De ondraaglijke leegte van de verkiezingsprogramma’s

De verkiezingsprogramma’s zijn zandtaarten. Te groot voor mijn honger en gevuld met los zand. Wat had ik willen lezen?

Een oude krant uit de plantenbak: de voorpagina vermeldt de discussie in het parlement over een te duur wordende straaljager en een discussie over de maximum snelheid. Het is 1975 en de PvdA had het moeilijk met de F-16, het CDA met de maximum snelheid, die de VVD graag wilde verhogen. Het is een treffende terugblik.

Nog een krant uit die bak: Kissinger bepleit een miljardenplan om de olieconsumptie te beperken. Was die Minister van Nixon een duurzaamheidsapostel? Dat niet, natuurlijk: maar hij zag wel een grote stroom liquiditeiten naar olieproducerende landen gaan en vreesde een verschuiving van de macht in de wereld. Kijk naar de eigendom van (strategisch) vastgoed of wie de orderboeken van de vliegtuigfabrieken vullen en het is helder hoe terecht die zorg was.

Ik bedoel te zeggen: wat vermag de politiek? Politici zijn megalomaan en deerniswekkend. Zij denken megalomaan de wereld wel even te veranderen, maar die wereld geeft niet mee, zelfs niet als je Kissinger heet. Zij zijn ook deerniswekkend impotent: ze moeten en willen veel, maar schieten in hun politieke analyse en effectiviteit van handelen hopeloos tekort.

Wat zijn dat eigenlijk, politici? Zijn het mensen die richting aangeven, de gang van zaken sturen, of vullen zij vooral hun eigen zakken en die van hun vrienden? Als op alle vragen het antwoord bevestigend is, betekent het in elk geval dat nauwkeurig kijken en luisteren van belang is. Verkiezingen zijn immers het enige middel om van slechte politici af te komen en betere te verkrijgen. Maar een beetje onmachtig voelt het wel.

Onlangs werd oud collega Martin van Rijn geinterviewd door Aedes Magazine. In het gesprek komt niet expliciet die onmachtigheid ter sprake. Vindt hij dat de publieke zaak bij de sectoren in betere handen is dan bij de overheid? Het gaat bij de publieke zaak om delen van risico’s met elkaar en de voordelen daarvan voor burgers en samenleving. En dat is ook het domein van wet en regelgeving. Maar vooral is het ook het domein van organisaties, die daar actief zijn: woningcorporaties, zorgaanbieders, pensioenfondsen. “Regelgeving kan daar per definitie nooit meteen bij aansluiten.” (Aedes Magazine, no.6, 2012, p.44) Dat is een opmerkelijke uitspraak voor een oud topambtenaar. Hij ziet grote beperkingen van overheidsregelgeving, door traagheid in elk geval, maar mogelijk ook in sturend vermogen van hetgeen dan vertraagd wordt bedacht.

Kunnen politici wel veranderingen te weeg brengen? Sargasso besteedt aandacht aan nieuwe politieke stromingen en partijen. Ik heb gekozen voor een wat scherper kijken naar de verkiezingsprogramma’s van de traditionele partijen: hoe willen zij veranderingen realiseren, hoe is de relatie tussen openbaar bestuur en omgeving, hoe zien zij de stagnatie en de crisis en welke oplossingen bieden zij de kiezers aan?

Ik werd van het lezen van de programma’s niet erg blij of geïnspireerd. In kranten en stemwijzers kan iedereen minitieuze vergelijkingen vinden van opvattingen over details, bij de diverse partijen. Dat wil ik niet nadoen. Ik liet me bij het lezen leiden door een paar simpele vragen:

Wat wil je bereiken? Hoe kom je er? Is er een logische samenhang?

Wie vindt dat die vragen te streng zijn, mag het zeggen. Ik geef toe: elk programma behoort in hoge mate door de partij te zijn opgebouwd, dat betekent dat elke partijganger met een beetje effectief fanatisme wel een paar punten in het verkiezingsprogramma kan binnen loodsen. (behalve wellicht binnen de PVV) Het gevolg daarvan is dat de samenhang vaak ver te zoeken is. Maar een programma is toch om steun te verwerven? Schrijf dan helder en wervend neer waar je naar toe wilt en hoe je daar denkt te komen. Laat de details weg. Vertel wel op hoofdlijnen hoe je aan de geldmiddelen komt en wat je daarvoor wilt doen en laten. Zorg voor één of twee nieuwe gedachten, die je bij de anderen niet vindt.

