‘Autochtoon’ en ‘allochtoon’: afschaffen, hernoemen of herdefiniëren?

De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd de termen allochtoon en autochtoon te herzien. Sociologen Arjen Leerkes en Jaco Dagevos van de Erasmus Universiteit Rotterdam leggen op de website Sociale Vraagstukken drie keuzes voor: afschaffen, hernoemen of herdefiniëren? In een poll kun je behalve stemmen ook alternatieven aandragen. De Tweede Kamer nam op 17 maart 2016 een motie aan waarin de regering wordt verzocht ‘om de beleidstermen westerse en niet-westerse allochtoon en autochtoon te herzien’. De motie vloeit voort uit een al langer lopend debat over de voor- en nadelen van hoe de Nederlandse overheid de etnische herkomst meet, en over de terminologie waarmee herkomstgroepen worden aangeduid. Vooral de term ‘allochtoon’ wordt in toenemende mate als stigmatiserend ervaren. Wij zien drie opties om de terminologie te herzien: ‘afschaffen’, ‘hernoemen’ en ‘herdefiniëren’. Maar eerst, wat vinden allochtonen er zelf van? Daarvoor kijken we naar nog niet eerder gepubliceerde cijfers.

Water is nat, niet zelfredzame burgers blijken niet zelfredzaam

Daar sta je dan als niet zelfredzame burger. Zo’n suffertje die het sinds een jaar mag doen met de goedwillende zorg van familie, buren en vrienden om zelfredzamer te worden. Onder regie van de gemeente die het hele zorgwiel met een korting van 25% opnieuw ging uitvinden. En wat blijkt een jaar nadat we de participatiemaatschappij hebben ingevoerd? Zelfredzame burgers blijken toch niet zelfredzaam.

(..) het SCP [ging] na wat ook alweer de gedachten waren achter het idee om de maatschappelijke ondersteuning, de jeugdzorg en het werk voor gehandicapten over te laten aan de 390 gemeenten in Nederland. En wat daar tot nu toe van terecht is gekomen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: han Soete (cc)

Minder contacten tussen niet-westerse minderheden en autochtonen

ACHTERGROND - In de afgelopen vijftien jaar is het contact tussen niet-westerse groepen en autochtone Nederlanders niet toegenomen. Onderlinge contacten zijn belangrijk, want ze bevorderen de beeldvorming en hebben een gunstig effect op de taal en de arbeidsmarktpositie.

De sociale contacten tussen autochtonen en niet-westerse migranten zijn niet toegenomen. Het aantal vrijetijdscontacten is de afgelopen twee decennia ongeveer gelijk gebleven. Tevens komen migranten en autochtonen steeds minder vaak bij elkaar over de vloer. Bijna de helft van de Turkse Nederlanders krijgt bijvoorbeeld nooit autochtone Nederlanders op bezoek. Begin deze eeuw was dat bij één op de drie zo. Kenmerkend voor de Turkse groep is de gerichtheid op de eigen herkomstgroep, die in de afgelopen jaren verder is toegenomen.

Ongeveer een op de tien Marokkaanse en Turkse Nederlanders huwt met een autochtone Nederlander. Dit is gelijk aan de situatie van tien jaar geleden. Binnen de Antilliaanse groep wordt veel vaker gemengd gehuwd, maar in vergelijking met tien jaar eerder is het aandeel huwelijken met autochtone Nederlanders afgenomen. Op het gebied van vriendschappen, bezoek thuis en relaties zien we geen ontwikkeling naar meer interetnisch contact.

Verklaringen voor trend

Dat groepen elkaar niet naderen is een opvallende bevinding. Vanuit het idee van voortschrijdende integratie is de veronderstelling dat migranten gedurende de levensloop en tussen generaties steeds dichter komen te staan bij de ‘ontvangende’ samenleving. Dat was ook de verwachting. In de achterliggende jaren is de omvang van de tweede generatie toegenomen, wordt er binnen migrantengroepen steeds vaker Nederlands gesproken en is het opleidingsniveau aanzienlijk gestegen. Dit zijn allemaal factoren die gunstig uitwerken op de het aangaan van contact met autochtone Nederlanders. Toch zien we dit niet terug in de ontwikkelingen van de afgelopen vijftien jaar. Uit ons onderzoek blijkt dat tenminste vier andere ontwikkelingen juist een rem hebben gezet op voortgaande sociale integratie: de toegenomen etnische segregatie en concentratie, de economische conjunctuur, de grote culturele afstand en het maatschappelijk klimaat.

