Moraal zonder religie IV | God is dood

ANALYSE - In deze zevendelige serie op zondagochtend probeert Klokwerk erachter te komen of er een moraal mogelijk is zonder religie. In het vorige deel werd hopelijk duidelijk dat de wetenschap ons in deze zoektocht helaas niet kan helpen, terwijl de moderne westerse verlichtingsfilosofen ook grote moeilijkheden blijken te hebben met het formuleren van een moraalleer. In dit deel verleggen we de aandacht naar de filosoof Nietzsche, die beroemd is geworden met zijn verklaring dat God dood zou zijn.

De meeste mensen kennen Nietzsche als de filosoof die God dood verklaarde. Sommigen kennen ook zijn uitspraak dat de wereld de wil tot macht is. Maar wie hem ziet als een atheïst wiens filosofie makkelijk te gebruiken is door onderdrukkers begrijpt hem verkeerd.

Met de uitspraak ‘God is dood’ wil Nietzsche ons niet alleen leren dat er geen God bestaat zoals in het Christendom. In het Christelijke westen heeft de Godsdienst altijd gefunctioneerd als ijkpunt voor een absolute objectieve waarheid. Met de uitspraak dat God dood is, stelt Nietzsche dat we in de toekomst moeten leren leven met het besef dat er geen absolute objectieve waarheid kan bestaan.

Wat is waarheid?

Ooit liepen we als beesten over deze aarde, niet of slechts minimaal communicerend. Toen moet het begrip “waarheid” nog onbekend zijn geweest, juist omdat wij nog niet zoiets als een onwaarheid kenden.

Toen mensen begonnen te communiceren moeten ze elkaar vaak vol ver­wondering hebben aangekeken, omdat ze erachter kwamen dat hun waarheden niet altijd met elkaar bleken te rijmen. Op dat moment zijn natuurlijk woorden als “leugen” en “onwaarheid” ontstaan. En wanneer wij geconfronteerd worden met verschillende beelden van de werkelijkheid is het natuurlijk gemakkelijk ook een waarheid aan te nemen.

Maar wat is die waarheid? De westerse filosofie is daar sinds Plato, dus al 2400 jaar, naar op zoek. Maar waarom zou er eigenlijk zo een waarheid bestaan? Dat is helemaal niet zeker. En als er al een onafhankelijke en objectieve waarheid zou zijn, dan nog kunnen we die enkel via onze ervaring kennen. Tussen ons en de waarheid zit dus altijd en eeuwig onze eigen ervaring als mogelijke bedrieger. Het kan dus allemaal niet echt waar zijn wat we weten.

Nietzsche’s wereld

Nietzsche ziet de echte achterliggende werkelijkheid als een volslagen zinloos en redeloos gebeuren. Er bestaat in werkelijkheid geen orde, geen regelmaat, geen structuur.

De werkelijkheid is daarmee per definitie onbegrijpelijk, en gevaarlijk bovendien. Er zijn daarom dus ook geen zekerheden mogelijk, en is er ook geen absolute waarheid.

Toch willen we overleven. En dat kunnen we slechts door de werkelijkheid te interpreteren. Dat doen we met de rede. Maar omdat de werkelijkheid fundamenteel onredelijk is, doen we haar daarmee al geweld aan. Alle kennis is dus niet alleen subjectief in de zin dat het afhangt van onze beperkte blik, maar ook in de zin dat het gevormd is door ons eigenbelang.

Nietzsche en sociaal Darwinisme

Het relativisme in de filosofie was al voor Nietzsche heruitgevonden. Maar Nietzsche is dé filosoof die hier de uiterste consequenties aan wilde verbinden, en dan niet alleen op het gebied van de kennisleer, maar vooral de consequenties daarvan voor de moraal.

De evolutieleer, die in Nietzsche zijn tijd gloednieuw was, heeft een diepe invloed op zijn gedachten gehad. Hij gebruikte hem voor het beschrijven van de ontstaansgeschiedenis van de moraal. Nietzsche verklaarde de moraal als gedefinieerd door de heersende groep in de samenleving. Het sterkste bepaalt dus wat goed is. Sterker nog, het bepaalt zelfs wat waar is.

