Waarom we humaniora hebben

COLUMN - De historische wetenschappen werken met allerlei soorten begrippen: de wezensdefinitie, de omschrijvende definitie, de typen, de ideaaltypen, de extreemtypen, de familiegelijkenissen. Daar wil ik het eens over hebben.

Een wezensdefinitie is mogelijk als er een benoembare essentie is die bij alle beschreven objecten en alleen bij de beschreven objecten voorkomt. GW-Basic is een computertaal met een bepaalde grammatica, die we niet aantreffen bij andere computertalen. Een bonobo heeft een eigen DNA dat andere dieren niet hebben. Slavernij is het als iemand anders jou bezit. Water bestaat uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof. Als het zo precies niet lukt, zullen we zaken moeten beschrijven door middel van omschrijvende definities of een van de andere soorten begrippen.

En dan gaan we het nu – zucht – hebben over Zwarte Piet.

Welles nietes

Eerst even dit: ik ben een traditionalist. Dat betekent dat ik weet dat het Sint-Nikolaasfeest allerlei historische transformaties heeft ondergaan (lees maar) en nog zal ondergaan. Ik heb dus geen enkele moeite met aanpassingen en heb in de jaren negentig zowel zwart als blauw gepiet. Roetveegpiet en Stroopwafelpiet zijn niet werkelijk mijn ding, maar zijn me ook geen crisis waard. Ik zie niet in wat er tegen is om een beetje rekening te houden met andermans gevoeligheden.

Dat gezegd zijnde, ik ben ook historicus en gruw van de gevoerde discussie. Wie zegt dat Zwarte Piet racistisch is, benoemt een essentie. Het probleem is: die is er niet. Wie zich als Zwarte Piet verkleedt, doet dat immers niet met de bedoeling mensen belachelijk te maken. De werkelijkheid is complex, maar de gelijkstelling van Zwarte Piet aan racisme dwingt mensen die zichzelf niet als racisten beschouwen om het tegengestelde standpunt in te nemen. Dan staan twee partijen tegenover elkaar die allebei claimen als enige een essentie te benoemen. Racisme! Kinderfeest! Nietes! Welles! Omdat er geen ruimte voor concessies meer is, escaleert het dus via politiegeweld in Dordrecht en Gouda tot iets dat verdraaid veel lijkt op een fascistische knokploeg.

Je kunt wél zeggen “ik ervaar het als racisme”.  Je kunt ook zeggen “ik ervaar het niet als racisme”. Dan laat je de ander ruimte om in jouw richting te bewegen.

Ik begrijp overigens heel goed dat groepen als KOZP kiezen voor de radicalere formulering, want eerdere pogingen het vriendelijk aan te pakken – jaren tachtig, negentig – leverden maar weinig op. Het probleem is nu echter wel dat essenties zijn benoemd waar de werkelijkheid veelvormig is. De discussie is nu zo gestructureerd geraakt dat harmonieuze oplossingen ondenkbaar zijn.

Iets soortgelijks speelt bij de hoofddoeken van moslima’s. Volgens Nieuw Rechts zijn die een symbool van onderdrukking, volgens sommige moslima’s een manier om jezelf als gelovige identificeerbaar te maken en volgens weer andere moslima’s dienen ze om je decent te bedekken. Drie interpretaties, waarvan twee binnen hetzelfde geloof, en er is niet één juiste. Je kunt elkaar in de haren vliegen door te doen alsof er een benoembare essentie is, maar het is wijzer te accepteren dat er geen essentie is, dat de ander een afwijkende visie hebben mag en dat de vraag niet hoeft te zijn wie er gelijk heeft. Dat geeft ruimte elkaar tegemoet te komen.

Waarom we humaniora hebben

Dit is dus waarom we humaniora hebben: omdat ze ons helpen onze eigen denkpatronen te doorgronden, om de structuur van onze discussies te verhelderen en wat gelukkiger mensen te zijn. Met wat meer inzicht in de gebruikte begrippen zouden we hebben kunnen zien dat we, door het essentialisme van de gelijkstelling van Zwarte Piet aan (geen) racisme, een doodlopende straat zijn ingelopen.

Ik beweer overigens niet dat dit deel van het geesteswetenschappelijke instrumentarium de perfecte oplossing garandeert. Ik weet immers dat woorden – en dus ook begrippen – associaties met zich meebrengen en dus politieke instrumenten kunnen worden. Maar door te denken over wat de beperkingen van onze begrippen zijn, kunnen we problemen herkennen voordat deze onbeheersbaar worden.

Iedereen geesteswetenschapper

“Er is geen essentie,” zeggen historici en andere sociale wetenschappers en geesteswetenschappers dus. “Trekken wij ons niets van aan”, was de reactie de afgelopen jaren, of eventueel “Hoe hadden wij dat kunnen weten?” Tegen het eerste antwoord is geen kruid gewassen. Het antwoord op de tweede tegenwerping is dat het te wensen ware geweest als de beoefenaren van de historische disciplines wat minder de nadruk hadden gelegd op feiten en gebeurtenissen en wat meer hadden geprobeerd mensen te leren denken als geesteswetenschappers. Simpel gezegd, als de humaniora een Bildungsideaal bieden, moet de ambitie niet zijn de mensen wat conclusies toe te werpen, maar dat iedereen kan leren denken als geesteswetenschapper.

Deze dimensie, welbeschouwd een pedagogische ambitie, is de laatste kwart eeuw steeds verder uit het zicht verdwenen. Mensen kunnen nergens meer leren welke soorten begrippen bestaan. Het verleden is in de praktijk verschraald tot de platvloerse beleefbaarheid van de erfgoedsector of tot een schoolvak waarin door gebrek aan lesuren de enige verdieping moet bestaan uit het geestloze vergelijken van toen en nu. Geen wonder dat mensen het belang van de historische en de andere geesteswetenschappen niet langer herkennen, want het huidige aanbod is weinig uitdagend.

