Weg naar EU nog lang voor Bosnië-Herzegovina en Kosovo

ACHTERGROND - De laatste oorlog in voormalig Joegoslavië ligt alweer meer dan tien jaar achter ons. Het grote bloedvergieten is sindsdien voorbij, toch is de situatie in een aantal van de voormalige Joegoslavische republieken verre van stabiel. In de Volkskrant en het Financieele Dagblad stonden gisteren interessante artikelen over de situatie in respectievelijk Kosovo en Bosnië-Herzegovina.

In hedendaags Kosovo staan de burgers van Servische afkomst onder druk. Althans, voor zover zij zijn gebleven. Naar schatting woonden er voor de oorlog van 1999 twintigduizend Serviërs in Pristina, daarvan zijn er nu nog 53 over volgens dit artikel in de Volkskrant. Hoewel de werkloosheid er hoog is, heerst er optimisme in de hoofdstad. Er zijn veel jonge mensen die veelal werken voor internationale organisaties en er is een bloeiende horeca. Maar het optimisme geldt niet voor de Serviërs. In de hoofdstad, waar niet de gemeenschappelijke blauwe Kosovaarse vlag maar de rode Albanese vlag volop wappert, is maar één Servisch-orthodoxe kerk. De meeste Serviërs trekken naar Servische enclaves, sommige niet ver buiten Pristina, maar de meeste in het noorden van Kosovo. In die enclaves hebben zij hun eigen ziekenhuizen, scholen en kerken.

Geschiedenis van Kosovo

Gevoelens van ontheemdheid onder Serven en moslims wisselen elkaar af in de geschiedenis van Kosovo, dat door Servische nationalisten wordt gezien als de bakermat van hun cultuur. Volgens de overlevering werd deze bakermat in 1389 bij de Slag op het Merelveld verloren waarna eeuwen van Ottomaanse onderdrukking volgde. Na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk kreeg Servië weer zeggenschap over Kosovo. Dat bleef na de Eerste Wereldoorlog onveranderd, ondanks het feit dat de Albanese moslims toen al de meerderheid vormden. Na de Tweede Wereldoorlog werd Kosovo onderdeel van het Tweede Joegoslavië van Josip Broz Tito. Door een grondwetswijziging in 1974 verloor Servië haar controle over Kosovo, dat weliswaar volgens de wet een provincie bleef maar in feite de status van republiek kreeg (Kosovo werd toen rechtstreeks vertegenwoordigd in de federale instellingen).

Onder invloed van de veranderende verhoudingen vertrokken tussen 1961 en 1981 meer dan 50.000 Serven en Montengrijnen uit Kosovo. Na de dood van Tito vertrokken er tussen 1982 en 1988 nog eens 26.000. In combinatie met een hoog geboortecijfer onder de Albanese bevolking veranderde de bevolkingssamenstelling in Kosovo drastisch. Milosevic speelde eind jaren ’80 in op de gevoelens van onderdrukking die leefden onder de Servische bevolking en maakte handig gebruik van de mythevorming rondom de verloren middeleeuwse slag op het Merelveld.

In de jaren ’90 waren het de Kosovaarse Albanezen die onder druk kwamen te staan in Kosovo. Toenemende confrontaties tussen het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) en het Servische leger en geweld en represailles van het Servische leger en politie leidden tot duizenden doden en grote vluchtelingenstromen. Uiteindelijk greep de internationale gemeenschap in maart 1999 in. De luchtaanvallen van de NAVO, operatie Allied Force, dwongen Milosevic terug aan de onderhandelingstafel. In juni 1999 werd deze operatie opgevold door de multidisciplinaire VN-vredesmissie UNMIK.

In 2008 riep Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Servië erkent Kosovo niet en ziet het land als een afvallige provincie. De meerderheid van de EU-lidstaten erkent Kosovo wel. Nu zijn het weer de Serviërs voor wie het leven in Kosovo zwaar is.

