Wraak is zinloos: Les Sept Jours du Talion

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Jan-Jaap van Peperstraten over wraak naar aanleiding van de film ‘Les Sept Jours du Talion’.

(Foto: Flickr/PernilleLouise)

“Ze zouden hem aan z’n ballen moeten ophangen,” wil nog wel eens gezegd worden in reactie op deze of gene misdaad van seksuele aard. De Frans-Canadese film Les Sept Jours du Talion gaat over één van die zeldzame mensen die de daad bij het woord voegt. De film, gebaseerd op de gelijknamige roman van Patrick Senécal, gaat over de chirurg Bruno Hamel wiens dochtertje Jasmine op een willekeurige dag op weg naar school wordt ontvoerd, verkracht, en vermoord. De gewelddadige dood van Jasmine verwoest de familie Hamel.

Als de politie de dader arresteert (overweldigend DNA bewijs, het proces zal niet meer dan een formaliteit zijn) bereidt de arts uitgebreid de ontvoering van de moordenaar voor. Op weg naar de rechtszaal weet hij de bewaarders om de tuin te leiden en gaat er met de moordenaar, de eenendertigjarige arbeider Anthony Lemaire vandoor. Hamel neemt contact op met de politie en kondigt zijn voornemen aan. Hij zal Lemaire zeven dagen lang martelen voordat hij hem vermoordt.

De politie, in concreto sergeant Hercule, begint een race tegen de klok om Lemaire te vinden voordat hij vermoord wordt. Maar ook sergeant Hercule heeft zijn eigen spoken waar hij mee vechten moet, en veel gewone burgers zijn niet bepaald behulpzaam om Hercule te helpen Lemaire te redden.

Ik was in eerste instantie niet van plan om deze film te zien, ik ben niet zo van het genre ‘martelfilm’ maar Sept Jours kreeg dermate goede recensies dat ik me er toch aan gewaagd heb. Over het plot verklap ik verder niets, behalve dat het bijzonder confronterend en heftig is.

In alle eenvoud toont de film de futiliteit van Hamels strafexpeditie. Wat voor gruwelijks hij Lemaire ook aandoet, zijn ritualistische wraakzucht wordt niet gestild. Er is geen katharsis, slechts onttakeling en leegte. Lemaire zegt op een gegeven moment: “het ergste is nog dat je er niet eens van geniet.” De film doet niet aan dramatiek. Er is geen soundtrack, geen effectbejag. Dit is geen Saw of Hostel, alles is zoals het zou kunnen zijn.

Veel mensen roepen dat ze zouden doen wat Hamel deed, een paar zouden misschien inderdaad doen wat Hamel deed als ze de kennis en mogelijkheden bezaten maar ik denk dat iedereen uiteindelijk zou ondergaan wat Hamel onderging: een helletocht van de ene ontreddering naar de andere.

En toch, kun je Hamel veroordelen? Ook die uitweg is gesloten. Vanuit de luie stoel kunnen we slechts toezien hoe een ooit fatsoenlijk chirurg tot de grootste monsterlijkheden in staat blijkt na de lustmoord op zijn dochtertje en er zijn genoeg momenten dat je denkt dat Lemaire zijn lot op zich wel verdient. De dubbelheid is dat we wat Hamel doet kunnen afkeuren maar kunnen we hem veroordelen? Wat zouden we zelf doen, of liever wat zouden we willen doen?

Het meest bizarre is eigenlijk dat het kwaad, het onversneden, onverdunde kwaad, een volstrekt onpersoonlijke macht blijkt. Lemaire vermoordt Jasmine, en zet zo een kettingreactie in werking, maar ook het kwaad dat Hamel doet heeft zijn weerslag op derden: zijn vrouw in de eerste plaats, maar ook de moeder van een ander slachtoffertje van Lemaire. Lemaire’s moordlust zelf komt ook ergens vandaan, zijn eigen boosaardigheid is ook geen creatio ex nihilo. Het kwaad is een kettingreactie, een virus, en een geneesmiddel is zomaar niet voor handen.

Vergeving is hier niet te vinden, Lemaire vraagt er niet om (hij piept wel om genade, maar heeft geen noemenswaardig berouw – en kan dus eenvoudigweg niet worden vergeven), Hamel vraagt er niet om. De eerste vindt zichzelf een willoos slachtoffer van omstandigheden; een slechte jeugd en wat niet. En Hamel? Hamel nam slechts wraak. Oog om oog, tand om tand, leven om leven. Hoe kun je daar vergeving om vragen? Het is juist de radicale afwezigheid van vergeving in de film die de noodzaak van het vergeven – in abstracto – tegenwoordig stelt. Subtiel, zonder poespas of sentiment. Sommige zaken worden pas opgemerkt als als ze er niet zijn.

Je kan niet zeggen: Hamel had Lemaire maar moeten vergeven, wat een onmogelijke taak! Maar we kunnen wel zeggen dat eindeloze vergelding op vergelding een doodlopende weg is: en weten waar we niet naartoe moeten helpt ons toch een beetje onze weg te vinden door een donker bos met vele morele valkuilen.

  1. 1

    Opmerkelijk in deze tijd waarin de roep om straf en vergelding weer steeds harder wordt. In HP de Tijd van 19/11 pleit Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie, er nog voor dat meer aandacht besteed moet worden aan straf en vergelding. Volgens hem

    moet de balans, de compensatie, het oog om oog, niet volledig verdwenen zijn. En dat is bij ons toch vaak wel het geval. We leggen erg veel nadruk op de zieligheid van de delinquent.

  2. 2

    Interessant artikel. Rechtvaardigheid is zoiezo een lastig concept vind ik, zeker omtrent strafzaken. Er is al veel geschreven over rechtvaardigheid, maar ik zelf ken niet veel literatuur omtrent rechtvaardigheid en strafzaken. Het meeste gaat toch over een samenleving, zoals Rawls justice as fairness, of Hobbes, Locke en t social contract gebeuren. Daarnaast ken een beetje literatuur over postconflict situaties. Dit komt denk ik t meest in de buurt van strafzaken, aangezien in het postconflict situaties ook om misdaden gaat. Echter, hierin stelt bijv. Pankhurts dat rechtvaardig samengaat met een algemeen geaccepteerde werkelijkheid. Hierin schort het volgens mij aan in Nederland. Publiekelijk is er geen overeenstomming omtrent de werkelijkheid van een conflict/misdaad. Daarom vindt de een dat het om wraak gaat als hij roept dat er hogere straffen moeten komen, en de ander blijft over met een gevoel van onrechtvaardigheid als een dader te zielig wordt weggezet. Als oplossing geeft de auteur dat er zo snel mogelijk een algemene werkelijkheid moet worden afgesproken en dus gestraft, aangezien dan de wonden nog vers zijn en er de minste weerstand is voor een straf. Zo beperk je de discrepantie.