Amol iz gewen a majse

Deze weken presenteer ik op Sargasso een serie Jiddische liederen. Ik geef teksten met vertalingen, links naar filmpjes of geluidsopnamen en kort commentaar op de uitvoeringen. Vandaag Amol iz gewen a majse.

Op een quasi-naieve manier vertelt het liedje een oud droevig verhaal. In het refrein klaagt de zanger over zijn eigen liefdesverdriet.

Amol iz gewen a majse,

di majse iz gor nit frejlech,

di majse hebt zich onet

mit a jidisjn mejlech.

Ljoelinke, majn fejgele,

Ljoelinke, majn kind,

ch’hob ongewojrn aza libe,

 wej iz mir oen wind.

 

Amol iz gewen a mejlech,

der mejlech hot gehat a malke,

di malke hot gehat a wajngortn,

Ljoelinke, majn  kind.

Ljoelinke…

 

In wajngortn iz gewen a bejmele,

dos bejmele hot gehat a nestele,

in nestele hot gelebt a fejgele,

Ljoelinke, majn kind.

Ljoelinke…

 

Der mejlech iz opgesjtorbn,

di malke iz geworn fardorbn,

dos tswejgele iz opgebrochn,

dos fejgele foen nest antlofn.

Ljoelinke…

 

Woe nemt men aza gochem

er zol kenen di sjtern tsejln,

woe nemt men aza dokter

er zol kennen majn harts hejln.

Ljoelinke…

Er was eens een verhaal,

helemaal geen vrolijk verhaal.

Het verhaal begint

met een Joodse koning.

Ljoelinke, mijn vogeltje,

Ljoelinke, mijn kind,

ik ben verloren die mij zo lief was,

ach, wee mij.

 

Er was er eens een koning,

de koning had een koningin,

de koningin had een wijngaard,

Ljoelinke, mijn kind.

Ljoelinke…

 

In de wijngaard stond een boom,

de boom had een tak,

Op de tak lag een nest,

In het nest woonde een vogel.

Ljoelinke…

 

De koning stierf,

de koningin kwijnde weg,

de tak brak,

de vogel vloog uit het nest.

Ljoelinke…

 

Waar vind je zo’n knappe geleerde

dat hij de sterren kan tellen,

waar vind je zo’n goede dokter

dat hij mijn hart kan genezen?

Ljoelinke…

Orit Perlman. Enerzijds stelt ze zich aan en versiert ze de details teveel ten koste van het verhaal,  anderzijds is ze kleurrijk, want haar gesproken inleiding is een opvallende zingzang en ze begeleidt de inleiding met bewegingen van haar lichaam, ze maakt er wat van als een actrice. In haar streven om het publiek te boeien is ze al te ijverig, ze gaat juist tussen het publiek en het lied in staan. De klank van haar stem is amechtig en hees, maar mooi op de momenten dat ze wat kalmeert. Het lijkt erop dat ze het heel graag goed wil doen en het Jiddische lied  als haar opdracht ziet, en dat ze dat te zwaar opvat. Ik vind haar boeiend, maar weet niet of het haar eigen problematiek is die me boeit of de schoonheid van haar uitvoering van het lied.

Chava Alberstein: een prachtige stem, een zelfverzekerde showvrouw, ze blijft ook in een langzaam lied van het ritme houden en ze stelt zich niet aan. Ze gaat niet met haar “interessante persoonlijkheid”  tussen het lied en het publiek in staan maar laat de zeggingskracht van het lied wel voelen. Kortom, een artieste die haar populariteit dubbel en dwars verdient. Het verdriet van het lied laat ze uit het lied spreken en je denkt niet, dat je voor haar persoonlijk iets op moet lossen, wat ik wel een beetje had bij Perlman.

Adrienne Cooper zingt zonder enige moeite onbegeleid en lokt het publiek met een enkel, effectief gebaar uit om het refrein mee te zingen. Bij haar valt het op, hoeveel plezier ze aan zo’n droevig lied ontleent. Ze brengt dat ook over op het publiek waar ze het lied mee deelt. Dat lijkt er zelfs de voorwaarde van.

Dat plezier in het droevige zie je vaker. We kennen het van het Nederlandse “levenslied”.  In Moskou heb ik mensen lange avonden met veel lol het ene trieste Russische volkslied na het andere horen zingen. Anderen zullen meer voorbeelden kennen.