Armoede, ongelijkheid en sociale vergelijking

ANALYSE - Armoede is niet alleen een financieel, maar ook een sociaal probleem, zegt Willem Visser.

Waren we arm in de jaren ’60 waarin ik opgroeide? In vergelijking met nu wel. Niet dat we honger leden, maar alles wat nu vanzelfsprekend is (televisie, geluidsinstallatie, telefoon, auto, vakantie – om maar eens wat te noemen) was destijds luxe. Maakte dat ongelukkig? Nauwelijks. Mijn ouders moesten soms iedere cent een paar keer omdraaien, maar iedereen die ik kende verkeerde in dezelfde positie. We hadden niet veel om onze vermeende rijkdom of armoede aan af te meten. In het dorp onder de rook van Rotterdam waar ik woonde waren wat notabelen, maar hun rijkdom en succes uitte zich niet in opzichtigheid of pronkzucht.

Dit alles veranderde in vrij korte tijd. Na de sobere wederopbouwjaren nam de welvaart zienderogen toe. Mijn vader kon het zich in 1969 permitteren een huis in een nieuwbouwwijk te kopen. Wij behoorden ineens tot de welvarende middenklasse. Daarmee nam het grote kijken naar en vergelijken met de buren een aanvang. Luxe goederen waar we eerst alleen maar van droomden namen bezit van de doorzonwoning. Status werd ineens belangrijk.

Ik dacht hieraan bij de presentatie van de Armoedemonitor 2013 van het SCP en CBS, die traditioneel enkele dagen voor pakjesavond plaats vindt. De cijfers logen er dit jaar weer niet om. Ik geef ze heel kort weer:

  • In 2012 is de armoede opnieuw sterk toegenomen, evenals de langdurige armoede.
  • De meeste armoede is in de grote steden te vinden. De kans op armoede is het grootst bij eenoudergezinnen, alleenstaanden tot 65 jaar, niet-westerse huishoudens en bijstandontvangers.
  • Sinds 2007 is de armoede onder kinderen sterk toegenomen.
  • Huishoudens met risico op armoede kampen vaak met financiële problemen.
  • Acht op de tien huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens gaven in 2012 aan onvoldoende geld te hebben voor uitgaven voor voeding, kleding, woninginrichting en vakantie.
  • Er is een toename van werkende armen. Het gaat om bijna 350.000 mensen (waaronder 165 duizend zelfstandige ondernemers, zowel met als zonder personeel).

Voorspelbare reacties

De krantenkoppen logen er natuurlijk niet om, hoewel de reacties voorspelbaar waren. Kamerleden spraken er politiek correcte, maar verder krachteloze schande van. PVV-Kamerlid Machiel de Graaf gaf daar nog een eigen PVV-draai aan: ‘Door de massa-immigratie worden onze uitkeringspotten leeggeroofd. En Rutte jaagt mensen de werkloosheid in, verlaagt en verkort de WW, waardoor mensen die hard willen werken versneld in de bijstand komen.’ Daarmee en passant suggererend dat de autochtone armoedzaaier er niets aan kan doen, maar dat het de schuld is van ‘de’ buitenlander.

Armoede is meer dan een financieel probleem. Vaak is sprake van een cumulatie van risico’s: bijvoorbeeld gezondheidsproblemen en schuldenproblematiek. De armoede waarover we het hebben, is niet de armoede waarbij mensen letterlijk van de honger omkomen. Zoals de armoedemonitor aangeeft, gaat het om mensen die ‘onvoldoende geld hebben voor uitgaven op het vlak van voeding, kleding, woninginrichting en vakantie.’ Voor kinderen in deze gezinnen betekent het vaak dat zij niet mee kunnen doen bij sportverenigingen, niet naar verjaardagspartijen kunnen en uitgesloten zijn van andere sociale activiteiten. Dat zorgt voor sociaal isolement en – op den duur – een cultuur waarin het niet alleen aan economisch kapitaal ontbreekt, maar ook aan sociaal en cultureel kapitaal. Dit is de basis voor een groeiende maatschappelijke tweedeling.

