Links en rechts, deel 6: Vrijheid, gelijkheid en gemeenschap

ACHTERGROND - Als iedereen het altijd met elkaar eens zou zijn was politiek overbodig. Alleen in een totalitaire staat is er eenheid. Meningsverschillen over wat waar of onwaar is en wat goed of fout is, zijn onvermijdelijk in de politiek. Verdeeldheid is daarom altijd onderdeel van elke goed functionerende democratie. Maar meningsverschillen die ontstaan omdat we elkaars taal niet begrijpen, zijn onnodig polariserend. Daarom is het belangrijk de betekenis van de woorden die we gebruiken goed duidelijk is.

Ik bespreek vandaag drie begrippen die centraal staan in de strijd tussen links en rechts: vrijheid, gelijkheid en gemeenschap. Inderdaad: dit zijn de begrippen die we ook kennen van de Franse Revolutie: liberté, égalité et fraternité. Ik zal laten zien dat deze begrippen voor links en rechts een andere betekenis hebben.

Het links-rechts-argument

Het politieke argument van rechts tegen links gaat in grote lijnen als volgt:

Links wil meer gelijkheid. Volgens rechts, dat denkt een realistisch beeld te hebben van de menselijke natuur, is dat onmogelijk. [Het] gelijkheidsidee botst voortdurend met de realiteit’. Mensen zijn altijd uit op eigen voordeel en bovendien is ‘de ene mens … nu eenmaal slimmer dan de andere’. Omdat links, Gutmensch die zij nu eenmaal is, een onstuitbare drang heeft de wereld te ‘verbeteren’ kan zij alleen ‘alle mensen gelijk […] maken onder dwang [door] repressie en nivellering. Als links de kans krijgt gebruikt zij daarvoor de macht van de staat. Waar dit toe leidt is bekend: Stalin, Mao, Pol Pot en Kim Jong-un. Daarom moet de (macht van de) staat ingeperkt worden.

Gelijkheid

Op dit ‘links-rechts-argument’ is veel aan te merken maar ik beperk me tot de meest opvallende fout: twee betekenissen van het begrip ‘gelijk’ worden met elkaar verward. De eerste betekenis kent iedereen: Stel, we vergelijken twee vrouwen met elkaar: Marie en Christine. In sommige aspecten zijn ze gelijk (lid van de soort homo sapiens, Française, vrouw, enz.) maar op de meeste andere punten verschillen ze van elkaar: Marie is blond, 40 jaar oud en 1.70 lang en (helaas) werkloos. Christine is 60 jaar oud, grijs, 1.80 lang en Christine heeft (gelukkig nog) wel een baan. De lijst van verschillen is natuurlijk oneindig lang maar het punt is duidelijk: Marie en Christine zijn ongelijk.

Dit is de meest gebruikte betekenis van ‘gelijk’. Deze is tegelijkertijd concreet en breed: op een oneindige lange lijst van kenmerken zijn mensen soms ‘gelijk’ maar meestal ‘ongelijk’. Ik noem deze vorm van gelijk ‘letterlijk-gelijk’.

De andere betekenis van ‘gelijk’ is voor het eerst verwoord door Descartes. Deze observeerde dat ieder mens, ongeacht ras of cultuur in staat is om Frans te leren, mits men dit van jongs af aan leert. Volgens Siep Stuurman is

de moderne gelijkheid een van de de meest centrale en krachtige ideeen van de Verlichting. De menselijke natuur wordt begrepen als een descriptief en normatief concept. Alle mensen hebben dezelfde basisbehoeften en capaciteiten en kunnen daarom gelijkelijk aanspraak maken op dezelfde elementaire rechten zoals leven, veiligheid, vrijheid en het streven naar geluk (’the pursuit of happiness’, zoals de amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring het formuleert). Er bestaat derhalve geen ‘natuurlijk gezag’van de ene groep mensen over de andere (p313).

Dit is dus niet hetzelfde als letterlijk-gelijk:

De moderne gelijkheid is een abstract concept. De menselijke natuur wordt erin opgevat als de harde kern die overblijft wanneer men van alle historisch gegroeide sociale conventies abstraheert (p254).

Dit is wat ik ‘abstract-gelijk’ noem. Het idee dat alle mensen in deze betekenis gelijk zijn, is een centraal thema van de Verlichting. Het was de inspiratie van vrouwen, arbeiders en slaven om in opstand te komen tegen hun onderdrukkers en het is nog steeds het kernstuk van alle linkse ideologie.

Dit abstract-gelijk is een heel ander soort gelijkheid dan het alledaagse gelijk, ‘letterlijk-gelijk’. In de politieke discussies waar ik het hier over heb, gaat het altijd over ‘abstract-gelijk’. Dit kan goed duidelijk gemaakt worden met mijn (deels) hypothetische voorbeeld van Marie en Christine. Stel dat beiden de wet overtreden. Marie ‘vergeet’ aan de uitkerende instantie te melden dat ze geld heeft verdiend. Ook Christine ‘vergist’ zich, maar anders dan Marie is zij minister. Door een verwijtbare fout van Christine verliest de staat 400 miljoen euro.

Omdat Marie en Christine gelijk zijn voor de wet (abstract-gelijk dus) zouden beiden op gelijke wijze, naar proportie van de ernst van de overtreding, bestraft moet worden. Marie wordt gekort op haar uitkering en Christine zal gezien de ernst van het vergrijp zwaarder gestraft worden. Beiden moeten boeten naar proportie voor hun vergrijp. Wat een passende straf is moet een onafhankelijke rechter bepalen.

Tot zover de theorie. Er zijn heel veel vrouwen zoals Marie, maar er zijn er niet veel zoals Christine Lagarde. De Marie’s van deze wereld worden zonder pardon gekort op hun uitkering maar de Christines, die zich schuldig maken aan een veel groter vergrijp, worden niet gestraft. Christine hoeft niet één euro terug te betalen en mag haar invloedrijke en goed betaalde post bij het IMF behouden.

