Welkom in Het Dolhuys

ACHTERGROND - Sargasso duikt deze zomer in musea in Nederland en nabije omstreken. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer of redacteur over zijn of haar favoriete museum. Meer bijdragen welkom (mail naar info [at] sargasso.nl.). Deze keer Henk Ras over museum Het Dolhuys. Nooit van gehoord? Lees verder……

Mijn beroep heeft een naam die tegenwoordig al een museale bijklank heeft: zenuwarts. Een zenuwarts was een neuroloog-psychiater of een psychiater-neuroloog, afhankelijk van het aantal jaren dat men aan deze respectieve vakken in opleiding was geweest. Tijdens mijn opleiding kwam ik in enkele psychiatrische ziekenhuizen, ouderwetse gestichten, waar men vaak wel een hoekje had voor het museum van de instelling. Het Provinciaal Ziekenhuis Santpoort had het mooiste museum, vond ik. De laars van Junod stond er te pronk, een recept voor bloedzuigers uit 1850, het instrumentarium om electroshocks toe te dienen. Om maar een paar voorbeelden van het aanwezige gruwelinstrumentarium te noemen.

Geweldig interessant en gelukkig begreep men dat. Bij het Nationaal centrum Geestelijke volksgezondheid (NcGv), later huidige Trimbosinstituut, werkte bijvoorbeeld de historicus Joost Vijselaar. Hij publiceerde in de loop der tijd een boek over vrijwel alle musea bij psychiatrische instellingen in Nederland en streefde naar een landelijk museum voor de psychiatrie. En zie dat is er gekomen: museum Het Dolhuys in Haarlem, gehuisvest aan de Schotersingel nummer 2.

De "bovenkamer" in Museum Het Dolhuys (foto © Museum Het Dolhuys)

De “bovenkamer” in Museum Het Dolhuys (foto © Museum Het Dolhuys)

Het Dolhuys

Zoals ook elders werd deze behuizing, vóór er mensen met psychische stoornissen werden opgeborgen, gebruikt om lijders aan lepra ver buiten de stad te huisvesten. Het lazarushuis werd het gebouw ook genoemd, naar de schutspatroon van de leprozen, de bijbelse Lazarus. Dat ‘Krijg het lazerus’ een goed-Amsterdamse vervloeking werd, kan de schutspatroon niet worden verweten.

Toen de lepra uit Europa verdween, kwamen de gebouwen vrij en konden mensen die soms onhoudbaar dol werden erin vastgehouden worden. Die gestichten waren zeker geen toonbeeld van menslievendheid en het duurde wel drie eeuwen voordat de Parijse arts Philippe Pinel (1793, hij ontdeed de krankzinnig verklaarde mensen van hun ketenen) en in Nederland Jacobus Schroeder van der Kolk (Krankzinnigenwet 1841) daarin verbetering brachten.

De gebouwen van het Dolhuys

Het museum bestaat uit een aantal in de loop der eeuwen aan elkaar gebouwde behuizingen. Het oudste – uit 1340 – was oorspronkelijk de leprozerie. Melaatsen konden daar wonen en kregen een ‘vuilbrief’, waarmee het toegestaan was te bedelen, hetgeen voor anderen streng verboden was. In de ‘vuilbrieven’ werd uiteraard levendig handel gedreven. Je moest wel een houten klepper meedragen om de mensen te waarschuwen dat er een lazaruslijder aankwam. Het gebouwtje lag op de weg van veel pelgrims naar Santiago de Compostella. Vandaar wellicht dat deze leprozerie Sint Jacob als beschermheilige der melaatsen had verkozen boven de gebruikelijke Lazarus.

Als eerste kennismaking met het museum is een begeleide rondleiding aan te bevelen (zondag 14.00 uur, via de website te reserveren). Daarna kan men in alle rust nog eens nauwkeuriger naar de opstellingen kijken.

Voordat in 1559 de leprozerie tot dolhuis werd omgedoopt, hield men ‘dollen’ (psychotische patiënten) en ‘mallen’ (zwakbegaafden) vaak thuis in de varkensstal of het kippenhok. In het dolhuis werden onrustige mensen meestal opgesloten in een stenen hok, een dolcel, met een traliewerk en een houten deur, die meestal dicht gehouden werd, zodat het in het hok aardedonker was. Op zon- en feestdagen werden de houten deuren geopend en bezoekers konden tegen betaling de ‘gekken’ komen bezichtigen en voederen.

De schilder Frans Hals had als jongste van zijn dertien kinderen een zwakbegaafde zoon, die evenals de door Hals geschilderde Malle Babbe, in het Dolhuys ondergebracht is geweest. Mogelijk had Babbe een te traag werkende schildklier (cretinisme), hetgeen in de zeventiende eeuw nog niet tot het kennisgebied der dokters behoorde.

Frans Hals, Malle Babbe

Frans Hals, Malle Babbe

Een mooi voorbeeld van de interactieve museumopstelling zijn de kasten, die als je de deur opent een inventaris aan spulletjes van de patiënt laten zien, maar ook het verhaal van betrokkene via een geluidsbandje laten horen.

In een volgende zaal staat een vijftal bekende ‘gekken’ opgesteld. De dichter Gerrit Achterberg, de schilder Edvard Munch, de kunstenaar Anton Heyboer, Vincent van Gogh en de schijfster Myrthe van der Meer (“PAAZ”).