Nietszsche is met deze visie een berucht filosoof, en werd en wordt daarmee door veel mensen geïnterpreteerd als een legitimatie voor sociaal Darwinisme en zelfs fascisme. Onterecht. Wie Nietzsche echt leert kennen begrijpt dat zijn moraal absoluut geen verheerlijking is van onderdrukking. Nietzsche zijn filosofie is een zoektocht naar de betekenis van moraal, en de mogelijkheden daarvan na het verdwijnen van elke zekerheid. Hoe kan een mens leren omgaan met de vrijheid die het wegvallen van elke zekerheid geeft?

Het grootste misverstand omtrent Nietzsche treedt op waar mensen zijn moraalgeschiedenis gaan opvatten als een moraalleer. Met name wanneer zij zichzelf dan ook nog eens de rol van “de sterkste” toekennen, zoals de nazi’s dat deden. Deze interpretatie gaat volledig voorbij aan de fundamentele twijfel waar het Nietzsche juist om te doen is. Nietzsche twijfelt aan alles, en zeker aan zichzelf. Niet alleen ziet hij de wereld als een strijdtoneel van continu veranderende krachten, ook het individu is geen eenheid maar een strijdtoneel. Dramatisch als hij is heeft hij dan ook één advies dat vaak in zijn werk doorklinkt: ga aan jezelf ten gronde.

Sociaal Darwinisme

Maar los van Nietzsche, is het sociaal Darwinisme niet geschikt als basis voor een moraal? Het antwoord is nee. Het Darwinisme is zeer nuttig voor de beschrijving van de geschiedenis van de moraal, maar voor de ontwerp van een moraal is het ongeschikt. Wat uiteindelijk zal overwinnen valt namelijk niet altijd te voorspellen. Dit hangt soms af van fysieke factoren, soms van intellectuele kracht, maar net zo vaak van geluk of pech. Darwinisten zeggen dat het afhangt van aanpassing. Maar wanneer is iets aangepast? Er is geen maatstaf te geven.

Daarom kan het Darwinisme altijd pas achteraf zeggen wat nu de moraal van het verhaal was. Het idee van een moraal is echter juist dat het een maatstaf is om van te voren te kunnen bepalen wat goed en slecht is. Omdat de evolutietheorie alleen verklaringen achteraf geeft, kunnen we er dus geen moraal mee ontwerpen.

Een religieus mens

Terug naar Nietzsche. Het zal velen verbazen, maar uitgerekend Nietzsche, die zichzelf spottend de antichrist noemde, noemt zichzelf in zijn geschriften een religieus mens.

Hij bedoelde dat echter niet in christelijke zin. Het aanbidden van een God noemt hij het zich afkeren van de wereld, verraad aan het leven.

Het religieuze gevoel van Nietzsche zit hem hierin dat hij religie zag als de zoektocht naar zichzelf en zijn eigen positie in de wereld. En voor Nietzsche was daarbij één ding heilig, en dat was het bestaan zelf. Tegen dat hele gebeuren kan men maar één ding zeggen. “Ja.” Het alternatief is niet-existeren.

In het volgende deel van ‘Moraal zonder religie’ beargumenteert Klokwerk dat er juist meer moreel houvast te vinden is in een wereld zonder absolute waarheid dan in een wereld met.

  1. 1

    Weer een mooi artikel, volgende keer Richard Rorty of Bruno Latour erbij betrekken? Die laatste leeft nog, maakt het nog iets interessanter.

  2. 2

    Als je het over Nietzsche en moraal gaat hebben, dan kun je er niet omheen dat Nietzsche de moraal – zoals wij moraal verstaan – herleidt tot ressentiment. Ressentiment van de massa’s zwakkeren, die met hun morele geboden wraak nemen op de krachtigen (dwz degenen die wél hun leven in eigen hand nemen) door hen te onderwerpen. Niet via een eerlijk gevecht, maar door middel van een geniepige vorm van hersenspoeling.

    Dat is volgens hem de oorsprong van de christelijke moraal, met z’n nadruk op medelijden, altruïsme, hulp aan de zwakkeren in de samenleving.

    Voor de oude Grieken, zoals Aristoteles, werd het goede echter bepaald door ‘aristocratische’ deugden: dwz moed, kracht, karakter, schranderheid, eerlijkheid, doorzettingsvermogen.

