Wij zijn ons

RECENSIE - Hoog tijd voor een beetje sociologische verbeeldingskracht.

Toen ik lang geleden aan de studie sociologie begon was de collegezaal bijna te klein. Sociologie was een van de populairste vakken in de jaren zestig en zeventig, de jaren van de dringend noodzakelijke maatschappijverandering, van de maakbaarheid, van de gelijkheid van kansen en van de torenhoge verwachtingen ten aanzien van de verzorgingsstaat. De universiteiten scheidden massa’s doctorandussen af die onmiddellijk geplaatst konden worden in de uitdijende ministeries voor welzijn, volksgezondheid, onderwijs en huisvesting. In de loop van de tijd ben ik de band met het vak en de vakgenoten wat kwijtgeraakt. Ik begreep wel dat ik het hoogtepunt had meegemaakt en dat het in de jaren tachtig snel bergafwaarts ging met de populariteit van de sociologie.

Dat de liefde niet geheel verdwenen is merkte ik bij het lezen van een alleraardigst boekje van Mark van Ostaijen (1984), een socioloog van een geheel nieuwe generatie, verbonden aan de Universiteit Tilburg en ook publicerend in landelijke dagbladen. Wij zijn ons; een kleine sociologie van grote denkers is een zeer publieksvriendelijk boek dat in deze tijd van ‘polarisatie, segregatie en individualisering’ aandacht vraagt voor de sociale kanten van ons gedrag. Van Ostaijen ergert zich aan de bovenmatige aandacht in de laatste jaren voor biologie en neurowetenschappen als eenzijdige verklaringsgronden voor menselijk gedrag. Wij zijn veel meer dan ons brein. ‘Wie we zijn en wat we doen kan beter begrepen worden als sociaal gedrag dan als individuele handeling.’ Het is tijd dat het eens klip en klaar gezegd wordt.

Waarom is dit juist voor nu zo’n aardig boek? Sociologische denkers uit de vorige eeuw hebben de sociale wetenschappen verrijkt met voor iedereen herkenbare begrippen en theorieën die wat er tussen mensen gebeurt uitstekend kunnen verhelderen. Ze dragen bij aan het zelfinzicht over de sociale kanten van ons gedrag en maken het ook bespreekbaar. Van Ostaijen introduceert ons opnieuw sociologen als Goffman (rollen, het leven als theater, back- en frontstage, impression management), Merton (de selffullfilling prophecy), Elias (de ‘gevestigden’ en de ‘buitenstaanders’), Weber (functionele rationaliteit, waarderationaliteit) en Durkheim (de samenbindende kracht van religie). Hij koppelt de inzichten van deze sociologen aan alledaagse ervaringen uit zijn persoonlijke leven en aan de actualiteit. Het wij-zij denken in discussies over immigratie, bijvoorbeeld. Lees Elias en begrijp dat het uit de hand lopen van het maatschappelijk debat over nieuwe Nederlanders niet de verdienste is van domme schreeuwers of dove politici, maar dat het hier om een sociaal proces gaat met zijn eigen wetmatigheden.

De sociologie is niet heilig of alwetend in maatschappelijke vraagstukken. Maar de sociologische verbeelding die de grote denkers uit dit vak lang geleden aan de dag leggen kan ons vandaag de dag nog nuttige inzichten opleveren. Van Ostaijen doet daarom terecht een poging om ons er aan te herinneren ‘dat er meer is dan het  individu. En dat het individu, voor zover het iets is, een “sociaal produkt” is en voortkomt uit de interactie met zijn omgeving. Het “zelf”, waarmee velen het zo druk hebben, is sociaal geconstrueerd en wordt in de eerste plaats door anderen gevormd.’

In deze wereld, die alleen nog maar lijkt te gaan over (opgefokte, over het paard getilde, rupsje-nooit-genoeg-) persoonlijkheden is Van Ostaijen’s herintroductie van de sociologie een aangename en welkome verrassing.

Mark van Ostaijen, Wij zijn ons; een kleine sociologie van grote denkers. Uitgeverij Vantilt. 160p. €15

  1. 1

    Sinds wanneer is neurowetenschap een eenzijdige verklaringsgrond voor menselijk gedrag?

    Neurowetenschap en sociale psychologie vullen elkaar aan waar neurowetenschap in computertermen de hardware is en sociale psychologie de software.

  2. 2

    @1: Precies, ze vullen elkaar aan, niet eenzijdig dus zoals in de suggestie ‘wij zijn ons brein’.

