: de liberaal heeft geen geloof in de statelijke bureaucratie. Het is een beetje Cameron: ‘we gaan Engeland teruggeven aan het volk’. Ik hoorde ook een andere boodschap, aan de rijksambtenaren waarmee hij beleid moet maken: ”jullie zijn met veel te veel”. Later deed hij er nog een schepje bij: “de geluksmachine wordt uit gezet”. Op de vraag van Roemer gaf hij aan geen geloof te hebben in de zorgende overheid: het ging er om mensen te activeren en “in hun kracht te zetten”.
Dat is ideologisch vrij rechts, maar er is nog niet eens zoveel op tegen: alleen wel als je de stukken analyseert en goed naar de cijfers kijkt, want dan zie je de werkelijkheid. (werkgelegenheid sociale werkvoorziening, blauw op straat)
“We beginnen bij ons zelf, zeven bewindslieden minder”, zei Rutte ook. Dat is op zich aardig en de besparing komt niet jaren later, maar meteen. Maar hoe doordacht is het geschuif met departementale taken en directies precies?
Wat betekent de combinatie veiligheid en justitie? Zou het kunnen dat die combinatie de veiligheid bevoordeelt ten opzichte van onversneden democratische grondrechten, zoals de president van de Hoge Raad opperde? Opstelten beviel het wel, als strenge ordebewaarder in Rotterdam.
Wat betekent het onderbrengen van Wonen,Wijken en Integratie bij BZK? Er was ooit een directie Grote Stedenbeleid, maar dat bleef altijd een wat geisoleerde directie binnen het bestuurlijke BZK. Het wonen heeft altijd veel te maken met ruimte, infrastructuur en milieu. Door het wonen nu bij BZK onder te brengen, gaan deze verbanden met de technische en ruimtelijke dimensies wellicht verloren. Er is meer dan integratie en leefbaarheid.

De nieuwe regering krijgt opnieuw de vraag van de NAVO voorgelegd of Nederland weer mee wil doen in Afghanistan. Wat moeten we daar, hebben we in de vorige missie iets zinnigs uitgevonden? De vraag licht op in mijn kop als ik deelnemers aan een Tea-party rally geinterviewd zie worden. “Obama is een communist, hij is moslim en bezet het Witte Huis”. De interviewer vraagt beleefd hoe hij daar dan gekomen is: toch niet door een staatsgreep? Hij is gekozen door het volk, met een forse meerderheid en zijn geloof lijkt toch wel christelijk. Maar de Tea-Partygangers zijn onverbiddelijk: dit is een democratie en zij mogen een mening hebben.
Verstaan we de tekenen des tijds? Soms biedt een week televisiekijken veel moois. Ik bedoel niet de bordesscene van het nieuwe kabinet en al het wezenloze gekeuvel daar omheen. Maar het is wel mooie achtergrond, waartegen andere dingen zich scherp aftekenen. Ik heb het over Tegenlicht van 10 oktober, met de uitzending waarin Tony Judt optreedt en het tweegesprek van Blair en Bos, als Pauw en Witteman special (zie hieronder). Beide uitzendingen waren open, spannend en onbevredigend. Zij roepen vragen op die blijven rondzingen. Dat doet televisie maar weinig, dus als dat gebeurt mogen de zenders worden geprezen.
Is de wereld een linkse samenzwering die beoogt Nederland te laten overstromen door een vloedgolf van intolerante Moslims? Volgens Martin Bosma, ideoloog van de PVV, is dat zo. Hij is politicoloog, opgeleid in Amsterdam, door de achtenswaardige Hans Daudt, net als ik.
Enige weken geleden gaf ik U, als zelfbenoemde informateur, in overweging niet door te gaan met de coalitievoorkeur van Marc Rutte. Helaas zagen uw benoemde adviseurs niet wat ik zag. U hoef ik niets uit te leggen, maar voor uw adviseurs vat ik mijn beeld nog even samen.

Vroeger wilde ik van mijn hooggeleerde weten waarover de politieke wetenschap nu eigenlijk ging. Die vraag leverde drie antwoorden op:“Politieke wetenschap houdt zich bezig met wat politicologen interesseert”. Als ik dan protesteerde, omdat ik daar niks aan had, was het antwoord: “politiek gaat over bindende toedeling van waarden”. Dat was wel een beetje overdenken waard, maar dan kreeg ik er nog eentje om op te kauwen: “politiek gaat over de vraag wie, wanneer wat krijgt en hoe?”