    De nobele moraal stimuleert mensen om het leven in eigen hand te nemen door actie. De joodse en christelijke slavenmoraal onderwerpt de krachtigen echter aan een bestaan aan de ketting, door de eigenschappen die de krachtigen krachtig maken, en de handelingen die daaruit voortvloeien, te bestempelen als ‘slecht’ en ‘zondig’.

    Dat is, in een notedop, de kerngedachte van Nietzsches werk Genealogie van de Moraal. Het verbaast me dat dit in een opstel over Nietzsche en de moraal geheel ontbreekt.

  3. 3

    De evolutieleer, die in Nietzsche zijn tijd gloednieuw was, heeft een diepe invloed op zijn gedachten gehad. Hij gebruikte hem voor het beschrijven van de ontstaansgeschiedenis van de moraal.

    Welke passages bij Nietzsche heb je hierbij precies op het oog, Klokwerk?

  4. 4

    @2:
    Vind je niet dat dit al min of meer duidelijk wordt gemaakt wanneer sociaal Darwinisme is aangehaald?

    Ik bedoel, een blog is ook maar beperkt, Klokwerk zou met gemak een hele Studium Generale serie hier mee vol kunnen praten en dan zouden we nog steeds niet uitgepraat zijn over vlakken die gemist zijn. Desalniettemin waardeer ik het zeer dat filosofie een podium krijgt op Sargasso.

  5. 5

    @4 – Volgens Klokwerk heeft de evolutietheorie diepe sporen getrokken in het denken van Nietzsche, maar in wat ik van Nietzsche heb gelezen, ook over de moraal, vind ik daar weinig van terug.

    Ik heb voor de gelegenheid maar even een dikke Nietzsche-bloemlezing uit mijn kast getrokken, en het valt me op dat de goede man Darwin, de evolutietheorie en de struggle for life maar een handjevol keren noemt, en waar hij het noemt, vooral misprijzen uitdrukt.

    Dus Klokwerk moet toch eens uitleggen hoe hij erbij komt dat de evolutietheorie “diepe invloed” op het denken van Nietzsche heeft gehad.

    Want ik krijg de indruk dat dit pure inlegkunde is.

  6. 7

    @Amateur C: Dank, maar ik vrees dat ik je moet teleurstellen. Ik wilde eigenlijk zo weinig mogelijk namen noemen, maar Nietzsche leek mij een essentiële. Inderdaad, helaas, ik moet kiezen. Noodzakelijkerwijze blijft dit verhaal dus beperkt.

    @Prediker: Ik heb het hele stuk van de slavenmoraal een herenmoraal er inderdaad uitgelaten. Ik had het er eerst wel in staan: werd te lang. Ook interessant dat Nietzsche de democratie gewoon als een verlengstuk van de Christelijke slavenmoraal zag. Ik heb deze beperking echter bewust gemaakt, hiermee dus niet de hele Nietzsche besprekend. Het ging mij hier vooral om zijn punt van de samenhang tussen relativisme en moraal. Maar dank voor de aanvulling!

    Overigens zit Nietzsche diep in de natuurlijke selectie. Uit mijn hoofd komt hij hier onder andere in la Gaya Scienza mee als het gaat over het ontstaan van kennis. Overigens loog ik een beetje: de evolutieleer is een stuk ouder dan Darwin. Het idee van de mens die zich ontwikkelt uit vissen speelt al in de zesde eeuw voor Christus bij Anaximander. In de tijd van Darwin en Nietzsche waren er veel versies van ontwikkelingstheorieën. Die via natuurlijke selectie is er één van die ook in Nietzsche zijn werk sterk terugkomt. Het idee dat specifiek Darwin grote invloed zou hebben gehad op Nietzsche klopt dan ook niet. Dank ook voor deze opmerking.

    @Stoeth: Kant heb ik de vorige keer al even genoemd. Veel te snel natuurlijk, maar goed, de beperkingen he…

  7. 8

    @Prediker: Even nagezocht: In “de Vrolijke Wetenschap (Gaya Scienza)” eerste boek, al 1 en 4 bijvoorbeeld. Waarin Nietzsche betoogt dat dat wat schadelijk is voor de soort niet kan bestaan – dus ook zogenaamde “slechte” eigenschappen behoren tot de economie van het behoud van de soort. Dit is een voorbeeld, later komt hij op het punt van overleven als basis van kennisverwerving, volgens mij in hetzelfde boek… alleen kon ik dat zo snel niet vinden. Enfin, ik zie wel verwantschap dus :).

