Uit de jeugdzorg | Glas

COLUMN - Met de feestslinger nog in mijn hand, spring ik van het trappetje. Maar ik ben te laat, Ashley gaat door de ruit. De scherven vliegen door de lucht en gillend van de pijn trekt ze een stuk glas uit haar schouder. Voorzichtig, maar zo snel mogelijk schuif ik het glas opzij en doe ik de deur open. Door de gebroken ruit heb ik al gezien dat ze gelukkig haar arm nog kan bewegen.

De schrik is groot, maar de schade valt op het eerste gezicht mee. Er stroomt bloed uit de wond, maar met een doek is het goed te stelpen. Uiteraard moet het gehecht worden, maar het is avond en mijn collega is al naar huis. Gelukkig hebben we een geweldige buurman, die op dit soort momenten klaarstaat. Hij brengt Ashley naar de huisartsenpost. Evita gaat mee, de ruzie van twee minuten eerder is ze spontaan vergeten.

Evita hielp mee om de slingers voor een jarige medebewoner op te hangen. Ashley vroeg haar stijltang te leen, maar Evita weigerde. ‘Zak in de stront!’ is Ashleys reactie. Ze loopt ondertussen de trap op, naar haar kamer. ‘Wát zeg je?!’, reageert Evita. De felheid waarmee ze dat zegt, heeft ze al sinds ze vanochtend hoorde dat ze blijft zitten. Daarom vroeg ik juist haar om me te helpen. Dan zou ze niet tegelijk met Ashley boven zijn, want die twee zijn vaak water en vuur.

‘Je hoorde me wel, kutwijf,’ roept Ashley vanaf de trap. Dit gaat fout. ‘Niet reageren, ik spreek haar straks wel aan,’ zeg ik tegen Evita. Maar daar heeft Evita geen boodschap aan. ’Je móeder is een kutwijf!’ roept ze. Er klinkt een hoop gestamp, Ashley is onderweg naar beneden. Wóest is ze. Kom niet aan haar moeder. Evita wordt nu bang. Ze rent naar de deur in een poging Ashley buiten de huiskamer te houden. Ik spring van het trappetje, maar nog voor ik de deur haal, vliegt Ashley al door de ruit.

Voor ik het glas opruim ga ik even zitten om bij te komen. Gelukkig hebben de anderen er weinig van meegekregen. Maar bij mij zit de schrik zit er behoorlijk in. Dit had veel erger af kunnen lopen.

Bovenstaand verhaal speelde zich jaren geleden af, toen we nog alleen op de groep stonden. Over het algemeen was dat destijds goed te doen. Maar gelukkig werken we tegenwoordig op leefgroepen zoveel mogelijk met z’n tweeën. Echt geen overbodige luxe. Veel meer dan vroeger gaat er tijd op aan verantwoording. Ieder telefoontje, ieder oudercontact, ieder werkpunt moet gerapporteerd worden.

De kinderen in mijn leefgroep merken de recente veranderingen. Zo hebben ze hebben afscheid moeten nemen van hun buurkinderen. De naastgelegen groep is gesloten en de kinderen zijn overgeplaatst.

Als gevolg van de nieuwe Jeugdwet zijn inmiddels behoorlijk wat leefgroepen gesloten. Dat betekent dat de doelgroep voor 24-uursopvang steeds zwaarder wordt. Kinderen blijven zo lang mogelijk thuis, of in ieder geval binnen hun eigen netwerk wonen.

Over het algemeen een goede ontwikkeling. Zolang er voor de kinderen die uit huis worden geplaatst goede opvang blijft bestaan. En mits er genoeg formatie-uren blijven, zodat je op een leefgroep met acht kinderen tijdens de drukste uren met z’n tweeën staat. Want incidenten, zoals hierboven beschreven, wil niemand.

De buurman is helaas onlangs verhuisd. Gelukkig hebben we tegenwoordig wél beveiligd glas.

Alle cliëntnamen zijn gefingeerd.

Roselinde van Berkel is pedagogisch medewerker bij TriviumLindenhof, een jeugdzorginstelling in Zuid-Holland. Ze is auteur van het boek Sannah! en schrijft voor Sargasso over de jeugdzorgpraktijk van binnenuit.

  1. 2

    Dank je wel voor je reactie, Joost!

    Als voorkomen kan worden dat kinderen onder toezicht gesteld worden, lijkt me dat over het algemeen een goede ontwikkeling. Maar ik denk niet dat het om cijfers gaat. Helaas waren er ook in 2014 gezinnen die bekend waren bij hulpverleningsinstanties, misschien zelfs een vrijwillige opvoedcursus volgden, maar waar kinderen de dupe zijn geworden van huiselijk geweld. Of dat voorkomen had kunnen worden door een ondertoezichtstelling (al dan niet gepaard met een uithuisplaatsing) zullen we nooit weten. Maar nu is het in ieder geval dramatisch afgelopen.

    Wat ik een goede ontwikkeling vind, is dat er steeds meer gekeken wordt naar de hulp die het netwerk kan bieden. Als een buurvrouw of een tante af en toe wat ondersteuning kan geven, is dat voor een gezin vaak minder ingrijpend dan wanneer een instantie dat doet. En als een budgetcoach een tienermoeder kan leren met geld om te gaan, vóór het gezin door een huurachterstand op straat wordt gezet, zijn we op de goede weg, vind ik.

  2. 4

    Zou dit geen gevolg kunnen zijn van de proef die in Utrecht (2012) van start is gegaan? Decentralisatie en indicatie arm. Doelstellingen : Er wordt gewerkt op basis van de volgende uitgangspunten:
    • Eén gezin, één plan, één regisseur.
    • Hulp zoveel mogelijk dicht bij de leefomgeving van de jeugdige en zijn
    ouders.
    • Versterken van de eigen kracht.
    • Zo min mogelijk bureaucratie.

    Mijner inziens een veel beter alternatief dan het systeem wat we nu beoefenen.
    Omdat de proef in Utrecht met zeer goed gevolg is afgesloten, word deze nu in meerdere gemeentes toegepast. Hulde !

  3. 5

    @3: Ik heb zelf ook een hekel aan jeugdzorg, maar ik probeer altijd met argumenten mijn punt duidelijk te maken. In jouw reactie lees ik alleen maar een boel scheldwoorden op een rij, en iik proef vooral erg veel frustratie waar ik ook erg goed in kan komen wanneer men met BJZ te maken heeft. Maar wat is nu precies je punt?