Als links zegt te streven naar meer gelijkheid dan bedoelt zij deze ongelijke behandeling en niet dat zij Christine en Marie letterlijke-gelijk wil maken, want dat zou onzinnig zijn. Rechts verwart letterlijk-gelijk met abstract-gelijk.

Vrijheid

Als rechts een schild zou hebben, zoals de ridders vroeger, dan zou op dat schild Libertas de godin van de vrijheid staan. Rechts is kampioen vrijheidsstrijder. Zij bekritiseert links daarom want deze zou bereid zijn vrijheid in te leveren ten gunste van meer gelijkheid. In een beroemd debat in 1968 tussen Gore Vidal en William Buckley, beweert Buckley dat vrijheid altijd leidt tot meer ongelijkheid [1]:

Freedom breeds inequality, Freedom breeds inequality, [en na aandringen door Gore Vidal nog een derde maal] freedom breeds inequality. Unless you have the freedom to be unequal, there is no such thing as freedom.

Ook deze stelling is problematisch. Niet alleen omdat Buckley uitgaat van een andere definitie van het begrip ‘gelijkheid’ dan die welke links verdedigt – zoals ik in de vorige paragraaf heb laten zien – maar ook omdat het suggereert dat vrijheid en gelijkheid incompatibel zijn met elkaar. Het tegendeel is het geval.

Het is nog steeds hetzelfde links-rechts-argument: Om vrijheid te garanderen wil rechts, met name liberalen , de macht van de staat zoveel mogelijk in perken. De staat moet zo zwak mogelijk zijn om te voorkomen dat links haar misbruikt om het ideaal van gelijkheid te verwezenlijken. Dit gaat ten koste van onze vrijheid.

alt-tekst

Figuur 1: Libertas, de godin van de vrijheid (Bron: Dominique James)

Bovendien is het niet erg dat verschillen tussen mensen hierdoor groter worden, dat moeten we juist toejuichen, want wie hard werkt en meer talent heeft, verdient nou eenmaal meer. Vrijheid genereert ongelijkheid zegt Buckley daarom.

De ideale maatschappij van rechts is echter een naïeve wensdroom omdat zij de gevolgen van ongelijkheid verkeerd inschat. Hoe belangrijk ongelijkheid is voor vrijheid is kan goed gedemonstreerd worden aan de hand van het voorbeeld van Christine en Marie. Marie die momenteel werkloos is moet om in haar inkomen te voorzien werk zoeken. In de ideale maatschappij van links – de verzorgingsstaat – zal de overheid Marie hierin bijstaan, maar in de (ideale) liberale maatschappij is dat geheel haar eigen verantwoording. Misschien heet Marie eigenlijk Miriam, en om religieuze of traditionele redenen wil zij een hoofddoek dragen. Om werk te vinden kan zij gedwongen worden daarvan af te zien. Op deze manier is niet de staat maar juist de afwezigheid van de staat een bedreiging voor (godsdienst) vrijheid.

Nauwkeuriger geformuleerd: Marie is nu niet afhankelijk van de willekeur van een vorst of staatsmacht, maar van Christine. Stel dat Christine (nu wel denkbeeldig) haar (potentiele) werkgever is. Zij beschikt dan over middelen (een baan) die Marie nodig heeft en niet op andere wijze kan verkrijgen. Natuurlijk is dit niet absoluut: er zijn meer werkgevers dan Christine maar als de arbeidsmarkt krap is, en Marie moet concurreren voor een baan met 100 andere sollicitanten dan is de relatie tussen Marie en Christine in hoge mate ongelijkwaardig. Ook als Marie een baan heeft, heeft Christine als haar cheffin veel macht over Marie, vooral als er geen ontslagbescherming is, iets dat, merkwaardig genoeg liberalen juist willen afschaffen.

Het is bijna een tautologie, maar het moet toch benadrukt worden: iemand die afhankelijk is van een ander, is niet vrij van willekeur van deze persoon. Christine die bemiddeld is, heeft daardoor macht en kan beslissen over het lot van Marie.

De betekenis die door rechts – kampioenen vrijheid – aan het woord vrijheid wordt gegeven is veel beperkter dan die van links. Vrijheid betekent voor rechts ‘vrij van dwang door de staat’. Zij negeert daarmee een andere voor veel mensen veel grotere bron van onvrijheid: de ongelijke verdeling van bezit.

Ongelijkheid van bezit [2] is een belangrijk machtsmiddel. De grote ongelijkheid die de afgelopen decennia is ontstaan heeft een parallelle sfeer van macht [3] naast de staat gecreëerd: de macht van het geld. Deze macht hoeft maar zelden verantwoording af te leggen, hoogstens aan de aandeelhouders als het om een vennootschap gaat. De ‘politieke strijd’ in deze machtssfeer gaat niet over ‘goed en fout’ maar slechts over de vraag wie het meeste verdiend. Rechtse politici vrezen alleen staatsmacht, die wel democratisch wordt gecontroleerd en negeren de macht van het geld. Hierdoor wordt de invloed daarvan op ons leven steeds groter. De werkelijke bedreiging komt niet van de democratische staat maar van het industrieel-financiële-complex [4].

Ondanks alle mooie woorden over vrijheid van rechts, is de maatschappij niet vrijer maar minder vrij. Grote materiele verschillen tussen mensen leiden tot grote verschillen in macht. Buckley draaide het om. Het moet zijn: inequality breeds coercion. Vidal liet na dit uit te leggen en kon (blijkbaar) niets beters bedenken dan te schelden.