  8. 9

    Darwin heeft Nietzsche duidelijk geraakt met zijn evolutietheorie.

    http://santitafarella.wordpress.com/2009/12/26/what-did-friedrich-nietzsche-take-from-charles-darwin/

    Hij rebelleert er wel tegen.Wat hij er op tegen heeft begrijp ik eerlijk gezegd niet zo goed. De verklaring die ik op dit moment heb dat dat een vorm van Duits nationalisme is en een vorm van zich afzetten tegen het dominante Britse imperium.

    Darwin is meer een wetenschapper, Nietzsche de filosoof.

    Nietzsche contra Darwin:
    http://www.jstor.org/discover/10.2307/3071129?uid=2&uid=4&sid=21101627281627

  9. 10

    @9: “Darwin is meer een wetenschapper, Nietzsche de filosoof.”

    Eh…
    1. Wetenschapper versus filosoof?
    2. Welke filosofie behoort dan niet tot de wetenschappen? En als filosofie geen wetenschap is, wat is het dan wel?
    3. Nietzsche was primair filoloog en raakte van daaruit geinteresseerd in de filosofie. Zelfs als je de filosofie niet als vorm van wetenschapsbeoefening zou willen aanvaarden, dan nog staat dat Nietzsche wel primair wetenschappelijk was opgeleid.

    @7 Gemist. Klik doet.

  10. 11

    Onze moraal is het product van redelijk denken. Onze gedragsregels zijn bedacht door profeten en filosofen. En we leven inmiddels al zo lang met een bedachte moraal, dat we denken dat onze moraal enkel door het denken is bepaald. We hebben het gevoel dat ons denken los staat van onze gevoelens, ja zelfs dat die gevoelens het denken hinderen. En wat doet dat denken? Het probeert algemene problemen te ontdekken en daar algemene oplossingen voor te bedenken. Het denken generaliseert. Als er iemand vermoord wordt, vermoedt het denken dat er in ieder van ons een moordenaar schuilt. En als iemand zich meer welvaart toe-eigent dan zijn medemensen, denkt het denken dat we gedreven worden door hebzucht. We verzinnen economische theorieën die uitgaan van de hebzucht van de mens. En we beschouwen die als norm voor ons handelen. Als ons gevoel daartegen protesteert, vinden we dat dat gevoel niet zo moet zeuren. Ons redelijke denken zegt immers dat het zo moet. Zo vergeten we dat we sociale wezens zijn, daartoe voorbestemd door onze biologie. En omdat we tegen onze aard in handelen, geraken we van de ene crisis in de andere.

    Gelukkig zijn er nu ethologen als Frans de Waal die ons laten zien dat we van nature sociaal zijn, en ons ook tonen wat dat inhoudt, een sociale diersoort. Ze vertellen ons hoe de bonobo’s omgaan met conflicten en hoe ze onenigheden oplossen. En ze demonstreren ook dat die bonobo’s genetisch met ons verwant zijn. Die ethologen drukken ons met onze neus op onze ware aard: een schepsel dat niet kan bestaan zonder zijn soortgenoten. Ze laten ons zien hoe je zou moeten samenleven, en wat er fout gaat, als je daarbij die aard verloochent. Wat ze ons vooral laten zien is dat het niet de ratio is die normen stelt, maar het gevoel. Want we worden geboren met een sociaal instinct. En in plaats van dat te ontwikkelen, proberen we het te onderdrukken. En daarmee vervreemden we ons van wie we zijn, met alle gevolgen van dien.
    -Kweetal-

  11. 12

    Nietsche was dus zelf een ressentiment iemand, beschreef zichzelf en was er niet gelukkig mee? (gedeeltelijk) waar? (en welk gedeelte?)
    Guppies in een ander artikel: grotere hersenen, een kleiner darmstelsel, minder nakomelingen, intelligenter. De guppies werden door de mens in deze situatie geholpen.
    Betrek dit op mensen: dan komt er een tijd dat de mensen genoeg hersenen hebben om te beseffen dat met genoeg nakomelingen de “ideale levenssfeer” kan blijven bestaan. Zoals de evolutie zijn gang gaat komt dit misschien. Inch’allah.
    De mens kan zich ook zelf in deze situatie helpen en geholpen worden: er zijn vele verhalen die aangeven hoe de mens in een “ideale levenssfeer” kan komen. Irreële, naïeve, realiseerbare?, enz. Van wie zou je kennis aannemen. Welke verhalen zou je lezen om de kennis te vergroten? Ook verhalen om te weten hoe het niet moet.*
    De kernvraag is dus: wat wil de mens, het liefst op een ethisch verantwoorde wijze.
    In de tussentijd: overleven en lezen, kennis vergaren, zin van onzin kunnen onderscheiden, niet alles als waar aannemen, text ontleden. Enz.
    * Maar waar gebruik van gemaakt wordt, wordt ook misbruik van gemaakt. “If mankind had wished for what is right, they might have had it long ago. The theory is plain enough; but they are prone to mischief, “to every good work reprobate.” — Hazlitt