En ook Arthur Prins, een vertegenwoordiger van de ‘Outsider Art‘. Hij maakt zonder opleiding aan een kunstacademie interessante werk. In sommige buitenlanden werden begaafde amateurkunstenaars heel lang opgenomen gehouden in het psychiatrisch ziekenhuis, omdat de verkoop van hun schilderijen de financiën van de kliniek een beetje opvijzelden.

De oorzaken

Een paar zaaltjes zijn gewijd aan de oorzaken die men in de loop der eeuwen aan psychiatrische stoornissen heeft menen te kunnen toeschrijven. Tien eeuwen lang was dat de humoraalpathologie: verkeerde menging van vier lichaamssapen (gele gal, zwarte gal, bloed en slijm) leidde tot stoornissen als cholerische prikkelbaarheid, zwartgalligheid, sanguïniteit en flegmatisme).

In de negentiende eeuw konden knappe dokters aan het uiterlijk van mensen zien welke stoornissen voor hen in het verschiet lagen. Franz Joseph Gall onderscheidde knobbels op de schedel die voor bepaalde eigenschappen verantwoordelijk waren. Een talenknobbel hebben sommigen van ons daaraan overgehouden. Cesare Lombroso diagnosticeerde criminele aanleg aan doorgegroeide wenkbrauwen en diep in de kassen liggende ogen.

Sigmund Freud bouwde zijn theorieën sinds eind negentiende eeuw op de waarneming dat veel stoornissen samenhingen met in de vroege jeugd opgedane ervaringen, die waren verdrongen uit het bewustzijn. Een eeuw lang is vervolgens gebakkeleid over de vraag welke behandeling het beste de stoornissen zou verhelpen: wat onbewust is weer bewust helpen maken (de psychoanalyse) of met beloningen voor gewenst gedrag (gedragstherapie) het ongewenste afleren.

Aandacht is er ook voor de uit Suriname stammende winti-behandeling. Geesten (winden) die bezit hebben genomen van de patiënt worden op rituele wijze uitgedreven. Dergelijke praktijken komen ook bij andere godsdiensten voor.

De psychiaterkamer

In deze kamer hangen de portretten van veel uit het verleden bekende psychiaters. Sommigen treden ook in een gefilmd gesprekje aan. Opvallende afwezige is hier Pieter Baan, de man die de forensische psychiatrie ontwikkelde en naar wie zelfs het Centrum is genoemd waarin psychiatrische patiënten worden behandeld die een misdaad hebben begaan. Naast het portret van Arie Querido, die de sociale psychiatrie vorm gaf, is nog wel een plaatsje vrij.

Aan het bureau van een psychiater gezeten kan de bezoeker vragen stellen. Voor elke vraag zijn drie verschillende antwoorden beschikbaar. Psychiaters zijn het blijkbaar vaak niet met elkaar eens.

De invoering van psychofarmaca in de jaren zestig van de vorige eeuw heeft het beeld van de psychiatrie sterk veranderd. Mede onder invloed van de antipsychiatrie die algehele afschaffing van de klinieken wenste, werden de grote inrichtingen opgedoekt en behandeling en begeleiding binnen het eigen milieu ingevoerd. In ongeveer dezelfde tijd nam de psychotherapie voor de neurosen – lichtere vormen van psychische stoornissen –  in vele vormen een grote vlucht.

Psychologische tests

Wie wil weten wat psychologische tests over jezelf te zeggen hebben, kan in Het Dolhuys op z’n gemak een vijftal tests doen. Wel even onthouden dat die testen aan veel kritiek onderhevig zijn.

De Zorgzaal

Een heel grote, hoge zaal, waar vroeger de pestlijders werden ondergebracht, bevat nu een mooie verzameling voorwerpen uit de musea van de zeven psychiatrische inrichtingen die hebben bijgedragen aan de vorming van de collectie van Het Dolhuys. Een dwangbuis, een dwangstoel, een spanlaken, een rustbad, een elektroshock-apparaat, de prachtig opgepoetste laars van Junod, waarmee het onderbeen in een vacuüm werd gezogen, opdat de druk in het hoofd minder werd. Enfin, te veel om verder op te noemen.

De Bestuurskamer

Wie op zondagmiddag het museum bezoekt, kan op verzoek en begeleid, een blik werpen in de recent ontdekte bestuurskamer. Een deftige lokatie uit de zeventiende eeuw met achttiende-eeuwse schilderingen als behang. De Jacobsschelp prijkt onder de lijst van bestuurderen.

Aanbevelenswaardig

Ik heb het museum in 2005, toen het geopend werd, bezocht en sindsdien nog wel een paar keer. De opstelling is sedertdien voor een deel vernieuwd en uitgebreid. Regelmatig worden tentoonstellingen gehouden die met de menselijke geest en stoornissen daarin te maken hebben. De ontwikkeling van de Outsider Art is voor Het Dolhuys nieuw en interessant.

Een bezoek voor mensen die belangstelling hebben voor de geest in al zijn facetten – en wie is dat niet? – is zeker aan te bevelen. Als je voor 31 december 2016 gaat (betalend of met museumkaart), kan je gratis iemand meenemen.