Foto: copyright ok. Gecheckt 08-11-2022

Wat wil de Nederlander veranderen aan de economie?

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft onze medeburgers weer eens gevraagd naar de staat van ons land, en in het bijzonder naar de toekomst van de economie (vanaf p. 27). Wat opvalt is dat Nederlanders veel somberder zijn over de toekomst van de Nederlandse economie dan over de toekomst van de eigen financiële situatie. 64 procent ziet de Hollandse staatshuishouding de komende maanden verslechteren, terwijl slechts 29 procent somber is over de eigen huishouding. In die discrepantie zijn Nederlanders zelfs Europees kampioen (p.33). Vreemd is dat. Maar er is nog een discrepantie die opdoemt uit de enquête.

Gevraagd naar de zorgen over de Nederlandse economie noemt men spontaan de crisis, de bezuinigingen, de inkomensongelijkheid en de bonussen. Twee derde van de Nederlanders vindt dat de verschillen tussen arm en rijk in Nederland te groot zijn geworden. Maar liefst 71 procent is het eens met de stelling dat bonussen een slechte zaak zijn. Een meerderheid vindt dat de overheid meer moet ingrijpen in de financiële sector. En er zijn onderhand ook meer mensen die economische groei “slecht voor de samenleving” vinden dan niet (31 tegen 28 procent). Redelijk fundamentele kritiek, zou je denken.

Maar vraag je de Nederlander of er “fundamentele veranderingen” nodig zijn in de Nederlandse economie, dan zegt maar 19 procent ja. 55 procent vind kleinere veranderingen wel genoeg (p.37). Hoe kan dat?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

SCP: niet-westerse migranten veel harder getroffen door crisis

Aldus de Volkskrant:

De werkloosheid onder niet-westerse migranten is ruim driemaal zo hoog als onder autochtonen: 16 tegen 5 procent. Vooral bij jongeren is het verschil groot: 28 tegen 10 procent.

Nog wat cijfers:

Anderhalf jaar na afronding van het mbo is 19 procent van niet-westerse migrantenjongeren werkloos, tegenover 5 procent van de autochtone Nederlanders. Van niet-westerse migranten met een hbo-diploma is na anderhalf jaar 15 procent werkloos. Bij autochtonen is dat 6 procent.

Vooral voortijdige schoolverlaters van Marokkaanse origine zijn zeer vaak werkloos (59 procent). Niet-westerse migrantenjongeren die wel werken hebben in ruim tweederde van de gevallen een flexibele baan.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Geluk & bijgeloof

Mark Rutte (clichémannetje tenslotte) had vorig jaar een lekker beeld te pakken met zijn uitspraak dat de overheid geen geluksmachine is. Dat beeld nemen Cretien van Campen en Jeroen Boelhouwer over in de bijdrage vandaag op Sociale Vraagstukken, waarmee ze hun SCP-bundel ‘Sturen op Geluk’ presenteren.

Ze keren hem alleen om: De overheid is allang, nog steeds en voortdurend een geluksmachine.

‘Sturen op geluk’ laat dat zien aan de hand van een reeks aan projecten en beleid van gemeenten, scholen en zorginstellingen. Het is een bonte hoeveelheid, maar een ding valt direct op. De ‘doelgroepen’ van het geluksbeleid hebben vrijwel allemaal zorg nodig: kinderen, zieken, ouderen en sociaal zwakkeren. Dat lijkt logisch – voor volwassenen die geen probleem hebben, hoef je je als overheid of maatschappelijk middenveld niet te gaan uitsloven. Maar bij geluk gaat die vlieger niet op. Je hoeft niet ziek te zijn, of op school te zitten om ongelukkig te zijn.

