Het economisch populisme van Barack Obama

Terwijl de Republikeinen druk in de weer zijn met de voorverkiezingen heeft Barack Obama zijn campagne voor het presidentschap uitgerold. De motoren van Obama for America draaien warm. In de eerste uitingen van Obama valt op dat hij een populistische frame in zijn betoog verwerkt. Obama, de vertegenwoordiger van het volk, tegenover de economische elite. Mitt Romney, zijn aanstaande tegenstander in presidentsverkiezingen, is het stereotype van deze elite.

In eerste instantie klinkt het vreemd, Barack Obama en populisme? Er kleeft een negatieve bijsmaak aan het woord populisme waarmee we Obama niet zo snel associëren. Bovendien werd deze rol in de Amerikaanse politiek toch al vervuld door Tea Party champions als Sarah Palin?

Het economisch populisme is geëvolueerd uit het traditionele populisme, waarvan de tegenstelling tussen de machthebbers en het volk de kern van het politiek discours vormt. Het populisme van Obama berust op economische principes. Ten grondslag ligt het antagonisme tussen de rijke bovenklasse en de rest van Amerika. In het bijzonder spreekt Obama de hardwerkende middenklasse aan, die hij benoemt als de drijvende kracht achter de economie. Deze zet hij tegenover de bovenlaag van de samenleving die de dans ontspringt waar het gaat om de negatieve gevolgen van de huidige economische situatie. Regelgeving op het gebied van belastingen zou hen in de kaart spelen terwijl de middenklasse de eindjes aan elkaar knoopt.

Binnen het populistisch frame van Obama is het aan de economische elite om in economisch zwaar weer de middenklasse overeind te houden door in te leveren. De boodschap is eenvoudig: “The rich should pay more.” De oplossing is eenvoudig, belastingverhoging voor de rijken en verlaging voor de middenklasse.

Het economisch populistisch frame is een krachtig wapen. Obama kan het frame invullen met talloze voorbeelden. Een voorproefje gaf Obama tijdens de primary in Michigan. Santorum en Romney voerden druk campagne waarin het onder andere over de redding van de auto-industrie ging. Obama buitte de standpunten van de Republikeinse kandidaten uit in een commercial. Beide Republikeinen waren tegen de overheidssteun waarmee de auto industrie uiteindelijk werd gered. In het verhaal van Obama is het de elite, waar hij Santorum en vooral Romney onder schaart, die weigerde om de werkgelegenheid te redden en weigerde om een nationale trots in stand te houden, de Amerikaanse auto-industrie.

Obama maakt van Romney het symbool van de economische elite, met het doel om stemmen te winnen. De voormalig gouverneur van Massuchusettes heeft zelf ook aan dit beeld bijgedragen. Naast het feit dat Romney een succesvol verleden in het bedrijfsleven heeft en miljonair is was hij meerdere malen te betrappen op onhandige opmerkingen. Zo daagde hij Rick Perry tijdens een debat uit tot een weddenschap van 10.000 dollar, niet bepaald wisselgeld voor de gewone Amerikaan. Daarnaast zijn uitspraken als “I made a couple of bucks doing …” terwijl het om honderdduizenden dollars gaat, Romney ook niet vreemd. Het maakt de afstand tussen hem en de middenklasse groter en groter.

Het feit dat de Republikeinse voorverkiezingen langer duren dan de meeste Republikeinen zouden willen is gunstig voor Obama. Hij kan zich het ‘issue ownership’ over economische onderwerpen toe-eigenen, bijvoorbeeld werkgelegenheid en de nationale schuld. Lukt hem dit, dan is Obama in de perceptie van de kiezer de actor die de sterkste associatie met de economie oproept, hij positioneert zich als de meest capabele persoon om de economische problemen op te lossen. Het gaat gepaard met een hoge mate van controle in het debat. Obama heeft het initiatief. Zijn beschuldigingen aan het adres van Romney zijn moeilijk te ontkrachten. Het dwingt Romney tot de verdediging terwijl Obama beschuldigingen met betrekking tot de economie aan zijn adres relatief eenvoudig kan ontkrachten. Immers is het Obama in de overtuiging van de kiezer die zich het best met de economische problemen bezig kan houden.

Populisme werkt, talloze voorbeelden in diverse politieke situaties hebben dit aangetoond. Het is een effectieve manier om een politiek tegenstander buitenspel te zetten, vooral als de populist het meest geassocieerd wordt met het dominante thema van de verkiezingen, de economie. Het moet frustrerend zijn voor Romney. In de strijd om de Republikeinse nominatie is het juist de economie waar hij graag over debatteert met Santorum, die het liever over sociale kwesties heeft. Nu ziet hij zijn toekomstig tegenstander in de algemene verkiezingen die zich niet bekommert over aanvallen vanuit zijn eigen partij en zijn boodschap in relatieve rust kan verspreiden.

Obama is in controle, maar de eindstreep is nog lang niet in zicht. In de eerste plaats moet de huidige president van Amerika zorgen dat hij zich de economische thema’s toe-eigent. Hij heeft de tijd, vooral nu het ernaar uit ziet dat de winnaar van de Republikeinse nominatie voorlopig nog niet bekend is. Daar komt bij dat Romney het initiatief niet zonder slag of stoot uit handen geeft. Feit is wel dat de Republikein op achterstand staat, hoe hij poogt terug te komen zal de toekomst uitwijzen.

Foto: eyewash

  1. 1

    Het vervelende van huidig tijdperk is dat we met het woord “populisme” opgescheept zitten.
    Je zou – bij voorbeeld- evengoed een verwijzing kunnen maken naar Neville Chamberlain. Alom gerespecteerd , doch niet als demagoog/populist versleten.