Gemeenschap

Ook over de term gemeenschap zijn veel misverstanden. Jos van Dijk bekritiseerde mijn voorstel voor het criterium voor links en rechts (gemeenschap vs. individu), want wie schermt met de hogere waarde van de ‘volksgemeenschap’ is voor mij niet links.

Zijn kritiek dat mijn criterium aanleiding kan geven tot misverstanden is terecht, maar is onvermijdelijk. Ik gebruik het begrip ‘gemeenschap’ in de betekenis van ‘broederschap’, als in de leuze van de Franse revolutionairen. Omdat het woord ‘broederschap’ oubollig klinkt, gebruik ik het woord gemeenschap. Het staat voor ‘dat wat wij allen gemeen hebben’, de lotsverbondenheid van alle mensen die een consequentie is van abstracte gelijkheid.

Ik heb gekozen voor ‘gemeenschap vs. individu’ en niet voor ‘gelijk vs. ongelijk’ zoals Norberto Bobbio doet, omdat het een neutraal criterium is dat goed aansluit bij de ontwikkeling in de maatschappij [5]. Beide begrippen, ‘gemeenschap’ en ‘gelijkheid’ kunnen verkeerd opgevat worden.

Dat er verwarring ontstaat over dit begrip is wel begrijpelijk omdat nationalisme, en in extreme mate het fascisme zich graag tooien met links klinkende namen en op economisch gebied vaak linkse standpunten in nemen. De Duitse fascisten noemden zich bijvoorbeeld ‘nationaalsocialisten’. Dit is overigens geen toeval: rechts heeft, zoals Corey Robin het uitdrukt, van links geleerd dat het beste wapen tegen de revolutie de contrarevolutie is.

Rechtse, nationalistische bewegingen gebruiken het woord gemeenschap dan ook niet in de zin van ‘broederschap’. Dit wordt goed geïllustreerd door de herkomst van het woord ‘fascisme’: het is afgeleid van ‘fascio’ dat ‘bundel’ betekend. Het is een metafoor: een bundel stokken die stevig is samengebonden, is veel sterker dan losse stokken. De betekenis van gemeenschap waar het hier om gaat is dus: gemeenschap (natie, volk, familie of fascio) telt zwaarder dan het individu. Maar zij doen nog iets anders dat diametraal tegengesteld is aan het linkse ideaal: zij gebruiken het begrip gemeenschap ook om verschil te creëren.

Figuur 2: Een fascio, Italiaans voor ‘bundel’ waarmee men uitdrukt: ‘eenheid is macht’. Strak samengebonden stokken zijn sterker dan losse, onafhankelijke stokken (Bron: DIREKTOR)

De maatschappij bestaat uit fasci die met elkaar in (eeuwigdurende) strijd zijn om het voortbestaan. De mensheid is daarom verdeeld in ‘ons soort mensen’ en ‘vreemden’ die minderwaardig zijn, minder ‘gelijk’ dan wij en daarom anders behandeld moeten worden. Ook rechts-populisten als Geert Wilders, Donald Trump en Marine LePen, wijzen allemaal op deze manier zondebokken aan: de Islam, de Mexicanen, de zwarten, de migranten, enz.[6]. Het is het tegenovergestelde van ‘broederschap’.

Rechtse politici appelleren aan een oeroud instinct van de mens: het beschermen van de eigen clan of familie. Zij presenteren zich als krachtige leiders, die voor eenheid en orde zorgen in de eigen gemeenschap en compromisloos vijanden (zij die niet tot de gemeenschap behoren) bestrijden. Het zijn altijd antidemocratische bewegingen, die waarde hechten aan hiërarchie, gezag en loyaliteit. Dit is niet links maar uiterst rechts.

Het zou niet nodig hoeven zijn om te beargumenteren dat fascisme en verwante bewegingen niet links maar rechts zijn, toch blijkt dat dit noodzakelijk is. Regelmatig verschijnen publicaties van rechtse auteurs die dit beweren. Een goed voorbeeld hiervan is Jonah Goldbergs Liberal fascism of Bart-Jan Spruyt die beweert dat er ook links fascisme bestaat.

Een voorbeeld van extreem linkse politiek die individuele belangen geheel ondergeschikt maakt aan de gemeenschap is het communisme. Communisten dachten dat het mogelijk was een eind te maken aan ongelijkheid door de politiek af te schaffen en zo eenheid af te dwingen. Maar misschien kun je dan wel stellen, zoals Jos doet, dat dat geen linkse politiek is.

Conclusie

Vrijheid, gelijkheid en gemeenschap zijn al meer dan 200 jaar lang centrale begrippen in het politiek debat. In de vorige aflevering heb ik laten zien wat de herkomst en betekenis is van de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek. Het is geen politieke ‘wet’ waarmee de politiek verklaard kan worden en het is zeker niet zo dat de een goed en de ander fout is, maar het onderscheid tussen links en rechts helpt ons wel bij het ordenen van ideeën en argumenten in de politiek. Het zou de discussie echter ten goede komen als alle deelnemers dezelfde definities zouden gebruiken van deze begrippen. Er zijn genoeg zaken die belangrijker zijn dan de betekenis van woorden om over te vechten.

Het volgende deel gaat over de asymmetrie van links en rechts.

