Opstelten legt uitspraak rechter terzijde

De Volkskrant:

Minister Ivo Opstelten van Justitie heeft een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag naar de prullenmand verwezen. In het vonnis staat dat de Europese Octrooi Organisatie (EOO) de fundamentele beginselen van een open en democratische rechtsstaat schendt. Volgens Opstelten geniet de Europese organisatie echter immuniteit.

Dit is de achterliggende zaak:

Bij de EOO speelt al jaren een conflict tussen de leiding en een groot deel van de werknemers. Directeur Benoît Battistelli zou een schrikbewind voeren en wars zijn van tegenspraak. Hij erkent vakbonden niet en weigert met hen in gesprek te gaan. […]

Om georganiseerd verzet tegen te gaan, heeft de leiding van de organisatie het mailverkeer tussen de bonden en hun leden geblokkeerd. Het stakingsrecht is ingeperkt en medewerkers die hun onenigheid uiten worden met tuchtmaatregelen en ontslag bedreigd. Ook zijn de vakbonden niet welkom aan de onderhandelingstafel.

En dus:

Die maatregelen zijn in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), oordeelde het gerechtshof in Den Haag vorige week.

Nu is er inderdaad een rechtsregel die stelt dat internationale organisaties als het EOO immuniteit genieten ten opzichte van nationale wetten en regels, maar gezien de ernst van de zaak achtte het Haagse gerechtshof zich niettemin bevoegd.

Juridische experts zijn het met het gerechtshof eens:

Volgens deskundigen staat Opsteltens houding op gespannen voet met de rechtsstaat en verkiest hij immuniteit boven mensenrechten. ‘Juridisch zal hij misschien in zijn recht staan, maar gelet op het constitutionele systeem komt dit heel vreemd over’, aldus staatsrechtgeleerde en senator Hans Engels. ‘Het is bijzonder dat dit soort bevoegdheden bij een minister liggen. En dat bedoel ik niet in positieve zin.’

Cedric Ryngaert, hoogleraar internationaal recht in Utrecht, noemt het bevel van Opstelten uitzonderlijk. ‘Eigenlijk holt hij de macht van de rechter uit. Internationale organisaties gaan zich zo nog meer boven de wet stellen, terwijl dat nu al een probleem is. Opstelten beroept zich op een wet uit de jaren zeventig. Die moet dynamisch worden toegepast, maar hij neemt een erg conservatief standpunt in.’

Maar de rechtsstaat uithollen met behulp van wetten & regels is natuurlijk iets wat Opstelten maar al te graag doet.

h/t Emile M

Open artikel

Reacties (11)

#1 Folkward

Verrassing?

#2 Emile M

De uitspraak is helaas niet gepubliceerd.
Het is de ECLI:NL:GHDHA:2015:255 maar die is onvindbaar.

#3 Anton Evening

Typisch VVD, zolang de wet ’t niet verbiedt…

#4 zuiver

De rechtsstaat vreet zichzelf op.

#5 Emile M

@3: Nee. De wet (artikel 3a van de Gerechtsdeurwaarderswet) staat het uitdrukkelijk toe. De publicatie in de Staatscourant is overigens nog niet te vinden. Ik hoop dat een journalist de eisende partijen in de procedure bij het Hof vraagt of zij de voorzieningenrechter gaan vragen de maatregel van Opstelten opzij te schuiven.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0012197/geldigheidsdatum_26-02-2015

#6 Bismarck

“Nu is er inderdaad een rechtsregel die stelt dat internationale organisaties als het EOO immuniteit genieten ten opzichte van nationale wetten en regels”

Het EVRM is toch geen nationale wet, maar een internationaal verdrag (en dus een treetje hoger in de hiërarchie)?

#7 gbh

Van de VVD kan je weinig anders verwachten alleen de PVDA maakt dat alles voor de rijken graainest mogelijk.

