Afval met een luchtje

De laatste reguliere werkweek van 2011 stond in het teken van afval. Mooie ideeën over afval en de schimmige omgang ermee. Zo maakte staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) bekend een Green Deal Duurzaam Stortbeheer met provincies en de stortbranche af te sluiten. Opmerkelijk genoeg verleende zijn ministerie op dezelfde dag een vergunning voor de verwerking van ruim 200.000 ton Napolitaans huisafval. Precies dat afval dus waarover Roberto Saviano in zijn bestseller Gomorra schreef dat het de spil uitmaakt van een bijna volledig door de Camorra gecontroleerde, zeer lucratieve en tegelijkertijd voor de volksgezondheid uiterst schadelijke bedrijfstak.

En twee dagen later wees het gerechtshof van Amsterdam arrest in de zaak tegen Trafigura Beheer, het omstreden bedrijf achter de Probo Koala. In 2006 liet de kapitein van dit schip gevaarlijke stoffen door een niet daartoe uitgerust bedrijf in Ivoorkust verwerken, nadat het afval eerder door een Amsterdamse verwerker was geweigerd. Over de zaak is recentelijk weer veel geschreven, mede naar aanleiding van de publicatie van Jaffe Vink, die Greenpeace en De Volkskrant ‘Handelaren in angst’ noemde omdat zij het gevaar van de stoffen zouden hebben overdreven. Hoogste tijd dus om het oordeel van het gerechtshof van Amsterdam eens nader te bekijken.

De kern van de drieledige tenlastelegging in hoger beroep was dat Trafigura voor de gezondheid schadelijke afvalstoffen heeft aangeboden aan Amsterdam Port Services B.V. (A.P.S.) en die schadelijkheid bij het aanbieden van het afval heeft verzwegen. Trafigura was voor diezelfde feiten ook reeds door de rechtbank veroordeeld.

Het verweer van Trafigura richtte zich met name op de toepassing van het recht. Zo stelt de verdediging van het bedrijf onder meer dat het zogenaamde Marpol (afgeleid van Marine Pollution) Verdrag enerzijds en het Verdrag van Bazel en de Europese verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) anderzijds elkaar uitsluiten. Trafigura acht alleen het Marpol Verdrag van toepassing, terwijl het Openbaar Ministerie haar vervolging mede baseert op het Verdrag van Bazel. Een verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen (zogenaamde rechtsvragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie) hierover is door het hof afgewezen.

Het hof veroordeelt Trafigura tot betaling van een bedrag van 1 miljoen euro, waarbij zij enerzijds rekening houdt met de recidive door Trafigura en anderzijds een matigend effect toepast in verband met de geleden imagoschade en een door het bedrijf opgerichte liefdadigheidsstichting. In haar arrest komt het hof tot de conclusie dat Trafigura afvalstoffen, die afkomstig waren van brandstofzuivering met behulp van natriumhydroxide (caustic soda), als tankwaswater heeft afgeleverd aan A.P.S., terwijl Trafigura wist dat die afvalstoffen “voor het leven en/of voor de gezondheid schadelijk waren, zijnde deze afvalstoffen een complex mengsel van water met een extreme zuurgraad en een olieachtige vloeistof (beide verontreinigd met onder meer sulfiden en mercaptiden).”

Elders in het arrest constateert het hof dat uit de bevindingen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt dat “de aangeboden stoffen in objectieve zin een schadelijk karakter moet worden toegekend, nu de slops brandbare, bijtende/corrosieve stoffen en schadelijke tot (zeer) giftige stoffen bevatten, naast stoffen waaruit onder bepaalde omstandigheden schadelijke tot zeer giftige stoffen vrij kunnen komen.”

De bewoordingen van het hof volgend, gaat het hier dus, louter semantisch gezien, om gif, stof immers ‘met een schadelijke, vaak dodelijke werking’ (Van Dale, dertiende druk, 1999). Maar juist het semantische label ‘gif’ en ‘giftigheid’ ligt klaarblijkelijk uitermate gevoelig, en wordt dan ook ten stelligste ontkend in de aan de Probo Koala gewijde Frequently Asked Questions-sectie op de website van Trafigura.

“Were the slops toxic? Toxicity is a matter of concentration and location. Lots of everyday things could be defined as toxic, such as after-shave. Even milk is considered toxic if released into an inappropriate environment. The real issue here is: were the slops onboard the Probo Koala dangerous? No, they weren’t, they were no more or less dangerous than any other petroleum product. If they had been, the first individuals to be affected would have been the Probo Koala’s crew, those present at the discharge of the slops (the port authorities, tanker drivers and customs staff) and those directly involved in handling the slops during discharge operations. ”

Nog los van de vraag of een afvalstof die “voor het leven en/of voor de gezondheid schadelijk” is mag worden aangeduid als ‘giftig’, gaat de vergelijking van Trafigura sowieso al niet op, omdat de kapitein van de Probo Koala, die blijkens de bewoordingen van het hof op de hoogte was van de schadelijkheid van de afvalstoffen, zijn bemanning juist daarom met beschermende kleding liet werken.

Het is in dit opzicht bovendien opmerkelijk dat ook Trafigura niet zegt te twijfelen aan de onafhankelijkheid van het rapport van het NFI, dat zij op haar website ‘significant’ noemt, omdat “it was acknowledged in the English court proceedings as the best evidence available as to the composition of the slops.” Daarbij doelt zij ongetwijfeld niet op het door het Amsterdamse hof geciteerde oordeel van de geanalyseerde stoffen.

Maar het hof velt ook een duidelijk oordeel over een andere statement die op de site van Trafigura wordt gepresenteerd. Zo spreekt zij zich eveneens uit over het proces waarbij de afvalstoffen ontstaan. Trafigura zegt hier zelf over: “Is the caustic washing/Merox process unusual? No. It’s a well-known, legal and effective way of reducing impurities in gasoline blendstocks and has been used in the refining industry for 50 years.” De raadsheren blijken echter over een volstrekt ander inzicht te beschikken en definiëren het gevaarlijke eindproduct als “een afvalstof (…) die het resultaat was van een hoogst ongebruikelijk procedé.”

Met het arrest van het hof van Amsterdam is echter nog geen definitief oordeel over de zaak geveld. Beide partijen hebben twee weken de tijd om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, die de zaak niet meer inhoudelijk zal behandelen, maar zich uitsluitend zal concentreren op de toepassing van het recht. En ook daarna staan er nog beroepsmogelijkheden open. Het laatste woord hierover is dus nog niet gezegd. Misschien is dat ook de reden dat De Volkskrant, die eerder uitvoerig over de zaak berichtte, nu buitengewoon voorzichtig over de uitspraak bericht, met overwegend geciteerde oordelen uit de schriftelijke motivatie van het hof. Elke uitspraak hierover is kennelijk vooralsnog een potentieel journalistiek en juridisch mijnenveld.