    De vergelijking die je maakt heeft geen grond en lijkt me enkel voortkomen uit associatie met de discutabele kwalificatie van sociale wetenschappen als ‘soft’. Sociale factoren die de sociologie (niet hetzelfde als sociale psychologie) bestudeert kunnen heel ‘hard’ zijn.

  3. 3

    @2: Jij snapt de vergelijking die ik maak niet.

    Het menselijk brein kan je één op één vergelijken met een computer:

    Zenuwcellen => processor
    Langetermijngeheugen => harde schijf
    Kortetermijngeheugen => RAM/werkgeheugen
    Sociologie/Psychologie => software/programmatuur

    Wij zijn ons brein heeft dus niets te maken een eenzijdige verklaringsgrond voor menselijk gedrag maar je hebt het over een compleet ander en fysiek niveau => de processor.

    Sociale psychologie is de brug tussen sociologie en psychologie.

  4. 4

    ik denk dat de lage status van de sociale wetenschappen (ex economie) komt door de geringe externe validiteit en de recente schandalen wat betreft onderzoeksfraude.

  5. 6

    Hoogste tijd om de wijsbegeerte weer los te weken van die afschuwelijke prutsvakken waar leugens, fraude, intimidatie de modus operandi vormen.

  6. 7

    @5: Ik twijfel niet; heb in de psychiatrie gewerkt en daarvoor ook een opleiding gehad.

    Heel simpel: je kan iemand met vliegangst cognitieve gedragstherapie geven zodat deze zijn angst overwint en dan werk je op het niveau van Sociologie/Psychologie => software/programmatuur, je kan iemand ook vanuit de neurowetenschap een pilletje geven zodat zijn processor niet op tilt slaat. Dat is gelijk het verschil tussen een psycholoog en een psychiater.

  7. 8

    Van Ostaijen ergert zich aan de bovenmatige aandacht in de laatste jaren voor biologie en neurowetenschappen als eenzijdige verklaringsgronden voor menselijk gedrag. Wij zijn veel meer dan ons brein.

    Ik snap niet hoe die tweede zin volgt uit de eerste. Zowel neurowetenschappen als gedagswetenschappen onderzoeken het brein. Ze doen dat alleen vanuit andere invalshoeken. Dat is volgens mij ook waar het punt van #1 op neerkomt.

    Vanuit de basale wetenschapsfilosofie is er ook wel wat aan te merken op: “Wij zijn veel meer dan ons brein”. Het is een niet-falsifieerbare hypothese en dus een onwetenschappelijke bewering. En zolang alle gedrag, gedachten en emoties vanuit het brein te verklaren zijn is er, volgens Occams scheermes, geen enkele reden aan te nemen dat er nog iets is.

  8. 9

    @8: Maar mensen zijn niet één brein, maar heel veel breinen die interacteren. Dat is het punt dat Van Ostaijen wil maken volgens mij, en dat betekent dat niet alle gedrag, gedachten en emoties vanuit één brein of persoon te verklaren zijn.

    Dat is natuurlijk ook zichtbaar aan de beperkte vorderingen die vanuit hersenonderzoek gemaakt worden om de problemen van mensen, laat staan de samenleving op te lossen.

    @7: Maar dat is nog steeds op het niveau van één persoon, de sociologie zit nog op een hoger schaalniveau: je kan ook een campagne starten om de veiligheid van vliegen onder de aandacht te brengen en daarmee het niveau van vliegangst in de samenleving verlagen.

  9. 10

    @9

    Maar mensen zijn niet één brein, maar heel veel breinen die interacteren. Dat is het punt dat Van Ostaijen wil maken volgens mij, en dat betekent dat niet alle gedrag, gedachten en emoties vanuit één brein of persoon te verklaren zijn.

    Dat zou kunnen. Maar dat is toch niet meer dan een open deur intrappen?

  10. 11

    @10: Omdat deze ‘open deur’ en vooral de implicaties daarvan nog al eens vergeten wordt door mensen die zich met één brein bezig houden.

    Jij doet dat zelf immers ook in #8, je impliceert immers dat je denkt dat alle gedrag, gedachten en emoties uit het brein te verklaren zijn. Maar ik ben het met je eens, het zou een open deur moeten zijn dat dat onzin is.

  11. 12

    @0: Als ik nou wat minder vaak op Sargasso zit, zou ik meer tijd moeten hebben om dingen uit dat prachtige fonds van Vantilt te kunnen lezen.
    *kijkt naar de inmiddels ondergestofte nog-te-lezen-stapel*

    @8: Wat niet mag betekenen dat je bij voorbaat verdere factoren uitsluit. Voor wat het brein maakt, kennen we erfelijke en (sociale) omgevingsfactoren, maar het laatste nieuws is dat wat we doen en laten en ergens van vinden (mede) door bacteriën/ de spijsvertering wordt gestuurd. Dus iedereen op het juiste dieet en we doen weer aardig tegen elkaar…

    @10: Hoeveel wetenschappelijk onderzoek is (in elk geval voor het publiek) niet meer dan beredeneerd vaststellen van wat iedereen eigenlijk al wist?

