Het risico van normalisatie

Wetenschap wordt steeds meer gebruikt om afwijkingen van de norm op te sporen. Moeten we daar wel blij mee zijn, vraagt Jan Staman zich af. Hij is directeur van het Rathenau Instituut. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie.

We weten steeds meer over de binnenwereld van de mens. Die nieuwe kennis kan worden ingezet om ons gedrag en aard te ‘normaliseren’. De wereld om ons heen ontdekken en begrijpen: dat is wat de wetenschap van oudsher doet. Maar het spannendste onderzoek van dit moment focust niet langer op de buitenwereld.

Wijzelf, onze binnenwereld: dat is de wetenschappelijke frontier. Turend in onze genen en breinen begrijpen wetenschappers steeds beter – beter dan wijzelf – wie we zijn en waarom we doen wat we doen. Hoe meer de wetenschap ons echter doorgrondt en de technologie ons doen en laten registreert, hoe minder blijft er verborgen van ons handelen, denken en voelen. We leven in een verregaande staat van transparantie. Het risico dat daaraan is verbonden, is dat al die nieuwe kennis en technologie ingezet worden om onze aard en ons gedrag eerst te classificeren en vervolgens te normaliseren. Ons te vangen in een klemmend systeem van cijfers en normen die vastleggen wat gezond, normaal en wenselijk is. En wie iets ongezonds, abnormaals of onwenselijks vertoont, heeft ‘hulp’ nodig om alsnog aan de vastgestelde standaard te voldoen.

Afwijkingen opsporen

Het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg illustreert dit. De dertig pagina’s (!) aan gegevens die het over elk kind bevat, worden vertaald in een risicocategorie: geel, oranje of rood. Hoe roder de categorie, des te meer reden om ‘erbovenop te zitten’. Of neem prenatale screening bedoeld om afwijkingen vroegtijdig op te sporen: foetussen met een aangeboren aandoening kunnen dan worden geaborteerd. Bij ernstige erfelijke ziektes is dat weinig omstreden, maar naarmate meer eigenschappen en lichtere aandoeningen vroeg te constateren zijn, wordt het risico van standaardisering groter. Ook datamining speurt ‘afwijkers’ op. Door reusachtige hoeveelheden digitale communicatie automatisch te analyseren, kunnen opsporingsdiensten doorgeslagen dierenactivisten en malverserende bankmedewerkers identificeren. Maar ook onschuldige excentriekelingen lopen risico, en de verleiding zal groot zijn om dissidenten steeds sneller als staatsgevaarlijk te betitelen.

Het is goed denkbaar dat hersenscans straks, snel en goedkoop, zo veel informatie opleveren dat werkgevers graag in de schedel van sollicitanten kijken. Het is eveneens waarschijnlijk dat toekomstig gedrag steeds nauwkeuriger te voorspellen zal zijn op basis van genetische informatie. Baby’s zullen ontmaskerd worden als psychiatrisch patiënt of gewelddadig crimineel in wording. De gevolgen voor onze samenleving zullen enorm zijn op terreinen als strafrecht, opvoeding en onderwijs en (geestelijke) gezondheidszorg. Steeds zal de kernvraag zijn: hoe gaan we als samenleving om met mensen die afwijken van de norm?

Variatie is essentieel

Om twee redenen moeten we grote afwijkingen toestaan. Ten eerste omdat variatie essentieel is voor de creativiteit en vitaliteit van elke samenleving. Juist mensen die sterk afwijken van de standaard zijn degenen die nieuwe wegen banen in wetenschap, innovatie, sociale ontwikkeling, kunst, wereldbeschouwing en politiek. Nog belangrijker is dat een samenleving die haar burgers scant, kent en plant, ophoudt een vrije, liberale samenleving te zijn. In een technotoop waarin onze gangen worden nagegaan en onze individuele ‘innerlijke wildernis’ wordt omheind, gesnoeid en aangeharkt, gaat het steeds minder om wat de burger zelf wenst en nodig heeft. De vrije burger dreigt een object van een normalisatietraject te worden. Om de schijn op te houden wordt er nog beweerd dat hij een ‘hulpvraag’ heeft, geformuleerd door een hulpverlener, een zorginstantie – een machthebber.

Natuurlijk is het bovenstaande geen algemeen geldige beschrijving van 2011. Maar steeds vaker wordt naar burgers gekeken met een blik die wringt met de beginselen van onze liberale democratie. Een blik die beter past bij een goedbedoelende, maar uiteindelijk verstikkende en autoritaire technocratie.

Eigenwijze burgers

De trend is nog omkeerbaar. Onze samenleving tolereert wel degelijk afwijkingen, zelfs vermijdbare. Stellen die een kind met het syndroom van Down ter wereld laten komen, ondervinden overwegend respect en begrip, niet de afwijzing waarvoor gevreesd werd toen prenatale diagnose mogelijk werd. Om te beginnen zullen bestuurders, politici en juristen, neurowetenschappers en futurologen, filosofen en ethici de trend moeten doordenken. Maar vooral eigenwijze burgers die het recht willen behouden ook in de toekomst nog eigenwijs te zijn.

Jan Staman is sinds 2002 directeur van het Rathenau Instituut.

foto mivochen

  1. 1

    De heer Staman noemt het : het verplaatsen van het focus van de aandacht van de buitenwereld naar de binnenwereld. Maar ik vrees dat het probleem iets anders ligt, al is er slechts een kleine wijziging van perspectief voor nodig: de aandacht wordt niet zozeer verlegd, het is eerder zo dat er iets verloren gegaan is, namelijk de filosofie (waaronder de wetenschapsfilosofie) en het onderscheid tussen de wetenschappen, terwijl men dat vacuüm probeert op te vullen met datgeen wat hij/zij zelf op de HBO’s en sociale academies geleerd heeft en waarvan hij/zij, bij gebrek aan beter meent dat het werkelijke kennis is.

    Zorg er voor dat scholen zich beperken tot het geven van echte kennis van de echte wetenschappen, en laat de rest van de opvoeding en onderwijs over aan de opvoeders in hun zelf gekozen en vormgegeven verbanden. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, dat geldt niet alleen voor u en ik, maar vooral en op de eerste plaats voor al degenen die menen zich als voogd over ons te mogen opstellen. Er bestaan geen wetenschappen meer waarin je kunt afstuderen en promoveren op “Hoe moet ik anderen bevoogden en waarom?” Vroeger bestond dat soort faculteiten nog wel, toen heette dat Theologie. Dat deze zijn weggevallen (tenminste in hun toenmalige maatschappelijke functie), wil niet zeggen dat we hetzelfde soort mensen onder een andere naam weer moeten binnenhalen.

  2. 5

    Zelfs als ik zou weten wat normaal inhoudt kon ik het je nog niet met zekerheid zeggen,vandaar de aanhalingstekens.
    Weet echter wel wat misfits betekend,en dat die veel leuker zijn dan de rest.