Voorstellen Nationale Conventie – 2

Logo Nationale ConventieHierbij het tweede deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1)

2. Stel adviesorganen van de regering voor minimaal eenderde samen uit uitvoerders van het primaire proces op het terrein waarover advies wordt uitgebracht.

Toelichting Nationale Conventie:
De last van regels en beleid kan ook worden verminderd door er voor te zorgen dat regels en beleid beter aansluiten bij de behoeften van degene die er dagelijks mee te maken hebben. Honderdduizenden professionals als leraren, verpleegsters en politieagenten houden zich beroepshalve met de publieke zaak bezig. Zij hebben een schat aan kennis over praktijksituaties die bruikbaar is voor de ontwikkeling van beleid en het stellen van regels. Deze kennis dringt vaak onvoldoende of te laat door bij beleidsmakers en de politiek. De Conventie pleit ervoor daarin verandering in brengen, door meer uitvoerders zitting te laten nemen in adviesorganen.
Een belangrijke functie van adviesorganen is vergroting van de externe oriëntatie van de overheid. Specifieke kennis van uitvoerders in adviesorganen mag daarbij niet ontbreken.
Nu zijn ze doorgaans samengesteld uit wetenschappers en (oud-)bestuurders.
Om bruggen te slaan tussen beleid en uitvoering is ook het inzicht en de kennis van uitvoerders nodig.

Uitvoering:
Kan zonder (grond)wetwijziging.

Hoewel een deel van de mensen in adviesorganen soms ook wel een achtergrond in de praktijk heeft, ontbreekt waarschijnlijk vaak de actuele kennis. Bovendien kunnen mensen uit de praktijk meestal vrij goed aangeven welke gevolgen het voorgestelde beleid kan hebben.
Hierbij komen echter twee vragen op. Ten eerste de vraag hoe je de juiste mensen uit de praktijk selecteert. Iemand kan best veel ervaring hebben in zijn/haar veld. Maar daarmee is nog niet gezegd dat dit persoon dan ook goed kan inschatten wat consequenties van beleid zijn. Dit vraagt vaak een helicopterblik, wat niet iedereen gegeven is.
Ten tweede is de vraag hoe je omgaat met de tijd van de mensen uit de praktijk. Deze hebben vaak een full time baan en zijn waarschijnlijk zeer gewaardeerd bij de organisatie waar ze zitten (anders zouden ze niet in aanmerking komen voor een adviesorgaan). Waarschijnlijk heb je dan een zelfde regeling nodig als met raadsleden. Maar of werkgevers dan zo makkelijk hun mensen vrij geven is maar de vraag.

[poll=21]

– Het volledige advies van de Nationale Conventie
– Voorstellen Nationale Conventie – 1

  1. 2

    Hoe selecteer je die mensen uit de praktijk? Volgens mij zou je gewoon willekeurig mensen er uit moeten pikken. Juist niet de mensen die door hun organisatie worden aangewezen, dus, of de mensen die lid zijn van een politieke partij of vakbond of zo.

  2. 3

    Klinkt wel leuk natuurlijk, maar over welke adviesraden gaat ’t dan?

    In de wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, kun je moeilijk niet-wetenschappers zetten. In de Sociaal Economische Raad, kun je misschien naast de werkgevers, werknemers en kroonleden een vierde groep zetten, maar wat kan een verpleger of onderwijzeres toevoegen aan de discussie over het ontslagrecht, waar je wel enige bagage nodig hebt, om de discussie goed te doorgronden.

    En dan nog, een advies is zo vrijblijvend dat de regering gerust haar eigen gang gaat…

  3. 5

    Het fundamentele probleem van de Nederlandse politiek is het effect van de professionalisering ervan sinds de jaren 70. Waardoor rechtstreekse aan politieke processen veel minder interessant werd voor de mensen die geen carrière in het openbaar bestuur of de ambtenarij.

    Buitenstaanders kennen de mores niet, die tijdens vergaderingen geldt. Omdat het altijd bij beslissingen om compromissen gaat, en tijdelijk noodzakelijke coalities. Om draagvlak. Omdat politici een volgende keer bestuurder zijn, of omgekeerd.

    Je kunt binnen die inteelt wel willen om bloed van buiten binnen te brengen, maar dat wordt afgestoten afgestoten afgestoten.

    De wens tot verbtering is er misschien wel, maar het inzicht dat daartoe verandering nodig is, ontbreekt.

  4. 7

    @ijsbrand: maar dat zou je kunnen compenseren door te stellen dat een meerderheid van een adviesraad uit niet-ambtenaren moet bestaan. Dan slaat de balans door.

