Ontwikkelingssector moet keuze maken

Ontwikkelingssamenwerking staat al jaren onder druk. Vooral aan de effectiviteit wordt door veel mensen getwijfeld. Dat is voor een deel terecht, vindt Stefan Verwer, directeur van lokaalmondiaal, maar zegt hij: “Als er dan bezuinigd moet worden, schrap dan de niet effectieve hulp”.

Het heilige huisje ontwikkelingssamenwerking bestaat niet meer. Natuurlijk: lang niet iedereen is het er überhaupt mee eens dat er bezuinigd moet worden, maar als er bezuinigd moet worden, dan moet ontwikkelingssamenwerking er volgens een meerderheid van de Nederlanders aan geloven.

In de afgelopen dagen was de aanstaande bezuiniging op ontwikkelingshulp dan ook een geliefd onderwerp in de discussieprogramma’s, talkshows en actualiteitenrubrieken op de Nederlandse televisie. 1Vandaag trapte af: ‘Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking is geen taboe meer’ en in Pauw & Witteman was het de oud-VVD politicus Frits Bolkestein en parlementair verslaggever Frits Wester, die betoogden dat het wel wat minder kon.

Dit weekend was het de beurt aan Arie Boomsma: in zijn programma Debat op Zaterdag kwamen voor- en tegenstanders aan het woord. Opvallend was de manier waarop hulp aan de allerarmsten in de wereld werd vergeleken met steun aan de minder bedeelden in Nederland. Terecht merkten Tom van der Lee  (Oxfam Novib en in de uitzending voerde hij het woord namens brancheorganisatie Partos) en oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk op dat beiden niet tegenover elkaar gesteld zouden moeten worden. Het maakte echter weinig indruk op het kritische publiek.

Leugens versus oprechte betrokkenheid

Vorige week las ik een bijdrage van Ralf Bodelier. Bodelier staat al jarenlang bekend als een warm pleitbezorger van ontwikkelingssamenwerking. Bodelier is journalist, maar is zelf ook betrokken bij verschillende kleinschalige particuliere hulpinitiatieven. De stukken van de sympathieke Brabander kenmerken zich doorgaans door veel positivisme, maar in deze bijdrage klonk een grote hoeveelheid frustratie door. Frustratie over het feit dat volgens Bodelier de ‘oprechte betrokkenheid het aflegt tegen liegen en eigenbelang.

Zijn woede richt zich op Bolkestein en Wester, die feiten zouden verdraaien, zonder een kritische wedervraag van het journalistieke duo Pauw en Witteman. Maar dan gebeurt er wat interessants in de redenering van Bodelier, want hij probeert Bolkestein’s kritiek als zou ontwikkelingshulp niet effectief zijn, te verwerpen door te beredeneren dat van alle officiële hulp slechts 36 procent naar Afrika gaat, terwijl hij in de alinea’s daarvoor Frits Wester verwijt dat hij overdrijft als hij stelt dat 1/3e van het hulpbudget over de balk wordt gesmeten.

Sommige hulp is niet effectief

Bodelier raakt echter onbedoeld aan de gevoelige snaar in het ontwikkelingsdebat. Een punt dat in de algemene discussie door de voorstanders van ontwikkelingssamenwerking wordt vergeten: niet alle hulp die wij geven is effectief en bij een aantal vormen van hulp is het maar zeer de vraag of de hulp daadwerkelijk bijdraagt aan ontwikkeling. Ik geef een aantal voorbeelden:

Zo werd er de afgelopen jaren honderden miljoenen afgeschreven op het Nederlandse ontwikkelingsbudget onder het mom van exportkredietverzekeringen. Het principe is eenvoudig: als Nederlands bedrijf verzeker je de waarde van de producten die je exporteert. Zeker als je naar ontwikkelingslanden exporteert kan daar een verhoogd risico aan zitten. Maar met de verzekering krijg je gegarandeerd de waarde van je producten terug als de afnemer niet betaald. In het geval dat dit bij export naar ontwikkelingslanden gebeurd, dan gaat de rekening naar “ontwikkelingssamenwerking”. In de afgelopen jaren is er jaarlijks zo  tussen de 5 en 10% van het totale Nederlandse ontwikkelingsbudget (200 en 400 miljoen euro) aan exportkredieten gegaan. Buiten dat het veel geld kost is de effectiviteit van deze vorm van hulp uiterst dubieus.

Een kwart van het Nederlandse ontwikkelingsbudget wordt uitgegeven in de vorm van bijdragen aan internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties. Al jaren is er kritiek op deze organisaties: kern van de kritiek is dat deze organisaties weinig transparant zijn en dat er veel geld over de balk wordt gegooid. Zo was er vorig jaar nog de fraude bij The Global Fund (ter bestrijding van AIDS, tuberculose en malaria). Nederland droeg daar tussen 2008 en 2010 ongeveer 200 miljoen euro aan bij, maar de verhalen over corruptie waren ronduit shockerend: miljoenen euro’s waren verdwenen of hulpgoederen werden commercieel doorverkocht. Nog ongelofelijker was het feit dat medewerkers van de VN-instellingen die de fondsen beheerden geen openheid van zaken wilde geven.