Vorige afleveringen
Deel 1: Richting in de Politiek
Deel 2: Oorsprong en geschiedenis
Deel 3: Politicologie van het volk
Deel 4: Wat is het verschil?
Deel 5: Progressief en conservatief

Noten

[1] In de documentaire Best of enemies over de debatten tussen Gore Vidal en William Buckley die beiden met elkaar hadden tijdens partijconventies (van Democraten en Republikeinen) in de aanloop van de verkiezing van 1968. Gore Vidal had Buckley beter van repliek kunnen bedienen dan hij deed in dat debat. Hij beschuldigt Buckley een ‘crypto-nazi’ te zijn waarna Buckley bedreigende taal gebruikte: Now listen you queer, stop calling me a crypto-Nazi or I’ll sock you in the goddamn face and you’ll stay plastered. Dit was niet wijs van beiden, maar het is spectaculaire tv, en andere omroepen volgden het voorbeeld – een slecht voorbeeld – van ABC met soortgelijke programma’s.
[2] In dit geval gaat het dus wel om letterlijke ongelijkheid: namelijk ongelijkheid van bezit.
[3] Zie Colin Crouch: The Strange Non-Death of Neo-Liberalism.
[4] Zie bijvoorbeeld dit interview op Nachdenkseiten, waarin Werner Rügemer de actuele stand van zaken beschrijft. De machtsverhouding helt steeds meer over naar de tweede machtssfeer, het ‘financieel-industrieel-complex’. Rügemer heeft hiervoor de term Blackrock-Kapitalismus bedacht omdat casinokapitalisme een verkeerde voorstelling van zaken is. De macht is gecoördineerd, niet toevallig verdeeld. BlackRock-Kapitalismus ist ein feuilletonistischer und verkürzter, kein analytischer Begriff. Konkret kann man nach meiner Kenntnis vier Gruppen von neuen Finanzakteuren unterscheiden: Erstens die heute größten Kapitalorganisatoren, an deren Spitze nach dem Umfang des verwalteten Kapitals und des wirtschaftlichen und politischen Einflusses eben der größte Vermögensverwalter der Welt steht, BlackRock. Zweitens, sozusagen eine Etage darunter, die Private Equity-Investoren, volkstümlich „Heuschrecken“ oder „Geierfonds“ genannt; zu ihnen kann man auch die Hedgefonds rechnen. Drittens die neuen Unternehmen der großen Internet-Plattformen wie Google und Facebook. Und schließlich viertens die neuen Großkonzerne der sogenannten Share Economy – am bekanntesten ist hier das inzwischen größte Taxiunternehmen der Welt, Uber.
[5] Zie deel 4. Neutraliteit is mijn tweede voorwaarde voor een goed criterium: Om bruikbaar te zijn moet een criterium voor beide partijen aanvaardbaar zijn en mag het niet eenzijdig in het voordeel van één kant zijn. Bovendien is de individualisering van de maatschappij onmiskenbaar een, zo niet de, belangrijkste trend van de afgelopen veertig jaar. Een goed voorbeeld, uit de dagelijkse praktijk wordt door Mirjam de Rijk gegeven in haar artikel over De kosten in de zorg(€): Of de zorg collectief of individueel wordt gefinancierd maakt niet uit want het verhogen van het eigen risico, hogere eigen bijdragen, of een kleiner basispakket […is] een ideologische keuze. Wie vindt dat kosten voor ziekte of hulpbehoevendheid een eigen verantwoordelijkheid zijn, of misschien zelfs eigen schuld (‘dan had je je er maar beter tegen moeten verzekeren’), of dat zorg een ‘consumptiegoed’ is waarbij het inkomen nu eenmaal bepaalt hoeveel je er van kan consumeren zal kiezen voor het individualiseren van de zorgkosten.
[6] Ten overvloede: ik wil hiermee niet suggereren dat Wilders, Trump, enz. fascisten zijn. Als er echter sprake is van overeenkomsten tussen rechts-populisten en fascisten zal ik daarover niet zwijgen. Waarom zou ik in dit geval politiek correct moeten zijn?

  1. 2

    Wat tigger zegt. Dat gelijkheid wordt vaak veel te letterlijk genomen. Dat niemand gelijk is dat weten we nou wel.

    Links vs. rechts = zelfopoffering vs. zelfbehoud? Het belang van de groep vs. het belang van het individu? Je zou het links/rechts-karakter in de mens als biologische variatie kunnen beschouwen. Beiden ‘soorten’ kunnen gedijen, naargelang de omstandigheden. In tijden van schaarste is een neiging tot zelfbehoud (rechts-zijn) wellicht gunstiger om te overleven. In tijden van overvloed is er vaker sprake van groeiende populaties. Grotere groepen mensen kunnen alleen overleven als ze elkaar tolereren en zich dus wat socialer (linkser) gedragen.

    Momenteel, afgaand op de gemiddelde BMI van de moderne mens, kunnen we niet echt spreken van tijden van schaarste. Deze zelfbehoud-trait is wat dat betreft redelijk nutteloos.

    (Jaja, ik geef het toe. ik loop te stoken.)

  2. 3

    “Omdat Marie en Christine gelijk zijn voor de wet” Ik ben niet geheel op de hoogte van de Franse wetgeving en bovendien is de caser van Marie fictief, maar volgens mij staat egalite daar hoog in het vaandel en zijn ze gewoon gelijk voor de wet. Het is alleen een andere zaak Christine maakt een beroepsfout, terwijl Marie de overheid oplicht om er zelf beter van te worden. Dat is appels met peren vergelijken.

    “In de ideale maatschappij van links – de verzorgingsstaat – zal de overheid Marie hierin bijstaan, maar in de (ideale) liberale maatschappij is dat geheel haar eigen verantwoording.” Onzin, je zal geen enkele regulier rechtse, en al helemaal niet liberale, partij in Europa vinden die alle bijstand wil afschaffen. Vraag en aanbod naar arbeid zal nooit precies gelijk zijn en er zijn altijd onvoorziene gebeurtenissen als een faillissement en gezondheidsproblemen. Het verschil is dat rechts vindt dat Marie wel haar best moet doen om weer terug aan het werk te gaan, terwijl links Marie opgeeft en in de categorie “onrendabele” indeelt. Een streng maar rechtvaardig uitkeringsbeleid is juist positief voor diegene die het echt nodig hebben en garandeert bovendien de houdbaarheid hiervan in de toekomst.