Moderne ruïnes

Internationale instellingen zijn nog steeds zwaar vertegenwoordigd in Kosovo in het kader van de wederopbouw. Dat is ook het geval in Bosnië. De VN, EU, IMF, Wereldbank en de Europese ontwikkelingsbank EBRD zijn er al meer dan zeventien jaar vertegenwoordigd, aldus dit artikel in het FD. In de eerste zes jaar na de oorlog ging er ieder jaar tussen de 600 miljoen en één miljard dollar aan hulpgeld naar Bosnië, Nederland stond derde op de lijst van donoren. De Nederlandse bijdrage is fors gekrompen, maar de EU-bijdrage aan Bosnië bedroeg vorig jaar nog 100 miljoen euro. Al die financiële steun heeft de sporen van de oorlog echter nog niet kunnen wegwissen. De infrastructuur is nog zeer beperkt, gebouwen in Sarajevo zitten nog vol met kogelgaten en op het platteland staan moderne ruïnes.

De steun richt zich ook op de opbouw van een goed functionerende democratie en economie. Nieuwe gewelddadige confrontaties lijken ver weg, maar de Dayton Akkoorden hebben het er niet gemakkelijker opgemaakt wat betreft de bestuurlijke wederopbouw. Sinds Dayton is er binnen de Bosnische staat een Servische republiek en een Moslim-Kroatische Federatie. Dit zijn twee autonome regio’s, met daarboven een centrale regering. Die centrale regering bestaat uit drie presidenten – één van elke bevolkingsgroep – en 150 ministers. Het wekt weinig verbazing dat daadkracht bestuur bijna onmogelijk is. Veel Bosniërs zijn ontevreden over de politiek, maar stemmen toch steeds weer op dezelfde leiders omdat die van dezelfde nationaliteit zijn, zo constateert het FD.

Hoop

Net als Kosovo heeft Bosnië te kampen met een hoge werkloosheid. Toch is er hoop. De nieuwe generatie heeft minder van doen met het etnisch belaste verleden en is hoog opgeleid. Nog even en Bosnië wordt een hip wintersportgebied. De verwachting is dat de economie omhoog schiet als de bestuurlijke impasse wordt doorbroken. Zover is het echter nog niet, de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap, Valentin Inzko, heeft nog bergen werk te verzetten. In principe heeft Inzko veel macht: hij kan wetten uitschrijven en zelfs de presidenten ontslaan. Inzko geeft aan dat het vieren van de teugels de afgelopen zes jaar niet goed heeft gewerkt, er is sprake van stagnatie. Het voorhouden van de wortel van Europese integratie was niet genoeg. Volgens de Hoge Vertegenwoordiger moet de internationale gemeenschap in Bosnië actief blijven om de weg naar EU-lidmaatschap te wijzen.

Er zal nog heel wat moeten gebeuren voordat Bosnië en Kosovo toe kunnen treden tot de EU. Voorlopig hebben zij de status van ‘potentiële kandidaat-lidstaten’. Overigens staat Kroatische toetreding gepland voor juli van dit jaar.

Tot slot, voor een beknopte chronologie van de ontwikkelingen in Joegoslavië in de jaren ’90, zie deze aardige grafische weergave van The Guardian.

  1. 1

    Kosovo heeft geen enkele status zolang er nog 5 EU leden Kosovo niet erkennen (dus de EU kan en mag Kosovo niet erkennen en geen enkele onderhandeling ovr eender welke status dan ook beginnen).

    Komt nog eens bij dat Kosovo nooit en te nimmer EU lid kan worden omdat Albanezen nog verder van de EU afstaan dan de Turken.

  2. 3

    @2: Ja hoor dat kan wel, maar de kans is groter dat er morgen apen met vleugels gevonden worden dan dat de Turken de noodzakelijke hervormingen doorvoeren die daar voor nodig zijn de komende 50 jaar.

  3. 5

    De EU heeft al veel te veel corrupte landen omhelsd.
    Het is heel wel denkbaar dat de EU weer teruggaat naar de EEG.
    Wel samenwerking maar elk land verantwoordelijk voor haar eigen economie.

  4. 8

    @5: sommige mensen blijven in het verleden leven. Vroeger was alles beter…

    @6: Dat zal zeker geen sympathie opwekken, maar waarom heeft dat iets te maken met een mogelijk EU lidmaatschap van de staat Kosovo?

  5. 11

    @10: waar die Albanezen vandaan komen is volstrekt irrelevant. Nederland wordt ook niet uit de EU gegooid, als enkele Nederlanders zich misdragen, en je hebt er ook niet voor gepleit om Noorwegen uit de EU te gooien na Breivik. Je bent gewoon weer bezig je vooroordelen ten toon te spreiden.