Wie mijn stukken over de diverse programma’s de afgelopen weken heeft gevolgd, kan over mijn slotsom niet verrast zijn. De programma’s zijn zandtaarten, te groot voor mijn honger en ze zijn gevuld met los zand. Het CPB gaat de kosten en opbrengsten van al die zandkorrels berekenen en komt eind augustus met een oordeel. Daar zullen de koopkrachteffecten bij horen, maar met grote slagen om de arm, want een Griekenlandcrisis of eurocrisis zal alles veranderen. Hoe het CPB dat allemaal uitrekent is mij een raadsel, maar de toets wordt door de partijen bloedserieus genomen. Zo kan het CPB met grote onafhankelijkheid en onpartijdige status de uitkomst op 12 september vergaand beinvloeden.

Maar wat las ik? Wat had ik willen lezen?

Ik noem maar eens een paar dingen:

  1. Er is een schuldencrisis. Is dat de wrange vrucht van Keynesiaanse begrotingspolitiek en de lichtzinnigheid van centrale bankiers? Is er een uitweg uit die impasse? Ik heb er geen heldere visie over aangetroffen; wel bij de VVD, maar dat is ongeveer de visie die tot de crisis heeft geleid.
  2. Er is een EU en eurocrisis. Hoe willen de partijen die oplossen? Het beschamende ritueel van Brusselse topconferenties zal niet worden doorbroken, een nieuwe balans tussen financiële markten en politiek heb ik niet gevonden. Remedies zijn die maatregelen, die dagelijks in de krant staan: de ECB moet, er komen eurobonds, toezicht op de banken zal… De PVV is helder, maar wil 60 jaar Eurpese ontwikkeling terugdraaien. De SP lijkt alleen anti-europees, maar heeft de grootste ambitie.
  3. Er is een crisis op de woningmarkt. Hebben de partijen hiervoor een recept? Het antwoord moet ontkennend zijn. Sommige partijen noemen de visie “Wonen 4.0.” van Aedes, Woonbond, Vereniging Eigen Huis en Ned. Vereninging Makelaars, maar dat is alleen een houtskoolschets, maar geen visie of plan. Het CDA komt met een beeld van decentralisatie van huurbeleid en huurbescherming, waarvoor ik waardering heb. Maar meer originele gedachten heb ik niet gezien.
  4. Er zijn problemen op de arbeidsmarkt. Maar welke dat precies zijn, waarom de maatregelen iets oplossen, is de vraag. Mijn geestelijke lenigheid is overvraagd als D66 mij wil laten geloven dat het ontslagrecht versoepeld moet worden, om meer mensen aan een baan te kunnen helpen. Het verband tussen de arbeidsmarkt en de crisis in het macro-economisch denken lijkt mij nogal onderschat.
  5. Er zijn problemen in de zorg. Hoe de partijen die problemen oplossen, munt uit door vaagheid. Iedereen vindt dat de zorg dichter naar de zorgvrager moet worden gebracht en regionaal moet worden geregeld. Maar dat lijkt me geen oplossing voor de ontsporing in de vraag. Als er tenminste zo’n ontsporing bestaat, want iedereen vindt gezondheid de eerste en grootste waarde. Je kunt grootschalig of kleinschalig ingrijpen en reorganiseren, maar wie wil het gehele bestel wijzigen en waarom?
  6. Het openbaar bestuur moet altijd op de schop. De partijen zijn het eens over de bestuurlijke drukte, die moet worden aangepakt. Maar om zonder enige bewijsvoering effectieve vormen van regionale samenwerking te schrappen, om zonder veel nadenken departementen op te knippen en opnieuw te vormen, het is bijna totale onzin. De lagen ‘rijk, provincie en gemeente’ zijn in de negentiende eeuw door Thorbecke bedacht. Maar welke relatie er nu bestaat tussen het openbaar bestuur en de samenleving is niet doordacht.
  7. Hoe bereik je dat verstening wordt doorbroken? Het is de vraag naar de effectiviteit van de politiek zelf, dus daarover valt in de programma’s weinig te lezen. Mijn antwoord op die vraag zou zijn: gebruik de kracht van inhoudelijke professionals, die weten hoe en wat beter kan; combineer bestuurlijke en ambtelijke visies op verandering in kleine marktgerichte en private organisaties voor vernieuwing en vereenvoudiging. Sommige partijen noemen wel de inhoudelijke professional en de terreur der managers, maar een concrete strategie voor innovatie tref je niet aan.

