Groenland lijkt verdomd veel op appeasement

Wat de Amerikaanse dreiging tot inname van Groenland zo ontwrichtend maakt, is niet alleen dat het machtspolitiek is, maar dat het machtspolitiek binnen de eigen orde betreft. Geen buitengrens waar het Westen vaker de regels oprekte, maar een binnengrens waar die regels juist verondersteld werden te gelden. En dat onderscheid is belangrijk. Groenland is formeel onderdeel van Denemarken en daarmee verankerd in dezelfde politieke en juridische gemeenschap als de rest van West-Europa. Een machtsgreep daar, zelfs al is die indirect, betekent dat ook binnen de kring van bondgenoten territoriale integriteit conditioneel wordt, en dat is funest. Een bondgenootschap werkt alleen zolang de spelers zichzelf onderling beperken. Voor de Baltische staten is dat alles behalve een abstract debat. Estland, Letland en Litouwen hebben hun veiligheid expliciet geparkeerd bij artikel 5 van de NAVO. Die bepaling is niet slechts een juridische tekst, maar een geloofsartikel. Een aanval op één is een aanval op allen, juist omdat binnengrenzen niet ter discussie staan. En precies daar schuurt het wanneer NAVO-leiders, onder wie secretaris-generaal Mark Rutte, verkennen of voorbereiden wat inmiddels wordt aangeduid als een “Groenlandse missie”. Officieel bedoeld om spanningen te dempen, stabiliteit te waarborgen en escalatie te voorkomen. In de praktijk oogt het als iets anders: een poging om een dreigende machtsgreep te managen door haar in te kapselen, te normaliseren en er institutioneel omheen te werken. Dat lijkt verdomd veel op appeasement. Ook in de jaren dertig van de vorige eeuw werd het afstaan en herdefiniëren van territorium gepresenteerd als pragmatische conflictbeheersing. Ook toen ging het niet om agressie goedkeuren, maar om escalatie voorkomen. En ook toen bleek dat het toegeven aan een fundamentele normbreuk de norm zelf uitholde. Neville Chamberlain noemde het vrede, omdat het alternatief te beangstigend leek om onder ogen te zien. Een Groenlandse missie doet iets vergelijkbaars. Ze verlegt de discussie van de kernvraag, mag een bondgenoot grondgebied afpakken van een andere bondgenoot, naar uitvoeringsdetails. Wie staat waar. Onder welk mandaat. Met welke formulering. Daarmee wordt de normbreuk niet bestreden, maar administratief verwerkt. Artikel 5 wordt politiek vloeibaar, ook al blijft het formeel bestaan. Bescherming wordt een kwestie van context en belangenafweging, niet van principe. Voor kleine staten is dat een ramp. Artikel 5 werkt niet alleen door militaire capaciteit, maar ook door verwachting. Door het uitsluiten van twijfel. Een NAVO die zoekt naar missies om interne machtsconflicten te managen, introduceert juist die twijfel. Voor de Baltische staten betekent dat dat bescherming ineens onderwerp van interpretatie wordt en niet meer vanzelfsprekend is. En interpretatie is precies waar afschrikking verdampt. Voor Rusland is dit misschien geen uitnodiging tot directe oorlog, wel tot het opzoeken van ambiguïteit, hybride druk, grijze zones. Niet omdat artikel 5 verdwijnt, maar omdat zichtbaar wordt dat het buigzaam is. Dat is strategisch goud. Wie ziet dat het Westen intern al bezig is normbreuken te managen in plaats van te blokkeren, begrijpt dat verdragen geen harde grenzen zijn, maar onderhandelingsresultaten met een houdbaarheidsdatum. Daarboven hangt ook nog een ongemakkelijke vraag: wat wil Trump hierna? Want wie deze crisis benadert alsof Groenland het eindstation is, projecteert rationeel gedrag op iemand die daar structureel niet door wordt gekenmerkt. Trump denkt in momentum en niet in eindpunten. In wat werkt. In wat kan. Groenland is daarmee een lakmoesproef, geen logistiek of diplomatiek dossier. Een NAVO die dit probeert te bezweren met een missie, herhaalt een oud misverstand: dat stabiliteit kan worden gekocht door principes tijdelijk op te schorten. De geschiedenis laat zien dat dat geen uitstel van conflict oplevert, maar uitstel van duidelijkheid. En dat is uiteindelijk altijd de duurste optie gebleken.

