Van der Lans Ruimte II

In ‘Ontregelen. De Herovering van de werkvloer‘ en in zijn nieuwe boek ‘Eropaf! Het nieuwe begin van het sociale werk‘ beschrijft Van der Lans een nieuwe weg van het maatschappelijk werk. Eigenlijk is het een nieuwe agenda voor de hele publieke sector. Hij gebruikt een aantal ruimtelijke metaforen om deze nieuwe agenda te beschrijven. Deze laten echter wel de zwakke plekken in zijn betoog zien.

Van der Lans maakt gebruikt van een ruimtelijke metafoor om uit te leggen hoe het maatschappelijk werk is ontwikkeld. Ik heb al eerder over deze Van der Lans ruimte geschreven. Van het paternalistische erbovenop, via het empathisch ernaast naar het afstandelijke ervanaf. Het maatschappelijk werk moet nu terugkomen in de vorm van Eropaf! Het afstandelijke welzijnswerk van de jaren ’80 en ’90 moet worden vervangen door een veel actievere, betrokkenere vorm van het welzijnswerk zonder te vervallen in het softe ernaast of het paternalistische erbovenop. Als we de ruimtelijke metafoor eens uit tekenen zien we het probleem van Van der Lans’ betoog: Ernaast en erboven zijn eigenlijk twee verschillende varianten van Eropaf! Die allebei sterk verschillen van ervandaan. De vraag hoe we precies de balans gaan vinden tussen het paternalisme van erboven en de empathie van ernaast. Deze balans zoekt Van der Lans in Eropaf! maar een zekere ambiguiteit tussen vertrouwen in de kracht van mensen en juist achter de achter ingrijpen zit er wel in.

Van der Lans' Ruimte (Plaatje: Simon Otjes)

Een zelfde problematische ruimtelijke metafoor speelt in Van der Lans’ nieuwste boek (Eropaf!): hij stelt in zijn boek voor dat verschillende wijken op verschillende manieren benaderd moeten worden. Er zijn in zijn ogen vier varianten: in de wijken kan sprake zijn van afhankelijkheid of van autonomie. Van mensen die hulp nodig hebben en mensen die het zelf wel redden. En het sociaal werk kan op twee manieren handelen: ingrijpen en loslaten. Dat levert vier combinaties op. Die hierboven zijn weergegeven. Twee hiervan zijn uitermate curieus. Er zijn dus wijken nodig waar mensen het zelf aan kunnen. Daar kunnen sociaal werkers loslaten (‘zelfsturing’). Maar het sociaal werk kan ook juist hier in grijpen (‘stimuleren’). Van der Lans legt niet uit waarom als in wijk mensen autonoom zijn het sociaal werk zou moeten ingrijpen. Dat lijkt mij niet nodig. Dan kunnen er in wijken grote problemen zijn, zodat mensen afhankelijk zijn van zorg. In zulke gevallen kan het sociaal werk ingrijpen (‘activeren’). Dat klinkt logisch: er zijn problemen eropaf! Maar het sociaal werk kan ook loslaten als mensen van zorg afhankelijk zijn (‘coachen’): waarom de overheid zou loslaten op dat moment is mij volslagen onduidelijk. Twee van de vier kwadranten zijn eigenlijk heel raar: waarom zou je loslaten als mensen hulp nodig hebben, of ingrijpen als mensen dat zelf wel redden?

Aangepaste Van der Lans' Ruimte (Plaatje: Simon Otjes)

Het lijkt erop te duiden dat er niet sprake is van vier kwadranten maar van een lijn en een middengebied. Als mensen autonoom zijn kan het sociaal werk loslaten en als mensen afhankelijk zijn moet het sociaal werk ingrijpen. Als mensen tussen afhankelijkheid en autonomie staan: het soms wel redden en anders niet, een probleem hebben en niet meerdere, dan kan het sociaal werk coachend optreden en mensen stimuleren. De twee lijnen die Van der Lans haaks op elkaar zet liggen dus parallel aan elkaar: de oplossing moet bij het probleem passen.