Straatracisme is niet typisch Marokkaans

Naar aanleiding van een vreselijk incident – een zwangere Marokkaanse vrouw werd door vijf Marokkaanse straatjongens uitgemaakt voor ‘negerhoer’ omdat zij naast een zwarte man liep en is vervolgens mishandeld waardoor zij mogelijk haar baby heeft verloren – is de vraag opgeworpen of Marokkanen een racismeprobleem hebben. Bart Schut merkt terecht op dat het incident tot niet minder maatschappelijke verontwaardiging zou moeten leiden dan wanneer de daders wit waren geweest. Maar het antwoord dat hij geeft op de vraag of Marokkaanse jongens in Nederland vanwege hun cultuur racistisch zijn, is misleidend, stelt Jan Dirk de Jong, socioloog en criminoloog.

Het provoceren van mensen in de publieke ruimte is volkssport nummer één onder Marokkaanse straat- jongens (zowel de criminele als de niet-criminele) en het plegen van geweld of het dreigen daarmee is hun taal van de straat. Wat dat betreft, is er niet veel veranderd sinds de bekende criminoloog Buikhuizen de Nederlandse ‘nozems’ van na de oorlog vanwege hetzelfde gedrag aanduidde als ‘provo’s’ (een benaming die Roel van Duijn kaapte en van een andere betekenis voorzag).

Bij het uitdagend en agressief benaderen van mensen buiten straatjongens opvallende kenmerken van de ‘ander’ uit ter verheffing van de eigen groep en ter legitimering van hun ziekelijke wangedrag. Zo voelen Marokkaanse straatjongens zich als groep beter dan bijvoorbeeld punkers (‘zwervers’), de homo’s (‘viezeri- ken’) en diverse andere Nederlan- ders (‘racisten’). Volgens de jongens lokken de slachtoffers met hun ‘an- dere’ – opgevat als denigrerende – houding het provocerende en agressieve gedrag zelf uit. De jongens creëren op die manier verbeelde vijanden ten opzichte van wie zij zich beter en machtiger willen voelen. Zij wissen hun negatieve groepsidentiteit (‘kut-Marokkanen’) tijdelijk uit en vervangen die door de positieve identiteit van ‘kapot moeilijke’ (verschrikkelijk stoere) straatjongens.

Onderling praten zij hun wangedrag goed door het uitwisselen van ervaringen met discriminatie in de Nederlandse samenleving. Dit is opvallend omdat zij zich in hun provocaties allerlei racistische opmerkingen permitteren om de ‘ander’ uit de tent te lokken (en die vervolgens met geweld te bedreigen). Zo zijn Hindoestaanse buurtbewoners ‘Koelies’ of ‘zwarte Joden’, Nederlanders ‘kazen’ of (gewone) ‘Joden’ en negroide mensen (van Surinaamse, Antilliaanse of Marokkaanse afkomst) ‘apen’ of ‘nikkers’. De verklaring hiervoor is te vinden in een bekend sociaal-psychologisch fenomeen: als jouw minderheidsgroepering een slechte naam heeft, ga je op zoek naar andere groeperingen om ‘zwart te maken’. Ondanks hun negatieve status – als allochtoon of Ma- rokkaan (lees: tweederangsburger) – kunnen de groepsleden zich dan verheffen ten koste van een ‘ander’. Het is een algemeen fenomeen: omwille van hetzelfde principe kijken Surinamers neer op Antillianen en Turken op Marokkanen.

Dat Marokkaanse straatjeugd racistische opmerkingen gebruikt om het publiek te provoceren, lijkt niet alleen vreemd omdat zij zelf klagen over discriminatie. Het is des te opvallender aangezien in hun groepen vaak ook een paar Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Nederlandse jongens zijn te vinden. Die krijgen meestal een bijnaam op basis van hun afwijkende achtergrond (‘Wilde’, ‘Shoarma’ of ‘Tatta’), maar worden wel volledig geaccepteerd als ‘jongens van de buurt’. Als zij lang genoeg in de buurt wonen en zich weten te handhaven op straat, krij- gen zij de status van een echte ‘sol- daat’ of ‘gangsta’, en dan ben je binnen. Daar is uiteraard wel wat voor nodig, zoals blijkt uit het voorbeeld van Regilio. Zijn Surinaamse eenoudergezin kwam wonen in een van de beruchtste straten van Overtoomse Veld (de buurt van Mohammed B.). Toen Regilio en zijn jongere broer- tjes de verhuisdozen naar binnen droegen, stond een groepje van vijf Marokkaanse jongens op de hoek van de straat toe te kijken. Al snel begonnen zij de nieuwkomers te provoceren (‘testen’ heet dat op straat). Ze gebruikten het meest in het oog springende groepskenmerk van de ‘ander’: hun huidskleur. ‘Vieze vuile kankernegers!’, klonk het. ‘Rot op uit onze buurt. Je moeder is een zwarte aap.’ Regilio was echter wel wat gewend. Hij was in een andere ‘kansenwijk’ op straat opgegroeid en wist wat hem te doen stond. Snel pakte hij een klauwhamer uit een van de verhuisdozen en stormde op de Marokkaanse jongens af. Hij deel- de een paar rake klappen uit en de jongens zetten het op een lopen.