Tegelijk met de toename van de armoede is er sprake van een groeiende verschil in inkomens. Op dit moment verdient de rijkste tien procent van de Nederlanders gemiddeld zeven keer zoveel als de armste tien procent. In de tachtiger jaren was dit nog zes keer zoveel.

Geen vergelijkingsmateriaal

De reden dat ik in mijn jeugd nauwelijks benul had van vermeende armoede of rijkdom, kwam omdat ik geen vergelijkingsmateriaal had. Niet alleen waren de inkomensverschillen veel kleiner; er bestond ook een cultuur waarin het niet gebruikelijk was rijkdom exhibitionistisch te etaleren. Bovendien geloofden we dat er volop kansen voor iedereen lagen om vooruit te komen. Succes voor de één betekende ook niet automatisch verlies voor de ander, dus was het makkelijker de ander wat te gunnen.

In het licht van het neoliberale denken is dit ongetwijfeld een bijzonder naïef en archaïsch wereldbeeld. We zijn door de jaren heen steeds meer concurrenten van elkaar geworden. Volgens de huidige ideologie is succes een keuze. Dus is verliezen dat ook. De toenemende inkomensverschillen vormen hiervan een logische exponent. Winnaars willen hun succes en daarmee hun status maar al te graag laten zien en de commerciële media presenteren dit als normgevend. Daarmee zetten zij een onhaalbare consumptiestandaard.

Ik wil de bevindingen uit de armoedemonitor niet bagatelliseren. Integendeel. Het is belachelijk dat in een welvarend land als Nederland een grote groep (voor het overgrote deel buiten hun schuld of invloed) nauwelijks in staat is om aan het sociale leven deel te nemen. Wat ik hiermee wel wil aangeven: armoede is maar één kant van het verhaal. Mensen zijn geneigd tot sociale vergelijkingen deze laten steeds moeilijker te overbruggen verschillen zien. Dat maakt ook een einde aan de mythe dat er zoiets bestaat als een speelveld waarop iedereen met gelijke kansen begint.

Solidariteit is dan een holle leuze. De enige hoop die rest is een winnend lot uit de loterij.

Effecten van sociale ongelijkheid

De Britse epidemioloog Richard Wilkinson heeft veel onderzoek gedaan naar de effecten van sociale ongelijkheid en ziet een groot gevaar: ‘Hoe groter de inkomensverschillen in een samenleving, hoe meer moorden, hoe meer mentale ziektes, vetzucht, kindersterfte en tienerzwangerschappen en hoe minder lang mensen er gemiddeld leven, en hoe lager de sociale mobiliteit.’

We zien een sociaal psychologisch mechanisme in werking treden: ‘In een samenleving met grote inkomensongelijkheid vergroot de angst dat anderen ons slecht zullen evalueren. Ongelijkheid schept afstand, minder contact, waardoor er minder vertrouwen, verenigingsleven en samenhang is.’

Hij wijst ook op nog een andere meetbare kostenfactor van economische ongelijkheid: misdaadcijfers zijn veel hoger in gebieden met grotere verschillen in rijkdom (zelfs na controle voor absolute niveaus van rijkdom). Volgens hem maakt een reductie van de economische ongelijkheid miljoenen levens gelukkiger, veiliger en langer.

  1. 1

    Mooi en helder verhaal +10

    Daar komt bij dat we niet (meer?) leren dat je zelf ook dingen kan doen om je leven te veraangenamen, anders (goedkoper maar beter) eten, langer met je spullen doen (tot ze er mee stoppen), en een poging doen de mensen weer eens op te zoeken in plaats van dingetjes te tikken zoals ik nu doe.

    Sociaal is van vlees en bloed, niet elektrisch.

