Het kwijnende liberalisme
Na de obligate lijstjes en overzichten, de verkiezingen tot politicus, man, vrouw van het jaar, bijft de vraag: ‘wat is er met ons aan de hand, waar staan we?’ Het vertrek van Femke Halsema zal in elk geval een grijzer parlement opleveren. (“Een moderne liberale, zei Rutte over haar.)
In het voorjaar viel de vorige regering, na ruzie over Irak en een daardoor getriggerd ongeval over de missie in Afghanistan. De PVV was toen tegen. Maar nu maakt het gedogen verschil, want dezer dagen kwam het pleidooi voor een pre-emptive strike op Iran. Maar misschien dacht men dat Allah ons de brug over zou helpen? Dodelijke dwaasheid van een gedoogpartner…
Er kwam een nieuwe regering, door onhandigheid van links, een fout van Lubbers en de fixatie van de VVD en het CDA op het vermijden van een smadelijk verlies. De keuze voor een rechtse koers was een breuk met coalitietradities. Niet Cohen, maar Klink bouwde het finale bruggetje waar men over heen strompelde. De retoriek van de nieuwe regering was op niveau, met een overtuigend ratelende Rutte, die zich omringd heeft met routine.
Maar is die regering Rutte nu ook de belofte, die de rechterzijde ziet? Krijgen we orde op zaken? Je kunt heel flink zes miljard aan het afslanken van het ambtelijk apparaat inboeken, maar dat is nog nooit gerealiseerd. De economen zien het ook niet gebeuren. Er wordt meteen stevig ingegrepen, zegt de brave Rutte dan. Nou, ja…
Twee winnaars in de politieke schoonheidswedstrijd: Mark Rutte en Geert Wilders. Dat is toch wel een beetje verwarrend. Natuurlijk: Rutte is open en spreekt helder Nederlands. Dat is een opluchting als je hem vergelijkt met de ratelende en ontwijkende Balkenende. En Geert Wilders is de meester van de one-liner en de aansprekende hyperbool. (“de flutbegroting van het slechtste kabinet ooit”) Dat zijn wel dingen die werken in de media-cratie.
Is Assange een journalist? Wie ja zegt, zal zorg hebben over zijn arrestatie. Is Rutger Castricum een journalist? Wie ja zegt, maakt slecht onderscheid tussen nieuwsgierigheid en botte provocatie. Is geheimhouding nuttig en nodig? Is goede smaak en fatsoen nuttig en nodig? Mogen politici en journalisten elkaar gunsten verlenen? Wat moeten we vinden van lekken?
Enkele dagen geleden werd de Vogelaar-heffing door de rechter onwettig verklaard. Miljoenen voor probleemwijken moeten worden herverdeeld en terugbetaald. Dat is niet veel minder dan een ramp. In de publiciteit leeft men zich uit: “Ella Vogelaar deugt niet en dit is het bewijs, de woningcorporaties zijn te rijk en niet solidair of collegiaal, de volkshuisvesting is al jaren overbodig”.
e schrijft niet zo maar, tegenwoordig. Als je boek af is, presenteer je de tekst voor vrienden, familie en zo mogelijk welgezinde recensenten. Soms overkomt het je dat je daarvoor wordt genodigd. Dat kan een belasting zijn: stel je voor dat het boek niet deugt. Maar in deze impressie is dat niet het geval: het boek is boeiend en relevant. Wim de Ridder is econoom en futuroloog. Hij presenteerde onlangs zijn nieuwe boek, “
In Tilburg confereerde Nexus over de stelling van Rob Riemen, dat de PVV de belichaming van het hedendaags fascisme zou zijn. Vargas Llosa sprak over de terugkeer van de “monsters”, terwijl het congres toch echt “the return of the ghosts” als titel had. Het leek me beter het over “ghosts” te hebben, want “monsters” zijn realiteit, terwijl een ghost vooral in je eigen hoofd wordt gevormd.
Rob Riemen vindt dat wij de PVV een fascistische partij moeten noemen. Dat woord moet, vindt hij: dingen moeten de naam dragen die ze hebben. Dat is niet zo’n slecht idee: maar of je daar een open debat mee bereikt, of zelfs een ‘beschavingsoffensief’, is vers twee. Maar de uitdaging ligt er, dus laten we er iets mee doen. Ik stel vooral vragen.