  12. 13

    @AltJohan: Nietzsche was niet zo een nationalist hoor: hij citeerde ronduit uit alle beschavingen en schrok er niet voor terug een boek met een Italiaanse titel uit te brengen. Als we al dat soort motieven moeten aanhalen zal het eerder in de sfeer liggen dat Nietzsche liever verwees naar Heraclitus dan naar Darwin. Meer inhoudelijk: de koude natuurlijke selectie vindt met name plaats op soortenniveau. De wil tot macht zoals Nietzsche die omschrijft (en die hij min of meer leent van die voornoemde Heraclitus) geldt voor alle verschijnselen. Bovendien valt dit concept beter te rijmen met een gepassioneerde natuur.

    @Stoethasel: Ik zie het verschil tussen wetenschap met name zo, dat de wetenschap primair vertrouwt op de waarneming, de filosofie op het verstand. Nu zijn die twee natuurlijk diep in elkaar geworteld, maar het valt daarmee wel te zeggen of iemand een filosofische of een wetenschappelijke mentaliteit heeft.

    @Peter: Aardige gedachte. De veronderstelling dat we fundamenteel sociaal zijn wordt zowel bestreden als ondersteund in de filosofie. Ik denk wel dat de filosofen het hielden op een soort ingebakken sociaal gevoel het uiteindelijk bij het rechte eind hadden. Maar toch denk ik dat als we het denken helemaal uitsluiten dit niet zal leiden tot een paradijselijke situatie. Integendeel. Tenslotte hebben we niet alleen de Bonobo maar ook de Chimpansee in ons. Ook kan het instinct goed te doen natuurlijk leiden tot ongewenste resultaten. Twee redenen waarom het verstand alsnog wel nodig is. Dat we ons sociale instinct proberen te onderdrukken is denk ik een stelling die even goed te onderbouwen is als haar tegenstelling.

    @Stoic: Ik houd het denk ik op wat vragen over de moraal want als ik me nu ook nog ga wagen aan de ideale levenssfeer stort ik me helemaal in een afgrond. Hoewel het natuurlijk wel ideeën geeft voor een serie in de toekomst, eventueel ;).

  13. 14

    “…. de koude natuurlijke selectie”
    Waarom zo’n afkeer voor zo’n intrinsiek elegant mechaniek* uit de natuur? Selectie in de natuur gaat regelmatig gepaard met strijd, men zou het dus net zo goed kunnen associëren met gepassioneerde warmbloedige strijd.

    Voor de rest snap ik ook wel dat Nietzsche meer had met zo’n denker als Heraclitus waar hij waarschijnlijk als tijdens zijn studie vertrouwd mee was geraakt, dan voor die tijd, jong fenomeen als de evolutietheorie.

    *ik ben ingenieur, ik heb een passie voor elegante mechanieken. Ik heb enige bewondering voor collega’s die dit mechaniek weten toe te passen in hun bouwsels. http://en.wikipedia.org/wiki/Evolutionary_computing

  14. 15

    Ha ja, vraag het mij niet, ik probeer alleen Nietzsche zijn kritiek een beetje te reconstrueren. Ik zelf vind het allemaal prima inpasbaar. Maar het valt me wel vaker op in de filosofie dat twee filosofen die met constructen komen die zeer op elkaar lijken en elkaar in mijn ogen niet tegenspreken elkaar enorm in de haren vliegen.

