De gemiddelde Nederlander is er wellicht maar al te mee bekend maar voor een land dat minder dan een eeuw geleden nog met een wereldrijk kon pronken bracht het declaratieschandaal van afgelopen zomer toch een nare eigenschap van de gemiddelde parlementariër aan het licht: een beschamend gebrek aan eigenwaarde.
De gênante rechtvaardiging waarmee vele leden van het Britse Lagerhuis kwamen aanzetten (“Het was niet tegen de regels!”) is volgens Theodore Dalrymple, oftewel, arts en conservatief schrijver Anthony M. Daniels, tekenend voor de hedendaagse westerse moraliteit: wat niet bij wet verboden is, is niet verkeerd, dus acceptabel. Wie een ander op ongewenst gedrag aanspreekt mag de leus, “Het is toch niet verboden?” terugverwachten. Deze houding illustreert het treurige gebrek aan zelfrespect dat tot in de hoogste kringen van onze maatschappij is doorgedrongen en wellicht het gevolg is van een overdaad aan regelgeving. Des te meer de overheid verbiedt en reguleert, des te minder voelen mensen zich genoodzaakt gedragscodes te respecteren en des te minder voelen mensen zich verantwoordelijk voor hun eigen gedrag—en, soms, voor hun eigen leven.