Het gaat beter in Irak
Ruim twee jaar geleden haalden de Amerikanen het standbeeld van Saddam in Bagdad omver. Dat wordt, verstandig, niet uitbundig gevierd, aangezien het er sinds die tijd niet erg op vooruit is gegaan. Maar ondanks alles gaat het toch steeds beter in Irak. De opstand lijkt over het hoogtepunt heen, de Amerikaanse militairen worden nog “maar” 30 keer per dag beschoten, tegen 140 keer per dag een jaar geleden. Het aantal moordpogingen op Iraakse politici en onthoofdingen van buitenlanders is sterk afgenomen. Op dit moment overtreft het nieuw opgebouwde leger van Irak, wat loyaal is aan de nieuwgekozen regering, al het aantal Amerikaanse soldaten. De prestaties zijn nog niet zoals gehoopt, maar ook daar zit verbetering in. Het afschrikeffect van de opstandelingen heeft dus blijkbaar niet geholpen, nieuwe rekruten blijven zich aanmelden.
De verkiezingen waren er ook een voorbeeld van. De opkomst was verassend hoog, blijkbaar wilden miljoenen Irakezen toch deelnemen aan het democratische proces, ondanks dat ze met de dood bedreigt werden.
Niet alles is positief, nog steeds maken de opstandelingen in grote delen van Irak de dienst uit, hoewel hun macht langzaam slinkt. Toch is er duidelijk hoop. Misschien komt er dan toch een goede afloop?
Overigens: Zie hier hoe en waarom de Iraakse opstandelingen handelden (geen bloed!).