  2. 3

    @2: Dat is ook min of meer de mening van de auteur: het probleem is zit niet zozeer in de welvaart zoals die wordt uitgedrukt in absolute getallen, maar in het welvaartsverschil tussen de bevolkingsgroepen binnen een bepaalde gemeenschap (land) op een bepaald moment in de tijd

    Die relatie kun je natuurlijk wel uitdrukken. En daar zijn verschillende manieren voor, daar heb je gelijk in.

  3. 5

    @2:
    Armoede is door de OESO gedefineerd als minder dan 60 % van het modale, of gemiddelde inkomen, herinner me dat niet meer, gecorrigeerd voor gezinsgrootte en – samenstelling.
    Een volstrekt heldere definitie.
    Overigens herinner ik me de armoede uit de vijftiger jaren nog heel goed.

  4. 6

    @5:

    minder dan 60 % van het modale, of gemiddelde inkomen

    Nogal een rare definitie, van 60% modaal kom je makkelijker in Noord-Groningen rond dan in pak-um-beet Amsterdam.

  5. 7

    @5: Yep, gewassen worden in een teiltje met warm water voor de kolenkachel in de woonkamer, omdat de badkamer in het grote vooroorlogse huis te koud was en bovendien geen warm water had.

    De zijkant van de bank is bruin verbrand, want die had te dicht bij de kachel gestaan, maar er is geen geld om een nieuwe te kopen.

    Acht uur ’s ochtends, het is nog behoorlijk donker, want de lampen zijn aan. Het nieuws op de radio, ontzetting, er iets iets heel ergs gebeurd: Nederland is overstroomd.

  6. 8

    @5 Helder want begrijpelijk verwoord. Maar nog steeds willekeurig want waarom 60% en niet 59% of 61%, of 50%? Wat is er zo magisch aan die 60%? En dan is er ook nog eens dat grote verschil tussen modaal en gemiddeld.

  7. 9

    WV hekelt PVV-er de Graafs:
    ‘Door de massa-immigratie worden onze uitkeringspotten leeggeroofd. enz.

    WV repliceert MdG met:´Daarmee en passant suggererend dat de autochtone armoedzaaier er niets aan kan doen, maar dat het de schuld is van ‘de’ buitenlander.´

    Maar wie is er nu aan het suggereren, en wat? WV of MdG? En is het onjuist wat MdG zegt? P.

    Lakenman lijkt met zijn pionierswerk ´BINNEN ZONDER KLOPPEN´ de laatste bij te vallen, en opvolgende officiële studies hebben PL´s berekeningen niet weerlegd.

    Trouwens aan die verontrustende titel Bin.z.Kl.
    heeft ook niemand tot nu toe wat kunnen doen.

  8. 11

    @8: Armoedegrens: pick your poison.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Armoedegrens

    Er zijn veel verschillende manieren om dit te definiëren, en elke definitie heeft zijn voor en nadelen.

    De 60% grens heeft als voordeel dat het heel makkelijk te berekenen is, maar als nadeel dat je niet weet wat je voor dat bedrag kan kopen, en dat een uniforme welvaartsgroei niet leidt tot afname van de armoede (maar welvaartsherverdeling wel).