    “vooral als er geen ontslagbescherming is, iets dat, merkwaardig genoeg liberalen juist willen afschaffen.” Zeker in deze crisistijden fluctueert het werk wat er is enorm. Als een bedrijf te veel werknemers heeft, waar geen werk voor is heeft het een enorme kostenpost en gaat het uiteindelijk failliet als de reserves op zijn, met als resultaat dat er nog veel meer mensen op straat staan. Andere bedrijven durven die mensen niet in vaste dienst te nemen om niet hetzelfde lot te ondergaan. Dit zie je in de praktijk aan de gigantische toename van uitzendkrachten en ZZP’ers. Tot op zekere hoogte werkt ontslagbescherming dus averechts.

    Communisme is in theorie uiterst link maar in de praktijk uiterst kapitalistisch, zie hoe het is geëvolueerd in Rusland en China, het is Post Truth avant la lettre. Het Nationaal Socialisme zal ik maar niet over beginnen om een Godwin te voorkomen. Mij lijkt het stug dat als de SP zich morgen rechts gaat noemen dat ze dan massaal rechtse stemmers zullen trekken, al noemt de PVV zich rechts terwijl ze eigenlijk links zijn, dus misschien heb je daar een punt. Fascisme is tenslotte links nog rechts maar een derde stroming:

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Fascisme

  3. 4

    Het letterlijk nemen van ‘gelijkheid’ is vaak retoriek. Een strawman argument. Alsof ‘links’ zo naief is werkelijk te geloven dat iedereen in alle opzichten gelijk is.

    Meer algemeen gaat het bij gelijkheid denk ik om tenminste twee dingen. Ten eerste, in hoeverre feitelijke verschillen tussen mensen (bv in talent, afkomst, gender, inzet) bepalend mogen zijn voor verschillen in rijkdom, inkomen, status of macht. Ten tweede, in hoeverre verschillen tussen mensen een ‘natuurlijke’ (niet-sociale) oorsprong hebben.

    Het tweede aspect, de veronderstelde ‘natuurlijkheid’ van ongelijkheid is soms de premisse voor stellingen als dat het gelijkheidsideaal “botst met de realiteit”. Maar dat is problematisch. Als verschillen in talent natuurlijk zijn (in de zin van, aangeboren), dan volgt hieruit niet dat verschillen in talent (grote) verschillen in inkomen of status rechtvaardigen. Integendeel, je zou kunnen beargumenteren dat talent geen eigen verdienste is en daarom geen sociaal-economische verschillen kan rechtvaardigen (Zie Rawls: “the outcome of the natural lottery is arbitrary from a moral perspective.”)

    Niettemin, achter de Procrustus-kritiek op ‘gelijkheid’ ligt wel een reeel meningsverschil. Stel leerling A heeft meer aanleg voor wiskunde dan leerling B. Is het dan gerechtvaardigd om meer geld en tijd te investeren in leerling A, om haar wiskunde-aanleg tot grote ontwikkeling te laten komen? Of moet juist leerling B meer aandacht krijgen, zodat zijn wiskundige vaardigheden op een niveau worden gebracht vergelijkbaar met dat van leerling A? Of moet in leerling A en B in gelijk mate geinvesteerd worden, onafhankelijk van talent? En hoe zit het met verschillen tussen A en B die niet verbonden zijn met talent. Als de ouders van B veel rijker zijn dan de ouders van A, is het dan toegestaan dat B’s ouders duur prive onderwijs voor hun zoon kopen, terwijl leerling A aangewezen is op (slechter) openbaar onderwijs? (Dit voorbeeld laat trouwens ook zien dat vrijheid en gelijkheid wel degelijk soms in conflict kunnen zijn.)

  4. 5

    Dan wat betreft ‘gemeenschap’. De uitleg die Michel hieraan geeft blijf ik problematisch vinden. Omvat gemeenschap in de zin van broederschap altijd de mensheid in zijn geheel, of kan het ook om particularistische gemeenschappen (zoals naties) gaan?

    Hoe dan ook, een gemeenschap begrepen als een groep verbonden door iets wat de leden “gemeen hebben”, maakt per definitie een verschil, trekt een grens, en sluit dus anderen uit. Dat geldt zelfs voor een kosmopolitische gemeenschap, want hier wordt (naar mijn mening een nogal willekeurig) moreel onderscheid gemaakt tussen mensen en overige dieren.

    Het verschil tussen een links gemeenschapsideaal en een rechts gemeenschapsideaal moet dus ergens anders liggen. Het ideaal van broederschap is hier wel relevant, dat ben ik met Michel eens. Een rechtse gemeenschap is hierarchisch; het is, simpel gezegd, een gemeenschap van meesters en knechten. Een linkse gemeenschap is gebaseerd op gelijkheid en wederzijds respect; het is een gemeenschap van gelijke burgers (‘citoyens’).

  5. 6

    @1 ja kan ook inderdaad. Het gaat er vooral om dat je duidelijk maakt wat (on)gelijk is.

    @2 Nee, ‘belang van groep’ vs. ‘belang van individu’ is het niet, het gaat om verbondenheid in het besef dat alle mensen in principe gelijk (gelijkwaardig) zijn. Niemand verdient het om te heersen over een ander. Dat wordt door extreem rechts ontkent. Gematigd rechts (zeg VVD) doet dat niet maar die hebben een te beperkte opvatting van vrijheid. En verder: Altruïsme uit noodzaak zie ik niet als iets dat je links of rechts kan noemen.