Blijkbaar ‘stuurt’ de overheid vooral ‘op geluk’ bij groepen aan wie ze toch al aandacht besteedt. Nu bedoelde Mark Rutte met zijn machinemetafoor niet zozeer dat de overheid de zwakkeren moet laten zitten, maar dat succes en welbevinden in het leven primair een eigen verantwoordelijkheid is. Het lijkt er vooral op dat het onderwijs, de zorg en het welzijn aan het sleutelen zijn aan hun doelstellingen – en dat de notie van geluk daarbij helpt. Wat niet slecht is; het sluit aan bij de trend om de ervaring van de afnemers van zorg en onderwijs centraal te stellen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-03-2022

Hoe blijft de verpleging betaalbaar?

Het gebruik van verpleging en de verzorging voor mensen thuis of in instellingen zal de komende jaren blijven doorgroeien. Van 11 miljard in 2009 zal dit bedrag groeien tot 25 miljard in 2030. Gesteld dat we dit als een probleem zien, wat kunnen we ertegen doen? Een verhoging van de eigen bijdrage zal geen soelaas bieden, menen Evelien Eggink en Debbie Oudijk, beiden werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

In 2009 gebruikten 940.000 mensen een vorm van publiek gefinancierde thuiszorg, verpleeghuiszorg of verzorgingshuiszorg. De vergrijzing zal het beroep op deze zorg opstuwen. Wij hebben becijferd dat er in 2030 intotaal 1,25 miljoen gebruikers kunnen worden verwacht. Dit betekent een stijging van ongeveer 1,5 procent per jaar. De meer intensieve vormen van zorg, met name van de instellingen, zullen sterker toenemen dan de lichtere en goedkopere zorgvormen.

Op basis van de vergrijzing hadden we wel een veel sterkere stijging van het gebruik verwacht. Zo komt de groei van het aantal 65-plussers tot 2030 uit op 2 procent per jaar, en die van het aantal 80-plussers zelfs op 2,5 procent per jaar. Het zorggebruik wordt gedempt doordat ouderen steeds langer in goede gezondheid verkeren en door een hoger inkomen en opleidingsniveau minder afhankelijk zullen zijn van publiek gefinancierde zorg. Bij deze berekeningen is geen rekening gehouden met moeilijk te voorspellen effecten van beleid of veranderde voorkeuren van gebruikers.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Armoede naar Nederlandse maatstaven

Het percentage mensen dat in armoede leeft loopt op, becijferde het SCP onlangs. Het is daarom wenselijk te kijken naar de opbouw van het sociaal minimum en arbeid niet als panacee voor armoede te zien. Dat stelt SCP-onderzoeker Cok Vrooman in reactie op de vele vragen die hij kreeg naar aanleiding van het recente Armoedesignalement.

In zijn column in Trouw stelde Sylvain Ephimenco onlangs dat men door het woord ‘armoede’ voor Nederland te gebruiken het begrip devalueert, en dat deel van de wereldbevolking schoffeert dat onder de ‘echte’ armoedegrens leeft. Hij illustreerde dit door te berekenen dat Pakistani van de armoedenorm van de Wereldbank maandelijks 42 liter melk kunnen kopen, of 76 halve broden, 96 kilo aardappelen of 511 eieren. Gebruikt men de Nederlandse armoedenorm van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dan kan een alleenstaande zich in ons land volgens Ephimenco iedere maand maar liefst 1008 liter melk, 1559 halve broden, 1512 kilo aardappelen of 7984 eieren veroorloven.

Dit was één van de vele commentaren op de uitkomsten van het recente Armoedesignalement 2011. Het contrast met een aantal reacties die we op het SCP van ‘Nederlandse armen’ ontvingen was opmerkelijk. Daarin werd ons regelmatig voorgerekend dat de armoedegrens die we hanteren in hun geval te laag zou zijn, bijvoorbeeld omdat men meer huur betaalt dan wij veronderstellen. Het is daarom nuttig kort op een rij te zetten wat armoede naar Nederlandse maatstaven inhoudt, en wat we hiervan empirisch weten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

In de hemel is geen nostalgie, daarom zuipen we het hier

GC heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag de maandelijkse bijdrage van, P.J. Cokema, met een terugblik op de tweede verdiepingsstudie van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) van het SCP.

