1. 1

    In Wageningen mag je lekker voor de voedselindustrie onafhankelijk onderzoek doen, maar verder moet je je mond houden, want je bent een onafhankelijk onderzoeker.

  2. 2

    Een promovendus die in zijn proefschrift rept over bovennatuurlijke wezens zonde enige wetenschappelijke onderbouwing verdient zijn wetenschappelijke titel niet.

  3. 3

    @2: Het kenmerk van geloof is juist dat er geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor is. Anders is het geen geloof meer maar een feit.

    Leven en laten leven.

  4. 4

    Ik snap echt niet waarom ze daar een probleem van maken. Juist door die god alleen in je dankwoord te vermelden laat je zien heel goed te begrijpen wat het verschil tussen geloof en wetenschap is.

  5. 5

    @2 wat een saaie opmerking. Soms denk ik dat atheïsten net zo’n boekje hebben als jehova’s, want hun reacties zijn altijd zo voorspelbaar. Als ze hulp van God hebben ontvangen, dan mag je hem toch bedanken? Of hij wel of niet bestaat (ik denk dat je an-sich bedoelt) is irrelevant. Niet bestaande concepten kunnen prima fungeren als ‘agent’ om iets gedaan te krijgen.

  6. 6

    Er zit altijd achterin zo’n boek een persoonlijk dankwoordje aan mensen die hun bijdrage geleverd hebben. Naast dank voor collega’s meestal ook voor de ondersteuning van bv. je partner is heel gebruikelijk. Als je daar dan God bij zet, soit, denk ik dan. Maar er was ook iets dat er op de achterflap bijbelcitaten stonden. Misschien heeft de actie van het universiteitsbestuur daar iets mee te maken.

    Opvallend in het gelinkte stukje is dat er geen woord gerept wordt over de inhoud van het onderzoek. Hij hield zich als ik het goed begrijp bezig met problemen over mestoverschotten.

  7. 7

    @2:Rare, onvolwassen opmerking.
    Het bestaan van een vriendschap met iemand (en voor diegene een dankwoord uitspreken) behoeft ook geen wetenschappelijke onderbouwing. Gelukkig niet zeg.
    Ja, laten we vooral lekker zogenaamd alles wetenschappelijk gaan onderbouwen en elkaar daarmee vliegen gaan afvangen.
    Inderdaad; leven en laten leven. Zeker in een dankwoord.

  8. 8

    @3: En daarom hebben God en meermin niets te zoeken in een proefschrift, dat immers een wetenschappelijk proefstuk is.

  9. 9

    @8: Dan moet je consequent zijn en het hele dankwoord in het vervolg weren uit het proefschrift. En natuurlijk al het andere dat niet onvoorwaardelijk en volstrekt objectief wetenschappelijk gefundeerd kan worden.

  10. 10

    @8: Sinds wanneer is een dankwoord een wetenschappelijk proefschrift?

    Misschien wilt degene die bewezen heeft dat de aarde rond was in plaats van plat in zijn dankwoord onze lieve here wel op zijn blote knietjes bedanken dat hij niet over de rand geflikkerd is.

  11. 11

    Een academische promotie veronderstelt impliciter een sine qua non a-wetenschappelijke achtergrond. E.g. een gezin dat de promovendus (P) ondersteunde of tolereerde, een (met ons belastinggeld) subsidiërend Rijk, e.d.

    Dat P. bekroond deze ´voedende´ instanties publiek-formeel dankt, lijkt mij een kwestie van fatsoen en kan dan – schijnt het – (zijn) God daar ook bij.

    Maar leerde Christus dat wat Godes is enerzijds, en ´s Keizers anderzijds, strikt scheidbaar is. Volgen wij Hem nu in alle verschuldigd respect, dient de Nederlands-academische promotus in zijn euforie van het moment een dankend Tedeum achterwege te laten. Formeel.

    Wij moeten vooruit kijken en in deze affaire (een) God negeren. Structureel!

  12. 13

    Uit het zedenkundig handboek van Epictetus, het Encheridion:
    Aangaande vroomheid jegens de goden zult gij bedenken dat de hoofdzaak is juiste begrippen omtrent hen te hebben: dat zij werkelijk bestaan en de wereld goed en rechtvaardig regeeren ……. Dan zult gij de goden nimmer beschuldigen en hen niet verwijten dat zij u veronachtzamen. Maar dat is alleen dan mogelijk wanneer gij de begrippen goed en kwaad los maakt van al wat niet in onze *macht* staat, en goed en kwaad slechts zoekt in hetgeen in onze *macht* staat. want houdt gij iets van het eerstgenoemde voor goed en kwaad, dan moet gij, indien gij niet bereikt wat gij wilt, of overkomt wat gij niet wenscht, er onfeilbaar toe komen hen te beschuldigen en te haten, die er de oorzaak van zijn. ieder schepsel toch is het aangeboren te ontvluchten en te ontwijken hetgeen hem schadelijk schijnt en de oorzaken daarvan.
    Wat heeft dit met *hand*elingswerkwoorden te maken?
    Want: hebben de goden handen? Ik dacht het niet.

  13. 14

    Wat @6 en @7 zeggen.