  12. 13

    @11

    Jij doet dat zelf immers ook in #8, je impliceert immers dat je denkt dat alle gedrag, gedachten en emoties uit het brein te verklaren zijn.

    Dat er interacties tussen breinen zijn is helemaal niet in tegenspraak met wat ik in #8 zeg.

    @12

    Natuurlijk wordt het brein door allerlei factoren beïnvloed. Maar ik geloof niet dat at heel veel afdoet aan het idee dat het brein het centrale besturingssysteem is voor gedrag, gedachten en emoties.

  13. 14

    @13:

    Maar ik geloof niet dat at heel veel afdoet aan het idee dat het brein het centrale besturingssysteem is voor gedrag, gedachten en emoties.

    Maar daarmee heb je gedrag, gedachten en emoties nog niet verklaard. Voor de verklaring heb je toch echt ook andere schaalniveaus nodig, waaronder die van de samenleving, en dat is dus wel in tegenspraak met wat je in #8 beweert.

    Het is heel modern om de mens primair als individu te zien (en daarbij ook nog eens te reduceren tot het brein). Zonder andere mensen zal een individu in de regel niet lang overleven

  14. 15

    @9: Dat klopt als die vliegangst wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld een terreuraanslag, niet bij zoiets als hoogtevrees.

    Maar neurowetenschap is als het goed is altijd gericht op het individu; we stoppen nog niet collectief tranquillizers in ons drinkwater.

  15. 16

    @ veel mensen hierboven: “we zijn meer dan ons brein” is in reactie op het (populaire) boek We zijn ons brein, van Swaab. Ik heb het niet gelezen, maar als ik het goed begrijp heeft dat juist wel als invalshoek dat alles te verklaren is uit de samenstelling van het brein, neurowetenschap, etc.

  16. 18

    Maar daarmee heb je gedrag, gedachten en emoties nog niet verklaard.

    Volgens Newton is de zwaartekracht de aantrekkingskracht tussen massa’s. Volgens Einstein is het kromming van de ruimtetijd. Volgens Erik Verlinde een emergent verschijnsel vanuit de kwantumwereld. En daarmee is, ook als Verlindes theorie bevestigd zou worden, de zwaartekracht nog steeds niet helemaal verklaard. Met andere woorden: dat een theorie of hypothese geen volledige verklaring geeft is nog geen reden om hem te verwerpen.

    Het is heel modern om de mens primair als individu te zien (en daarbij ook nog eens te reduceren tot het brein).

    Daar zit ‘m dus het probleem. Je ziet een wetenschappelijke verklaring – het brein als centrale besturingssysteem – als waarde-oordeel: de mens gereduceerd tot het brein. Voor mij handt dat waarde-oordeel helemaal niet vast aan die verklaring. En ik vind het ook geen reden om de mens primair als individu te zien: ons brein maakt ons tot de sociale wezens die we zijn.

    Als je vindt dat de maatschappij te ver is doorgeslagen naar individualisme, dan ga ik daar een heel eind in mee. Maar ik vind niet dat je de wetenschap op een oneigenlijke manier voor je karretje moet spannen om dat punt te maken. En dat ligt in #0 wel een beetje op de loer, is mijn indruk.

  17. 19

    @16

    Volgens mij is het punt van Swaab dat menselijk gedrag, bewustzijn, gedachten en gevoelens allemaal te verklaren zijn vanuit het brein. Er is dus niet een ander, metafysisch iets, een ziel of zo, nodig om dat alles te verklaren. Als je er op een wetenschappelijke manier naar kijkt, tenminste.

    Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet in iets hogers zou mogen geloven. Maar pogingen om een wetenschappelijk sausje over een dergelijk geloof te gieten zijn nooit overtuigend.

  18. 20

    @14: @16: dank, dit is precies waarom ik dit boekje onder de aandacht wilde brengen; en niet @18: omdat ik een punt wilde maken tegen het individualisme, maar omdat het niveau van de samenleving, de sociale structuren, de onderlinge relaties en de sociale interactie in de analyse van en het publieke debat over het dagelijkse gebeuren ondergesneeuwd raakt. Kijk eens naar de politiek. Het gaat over persoonlijke karaktertrekken en drijfveren van politici, zelden over milieu, netwerk, opvoeding, referentiekader, de rol die ze spelen, etc.