“Bestuurlijke en sociale vernieuwing zullen in het komende jaar veel van Uw aandacht vergen, ter versterking van de kwaliteit van en de saamhorigheid in onze samenleving. Ook de internationale ontwikkelingen die aanleiding geven tot hoop en vrees zullen belangrijke beslissingen van U blijven vragen”.

Nostalgie is een vorm van geheugenverlies. Wie dit citaat in de tijd probeert te plaatsen, zal zeer waarschijnlijk niet zo diep graven. Toch is het citaat ruim twintig jaar oud. Het is de slotzin uit Hare Majesteit’s troonrede van 1990.

Veel is er in de afgelopen twintig jaar niet veranderd. De nostalgie is hetzelfde gebleven. Het onbestemde gevoel dat vroeger alles beter was. En dan hebben we het niet over gisteren of vorig jaar. De historische heimwee verlangt naar de waan van de dag van zo’n twintig jaar geleden. De negentiger jaren dus. De troonrede van 1990 wekt de indruk dat er toen zorgen waren over de manier waarop we samenleven, over de multiculturele samenleving en de Europese integratie en over een matig functionerend politiek bedrijf. Precies die zaken waar Nederlanders zich vandaag onbehaaglijk bij voelen, volgens het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) van het SCP.

Twee conclusies uit het SCP-rapport: mensen zijn tevreden met hun eigen leventje, maar niet met de maatschappij waarin ze leven. En lageropgeleiden, lezers van de Telegraaf en PVV-aanhangers zijn het minst gelukkig met de samenleving van vandaag.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rehabilitatie van geitenwollensokken als crime fighters

Jawel, dat is de enige echte samenvattende conclusie die getrokken kan worden uit het lijvige rapport van het SCP. Die hebben namelijk onder de noemer “Sociale veiligheid ontsleuteld” het veiligheidsbeleid van de regering geëvalueerd en komen tot een aantal stevige bevindingen. Ten eerste blijkt een groot deel van het beleid niet onderbouwd te zijn met feitelijk onderzoeksmateriaal. En ten tweede blijken een aantal maatregelen (in de categorie sneller en harder straffen) helemaal niet zo effectief te zijn. Ten derde is de relatie tussen criminaliteit, de genomen maatregelen en de veiligheidsbeleving van burgers erg complex.
Even wat quotes:
In het algemeen blijkt dat het merendeel van de maatregelen die de afgelopen decennia door de overheid zijn ingezet, niet zijn geëvalueerd op de effecten die zij mogelijk hebben op de sociale veiligheid.
Het Nederlandse onderzoek op dit terrein laat zien dat deze veronderstelling weinig plausibel is: er is geen positief effect van sneller straffen op recidivevermindering aangetoond.
Zoals in de beleidstheorie als verondersteld is, is het niet plausibel dat vrijheidsbeneming zal bijdragen aan het terugdringen van de recidive na vrijlating. Sterker nog, er zijn zelfs aanwijzing dat er sprake kan zijn van negatieve effecten.
Conform de beleidsveronderstelling lijken korte vrijheidsstraffen in ieder geval zinloos. Als er voor een gevangenisstraf wordt gekozen, kan deze beter voldoende lang zijn om de delinquent een resocialisatieprogramma te laten doorlopen, mits er dan ook werkelijk sprake is van effectief programma.
Averechtse effecten kunnen worden verwacht van residentiële disciplinering zoals boot camps, voor zowel minder- als meerderjarigen.

Wanneer de straffen alleen de bewegingsvrijheid beperken en er geen sprake is van resocialisatieprogramma’s en begeleiding, is de kans op recidive aanzienlijk.

Vorige