Achterhoedegevecht

De Nederlandse ontwikkelingssector heeft zich de afgelopen jaren opgeworpen als verdediger van ontwikkelingshulp en nu er wederom bezuinigd dreigt te worden doet het dat ook nu weer. Met de actie #Jekrijgtwatjegeeft wordt weer alles uit de kast gehaald om de Nederlandse politiek over te halen om toch alsjeblieft niet te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking.

Bekende Nederlanders, een open brief en een twitter-campagne lijken echter niet op te kunnen tegen negatieve reacties, die de discussiefora op televisie, in kranten en online overheersen. Negatieve reacties die zelfs alleen maar sterker en negatiever lijken te worden, terwijl de voorstanders van ontwikkelingssamenwerking zich (misschien afgeschrikt door de mate van negativiteit) nauwelijks meer laten horen.

De goedbedoelde acties lijken een achterhoedegevecht te worden in een strijd die bij voorbaat al verloren lijkt, want waarom zouden de Nederlandse volksvertegenwoordigers nog weerstand kunnen bieden tegen een publieke opinie, die in meerderheid voor het wegbezuinigen van ontwikkelingssamenwerking is?

De ongemakkelijke waarheid van ontwikkelingshulp

Het is tijd dat de Nederlandse ontwikkelingssector de aanval kiest en stopt met het verdedigen van een onhoudbare stelling. Een aanval op de ongemakkelijke waarheid van ontwikkelingshulp: namelijk dat er jaarlijks miljoenen aan ontwikkelingshulp door de Nederlandse belastingbetaler worden afgedragen die haar doel niet bereiken.

Een aanval ook op allerlei randzaken die in het debat voor- of tegen ontwikkelingssamenwerking altijd een grote rol spelen. Één van die onderwerpen is de hoogte van de salarissen: terwijl hierbij altijd wordt gekeken naar de directies van hulporganisaties, lijkt de salariëring binnen de internationale instellingen als de VN of de EU nooit een rol te spelen, terwijl de salarissen in dergelijke instellingen substantieel hoger liggen dan bij de gemiddelde Nederlandse hulporganisatie.

De Nederlandse ontwikkelingssector moet een keuze maken aan wiens kant ze staat: door kost wat kost vast te houden aan de hoogte van het budget voor ontwikkelingssamenwerking heeft ze de kant gekozen van de Nederlandse regering. En opeens staat de sector in de frontlinie een budget en een beleid te verdedigen waar zoveel mee mis is, waar zij het objectief nooit mee eens zal kunnen zijn.

Critici beweren weleens dat ontwikkelingsorganisaties het contact met hun achterban hebben verloren: heel misschien is dat in het debat over ontwikkelingssamenwerking het geval. Maar als dat het geval zou zijn, dan is het nog niet te laat om deze historische fout te corrigeren.

PS Een aantal lezers zal opmerken dat de internationale afspraken (soms zelfs in de vorm internationale verdragen), waarin de bijdragen aan internationale organisaties zijn vastgelegd niet te veranderen zijn. Dat mag echter geen argument zijn om hulp te verspillen.

Foto DFID – UK Department for International Development

  1. 1

    citaat; “Vooral aan de effectiviteit wordt door veel mensen getwijfeld.”
    Dit is de understatement of the year.
    Volgens veel mensen richt elke euro ontwikkelingshulp een euro schade aan.

  2. 2

    Sommige hulp is niet effectief? Ja, wanneer exportkredietverzekeringen en bijdragen aan internationale organisaties onder ontwikkelingshulp vallen, is die hulp niet effectief, maar mogen we volgens mij toch in de eerste concluderen, dat dat weliswaar door ons betaald wordt als zijnde ontwikkelingshulp, maar dat dat natuurlijk helemaal geen ontwikkelingshulp is.

    Dit (exportkredieten) is ook wat ik al vaker zeg, dat een niet onbelangrijk deel van onze ontwikkelingshulp alleen maar naar onze eigen bedrijven gaat, en feitelijk oneerlijke concurrentie met de bedrijven in de ontwikkelingslanden veroorzaakt.

  3. 3

    Minder naar het Gesundes Volksempfinden (TMG) luisteren besserwessie en je meer verdiepen in de feiten (Vice Versa). Nederlands OS geld helpt jaarlijks honderdduizenden huishoudens in ontwikkelingslanden aan betere leefomstandigheden.

  4. 4

    Goed dat je duidelijk maakt dat ontwikkelingshulp uit verschillende onderdelen bestaat. Bij het grote publiek bestaat het beeld van de NGO’s die kritiekloos geld overmaken naar corrupte instanties in Verweggistan. Maar het is meer: ook hulp aan Nederlandse bedrijven en geld aan VN valt er ook onder.

  5. 5

    “De Nederlandse ontwikkelingssector moet een keuze maken, door vast te houden aan de hoogte van het budget voor ontwikkelingssamenwerking heeft ze de kant gekozen van de Nederlandse regering”.
    Vreemde redenering. Waarom kun je niet vasthouden aan het huidige budget of zelfs meer willen EN tegelijk een deel van de besteding – hoge salarissen, bijdragen aan internationale organisaties, exportkredieten – bestrijden?

  6. 7

    35 jaar geleden heb ik er een tijdje met mijn neus bovenop gestaan.
    En in de tussenliggende periode sprak ik wel eens ontwikkelingswerkers van verschillende nationaliteiten.
    Es is mein personliches Empfinden maar het zal wel iets met mijn onderbuik te maken hebben?