Wie wel eens in het buitenland komt of vanaf het platteland naar de grote stad trekt, komt ze geheid tegen. Locals. Mensen die geboren en getogen zijn in de plaats die u bezoekt. Met kennis en kunde over de plek waar ze wonen, leven en werken. De local beschikt over informatie die hij graag met u, de reiziger, wil delen. De beste plek om een ambachtelijk gebakken brood te kopen bijvoorbeeld of een lokaal gebrouwen biertje. Of anders wel dat hippe winkeltje in een achterafstraatje met van die kekke zelfgebreide mutsjes. Prettige bijzaken, die het leven veraangenamen en meestal niet in de reisgidsen staan vermeld. Sommige locals bieden u zelfs hun slaapbank of appartement aan. Tegen betaling uiteraard. De local is wel goed, maar niet gek.
Het begrip local is al aardig ingeburgerd. Zoals in het glossy magazine Reiz& van de ANWB. Waar de wannebe wereldreiziger, het woord toerist is in dit soort kringen een heel vies woord, maar wat blij is om af en toe een local tegen te komen in de jungle van Belize of op de hagelwitte stranden van de Fiji-eilanden. De ervaring leert dat reizigers in dit soort toeristische trekpleisters toch vooral medereizigers tegenkomen. En als het echt tegenzit, zelfs medelandgenoten. Doen alsof u een Duitser of een Zweed bent wil soms nog wel eens helpen.