#8 Emile M

@6: de immuniteit is ook in een verdrag geregeld. Daartussen bestaat geen rangordeverschil.

#9 Bismarck

@8: Als dat zo is, kan de EOO dus niet boven het EVRM staan, zoals het nu wel pretendeert.

#10 Emile M

Daarover verschillen het Hof en de Minister van mening. Ik heb de tekst inmiddels gevonden maar er is (nog) geen link.
Het Hof overweegt:
“3.10 Zoals hiervoor is aangestipt, betekent het enkele feit dat een alternatieve rechtsgang ontbreekt niet dat een schending van art. 6 EVRM moet worden aangenomen en dat de immuniteit van jurisdictie moet worden doorbroken. Het hof is echter van oordeel dat er bijkomende omstandigheden zijn waardoor daar in het onderhavige geval wel aanleiding voor is. Het gaat in deze zaak immers om de rechten van vakbonden op het voeren van collectieve actie en collectieve onderhandelingen, dat wil zeggen om rechten die behoren tot de fundamentele beginselen van een open en democratische rechtsstaat en die erkenning hebben gevonden in meerdere (hiervoor genoemde) verdragen. De stellingen van VEOB c.s. houden bovendien in dat deze rechten door EOO stelselmatig en op vergaande wijze worden geschonden, doordat het recht op staking op ontoelaatbare wijze wordt ingeperkt en VEOB c.s. het recht om deel te nemen aan collectieve onderhandelingen geheel wordt ontzegd, hoewel zij voldoende representatief zijn. Van deze stellingen kan in ieder geval niet gezegd worden dat zij prima facie ongegrond zijn. Dit betekent dat het beroep van EOO op de haar verleende immuniteit van jurisdictie disproportioneel is. De Nederlandse rechter is dan ook in dit geval bevoegd van de vorderingen van VEOB c.s. kennis te nemen, hetgeen ook kan betekenen dat die rechter beslissingen neemt die gevolgen hebben voor de organisatie van EOO.
3.11 EOO voert nog aan dat zij geen partij is bij de hiervoor genoemde verdragen en dat zij daardoor ook niet is gebonden. Dit argument ziet er echter aan voorbij dat de Nederlandse rechter gehouden is de rechten en vrijheden die deze verdragen toekennen te verzekeren voor ieder die ressorteert onder zijn rechtsmacht (vgl. art. 1 EVRM). Weliswaar moet de Nederlandse rechter óók de bepalingen van het Protocol toepassen, maar aangezien er in dit geval een conflict bestaat tussen de bepalingen van het Protocol en de bepalingen van (onder meer) het EVRM, zal de rechter moeten nagaan welke bepaling in dit concrete geval voorrang heeft. In dit geval moeten de bepalingen van het Protocol wijken, op gronden die hiervoor uiteen zijn gezet. Hierbij tekent het hof aan dat EOO niet heeft betwist dat VEOB c.s. onder de Nederlandse rechtsmacht vallen. Het hof acht voorshands ook voldoende aannemelijk dat dit het geval is, nu zowel VEOB als SUEPO in Nederland gevestigd zijn.”

De Minister is het daar kennelijk niet mee eens.

#11 Letaupe

Volgens mij zijn er nog twee instanties die zich niet aan de wet houden:

(1) De Tweede Kamer die Opstelten eindelijk een figuurlijke schop onder zijn kont kunnen geven;
(2) de echte baas die het zelfde met Basistelli kan doen. Het is geen orgaan van de Europese unie en de fuhrer zit in München. De Nederlandse vertegenwoordiger in de toezichtsraad van het octrooibureau in München zit bij het departement van economische zaken en valt dus onder partijgenoot Kamp.

Zoals bekend verleent de VVD alleen lip service aan het principe van de rechtsstaat en de officiële coalitiegenoot en de informele coalitiegenoten zitten er voor spek en bonen bij. Verwacht er dus niet te veel van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*