    @3 Nee, Christine beging een ‘verwijtbare’ fout. Maar het gaat niet om de details van dit voorbeeld, het gaat er om – en dat kun je niet ontkennen – dat in de praktijk mensen met macht met meer coulantie worden behandeld dan mensen zonder macht. Dat is nu juist niet links (en mag officieel niet) want is dat ongelijke behandeling (a.k. discriminatie). Rechts, en conservatisme is een politieke filosofie ter verdediging van privilege: ras, monarchie, aristocratie, slavernij, man boven vrouw, etc. Wat verdedigd wordt hangt af van de tijd. In onze tijd: de superioriteit van onze cultuur (‘judo-christelijk’) , de westerse levensstijl (liberale democratie) en grote ongelijkheid in de maatschappij.

    Onzin, je zal geen enkele regulier rechtse, en al helemaal niet liberale, partij in Europa vinden die alle bijstand wil afschaffen

    Natuurlijk doen ze dat niet, daar hebben ze mooie eufemismen voor als ‘niet hand op houden, maar aanpakken’, ‘versoberen’, ‘het geld is op, we kunnen niet anders’, etc. Het wordt zelden expliciet gezegd.

    Over communisme: in de praktijk bestaat het niet meer natuurlijk. Ik heb het over begin vorige eeuw. Het was door Lenin ook bedoeld als dictatuur.

    @4 Het letterlijk nemen van ‘gelijkheid’ is vaak retoriek

    Inderdaad. Wat ik heb geprobeerd, is dit te ontleden en te laten zien hoe je daarop kan antwoorden in discussies als die tussen Vidal en Buckley. Wie begint te schelden verliest in mijn ogen de discussie.

    Hoe talent gewaardeerd moet worden is inderdaad een vraag. Is het eerlijk dat iemand die door de Grote Genetische Loterij meer talent heeft dan iemand die dat niet heeft? Veel hangt af van de waardering voor dat talent en het maatschappelijk nut. Getalenteerde voetballers en popsterren krijgen worden goed betaald. Dat wordt niet als oneerlijk ervaren, maar als mensen die door hun positie (geboorte, bezit, machtspositie) extreem rijk worden, wordt dat wel degelijk gezien als fout. Het heeft dan ook niets met jaloezie te maken wat wel eens wordt beweerd.

    Op de vraag je succes in de maatschappij van de rijkdom van de ouders moet afhangen lijkt me het antwoord wel duidelijk: nee natuurlijk niet. Wat openbaar onderwijs betreft: dat is volgens mij een ‘publieke voorziening’ (‘public good’ in het Engels, een betere benaming volgens mij): net als gezondheidszorg en pensioenvoorzieningen. Als je het mogelijk maakt dat ouders hun kinderen op een privé school doen, leidt dit tot kwaliteitsverschil tussen openbaar en privé onderwijs door verschil in financiering. Dit is iets dat door de negatieve feedbackloop die ontstaat in de loop der tijd steeds erger zal worden. Niemand wil een kind nog op een ‘zwarte school’ doen. Daarom moet onderwijs altijd publiek gefinancierd worden. Ouders blijven altijd de keuze houden om kinderen bijles te geven.

  6. 7

    @6

    Nee, ‘belang van groep’ vs. ‘belang van individu’ is het niet, het gaat om verbondenheid in het besef dat alle mensen in principe gelijk (gelijkwaardig) zijn. Niemand verdient het om te heersen over een ander. Dat wordt door extreem rechts ontkent. Gematigd rechts (zeg VVD) doet dat niet maar die hebben een te beperkte opvatting van vrijheid. En verder: Altruïsme uit noodzaak zie ik niet als iets dat je links of rechts kan noemen.

    Ik ben het niet met je eens.

    Altruïsme en ‘belang van groep’ vs. ‘belang van individu’ zijn gewoon een andere manier van formuleren. Gelijkwaardig behandelen is een groeps-ding. Individualisme is een ‘recht van de sterkste’-ding, waarbij men elkaar niet gelijkwaardig behandelt. Wel degelijk links en rechts dus.

  7. 8

    @7: Het hangt er dus vanaf wat je onder altruïst verstaat. Dit lijkt me eerder discussie over woorden.

    Dus, gezien mijn intro, voor mij betekent ‘altruïsme’: handelen zonder afweging kosten/baten voor jezelf. Als dat belang via de omweg van de groep uiteindelijk wel voordeel voor jezelf oplevert is dus het geen altruïsme. Het omgekeerde van altruïst is een egoïst: iemand die alleen rekening houdt met eigen voor of nadeel.
    In de praktijk gaat het natuurlijk altijd heel complexe afwegingen waarbij mensen met eigen en met anders belang rekeningen
    houden. In pure vorm kom je dat bijna nooit tegen.

    Gelijkwaardig behandelen is een morele keuze, geen ‘groepsding’ zoals jij beweert.

    Recht v.d. sterkste, of wat ze in het Engels zeggen: ‘might makes right’ is een morele keuze (nou ja, amoreel dan). Dat is niet het zelfde als ‘individualisme’. Als individu kun je er voor kiezen om altruïstisch te handelen bijvoorbeeld.

    Concluderend: altruïsme en groepsbelang zijn geen synoniemen, voor mij althans, op basis van de betekenis die ik aan de woorden geef.

  8. 9

    liberté, égalité et fraternité zijn sinds de Franse revolutie voor zowel links als rechts inhoudsloos geweest en hebben alleen gediend als zoethoudertje voor het volk. Beeldvorming terwijl ondertussen het grote graaien begon.

    Bastiat had ze door en schreef De Wet (hier in Fr).

    Maar ja, Bastiat was een katholieke restaurateur die de revolutie verdoemde. Een soort Giscard d’Estaing.

    Afijn, links of rechts proberen te definiëren door de inhoud van vrijheid, gelijkheid en broederschap te analyseren ontkent waarschijnlijk de leegte van die termen, dus negeer bovenstaande maar. Als vingeroefening is het toch wel interessant.