    (hoewel je dan misschien ook alle mensen die bij hele grote bedrijven of instellingen werken, moet overslaan. Die zijn vaak ook verambtelijkt)

  5. 8

    – Ik het kader van de sanering van adviesorganen die het kabinet voorstelt, vraag ik mij af of dit adviespunt nog relevant is.
    – Zou je professionals uit de praktijk niet beter “gewoon” kunnen raadplegen i.p.v. via een verkalkt adviesorgaan.
    -Wat voor mensen uit de praktijk zouden bijv. zitting moeten nemen in een breed adviesorgaan dat adviseert over milieu en ruimtelijke planning?

  6. 9

    Misschien niet helemaal hetzelfde, maar toch: ik heb in een vorig leven nogal eens meegewerkt aan veiligheidsstudies (HAZOP voor de kenners) in de (petro)chemische industrie. Dat deed je met een team van ingenieurs, procesontwerpers, veiligheidsdeskundigen en zo, maar regel was dat er ook altijd een paar mensen van de werkvloer bij moesten zijn. Dat ging in het begin soms wat onwennig, soms zaten mensen er aan het begin zichtbaar met tegenzin, maar uiteindelijk werkte het altijd prima. En de mensen van de werkvloer leverden vrijwel altijd een belangrijke bijdrage. Eye-openers voor de ontwerpers en het management.
    De enige voorwaarde om dit te laten werken is volgens mij een voorzitter die er voor zorgt dat iedereen zijn inbreng kan leveren en dat iedereen serieus genomen wordt.

  7. 10

    Vind de mensen maar eens die mee willen werken. Ik heb in 3 grote bedrijven gewerkt en zag dat de OR een ramp was. Mensen willen daar geen deel van uit maken. Gevolg is dat de mensen die nogeen appeltje te schillen hebben in de OR gaan wat rampzalig is voor de Onderneming.

    Op gemeentelijk en regionaal niveau merk ik dat er bijna geen fietsers zijn die meewillen denken over goed fietsbeleid. Verkeersambtenaren zitten om dit soort input te springen, maar krijgen het niet. Voetgangersvertegenwoordiging is al helemaal afwezig en de meeste locale VVN-afdelingen bestaat uit 1 70plusser die niet komt omdat zijn rollator een lekke band heeft.

    In de politiek is het niet anders. Partijen hebben bijna geen leden en van dat beetje leden dat ze hebben willen er maar weinig inde politiek.

    Misschien komt dit omdat iedereen het wel goed vind gaan. Soms denk ik zelfs dat het aan de matige vergoeding ligt.

  8. 11

    @Xiwel: dat is een groot probleem. Een week of wat geleden stond daar in een krant een stuk over. De “burger” bestaat niet meer. De mensen zien de overheid als een soort dienstverlener die er voor hun is. En ze zien zichzelf niet meer als onderdeel van een samenleving. Dat merk je dan in de politieke partijen en andere organen waar eigenlijk burgerparticipatie gewenst is.
    Misschien kan je bovenstaand voorstel dus pas oppakken als je een generatie lang de jeugd een soort maatschappelijke stage hebt laten lopen waarin ze ook leren dat ze zelf onderdeel zijn van de samenleving en mee moeten denken om een samenleving gezond te houden.
    Nu is het wel erg makkelijk zoals sommige mensen er in zitten. “Ik betaal toch belasting, dan moeten ze toch gewoon doen waar ik om vraag”.

  9. 12

    Als je gaat zitten wachten tot mensen zich aanmelden is dat misschien inderdaad een probleem. Ik denk dat het heel anders is als de overheid mensen vraagt om mee te doen. Dan zullen mensen veel eerder geneigd zijn om ja te zeggen.

  10. 14

    Pak dat probleem dan bij de jeugd van 16-18 aan. Geef ze invloed door naar hun input te luisteren. Heeft allerlei voordelen voor hen en de maatschappij.

  11. 15

    @ Steeph: Ik denk dat je, door min of meer willekeurig te selecteren, nou net de juiste mensen krijgt. De gewone leraar (of leerling) als het over onderwijs gaat, een gewone verpleegkundige of arts bij zorg-onderwerpen, etcetera. Veel beter dan mensen die al gewend zijn om te gaan met politiek, beleid en dat soort zaken.
    Overigens: zo’n beetje elk project, elke werkgroep, elke task-force of hoe het ook heet bij de overheid heeft wel een begeleidingscommissie of klankbordgroep. In heel veel gevallen zouden een paar mensen uit de praktijk daarin goud waard zijn.