Foto: Bert Kaufmann (cc)

De oorlog en de verhouding tussen oost en west in de EU

Poetin lijkt met de Russische inval in Oekraïne EU-landen en NATO-partners dichter bij elkaar te hebben gebracht. De Europese Unie zal niet meer hetzelfde zijn, hoe het conflict ook gaat aflopen. Voormalig kanselier Angela Merkel noemde de aanval „een ernstige cesuur in de Europese geschiedenis van na de Koude Oorlog”. De oorlog betekent een breuk in de politieke verhoudingen op het Europese continent en ook in de verhoudingen tussen de Oost- en de Westeuropese landen. Terwijl Hongarije en Polen in de afgelopen jaren langzaam maar zeker afstand hebben genomen van EU-partners in West-Europa is hun positie dankzij de buitenlandse vijand Poetin wezenlijk veranderd. De Oosteuropese EU-landen vormen nu het front tegen de buitenlandse vijand die de gehele EU bedreigt. Wat gaat dit op termijn betekenen voor hun positie in de Europese Unie?

De dreiging van een buitenlandse vijand kan de eenheid binnen de Europese Unie versterken. Maar Poetins oorlog kan ook de nationalistische stromingen in de Oost-Europese EU-landen sterker maken. Eindelijk krijgen we gelijk, zegt het Estste parlementslid en ex-directeur van de inlichtingendienst Eerik Niiles Kross:

Dit is het soort oorlog waar Estland op hoopte, in 1945 en de jaren daarna, totdat bijna alle hoop verloren was. Het is een oorlog waarin westerse democratieën eindelijk opkomen voor de verdediging van gerechtigheid, vrijheid en hun waarden. Alle volkeren ten oosten van de rivier de Oder hebben plotseling het gevoel dat er een last van onze schouders is gevallen. “Nu zullen ze ons eindelijk begrijpen”, voelen wij Esten. Nu hoeven we niet langer – beschaamd – uit te leggen dat er misschien inderdaad een ernstig gevaar uit Moskou komt.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: FolsomNatural (cc)

Tijd voor een Europese krijgsmacht

ANALYSE - Jelger Groeneveld volgt sinds lange tijd de (geo)politieke ontwikkelingen in Oost-Europa en de Kaukasus en is op de terreinen van internationale veiligheid en internationale samenwerking politiek actief.

Aankomend Amerikaans President Trump liet er in een dubbel interview met het Duitse Bild en Britse The Times geen misverstand over bestaan: het voortbestaan van de EU kan hem niets schelen en de NAVO noemt hij overbodig. Alle Europese media in rep en roer, Europese politici buitelen over elkaar de afkeuring uit te roepen. “Onverantwoord!” is de kernboodschap. En dat is het natuurlijk ook. Maar onverwacht is het zeker niet.

Streep door de NAVO?

Trump heeft in de campagne vorig jaar al laten weten lidstaten niet te willen helpen verdedigen die zich structureel niet houden aan de 2% norm. Waaronder ook Nederland die zo ongeveer het slechtste jongetje van de klas is. Hij zette daarmee de artikel-5 solidariteit, de kern van de NAVO, op scherp.

Afgelopen weekend ging hij dus nog een stap verder: de NAVO is overbodig. De collectieve verdediging, de veiligheidsparaplu, die de ruggengraat is geweest van de vreedzame, democratische en economische ontwikkeling van (West-)Europa uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog en die de Sovjets buiten de deur hield, is volgens Trump niet meer nodig. Voor het moment wil hij de NAVO nog behouden.