Het incident ging als een lopend vuurtje door de buurt. ‘Die nieuwe neger van de Mondriaanstraat is moeilijk (stoer), asahbi! Maak geen grappen met hem…’ Binnen de kortste keren was Regilio dan ook een geaccepteerde ‘jongen van Allebé’ (het centrale plein van de buurt) met een stoere bijnaam: de Zwarte Soldaat.

Dit voorbeeld illustreert twee belangrijke aspecten van de straatcultuur in een ‘allochtone’ achterstandsbuurt. Ten eerste is racisme voor Marokkaanse straatjongens hoofdzakelijk een effectief wapen om mee te provoceren maar geen diepgewortelde ideologie. Ten tweede kan een straatjongen met een afwijkende etnische afkomst racistische uitlatingen ontkrachten door zich – met geweld – te handhaven op straat en zich te gedragen naar de regels van de straatcultuur. Racisme onder Marokkaanse straatjongens is in eerste instantie dus geen typisch Marokkaans probleem gebaseerd op vroegere ideeën van Berbers over zwarte Afrikanen (al zullen een aantal van hun ouders er best verkeerde opvattingen op nahouden).

Het is vooral een hedendaags probleem van de Nederlandse straatcultuur in (soms overwegend allochto- ne) achterstandswijken. Winst wordt dan ook geboekt door die straatcultuur aan te pakken en ons niet stuk te staren op ‘de’ racistische opvattingen van ‘de’ Marokkanen.

Jan Dirk de Jong is socioloog en criminoloog. Hij heeft een eigen onderzoeks- en adviesbureau (rebond.nl) en is gastdocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Strafrecht en Criminologie. Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant en is in overleg met Jan Dirk de Jong ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

  1. 1

    En nu maar wachten op de reacties van autochtone Nederlanders met een persoonlijk minderwaardigheidscomplex die zich nu genoodzaakt zullen voelen de inherente slechtheid van het ‘straattuig’ aan te tonen om het wereldbeeld waar zij boven hen staan te kunnen handhaven en zo hun eigenwaarde kunnen valideren.

  2. 2

    Dus je moet er meteen met een klauwhamer op afstappen en als je dat niet doet, moet je er zeker niet over zeuren? Ik pakte het ook zo een keer aan en kreeg er meteen twintig neven en achterneven bij, dat escaleerde alleen maar verder. Wat wel werkte is even met hun vader gaan praten. Die heeft doorgaans wel een leren riem klaarliggen voor zulk soort akkefietjes.

  3. 3

    Leuk en erg herkenbaar verhaal, ik verhuist vanuit de overtoomse veld naar oud west kan bovenstaande onderstrepen. Maar het verhaal van regilio vind ik nogal ongeloofwaardig, in die buurt zijn er een aantal families die op straat de dienst uitmaken. Als je de verkeerde pakt (met hammer¿) hebben jij en je familie een groot probleem, met als enige uitweg verhuizen.

    Overigens vind ik dat er in 25jaar weinig is veranderd; mijn zoon wordt Tatta genoemd ik werd destijds door mijn Surinaamse vrienden Bakkara (Hollander/blanke) genoemd. Surinamers zijn pas racistisch dacht ik altijd.

  4. 4

    Nou zie toch eens. Bijna helemaal gladgepoetst. Nog twee van dit soort relativerende stukjes en het is helemaal OK om een vrouw negerhoer te noemen en haar kind uit haar buik te schoppen.