  9. 10

    @o. Ik denk dat ik het grotendeels eens ben met je beschrijving van het verschil tussen links en rechts. Wat wel vraagtekens oproept is dat je blijkbaar de neiging niet kunt weerstaan om en passant ook nog even te beargumenteren waarom links gelijk heeft en rechts ongelijk. Maar die discussie kun je uiteraard niet in je eentje beslissen (en ik geloof meer dat links en rechts allebei legitieme, gelijkwaardige perspectieven zijn). Zo heb je gelijk dat links abstract denkt en rechts niet. Ik schreef dat ook in mijn epistel dat je geloof ik nog eens hebt genoemd in een eerder deel:

    Kenmerkend voor links is het abstracte denken en voor het rechts het verzet daartegen c.q. het concrete denken.

    http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2016/04/de-relevantie-van-links-en-rechts-voor.html

    Jij begint terecht over de historische wortelen voor dat abstract denken in de Verlichting, maar in reactie op die Verlichting en dat abstracte denken ontstond de Romantiek (die als zodanig wortelen zijn van het rechtse, reactionaire denken). Tal van romantische en/of conservatieve denkers en op roemruchte manier ook bv. Nietzsche hebben argumenten gegeven tegen dat abstract denken (maar die argumenten geef je niet). In mijn eigen woorden kort samengevat: links is gebaseerd op de moraal die het ongelijke gelijkwaardig maakt (iedereen moet gelijk worden behandeld); rechts is gebaseerd op de natuur die slechts ongelijkheid en ongelijkwaardigheid kent. Nietzsche:

    Eine Tugend muss unsre Erfindung sein, unsre persönlichste Nothwehr und Nothdurft (…) Das Umgekehrte wird von den tiefsten Erhaltungs- und Wachsthums- Gesetzen geboten: dass Jeder sich seine Tugend, seinen kategorischen Imperativ erfinde.

    Of om het in de beroemde woorden van Aristoteles te zeggen die hiermee al scherpe kritiek gaf op het latere linkse gelijkheidsdenken:

    De ergste vorm van ongelijkheid is proberen ongelijke dingen gelijk te maken.

  10. 11

    @9: Dank voor je waarderende woorden.

    Dat aan de begrippen niet altijd inhoud wordt gegeven zal ik [edit!: ‘niet’ vergeten …] niet ontkennen, maar dat is wat anders dan te zeggen dat ze geen betekenis hebben. Dat er geen inhoud aan wordt gegeven kun je ook alleen maar zien door deze analyseren.

    Bastiat ken ik niet, maar hij was zeker niet de enige die inzag dat de praktijk vaak [Edit: idem!] niet strookt met de theorie die men verkoopt. Maar onderschat niet dat ideeën – hoe utopisch of idealistisch ook – grote invloed kunnen hebben. Dat is iets waarvan conservatieven zich terdege van bewust zijn

    [edit: sorry voor de omissies, dat was erg slordig van mij]

  11. 12

    @10: Ik heb ook nog wel andere bronnen voor dat idee over vrijheid en gelijkheid: Karl Mannheim’s bekende essay over conservatisme kan ik aanbevelen. Hij beschrijft hoe het conservatisme in Duitsland tot bloei kwam, en inderdaad, uit de romantiek voortkwam, maar ook werd geïnspireerd door Edmund Burke.

    Wat dat gelijkheidsdenken betreft: dat kun je natuurlijk omdraaien. Ik erger me evengoed aan hen die proberen dat wat gelijk is ongelijk te maken.

  12. 14

    @13: Het fascisme is dan ook net zo goed links als rechts. Mussolini was een belangrijke socialist voordat hij fascist werd (en ik geloof niet dat hij daarmee veel principes wijzigde). Mussolini noemde het fascisme de ‘Derde Weg’ dus uitdrukkelijk noch links noch rechts, maar je kunt het fascisme ook zien als de combinatie van (extreem-)links en (extreem-)rechts: bovenal bundelt het fascisme alle antiliberale krachten (dus het socialisme en het conservatisme) om het liberalisme aan te vallen en te vernietigen.

    Ook qua vrijheid hanteert het fascisme vooral het (socialistische en conservatieve) principe van ‘positieve’ vrijheid in plaats van de liberale ‘negatieve’ vrijheid welke positieve opvatting aansluit bij Michels argument tegen de rechtse vrijheid als slechts vrijheid van Staatsmacht. Negatieve vrijheid is de vrijheid te doen wat je wilt zonder bemoeienis van anderen. Linkse mensen achten dat naïef: iedereen wordt bepaald door anderen, zodat de liberale individuele autonomie een illusie is en het er om gaat dat het individu op zo’n manier wordt gestuurd dat hij zichzelf optimaal kan ontwikkelen. De positieve vrijheid is zo vrijheid als zelfrealisatie. Volgens het conservatisme kan het individu zich slechts realiseren als lid van de gemeenschap (het multiculturalisme neemt dat over; het individu zonder inbedding in zijn eigen gemeenschap is ‘ontworteld’) en volgens het socialisme moet de Staat ervoor zorgen dat het individu zich goed ontwikkelt en zo vrij wordt door hem de middelen te bieden en door hem zijn egoïsme af te leren ten gunste van gedrag op basis van solidariteit en de rede (vrijheid is het volgen van de moraal i.p.v. je dierlijke lust).

    Het fascisme combineert dat tot de totalitaire Staat waarin de Staat elk aspect van het leven van het individu bepaalt. Dat maakt niet alleen de Staat sterk (alle neuzen wijzen dezelfde kant op), maar zou ook de mens ‘vrij’ maken. Het fascisme neemt als het ware de ‘linkse’ vrijheid als zelfopoffering (moraal) letterlijk. Hetzelfde zie je in de islam en bij Kierkegaard op een religieuze manier (en het fascisme is net als het socialisme religie in seculiere vorm): men moet zich onderwerpen aan de wil van God/Allah om vrij te worden; zonder die overgave aan het hogere dwaalt de mens slechts, is hij niets meer dan een dier en vernietigt hij zichzelf en de wereld. En de nazi’s koppelden die liberale negatieve vrijheid aan de Jood in de diaspora die precies daarom ‘ontworteld’ is en de wereld zou vernietigen.