  9. 12

    Als ik eerlijk ben voel ik me nu geen millimeter gelukkiger dan in pak ‘m beet 1970. Ook nu snap ik net als toen nog steeds niet dat mensen status nodig hebben om iemand te zijn. Met name een bepaald merk en type auto vinden bijvoorbeeld veel mensen in onze maatschappij erg belangrijk. Ik test toevallig auto’s naast mijn baan op een IVF-laboratorium. Maar of ik nou een peperdure Range Rover Sport Supercharged 5.0 V8 test of een Abarth 500C of een Kia Picanto is mij helemaal om het even. Ik heb zelfs een keer het sleuteltje van een Ferrari geweigerd. Ik ben gewoon een uitermate gelukkig en zeer tevreden mens, leef zeer sober maar geniet wel van het leven maar dan op mijn manier. Ik reis bijvoorbeeld veel op de motor (=de goedkoopste en mooiste manier van reizen), vorig jaar heb ik nog een lange motorreis gemaakt die eindigde in Armenië vanwege terroristen. De ellende en armoede die ik daar gezien heb was echt schrijnend (zeker afgezet tegen het rijke deel van de bevolking), de vele bejaarden die in Georgië/Armenië op straat leven en soms duidelijk ziek zijn vond ik een teken van een totaal verharde maatschappij na de val van het communisme. Ik was er namelijk in 1990 voor de val van het communisme ook geweest, wat een ongelofelijk verschil. Dit was echt ieder voor zich! Ja wat is arm vroeg ik me ook toen weer hardop af…. Ik snap nog steeds niets van deze rare wereld. Een jaar of 10 geleden ben ik een keer van de ene op de andere dag alles kwijt geweest, mijn baan, mijn vriendin en mijn woonruimte. Was ik daarna arm? Nee het was het beste wat me ooit overkomen is, ik had mijn grote familie nog en echte vrienden en ben er dankzij hun hulp weer binnen een half jaar bovenop gekomen. Tja wat is arm als je zelfs nog steeds gelukkig bent als je helemaal niets meer hebt. Ik zeg altijd maar zo al nemen ze mij alles af dan ben ik nog steeds iemand. Voor veel mensen geldt dat als je ze (met name de grootverdieners en grote graaiers in deze maatschappij) alles afneemt dat ze dan helemaal niemand meer zijn… hun omgeving ziet ze dan bijvoorbeeld niet meer staan, want ja zonder veel geld ben je toch niemand meer?! Dat is pas echte armoede volgens mij……

  10. 14

    @5: Dat was geen armoede, Henk, zoals Visser al zei..
    Wanneer niemand een auto heeft mis je hem niet.
    Wanneer slechts één gezin in de straat een – zwart-wit – TV heeft komt daar op woensdagmiddag de hele jeugd samen TV kijken, er was distributieradio en de zwarte telefoon hing in de gang( koud daar, dus belde je vanzelf niet zo lang).
    Leuke hebbedingetjes als electrische koffiezetters, magnetrons hadden we niet, laat staan gourmetsets o.i.d. ze waren er niet, want ze bestonden nog niet.
    Nu ben je arm wanneer je niet voor elk kind een laptop kunt kopen( iets waartoe de school je verplicht..)wanneer je ZELF geen PC kunt kopen(iets waar de overheid je praktische toe verplicht) en wanneer je geen android mobieltje hebt( waar je zo langzamerhand ook niet meer buiten kunt…)

    Ik heb destijds geen geen seconde gedacht dat we arm waren……….

  11. 15

    @8:
    In statistieken heb je definities nodig. Waarom 60 % is afgesproken weet ik niet. Overigens herinner ik me niet eens meer, zou het moeten nakijken, of het over modaal of gemiddeld gaat. Wat de essentie is is dat armoede dus relatief is gedefineerd.

    @14
    De armoede bij klasgenoten op de lagere school, zo rond 1953, herinner ik me heel goed.
    De blik in het huis van een van hen, ziek toen, is me bijgebleven.
    Vies, en versleten meubilair.
    Mijn vader’s telefoon in die tijd had een drie cijferig nummer.
    Ik was de enige op die lagere school waarvan de vader een auto had, overigens voor zakelijk gebruik, in het spraakgebruik van die tijd was dat een luxe auto, in tegenstelling tot een gewone auto, voor vrachtvervoer.
    Personenauto’s voor uitsluitend privé gebruik waren er nauwelijks, in 1950 had Nederland meen ik 300.000 personenauto’s.
    Die armoede was ook bekend, met kerst lieten mijn ouders, anoniem, de slager hier en daar vlees bezorgen.
    Bijstand en AOW deden veel goed.
    Koffie werd met de hand gemalen, een wandgemonteerd ding, en ging dan in een percolator.
    Koffie was het laatste wat gerantsoeneerd was, herinner me nog dat ook dat ‘van de bon ging’.
    Kennelijk is er weinig idee van armoede vroeger.
    Rond 1960, misschien nog later, werd de laatste plaggenhut ontruimd in de voormalige veengebieden.

