Kunst op Zondag | Lachen in de schilderkunst

Valt er iets te lachen in de beeldende kunst? Een echte, volle lach? Hoe zit het daar mee? Toegegeven, om de beeldende kunst zelf viel (en valt) soms best wel wat te lachen. Die riep in het verleden nog wel eens besmuikt gegniffel of honend en denigrerend geproest op. Denk maar aan de schimpscheuten aan het adres van de eerste impressionisten of de naoorlogse abstract-expressionistische experimenten van COBRA. Maar hoe zit het met de lach in de kunst zelf? Kan er eigenlijk wel een lachje af op het canvas? Loop in gedachten de kunstgeschiedenis eens na. Vanaf de prehistorie via de Babyloniërs naar de Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen. De kunst maakt zich steeds meer los uit statische schema’s en formules. Bewegingen en gebaren worden steeds levendiger en levensechter. De figuur bevrijdt zich gaandeweg uit het keurslijf van voorgeschreven poses. Maar lachen?

Door: Foto: Viola-da-gambaspeelster,  olieverf op doek. Particuliere collectie, Londen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.