  13. 15

    @5:

    Omvat gemeenschap in de zin van broederschap altijd de mensheid in zijn geheel, of kan het ook om particularistische gemeenschappen (zoals naties) gaan?

    Deze vraag wijst op het risico van het begrip ‘gemeenschap’ om links van rechts te onderscheiden. Je kunt wel zeggen dat rechtse bewegingen als het fascisme en het nazisme ‘gemeenschap’ niet interpreteerden als het bredere, abstracte ideaal van broederschap uit de Franse Revolutie. Ik denk dat beide bewegingen zeker aanvankelijk wél een appèl deden op broederschap en lotsverbondenheid van de arbeidersmassa’s die ze probeerden aan zich te binden. Daar zit ook nog steeds het gevaar van de nieuwe rechtsextremistische bewegingen: de exploitatie van op zichzelf positieve en heel natuurlijke gevoelens van lotsverbondenheid van mensen tegenover de bedreigingen die zij op zich af zien komen.

    Het verschil tussen links en rechts zit naar mijn mening dan in de rechtse opvatting van gemeenschap als ‘alle mensen zoals ik’ met uitsluiting van vreemden, tegenover de linkse, veel bredere opvatting van ‘de gemeenschap van mensen’.

    Ik denk dus dat uitsluiting, exclusiviteit en empathie, inclusiviteit anderzijds dus ook bruikbare begrippen zijn om rechts en links van elkaar te onderscheiden.

  14. 16

    @5: (Ik had deze reactie gemist eerder)

    Het trekken van grenzen door het definiëren van een gemeenschap – met andere woorden het aanbrengen van een verschil tussen mensen op grond van (toevallige) factoren als geografische locatie van geboorte, is niet links inderdaad. Dat is dus niet wat ik bedoel met gemeenschap.
    Wat betreft inclusiviteit (de omvang) van de gemeenschap: hoe linkser, hoe inclusiver. Linkse maken voelen zich betrokken (‘solidair’) bij mensen in landen aan de andere kant van de wereld. De hele mensheid dus.

    Ik ben het dus ook in grote lijnen eens met Jos @15. ‘Inclusiviteit’ is een andere manier om te zeggen dat mensen gelijk – of gelijkwaardig zoals me Tigger hierboven voorstelt – zijn.

    Wat fascisme betreft: geen enkele beweging is altijd voor 100% links of rechts, en vooral het fascisme heeft heel veel elementen van links overgenomen, wat Jos goed zegt volgens mij. Maar het is wat anders te zeggen, zoals @14 doet dat het niet zou uitmaken. Het fascisme is een ideologie die mensen van elkaar scheidt, die niet bindt maar verdeelt en dat – oh ironie – doet in naam van de eenheid. Hiërarchie is ook altijd erg belangrijk in dat soort filosofie. Fascisme is daarom uiterst rechts, dat zich een linksig voordoet.

    Het aspect van totalitarisme: hier verwijs ik naar in de eerste alinea. Het is eenheid afdwingen. Dat is het einde van de democratie, en de politiek.

    Positieve en negatieve vrijheid: ik heb dat vermeden. Dat is een complex onderwerp waarvoer veel te zeggen valt. Isaiah Berlin’s stelling ken ik, maar ik denk dat het de discussie onnodig complex maakt. Volgens mij heb je dat helemaal niet nodig om te begrijpen waarover het gaat. Ik heb daarom mijn visie op vrijheid zonder dit jargon opgeschreven.

    Het je beroepen op een ‘Derde Weg’ zegt me niet zo veel, dat deed Wim Kok ook en D66 doet dat nog steeds. Ik hoor het ook regelmatig bij linkse mensen: ‘wat wij willen is niet links of rechts’ waarmee men wil suggereren dat ‘ons standpunt’ beter is, niet ideologisch, superieur – wat op zijn best arrogant genoemd kan worden. Het is en blijft politiek, en iedereen maakt ideologische keuzes. Daar moet je voor uit komen en dat is ook prima. Een van de redenen voor mij om deze serie te schrijven was ook om te laten zien dat dat veel gebeurt, ook al beweert men ‘daar boven te staan’ en om te laten zien dat niet erg is. Het gaat er uiteindelijk om of je de juiste keuze maakt en – haast ik mij daar aan toe te voegen – wat ‘juist’ is, daarover worden we het nooit eens.

  15. 17

    @13: Dat is dus ook niet zo, dat is juist mijn punt. De opvatting van vrijheid is eenzijdig (als men dat al heeft), of men heeft het over ‘vrijheid van het volk’ als eenheid, zoals het beeld van de fasci ook laat zien.

  16. 18

    @13: De strijd van rechts voor vrijheid is m.i. dan ook een schijngevecht. Vrijheid is er altijd al geweest, al was het maar vogelvrijheid. Hooguit is die vrijheidsstrijd van rechts een innerlijke strijd. Zoiets als in ‘mein kampf’ of ‘jihad’. Meestal eindigt die strijd dan ook pas door het inzicht dat als je het bijltje er bij neergooit, je pas echt bevrijdt wordt, namelijk bevrijdt van je onmogelijke kronkel, ook wel ‘the wrong way up’ genoemd. Dit soort uitingen en zelfvertrouwen zie je dan ook zelden in die hoek want al die verloren jaren van strijd gaat gepaard met schaamte en uitsluiting door je peer-group.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren