Onvoorwaardelijk vertrouwen in de wetenschap

OPINIE - De discussie over de Wetenschapsvisie 2025 blijkt steeds meer te gaan over de academische vrijheid. Waar is die eigenlijk goed voor? Is het wel verantwoord om wetenschappers van belastinggeld zomaar vertrouwen te schenken? Moeten zij zich niet net als iedereen verantwoorden?

Dit weekeinde schreef de Groningse psychologe Trudy Dehue er een column (€) over in NRC Handelsblad.  “Er is (…) geen enkele andere maatschappelijke sector die andermans geld vrijelijk mag besteden en daarmee ook nog andermans heden en toekomst mag bepalen”, schrijft ze daarin, en ze stoort zich aan academici die “vanzelfsprekend vertrouwen op[eisen], terwijl vertrouwen nooit onvoorwaardelijk kan zijn en bovendien door nogal wat wetenschap met haar zucht naar geld of eer flink op de proef wordt gesteld.”

Je hoort het vaker en het klinkt op een bepaalde manier redelijk. Wie denken die academici wel dat ze zijn, dat zij wel zomaar mogen doen waar ze zin in hebben terwijl ieder ander de hele dag rapporten moet schrijven waarin hij verantwoord wat hij doet? Dehue maakt bovendien de kachel aan met sommige tegenwerpingen.

Ziekte

Als ik het goed zie, gaat dat in drieën. Zo vrij zijn in de eerste plaats veel onderzoekers ook weer niet: vaak laten ze zich leiden door ‘zucht naar geld of eer’. In de tweede plaats is het een illusie om te denken dat wetenschappers ‘de’ werkelijkheid blootleggen; zij geven deze eerder vorm. En in de derde plaats kunnen onderzoekers er wel steeds op wijzen dat veel grote ontdekkingen op een toevallige manier zijn ontstaan, maar het is “een reële vraag hoe lange tijd de kostbare belofte van toevalscreaties een belofte mag blijven”.

Ik geloof dat Dehue hierbij het belangrijkste argument voor de academische vrijheid over het hoofd ziet. Dat is ook niet zo vreemd, want het argument wordt betrekkelijk zelden genoemd: de noodzaak van tegenspraak. Een gezonde samenleving is gebaat bij het koesteren van enkelingen die de hele tijd morrelen aan alles wat iedereen denkt. Alles moet altijd op losse schroeven staan, juist omdat wij als mensheid nog lang niet zo ver zijn dat we ‘de’ werkelijkheid kennen, en juist omdat we die werkelijkheid doorlopend vorm moeten geven. Als daarbij af en toe bij toeval penicilline wordt ontdekt, is het meegenomen; van belang is vooral dat er soms iemand eens op een andere manier tegen ziekte aankijkt.

Tenure

Voor zulke tegenspraak heb je mensen nodig die net een beetje buiten de maatschappij kunnen staan, en die daar niet afhankelijk van zijn. Wetenschap is een van de instituties die een ontwikkelde samenleving daarvoor heeft ingericht; kunst is een andere.

Het mooiste systeem is daarom het Amerikaanse, van tenure: je stelt mensen die zich eenmaal bewezen hebben – jarenlang keihard gewerkt en daarbij mooie dingen gedaan – aan voor altijd zonder nog ooit aanvullende eisen te stellen. Je vertrouwt ze, jawel, en je vertrouwt ze onvoorwaardelijk, zodat ze ongehinderd kunnen zeggen wat ze willen.

Zulke tenure bestaat overigens in Nederland niet. Wetenschappers moeten zich ieder jaar keurig verantwoorden in een functioneringsgesprek en worden dan op allerlei criteria beoordeeld. Doordat de wetenschap voortdurend gereorganiseerd wordt, is bovendien niemand zijn baan echt zeker. (Ook in Amerika staat het systeem door de opkomst van het georganiseerde wantrouwen dat managerscultuur heet overigens onder druk.)

Uitzonderingspositie

Je zou dergelijke tenure misschien aan bepaalde kunstenaars kunnen geven. Ik denk dat je hem in ieder geval aan wetenschappers zou kunnen geven. Natuurlijk weten zij niet wat ‘de’ werkelijkheid is, maar wel is een groot deel van de westerse maatschappij opgebouwd op het relatieve succes van de wetenschap in het zo goed mogelijk benaderen van die wetenschap. Dat rechtvaardigt de uitzonderingspositie.