  19. 21

    @5: Een Diederik Stapel. Denk niet dat er meer gefraudeerd wordt in de sociale wetenschappen, wel dat men er sneller/makkelijker achterkomt.

  20. 22

    @2 @1 en @18 en anderen,
    De theorie dat menselijk gedrag vooral vanuit de ons brein verklaart moet worden is vrij dominant in de cognitiewetenschap (mijn vak) maar ook niet onomstreden. Wat er ook in meespeelt is het idee dat het meten van hersenprocessen hardere data oplevert en dus ‘echtere’ wetenschap produceert. (ik denk dat dat een misvatting is). De frauderende sociaal psychologen helpen natuurlijk niet mee. Maar de sociologie van bijv Goffman gaat over hele andere dingen. En die blijveb te vaak onderbelicht. Sociaal gedrag is ook niet eens puur de combinatie van meerdere individuele breinen. Stel nou er is een pasgeboren kind. De fotos gaan al direct rond in de familie-app. Dat kind (brein) wordt geboren in een bestaand sociaal milieu. De ouders ‘maken’ het kind al veel eerder tot een individu, met een identiteit, dan dat dat kind dat zelf kan. En die ouders doen dat vanuit hun normen, waardern, gewoonten cultuur en met de voor hen beschikbare technologie. Als het brein een grote patroonherkenner is, wat voor patronen gaat het babybrein dan vormen? Wij zijn niet ons brein. Ik vind “Wij zijn ons” een briljante titel.

  21. 23

    @16

    Dat wij ons brein zijn, dat denk ik ook wel eens als ik links of rechtspopulisten hoor orakelen. De kilheid..

    Gelukkig heeft de mens ook nog een hart. Ik wel tenminste. Soms ben ik mijn hart.

  22. 24

    @22

    Als je meent dat wat jij zegt in tegenspraak is met wat ik zeg heb je me niet begrepen. Neem het voorbeeld van de baby. Natuurlijk wordt die in belangrijke mate beïnvloed door de omgeving en dan met name de ouders. Ontwikkeling van persoonlijkheid en van het brein (letterlijk, want er ontstaan allerlei nieuwe hersenverbindingen) gaan samen, grotendeels op basis van wat er van buitenaf wordt ingestopt.

    Je creëert een valse tegenstelling door die dingen tegenover elkaar te stellen. Het zijn twee kanten van de medaille.

  23. 26

    @23

    Dat wij ons brein zijn, dat denk ik ook wel eens als ik links of rechtspopulisten hoor orakelen. De kilheid..

    Gelukkig heeft de mens ook nog een hart. Ik wel tenminste. Soms ben ik mijn hart.

    En verder worden de elementen vuur, water, aarde en lucht enorm onderbelicht binnen de scheikunde. En hebben aderlaten, blarentrekken en bloedzuigers aanbrengen een enorme klap gehad door Big Pharma.

    God moge me bewaren dat ik ooit een harttransplantatie nodig zou hebben en er een van zo’n populist zou moeten krijgen. Ik zou er toch kil van worden.

  24. 27

    @26

    Inderdaad, scheikunde is ook al niet meer wat het was. Vuur, water, aarde en lucht kon ik nog bevatten. Maar toen ze op school over het periodiek systeem begonnen, haakte ik af. Waar heb je dat nou voor nodig? Alchemie was toch ook goed? Onze samenleving rationaliseert zichzelf weg en daarmee ook de menselijke maat.

  25. 28

    @24: Jij bent degene die de tegenstelling creëert in #8, en nu is dit ineens een ‘valse tegenstelling’?

    Volgens mij is er wel degelijk nog een fundamenteel verschil van inzicht, namelijk dat jij als puntje bij paaltje komt wel degelijk van mening bent dat al ons gedrag, gedachten en emoties verklaard kunnen worden door ons brein, zoals je zelf in #8 zegt.

    Dat is niet waar, uiteindelijk zijn ons gedrag, gedachten en emoties alleen te verklaren als je ook de context onderzoekt, bijvoorbeeld vanuit de sociologie.

  26. 31

    @28

    Je zegt dat ik een tegenstelling creëer en herhaalt vervolgens de valse tegenstelling waar ik op wijs.

    Ik ontken helemaal niet dat context belangrijk is en dat die context ook onderzocht moet worden om gedrag, gedachten en emoties te begrijpen. Ik wijs er juist op dat die constatering helemaal niet in tegenspraak is met “wij zijn ons brein”. Context heeft namelijk (aantoonbaar) invloed op het brein.