    Ben benieuwd wat het standpunt van De Jong zou zijn als niet Regilio maar een blanke Hollandse jongen die K-Marokkaanjes met een klauwhamer te lijf zou zijn gegaan.

  5. 5

    Ja, maar jij bent een volwassene, hè?

    Ging het niet om. Het ging er om dat het racisme van die straatjongens nogal oppervlakkig is en zich niet laat identificeren met het racisme in Marokko (wat Bart Schut doet). De ene dag kun je uitgemaakt worden voor ‘aap’ een ‘nikker’, maar als je respect afdwingt geldt je de volgende dag als een ‘moeilijke (=stoere) neger’ waar je niet mee moet fucken.

  6. 6

    @Prediker
    Ja en dat vind ik dus wel een sterk punt, want het heeft natuurlijk niet meer diepgang dan het “Joden” bij Ajax. Maar dat is ook wel heel erg vanuit de daders beredeneerd, terwijl het bij homo’s vrouwen, joden en negers heel anders kan binnenkomen dan het bedoeld werd. Niettemin is het wel opvallend, dat er gekozen wordt voor stereotypen uit de eigen cultuur (“bakra” etc), wat dan weer wel op racisme zou wijzen.

  7. 7

    Dat komt omdat de ‘slachtoffers’ vaak niet begrijpen dat ’t een spelletje is, begrijpelijk overigens. Hetzelfde gedrag vindt plaats onder corpsballen, kermistuig, volksbuurters & hooligans om maar wat te noemen. Maar dat wil Anton niet geloven. ‘kk-Marokkanen’ gebruiken andere tools en dat is zeker een cultuurverschil.

    Ga nooit aan de kant voor 20-jarig grut. De sociaal-economische bovenlaag in Nederland heeft teveel generaties in onzichtbare gated communities geleefd waardoor ze niet meer begrijpen hoe sommige jongens/mannen zich gedragen in groepsverband.

  8. 9

    Dit voorbeeld illustreert twee belangrijke aspecten van de straatcultuur in een ‘allochtone’ achterstandsbuurt. Ten eerste is racisme voor Marokkaanse straatjongens hoofdzakelijk een effectief wapen om mee te provoceren maar geen diepgewortelde ideologie.

    Dat zal ook gelden voor het merendeel van de Hollandse “kopvod”-schreeuwers vermoed ik.

    Of voor de reaguurders van GS. :p

  9. 10

    Als ik het stuk zo lees, lijkt racisme gewoon helemaal niet te bestaan. Ook vanuit andere groepen niet, want ook daar is het merendeel van de “excuses” zoals hierboven genoemd zijn toepasbaar. Fijn. Wordt het leven een stuk gemakkelijker van.

    *Haalt Sjors en Sjimmies uit de geheime lade en plaatst ze weer in de boekenkast.*

  10. 11

    Het is vooral een hedendaags probleem van de Nederlandse straatcultuur

    In de echte wetenschappen moet het mogelijk zijn om meer van dit soort gevallen te vinden, een gevalletje n=1 volstaat echt niet voor dit soort algemene uitspraken. Bart Schut kon heel makkelijk meerdere gevallen vinden, door zelf met een anders gekleurde vriendin in Marokko op straat te gaan lopen. Ik ben benieuwd hoeveel van dit soort gevallen (maar dan gepleegd door Nederlanders) Jan Dirk de Jong kan aanwijzen om de conclusie te rechtvaardigen dat het een hedendaags probleem van de Nederlandse straatcultuur zou zijn. En hoezo een “hedendaags” probleem? Zijn de Nederlanders de laatste tijd zoveel veranderd dan? De Jong suggereet dat wel maar kan hij dat ook aantonen?

  11. 12

    Jawel, maar de hele voorgaande mediadiscussie over deze gebeurtenis was nu juist gebaseerd op vooronderstellingen over wat er zoal in de hoofden van de daders om zou gaan, dat hen motiveert om een vrouw uit te schelden voor ‘negerhoer’, en een gemengd stelletje lastig te vallen.

  12. 13

    Er staat anders duidelijk:

    “Ten eerste is racisme voor Marokkaanse straatjongens hoofdzakelijk een effectief wapen om mee te provoceren maar geen diepgewortelde ideologie.”

    (Stop die Sjors en Sjimmies nou maar weer terug, naast de Donald Duck)

  13. 14

    Bart Schut pakte hap-snap anekdotes uit hedendaags Marokko en dacht daarmee iets te kunnen verhelderen over hoe derde generatie Marokkaanse Nederlaners in Nederland denken.