De aanval op KOZP in Den Haag is beangstigend. Die ging niet over Zwarte Piet maar ging over de vraag wie in onze maatschappij mogen meepraten. En hij toont ons wat de wereld wordt als de humaniora verdwijnen.

  1. 1

    @0 Boeiend stuk. Waar volgens mij een deel van het onbegrip komt, is dat activistische groepen die zich met dit onderwerp bezig houden, niet uitgaan van een definitie waarbij de intentie van het individu ter zake doet, maar waarin het systeem beschreven wordt. Wetenschappelijk gezien dus minder historisch (vanuit het individu / de individuele gebeurtenis) maar meer sociaalwetenschappelijk/sociologisch (vanuit het collectief).

    “Racisme” is daarbij een beschrijving van het systeem heden ten dage, waarbij donkere mensen gemiddeld genomen nog steeds minder kans hebben op een goede baan, in slechtere wijken wonen, minder gezond zijn, etc. En dat op een nationale feestdag wekenlang een karikatuur van een ‘domme zwarte’ met dikke rode lippen, gouden oorbellen en een raar accent opgevoerd wordt, is onderdeel van dat systeem. Dit is dus helemaal niet aan de orde:

    Je kunt wél zeggen “ik ervaar het als racisme”. Je kunt ook zeggen “ik ervaar het niet als racisme”. Dan laat je de ander ruimte om in jouw richting te bewegen.

    Ik vind dat zelf overigens problematisch, omdat in het dagelijks spraakgebruik mensen wél een individuele definitie van racisme hanteren, die uitgaat van de individuele intenties (https://www.encyclo.nl/begrip/racisme – het gaat om ‘de opvatting hebben dat het ene ras superieur is aan het andere’). De activisten die zich verzetten tegen zwarte piet hebben vanuit hun eigen begrippenkader een punt, maar juist door het gebruikte begrippenkader ontstaat ook heel veel weerstand, bij mensen die het anders wellicht met ze eens waren geweest. Tegelijkertijd heeft de auteur ook volledig gelijk met

    Ik begrijp overigens heel goed dat groepen als KOZP kiezen voor de radicalere formulering, want eerdere pogingen het vriendelijk aan te pakken – jaren tachtig, negentig – leverden maar weinig op.

    Maar nu de discussie loopt en op hoofdlijnen al gewonnen is door de anti-pieten, zou ik een aanpassing van de terminologie wel verstandig vinden – het kan de acceptatie van de aanpassing alleen maar sneller laten gaan, denk ik.

  2. 2

    In aanvulling op #1 – je ziet dit principe vaker. Vanuit eenzelfde op het systeem gebaseerde begrippenkader zie ik mensen soms beargumenteren dat ‘zwart racisme’ of dergelijke niet bestaan, omdat racisme altijd gericht is van de dominante groep richting niet-dominante groepen. Wellicht is dat zo vanuit bepaalde definities zo (dat neem ik maar even aan), maar het is natuurlijk hopeloos in de publieke discussie. Want mensen lezen dit (met de reguliere definities over racisme in het achterhoofd) dat zwarte mensen wel mogen discrimineren, en witte mensen niet. Wat leidt tot enorm veel weerstand en onbegrip, en wat koren op de molen is van extreem rechts. Mensen die discriminatie gewoon kut vinden (of dat nou is van wit naar zwart, Turk naar Marokkaan, vrouw naar man of visa versa) haken helemaal af, terwijl ze het vaak best eens zouden kunnen zijn met de observatie dat ‘het systeem’ bepaalde groepen bevoordeeld boven anderen.

    Nou ja, best belangrijk dus, correct benoemen waar we het nu eigenlijk over hebben.

  3. 3

    @2:

    Want mensen lezen dit (met de reguliere definities over racisme in het achterhoofd) dat zwarte mensen wel mogen discrimineren, en witte mensen niet.

    Het *zou* ook tot de observatie moeten leiden, dat dit een uit de VS overgewaaide discussie is, die semi-hippe mensen hier te lande nog eens dunnetjes over willen doen, alleen maar omdat het zo fijn hun deugdzaamheid en voorgewend kosmopolitanisme etaleert. (En een aantal academische nep-jobs in stand houdt ;-). En die gaat over hele, echt hele fijne nuances van anderszins leuk samenleven (omdat de rechtsbescherming hier gewoon best Ok in elkaar zit).

    Zwart (en anderszins) racisme is in de rest van de wereld een serieus probleem, waar mensenlevens mee gemoeid zijn (slavernij in de visserij in Azie, in West Afrika, in de Arabische wereld, indianen in Zuid Amerika, de lijst is best lang). Dat is nog eens andere koek!

    Zoals gewoonlijk beperkt het activisme van de Westerse bien-pensants zich weer eens tot wat zich rondom de eigen navel afspeelt. Zie ook de (Nederlandse) discussies rondom de hoofddoek, waarvoor mensen (vrouwen) in sommige landen (Iran) in de martelcel belanden. Het provincialisme zou komisch zijn, als het niet zo dieptragisch was elders.

  4. 4

    Wauw, wat een fraai rijtje stereotypische, azijnzeikerige clichés. De intrigant uithangen zou komisch zijn, als het niet zo dieptragisch eenzijdig en off topic was.

    On topic: het gaat over wat de waarde van geesteswetenschappen zou kunnen zijn als die hun pedagogische taak wat serieuzer nemen. “Omdat ze ons helpen onze eigen denkpatronen te doorgronden, om de structuur van onze discussies te verhelderen en wat gelukkiger mensen te zijn”, schrijft de auteur.