  12. 16

    Wilkinson gaf een aantal week geleden een lezing voor De wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid. Te bekijken op http://www.youtube.com/user/ScientificCouncilWRR

    Wilkinson focust (wat mij betreft) in de lezing erg op de cijfers en wat minder op eventuele consequenties of beleid rond deze problemen. Desalniettemin zeer interessant.

    De lezingen van Paul de Deer en Bas van Bavel over de situatie in Nederland zijn daarnaast zeer relevant. In deze lezingen wordt ongelijkheid in inkomen en vermogen tussen bevolkingsgroepen uiteengezet en de ontwikkeling over de afgelopen 40 jaar bekeken.

  13. 17

    @0: “Tegelijk met de toename van de armoede is er sprake van een groeiende verschil in inkomens”
    Tegelijk? Door de toenemende inkomensverschillen neemt de armoede toe door de afnemende sociale mogelijkheden.

    Toen de auto schaars was, kon je gemakkelijk zonder. Nu de auto de ruimtelijke inrichting bepaalt en de overheid ook letterlijk steeds op afstand staat, stijgt de autoafhankelijkheid temeer daar de overheid het lokale en regionale openbaar vervoer laat wegkwijnen.

  14. 18

    Kom ik weer eens met een reactie op een topic dat bijna ‘afgelopen is’. Maar ik heb soms tijd nodig om (tussendoor) na te denken en ben geen beste schrijver.
    Ik heb in zekere zin genoten van de verhalen van oude stempel, grappig genoeg ben ik, een generatie later, in soortgelijke omstandigheden opgegroeid. Alleen een kolenkachel en wassen ervoor en haren onder de kraan. Ook toen waren er nog in .nl huizen zonder aardgas en zonder riool. Wij hadden wel een auto, maar geen tv. Al was dat laatste een bewuste keuze. En nee, mijn ouders waren geen geitenwollensokken of zwartekousen, maar gewoon, toen wij terug in .nl waren (ander verhaal), gewoon erg weinig geld en keuzes moesten worden gemaakt.
    Zelfs in vergelijking met klasgenoten heb ik dat niet als armoede ervaren. Enige waar ik wat last van had, de vergelijking hé, waren de zelfgemaakte broeken met elastiek rondom. Althans, dat is wat is blijven hangen.
    Ondertussen en daarna heb ik best wat gezien en toch een eigen beeld van armoede. Het heeft volgens mij inderdaad niet altijd te maken met weinig geld, of niet hetzelfde (of meer) dan de buren, hebben. Maar ook met hoe je daar mee omgaat, wat je levensinstelling is.
    Ik heb het in verschillende landen (Libië, Oman, Spanje) gezien, mensen die echt bijna niets hebben, lapje grond, drie geiten, hutje, maar hun rug recht hadden en een goede lach.
    Maar ook veel dichterbij, Noord Frankrijk, ook een behoorlijk ‘arme’ (maar niet te vergelijken met voorgenoemde landen) regio, veel arbeid is verdwenen en het land is in snippers, dus bijna niemand heeft veel grond of veel werk. Er zijn dorpen die er ‘niet meer uitzien’
    (mijn normen), veel schroot, beetje vies, mensen hangend, hoofd neer, tuinen onverzorgd. Maar ook dorpen waar je zo hier en daar een bloemetje ziet, of zelfs veel, stoepjes geveegd (dat kost ook niets, maar houdt je trots), ramen gelapt, idem.
    En volgens mij wordt hier ook gespiegeld ‘aan de buren’, maar dan op een ander niveau dan geld en wat ze hebben. En het kan een neergaande spiraal zijn, of een die een vorm van trots in stand wil houden.
    Voor mij het verschil tussen ‘arm’ en ‘armoede’.