Het is ook bij mij niet allemaal uitgewerkt. Maar ik ben geen politieke partij, maar een nog heldere gepensioneerde achter zijn PC. Wie meer over bovenstaande onderwerpen wil weten, kan dat mij laten blijken. Met gerichte vragen zal ik wat doen.

Foto flickr cc Marie-II

  1. 1

    Leuk die verwijzing naar 1975.
    Realiseer je je dat het op de online media net zo gaat. 10 jaar geleden werden hier dezelfde discussies gevoerd : religie, natuur(beheer) etc…
    En kijk nou eens.

    Impotent zijn we allemaal.
    En politiek opzicht dan wel te verstaan.

  2. 2

    Toch probeer ik dat onmachtige te bestrijden. Het is toch niet te veel gevraagd, een of twee ideeën, die je niet bij de concurrentie vindt.
    Mijn idee voor innovatie: een bestuurlijke en ambtelijke coalitie vorm geven in een private organisatie, die regelgevers adviseert en blokkades opruimt.
    Ik weet dat het werkt, maar iedereen is het vergeten…

  3. 3

    Omdat de programma’s wervend moeten zijn worden ze met hulp van communicatiedeskundigen in zo eenvoudig mogelijke taal geschreven. Een zo groot mogelijk deel van het kiezerspubliek moet zich aangesproken voelen. Dus wordt het allemaal waterverf.
    Echt nieuwe visies zul je er niet in vinden. Het verkiezingsprogramma gaat bovendien over de korte termijn (een regeringsperiode telt vier jaar). 99% van de kiezers ziet het achterliggende beginselprogramma niet. In de verzuilde samenleving hoefde dat ook niet, daar was men globaal wel bekend met de richting waarin de partijen dachten. Nu kan een kiezer vallen voor en klein puntje (130 km. mogen rijden op de snelweg die hij dagelijks neemt) zonder te beseffen wat hij allemaal meekrijgt aan neoliberale rimram. Met de stemwijzer kun je hier gedeeltelijk aan ontkomen. Maar de kracht van dat ene programmapunt kan erg groot zijn.
    Ik denk dat de meeste mensen helemaal niet afgaan op het programma, maar op de persoon van de lijsttrekker. Je zou wensen dat die lijsttrekkers daar niet aan toegeven en zich echt proberen te onderscheiden door hun programma. Met een of twee originele ideeën die duidelijk maken wat hun visie, wat ze willen bereiken en hoe ze daar denken te komen.

  4. 5

    Kamerbrede campagne tegen kiezer ingezet

    De Tweede Kamer heeft overeenstemming bereikt over de doelstelling om het aantal zetels terug te brengen van 150 naar 100. Daartoe dient elke partij gemiddeld 33% zetelverlies te lijden. De verschillende fracties voeren om deze reden campagnes om kiezers te weren.

    “Vage plannen, onverteerbare spotjes, holle frases en onuitvoerbare plannen, alles wordt uit de kast gehaald,” zegt demissionair-premier Mark Rutte, “Dit is een historische samenwerking, waar zowel links als rechts zijn vingers bij af kan likken. Dit plan werkt ook alleen als het kamerbreed wordt gedragen.”

  5. 6

    Mooie verwijzingen, zeker.
    Maar ik word zo depressief van die zogenaamde debatten waarin in 30 seconden moet worden uitgelegd wat we met dit land gaan doen.
    Daarin ben ik toch niet uniek?
    Hoe krijgen we nu een serieuze uitwisseling van gedachten en perspectieven, in plaats van het weinig verheffende mannetjesgedoe?
    Ik ben niet streng, vind ik: één of twee gedachten, die je niet bij de concurrentie aantreft. Bij een vijf-partijen coalitie heb je het dan al over tien ideeën. Dat zou wat zijn.