    Dat is alsof ik met anekdotes uit hedendaags China ga proberen te verklaren hoe de Chinees-Nederlandse kleinkinderen van Chinese immigranten uit de jaren vijftig en zestig denken over Westers imperialisme.

    Het stuk van Dirk de Jong is een opiniestuk, geen wetenschappelijk onderzoek. Als je meer wilt weten, moet je zijn onderzoeken lezen. Maar leuk geprobeerd, Morika. Ga terug langs reactie #1 en besef dat u daar naadloos wordt beschreven.

  14. 15

    Ja dat staat er. Ik kan ook lezen. Die zin impliceert dat het eigenlijk geen racisme is maar slechts een racistische uiting om mee te provoceren. Een dun racisitisch schilletje. Krab je zo weg en dan is er helemaal niks meer aan het handje.

    *”Plaatst Kuifje in Afrika” naast de Sjors en Sjimmies.*

  15. 16

    “Verrassend”, gewoonlijk volgt op een dergelijk stukje een hele reeks “algemene uitspraken” die het tegenovergestelde beweren.

    Er wordt niet gesteld dat het zou gaan om een hedendaags probleem omdat de Nederlanders de laatste tijd zoveel veranderd zijn, alleen dat het om andere Nederlanders gaat. In de inleiding staat namelijk duidelijk:

    “Wat dat betreft, is er niet veel veranderd sinds de bekende criminoloog Buikhuizen de Nederlandse ‘nozems’ van na de oorlog vanwege hetzelfde gedrag aanduidde als ‘provo’s”

    Het gaat duidelijk om de beschrijving van het (groeps-)gedrag van jonge mannetjes in de leeftijdsgroep van, pakweg, 12 tot 23 jaar en wie dat niet herkent is een beetje wereldvreemd.

    Wat zijn “de echte wetenschappen”?

    (Ga terug naar @1)

  16. 17

    Neem me niet kwalijk zeg, maar provo’s en hippies (langharig tuig ;) ) over één kam scheren met een groep die racistisch is of zich racistisch uit, is toch echt appels met peren vergelijken. De maatschappijveranderende groepen in de zestiger jaren staan haaks op het clubje dat hier nu besproken wordt. Als dit wel met elkaar mag worden vergeleken houd ik m’n hart vast.

  17. 18

    Alweer iemand die niet kan lezen. Er staat:

    “Buikhuizen de Nederlandse ‘nozems’ van na de oorlog vanwege hetzelfde gedrag aanduidde als ‘provo’s’ (een benaming die Roel van Duijn kaapte en van een andere betekenis voorzag).”

    Het is al geruime tijd bon ton om het voor te stellen alsof wat zich afspeelde indertijd -de tijd van de provo’s en de hippies- een maatschappelijke ramp was. Ik zie dat anders: het leek mij eerder een gunstige uitzondering op het meer gebruikelijk patroon, het patroon dat we nu zien.

    Het is niet zo eenvoudig om precies te achterhalen wat daarvan de oorzaken waren, toch kan ik me niet onttrekken aan het idee, dat dit het resultaat is van slecht onderwijs en rechtse politiek.

    Hoe dan ook: reden genoeg voor een beetje nostalgie.

  18. 19

    Goed punt, Harm. De vergelijking wordt dus niet getrokken met de latere provo’s van de jaren ’60, maar met de nozems van de jaren vijftig.

    En wat lezen we daar op de Wiki?

    “Verveling en groepsgedrag van de nozems in de grote steden leiden niet zelden tot vandalisme en geweld. Het woord krijgt dan ook steeds meer een negatieve lading.”

    Jan Vrijman schreef indertijd een drietal artikelen over nozemcultuur in Vrij Nederland. De parallellen met de ‘kutmarokkanen’ van nu dringen zich op.

    Wouter Buikhuizen promoveerde op de achtergronden van de nozemcultuur.

  19. 20

    Persoonlijk zie ik de Provo’s altijd nog als de meest interessante politieke beweging in het Nederland van na de tweede wereldoorlog. Daar lag de kiem van alle veranderingen in de Nederlandse spruitjescultuur. Het is ronduit imponerend wat voor een omwenteling in het denken die teweeg hebben gebracht.