  15. 19

    Ik praat vaker met mijn oma over haar jeugdherinneringen. Zij groeide namelijk op in armoede in Alkmaar. Zij heeft het nu nog steeds niet breed, want moet rondkomen van enkel en alleen een AOW uitkering. Maar goed, zij verteld mij altijd dat juist vroeger het verschil tussen arm en rijk heel groot was. Sterker nog, 1 straat verder op woonden mensen die het breder hadden en het werd de kinderen verboden om bij mij oma thuis te komen. “Dat hoorde niet”, het kon niet zo zijn dat kinderen van straat x gingen spelen bij kinderen op straat y. Ook werd er op een heel andere manier naar “de notaris”, “de dokter”, “de pastoor”, of “de directeur” opgekeken dan nu. Dat waren bijvoorbeeld de enigen die een auto in bezit hadden en dat is wel degelijk een statussymbool.

    Fascinerend dus hoe snel dat veranderd tussen de generaties, aangezien bovenstaand artikel over de jaren 60 gaat.

  16. 20

    @15: “Koffie werd met de hand gemalen, een wandgemonteerd ding, en ging dan in een percolator.”

    Dat doe ik nu nog steeds, of eigenlijk weer opnieuw, sinds ik in 2004 zo’n koffiemolen heb aangeschaft. Ik heb al eens een koffiezetapparaat cadeau gekregen van iemand, die dacht, dat ik te arm was om dat te kopen. Zo’n handmolen kost echter 75 euro en de koffiebonen zijn ook duurder, dus dat fabeltje heb ik snel uit de wereld kunnen helpen. De reden, dat ik zo koffie zet, is dan ook, dat hij zo nog het beste smaakt.

  17. 22

    @21: Ik moet hem wel, net als zalm, gelijk geven, dat, wanneer je armoede definieert als een deel ven de bevolking, dat onder 60% van het mediane inkomen leeft, je armoede nooit oplost, tenzij je net als de commies iedereen hetzelfde wil laten verdienen.

  18. 23

    @22: je hebt in zekere zin gelijk in het eerste deeltje van je reactie, maar daarna laat je blijken dat je het niet echt begrijpt. We hoeven er gewoon alleen maar voor zorgen dat de inkomensverschillen niet te groot worden. Hoe groter de inkomensverschillen, hoe groter de groep, die onder die 60% valt. Bij kleinere inkomensverschillen vallen er minder mensen onder en kunnen we de armoede voor een groot deel op lossen. Helemaal oplossen zal waarschijnlijk nooit kunnen, maar ik heb zo maar het idee, dat dat niet is wat je wilde zeggen.

  19. 24

    @23: Toch is armoede definiëren als 60% van het mediane inkomen ook niet zaligmakend. Een ‘oplossing’ is namelijk ook het mediane inkomen terugbrengen tot 0, en voila, ‘armoede’ weg.

    Armoede heeft zowel relatieve als absolute componenten, dat is niet in één definitie te vangen. Niet dat de definitie daarmee onbruikbaar wordt, als je je dit maar realiseert. Van mij mag de definitie van armoede flink ruimer liggen dan de 1,25 dollar per dag die de Wereldbank aanhoudt, maar het is ook goed om te beseffen dat we dan met armoede in Nederland iets heel anders bedoelen dan met armoede in Afrika.

  20. 25

    Jan Tinbergen, die de Nobelprijs voor de economie won, beweerde dat een verhouding van het laagste en hoogste inkomen in een bedrijf groter dan 1:5 contraproductief is. Zou dat ook voor de B.V. Nederland gelden?

  21. 26

    @24: “maar het is ook goed om te beseffen dat we dan met armoede in Nederland iets heel anders bedoelen dan met armoede in Afrika.”

    Maar dat is toch feitelijk discriminatie.