Jazeker, dat geeft een uitzonderingspositie aan een kleine groep mensen, die het dus nu juist niet met de meerderheid eens hoeven te zijn. De hoop is dat die mensen zoveel mogelijk dingen gaan doen waar andere mensen woedend van worden; dat ze onzinnige ideeën naar voren schuiven, waar een heel enkele keer penicilline uit voortkomt, en nog net iets minder vaak een totale verschuiving van ons wereldbeeld.

Ik durf te beweren dat die ene keer het waard is, ook al is zelfs professor Dehue dat niet met me eens.

  1. 2

    @0: Die Trudy Dehue is natuurlijk ook alleen maar uit op een goede managerial positie binnen de universitaire wereld: je kunt beter manager zijn dan onderzoeker. In het laatste geval wordt je er uit gegooid, in het eerste geval gooi je er uit.

    Je moet gewoon bij dit soort stukken even begrijpen waar de belangen liggen. En een psychologe is slim genoeg om haar wetenschappelijke collega’s af te zeiken en er zelf beter van te worden. Meerijden op de tijd. Go with the flow. En dus afknijpen die wetenschap. Je eigen nest bevuilen.

    Of ze is gewoon dom.

    Kijk welke maatschappelijke positie ze over tien jaar heeft: dat is vast geen onderzoekspositie. Ik gok op een maatschappelijk relevante positie. Uitknijper van mensen of zoiets.

    @1: Misschien is dat hun intellectuele aanpak en verwachten ze dat iemand het oppikt en die Trudy Dehue van katoen geeft.

  2. 3

    Als wetenschapper ben ik alleen maar bezig mijn werk te verantwoorden: aan mijn afdelingshoofd, aan mijn promovendi, aan mijn instituut, aan mijn geldschieters. Voor deze laatsten, in mijn geval vaak collectebusfondsen, schrijf ik eerst een subsidieaanvraag (inclusief “lekensamenvatting” en een paragraafje over hoe mijn onderzoek de patient helpt), dan jaarlijkse rapportages, en tenslotte een eindrapportage. Dan moet er ook nog een accountantsrapport bij. Dan ga ik mijn data publiceren, dan mag ik het verantwoorden aan de reviewers en de editors. En daarna mag iedereen er op schieten omdat het natuurlijk “open source” is gepubliceerd met online kritieken. Blijkbaar gaat dat bij psychologie anders, maar dat zouden ze in Groningen (en Tilburg) moeten weten..

  3. 4

    Ik denk dat de context van Trudy Dehue niet goed begrepen wordt. De Correspondent heeft een interview met haar gedaan, lees en luister: https://decorrespondent.nl/1644/Podcast-De-strijd-van-Trudy-Dehue-tegen-de-standaardisering-van-alles/115890084288-7a21d7f2

    Tenure is overigens een goede bescherming tegen publicatiedwang en dergelijke, maar is niet genoeg om een aantal maatschappelijke problemen in de omgang van ons met de wetenschap op te lossen.
    Zo plaatsen wetenschappers de werkelijkheid vaak buiten zichzelf, en erkennen niet dat zij, alleen al door hun onderwerpkeuze, de werkelijkheid mede vormgeven. Dat ligt makkelijker in wetenschappen die ver van de mens staan, in de medische wetenschap is dat een wezenlijk punt. Zij noemt daarbij de DSM-V als belangrijk punt – en ook al kun je roepen dat die versie zwaar gesponsord wordt door de farmaceuten, de wetenschap / de wetenschappers zelf volgen de basis dat stoornissen objectief gekwantificeerd kunnen worden, en doen alsof het iets is dat los staat van de context van maatschappij, kennis, meetmethodes etc.

    Tenure zegt ook niks over mensen die niet zozeer geld maar aanzien en status willen hebben, niet omdat ze dat nodig hebben maar omdat ze dat willen. Op die manier moet je zeker scherp blijven, en moet je vooral ook het wetenschappelijk discourse en de discussie over integriteit levend houden

    Dat zijn zinnige vragen, en ik vind dan ook dat Trudy Dehue behoorlijk tekort gedaan wordt in #0 en zeker in #2. Luister alsjeblieft het interview van de Correspondent.