    Van Heracleitos wist men toen nog niet veel. Die voorsocratici heeft Nietzsche zelf helpen ontsluiten. Nietzsche zijn aard kennende was hij waarschijnlijk te trots om een tijdgenoot zoveel krediet te geven. Dat had weliswaar niets met zijn Duits-zijn te maken, zoals gezegd was Nietzsche alles behalve een nationalist (wat helaas wel eens vergeten werd…), des te meer met zijn ego. Maar ook wel met zijn filosofie zelf. Het past in zijn visie dat het westerse denken sinds Plato eigenlijk op een dwaalspoor zat dat hij alle denkers na Plato minder serieus neemt dan die daarvoor. Daarbij kunnen we Nietzsche nageven dat de Wil tot Macht verder gaat dan de struggle for life, omdat de eerste ook levenloze en geestelijke constructen vangt. Zo had Nietzsche het in ieder geval wel bedoeld.

  15. 16

    Allereerst: heren laten jullie elkaar heel? Het is maar filosofie…

    @JM: “Je kunt (als filosoof) niet zeggen dat je kunt liefhebben als je niet onder woorden kunt brengen wat liefde is, dat is nou net het punt.”

    Nee, je draait het om. Jouw punt was dat dieren geen moraal hebben, en jij onderbouwde dat door te zeggen dat moreel gedrag niet mogelijk is als je niet weet wat een moraal is. Maar dat is onzin. Als je geen duidelijke definitie hebt van wat seks is, kan je er best aan doen. Zo kan je het tenminste dagelijks in de dierenwereld zien.

    Verder: het subject van discussie was niet Nietzsches kritiek op Kant. Het ging erom dat ik Kant in deze serie heb gediskwalificeerd als filosoof die een fundament zou hebben gelegd voor de moraal, en jij dat niet accepteerde.

    Niet alleen Nietzsche, duizenden andere mensen hebben kritiek geleverd op Kant zijn moraalleer. Daarin zijn een aantal centrale kritiekpunten waarop ik nog nooit een goed antwoord heb gezien dat Kant zijn positie redt. Ik geef er in eigen woorden één in deel drie van deze serie, en naar jou onder de commentaren hier nog één (17). Ik focus me daarin op het probleem met Kant zijn categorische imperatief.

    Op deze voorbeelden ben je niet op ingegaan. Als je dat niet doet maar in plaats daarvan gaat bedelen om meer bewijs, dan ga ik me verder niet uitputten in het zoeken naar allerlei linkjes.

    Niet dat Nietzsche versus Kant geen aandacht waard is overigens. In Voorbij Goed en Kwaad (Jenseits von Gut und Böse) hoofdstuk 1, 10e aforisme komt hij bijvoorbeeld ter sprake. Ik zou de tekst graag willen linken maar ik heb hem enkel op papier. Zonde, want het is een bijzonder grappige tekst. Hoe dan ook, centraal in dit stuk staat dat Kant volgens Nietzsche niet kan onderbouwen hoe synthetische oordelen a priori mogelijk zijn, anders dan met een nogal vreemde aanname over hoe de menselijke geest in elkaar zou zitten die feitelijk nergens op gebaseerd is.

    Enfin, waarin Nietzsche tegenover Kant staat is dat Nietzsche stelt dat de wereld fundamenteel onredelijk is. En de menselijke geest is dat ook. Om iets redelijks van de wereld te maken doen wij de waarheid dus al geweld aan. We kunnen dus geen waarheid kennen. Dat staat natuurlijk haaks op Kant die in de mens, die hij voor het gemak maar vrij noemt, een soort absolute geest plaatst, die fundamenteel redelijk en gelijk is. Tsja, ik vind dat drijfzand.

    Hoe dan ook, de voorbeelden waarom de categorisch imperatief niet werkt zijn voor mijn serie leidend geweest. Als je daarop wilt reageren staat dat je natuurlijk vrij.

    @Pedro: Dank voor het waarnemen ;).

    @Prediker: Evenzeer ;).

    @Stoic: Ik wens je veel geluk met die 5 miljoen maar ik moet eerlijk zeggen dat me een beetje ontgaat waar je met 54 heen wilt.

    @Henk: De filosofen van 500 jaar voor Christus waren vaak nogal bezig met van alles en nog wat juist. Thales bijvoorbeeld wat handelsreiziger, wetenschapper én filosoof. Ach ja, toen kon dat nog allemaal. Ik behandel in deze serie slechts een heel klein piezeltje van de moraalfilosofie: inderdaad een beperking :).