  22. 27

    Ouders die zo weinig geld hebben dat kinderen niet eens meer kunnen sporten?

    Wat een onzin. Feitelijk onjuist. Uit de duim gezogen. Fantasie.

    Dit is weer zo’n voorbeeld van een Linksche Mythe. Die zweeft nog ergens in de diepe krochten van het linksche brein en wordt af en toe op tafel gegooid. Als bewijs dat Nederland wel de hel op aarde moet zijn en dat er nodig meer geld naar zieluge mensen moet.

    Maar het blijft nog steeds onzin.

    Eigen webstek alert:
    http://logicfreezone.wordpress.com/2013/12/11/armoede-in-nederland-2/

  23. 28

    @26:
    De definitie van armoede is gerelateerd aan het inkomen per hoofd in het betreffende land.
    Het is uiteraard waar dat een gewoon armoedegeval in Nederland steenrijk is in vergelijking met b.v. iemand uit de Centraal Afrikaanse Republiek, ik heb moeten opzoeken waar dat land ligt.
    De hoofdstad Banguin schijnt de gevaarlijkste stad ter wereld te zijn.
    Jammer genoeg wordt armoede ook door relatief steenrijke armoedigen afgemeten aan wat de buren wel of niet kunnen.
    Wat betreft sporten, al dan niet door kosten is b.v. hockey nog steeds iets voor relaltief rijken.

  24. 29

    @24: helemaal mee eens, maar dan hebben we het over absolute armoede op overlevingsniveau, of relatieve armoede, zoals die door mensen gevoeld wordt in hun relatie met anderen (arm ten opzichte van). De discussie gaat hier volgens mij over relatieve armoede.

  25. 30

    @27: jij zegt het, met een verwijzing naar je eigen website, dus is het waar? Wat hebben die extreemrechtse mensen het hoog in hun bol zitten… Want zelfs op de logica vrije webpagina (goed gekozen naam trouwens) kom je niet verder dan te constateren, dat er gezinnen zijn, die in Eindhoven extra subsidie aan kunnen vragen en krijgen om mee te kunnen doen. Zonder die bijdrage zijn die ouders blijkbaar te arm om mee te kunnen doen. Je denkt te bewijzen, dat zulke armoede in Nederland niet voor komt, maar bewijst het tegendeel, en je hebt dat zelf niet eens door.

  26. 31

    Het probleem met deze definitie is de eenzijdigheid, die al duidelijk werd gemaakt in @22. Theoretisch gezien zou dan namelijk niemand meer arm zijn, als iedereen 100 Euro heeft op de bankrekening. Want geen verschil = geen armoede.

    Maar waar de armoedediscussie zich eigenlijk mee bezigt (denk ik), zijn de gevolgen ervan en de levensstandaard waarvan we denken minimaal recht op te hebben in Nederland. Vind je dat iedereen elk jaar op vakantie moet kunnen? Of dat kinderen op school zich geen zorgen zouden moeten maken over kleren die uit de mode zijn? Of recht op een auto? Universiteit? Noem maar op. Zo ja, dan is er armoede natuurlijk.

    Maar de definitie stuurt eigenlijk al een politieke kant op, qua oplossing. Namelijk geldelijke gelijkstelling/nivellering. Persoonlijk ben ik van mening dat verschillen niet te groot moeten zijn natuurlijk, alleen al om het feit dat je een gezonde middenklasse nodig hebt. Maar je kunt ook politiek andere oplossing zoeken: zoals schooluniformen, studiebeurzen en/of leenstelsels, betaalbaar/goedkoop openbaar vervoer et cetera. Maar ook het gegeven dat veel voetbalclubs een heleboel niet betalende leden vaak hebben. Ik train zelf ook kinderen waarvan ouders soms geen geld hebben. Dan valt vaak heel goed over te praten met zo’n bestuur/club. Die zijn immers zelf ook afhankelijk van de gemeente en vrijwilligers.