    Je motivatie om wetenschap te bedrijven doet er bij een proefschrift niet toe,
    zolang de uitvoering van het onderzoek in het proefschrift maar wetenschappelijk was. De vorm waarin het in het proefschrift gebundeld gedocumenteerd is, doet er wetenschappelijk inhoudelijk ook niet toe: het is vorm. Ja, het is handig dat de opbouw conventies volgt, en dat wetenschappelijke deel ontmengd is van motivatiezaken (Wat die ook mogen zijn). Vandaar dat er een apart voorwoord/dankwoord is, en nog wel wat andere onderdelen ook. Met of zonder geloofsbeleidenis: doet er dan niet toe.

    Het argument van het universiteitsbestuur is slecht. Het scheert vorm en inhoud over een kam, het pretendeert dat wetenschap in isolatie betekent dat er niets anders is dan wetenschap voor de mensen die haar ambachtelijk beoefenen en er proeven in afleggen, het ontkent dat wetenschappers mensen zijn, het ontkent tradities en geschiedenis. Een hellend vlak, en niet de weg om het beoefenen van wetenschap algemeen aanvaard te houden.
    Het declameren van je motivatie en je dankbetuigingen moeten wel in verhouding blijven met waar het in het proefschrift eigenlijk om gaat, dus tot een paragraaf of wat. Ik kan begrijpen dat dat niet op de achterflap gewenst is. Maar juist de diversiteit aan motivaties en achtergronden van mensen die samen de wetenschap maken is wat wetenschap oneindig veel groter maakt dan wageningse proefschriftinhoud, dus laat nu juist dat staan. Het dankwoord is niet voor niets de meest gelezen passage in het gemiddelde proefschrift.

    .

  14. 15

    Help religie de wereld uit ,te beginnen op scholen,academies,hoge scholen en universiteiten.
    Pas dan kan er een begin worden gemaakt met de mens werkelijk te bevrijden van onderdrukking.
    En kan ik eens uitslapen op een zondag zonder klokkengelui .

  15. 16

    @14 het wordt echter grijs gebied in de (hypothetische) situatie dat een proefschrift (bijvoorbeeld)over religie gaat. De thematiek en de invulling kan dan gekleurd zijn door persoonlijke overtuiging. Maar wellicht is expliciteren van die persoonlijke overtuiging in een dankwoord aan god juist wel goed, omdat dit de lezer dan een kader biedt.

  16. 18

    @17: om exact dezelfde redenen vind ik bijvoorbeeld hoofddoekjes achter het gemeenteloket geen probleem. Moslimambtenaren die geen homoparen willen helpen mogen direct ontslagen worden, maar als ze hun werk goed doen mogen ze van mij best laten zien wat hun culturele en/of religieuze achtergrond is. Bij christenen en wetenschappers denk ik daar niet anders over.

  17. 19

    Scheiding tussen kerk en wetenschap, die “wetenschappelijk naar de wereld moeten kunnen kijken” zoals de SGPers zelf aangeven.
    Dankwoord aan bedrijven past evenmin, het geeft de schijn van afhankelijkheid. Het geeft te denken dat steeds meer leerstoelen (mede) door bedrijven betaald worden.

  18. 20

    De warme gevoelens bij vriendschaps- en andere banden zijn ook maar, zoals het liedje gaat, een illusie. Een functie van een rationele overlevingsstrategie. Een instinct om ons te motiveren vóór die strategie.

    D.w.z., wetenschappelijk gezien is ‘denkbeeldig vriendje’ een pleonasme.

    Als wetenschappelijkheid en rationaliteit dus vereisten zijn in het dankwoord, zouden sociale banden ook alleen in een strikt speltheoretisch tit-for-tat-kader uitgedrukt mogen worden:

    ”Dit dankwoord is gericht aan X, onder de onuitgesproken maar absolute voorwaarde dat mijn naam ook wordt genoemd in zijn aanstaande publicatie, zodat daarmee mijn professionele standing wordt verhoogd, ik stijg in de sociale hiërarchie, en daardoor mijn kansen op overleving en voorplanting toenemen.”

    “Dit dankwoord is gericht aan mijn ouders. Want hoewel jullie reeds bejaard en vereenzaamd zijn, en dus nagenoeg waardeloos in mijn strijd om overleving en voortplanting, kan het uitdrukken van mijn ‘dank’ en ‘warme gevoelens’ toch nuttig zijn. Ik laat potentiële bondgenoten er namelijk mee zien dat ik een trouwe tit-for-tat-partner ben, en dus de moeite van het aangaan van een ‘vriendschap’ of andere relatie waard.”

    “Dit dankwoord is gericht aan Y, want hoewel hij reeds is overleden en dus op het eerste gezicht vrij waardeloos is in de strijd om overleving en voortplanting, kan de associatie met zijn naam in bepaalde smaakculturen, waaronder die van mijn vakgebied, nog altijd veel betekenen voor mijn positie in de sociale hiërarchie en dus, uiteindelijk, voor mijn kansen op overleving en voortplanting.”

    &c.

    Zolang dat echter geen vereisten zijn, zie ik niet waarom een evenzeer illusoire relatie met ‘God’ niet geëerd zou mogen worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren