Zodra iemand een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog maakt, komen de kritieken. Vaak is de kritiek terecht. Ongenuanceerde vergelijkingen, scheve vergelijkingen en onjuiste vergelijkingen zijn schering en inslag. Iedereen, van uiterst links tot uiterst rechts, houdt ervan om de Tweede Wereldoorlog erbij te slepen. Denk alleen maar aan Wilders die president Obama met Chamberlain vergelijkt. Of Herman van Veen, die op zijn beurt de PVV vergelijkt met de NSB. Ik wil het nu niet hebben over welke vergelijking getuigt van historisch inzicht: dat moet eenieder voor zichzelf maar uitmaken. Mijn vraag is de volgende: “Kan een vergelijking van een gebeurtenis uit het heden met de Tweede Wereldoorlog ooit zinvol zijn? Staat niet iedere gebeurtenis op zichzelf? Zorgt niet iedere vergelijking voor een verstoring van de werkelijkheid, in plaats van dat de vergelijking inzicht verschaft in ontwikkelingen die nu plaatsvinden?”
Schaapskleren
Critici hebben een punt. De geschiedenis herhaalt zich namelijk nooit letterlijk. Er zijn altijd andere slachtoffers, daders, motieven en omstandigheden. Te vaak maakt men vergelijkingen zonder dat men specificeert wat er vergeleken wordt. De totaal andere historische context maakt een letterlijke vergelijking al bij voorbaat krachteloos. Daarvoor verschilt de 21ste eeuw eenvoudigweg teveel met de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw. De eens frisse en nieuwe ideologieën fascisme en communisme bleken wolven in niet al te toedekkende schaapskleren. Ze zijn definitief verworden tot ouderwetse en nare ideologieën. Kortom: de aantrekkingskracht is weg, de glans verloren en ze behoren tot de geschiedenis. Maar is met het verdwijnen van de grote totalitaire ideologieën van de 20ste ook al het gevaar geweken? Natuurlijk niet.