  4. 5

    @3: misschien een idee dat ik enige tijd geleden had nav een maat die over hetzelfde klaagde, en m.i. terecht want hij was naar schatting 20% van zijn tijd bezig met deze mallemolen: laat een universiteit zelf op basis van eerder behaalde onderzoeksresultaten de financiering regelen. Dat splitsen ze zelf maar op naar faculteit of naar vakgroep. De onderzoekers houden dan meer tijd over voor hun eigen werk.

  5. 6

    @3: Heel herkenbaar. Wat het doet voor de kwaliteit van wetenschap wanneer politiek/financieel gemotiveerde lieden de geldstromen sturen kun je zien aan de klimaat’wetenschap’.

    Hoe het is gesteld met onderwerpen die ik niet inhoudelijk kan beoordelen weet ik niet. Echter het geval Stapel doet vermoeden dat het breder is dan alleen klimaat.

    Ik heb op deze site vaak gepleit de integriteit en onafhankelijkheid van wetenschapsbeoefening te laten prevaleren boven de korte termijn politieke doelen. Goed om te lezen dat er nu ook in NRC wat aandacht voor komt.

  6. 7

    @4: Een goede relativering van #0 en ik wil in die zin best #2 terugtrekken. Maar heeft #0 nu geheel ongelijk? Want #0 gaat over een stuk in het NRC (wat ik niet kan lezen) met een duidelijke quote waarop wij kunnen reageren.

    Wellicht ben ik kort door de bocht maar ik reageer op #0 met de quote en niet op een mij onbekend interview van 40 minuten waar ik de tijd niet voor heb.

    Dus prima dat ik het mis kan hebben, geen probleem.

  7. 8

    Ik heb Dehue ook in de NRC gelezen en dat interview behoeft geen nuancering. Zij gaat in dat interview een heel eind mee met de afbraakvoorstellen die er nu liggen. Ik ga er van uit dat iemand een dergelijk interview kan nalezen voordat het gepubliceerd wordt en reken dus wel degelijk haar de denkbeelden aan die ze daar verkondigt (tenzij ze publiekelijk corrigeert).

    Wat heel veel mensen over het hoofd zien is niet de vrijheid die wetenschappers zichzelf toemeten, een vrijheid die bovendien beperkt is. Wat we om zeep aan het helpen zijn is dat we jongeren/studenten opleiden om zelfstandig en onafhankelijk te denken. Wetenschap is geen doel op zich in de universiteiten, het is een middel om nieuwe generatie mensen op te leiden.

    Het past in het huidige tijdsbeeld waar ik ministers, ondanks mooie papiertjes, vooral op een hbo denkniveau bezig zie. Geen kritische zelfreflectie, niet in staat tegenwerpingen op het zoveelste ideologisch gedreven beleidsplan te analyseren of er argumenten zijn die ze tot nadenken zouden moeten zetten.

    En even voor de duidelijkheid, ik beweer niet dat universiteiten het walhalla zijn van onafhankelijk denken, maar de onderdelen daarin die de functie hebben word al enkele decennia grondig de nek omgedraaid. En daarmee het kritisch denken en het kritisch leren denken. Dat is voor mij de enige basis voor vooruitgang. De politiek zit voor mij vast omdat ze zo grondig onafhankelijke en kritische geesten weet buiten te selecteren.

    Trudy Dehue vind het allemaal best blijkens haar publieke interview en ik vind dat dat niet weersproken kan blijven.

  8. 9

    @0: “Een gezonde samenleving is gebaat bij enkelingen die morrelen aan alles wat iedereen denkt”
    – Dat getoetst aan de huidige wetenschappers, dan is het slechts met de wetenschap gesteld, die vooral gevestigde belangen steunt. Grote bedrijven laten onderzoek, dat ze voorheen zelf deden en betaalden, door de universiteit / hogeschool doen vooral op kosten van de samenleving.

    @6: “het geval Stapel doet vermoeden dat het breder is dan alleen klimaat”
    – alles op een hoop gegooid …