  20. 21

    “De kranten konden er geen genoeg van krijgen. Het woord ‘nozem’ kwam met grote regelmaat in elk dagblad voor. Er was dan ook wel enige aanleiding toe. Het kwam geregeld voor dat op de Dam omstanders en met name de politie door luidruchtige, deels op brommers rondscheurende, nozems, flink gesard werden. “De nozemsite

    Hmmm, waar kennen we dit gedrag toch van? Hier een stukje uit het weekblad Elsevier van ’59:

    “Al verscheidene avonden hangt er in de Amsterdamse binnenstad en speciaal op het Damplein en omgeving een sfeer, die steeds dreigend en soms angstaanjagend is. Honderden en nog eens honderden jongeren wachten geduldig op de rel die onherroepelijk komen gaat. Soms lopen zij in optocht naar het Leidseplein of het Weteringcircuit om daar de boel, zo mogelijk, op stelten te zetten.”

    “Het staat wel vast, dat de Nieuwendijkers het moeilijkst toegangbaar zijn. Zij komen uit ‘onderontwikkelde’, a-sociale gezinnen, waar pa en ma geen enkele vat op hen hebben.”

    “Vast staat wel, dat de moderne jeugd protesteerd tegen het ‘burgerdom’ of wat men daar voor houdt. Op de samenleving hebben zij het niet voorzien en tegen de eenzaamheid zijn zij bepaald niet opgewassen. Derhalve zoeken zij elkaar op en protesteren gezamelijk. Zij vinden, dat hun moeders en vaders hen in geen enkel opzicht begrijpen. Meestal hebben zij een uiterlijke bravour van jewelste, maar o zo’n klein hartje. Individueel zijn zij weinig mans, in groepsverband voelen zij zich sterk. Met hun attributen, de kleding en de haardos (waaronder weinig hersenmatriaal aanwezig is), willen zij bewijzen, dat zij er hun eigen gewoonten, opvattingen en onafhankelijkheid op na houden.”

    Hier een stukje uit de studie van Buikhuisen (1966). Buikhuisen mag een avondje mee uit stappen.

    “‘ja’, zegt Piet, ‘ik heb op het ogenblik een leuk meisje’. Een van de nozems vraagt of hij goed met haar ouwelui kan opschieten. ‘Ach man’, antwoordt Piet, ‘dat is waardeloos.’ ‘Is ze te neuken?’ vraagt een ander. ‘Nee’, zegt Piet, ‘ik kan er niet bij’. ‘Ken je ook niet een beetje voelen,’ vraagt een ander, ‘of een beetje ruiken?’, valt een derde in. ‘Nee ook niet’. Meteen roept het hele stel: ‘Wegpleuren dat wijf, wegpleuren! Waardeloos!’.”

    ‘…zegt opeens de Rooie tegen Willem : ‘Als jullie plat gaan, waar doe je het dan mee : met of zonder kapotje’. Nou zegt Willem : ‘ik vecht altijd met de blanke sabel. Ik vind er niks aan met kapotje’. ‘Ach daar merk je niks van’, zegt de Rooie, ‘Enne…nou ja…ik wil er wel es een paar voor je meenemen’. ‘Dat is helemaal niet nodig’, antwoordt Willem, ‘die ken ik zelf wel halen’. ‘Ja’, zegt de Rooie, ‘maar ik ken er goedkoop aankomen’. ‘Wat betaal je er dan voor?’ vraagt Arie. ‘Twee kwartjes’, antwoordt Willem. ‘Zo’, zegt Kees, ‘dat is wel goedkoop, anders betaal ik fl1,75’. ‘Ja’, zegt de Rooie, ‘maar die van mij komen uit de vuilnisbakken bij de hoeren vandaan!’

    ‘…’t is ander wel een schunnige tent, want toen kwamen er bv 2 meisjes binnen en toen zei de ober : ‘Nou er valt vanavond nog wat te neuken ook. Ik ben zo geil als een uil’. Nou dat vinden ze allemaal prachtig. Iedereen lachen natuurlijk. Maar die meisjes geven er niks om. Die schijnen dat normaal te vinden’.

    -‘ …Naast succes bij de meisjes is uitlokken van (onderlinge) vechtpartijtjes en lichaamskracht een prestige ontlenende factor, evenals de hoeveelheid drank die men kan verwerken.’

    De parallelen met de hedendaagse straatcultuur (niet alleen die van Marokkanen) liggen voor het oprapen.

  21. 22

    Ik vind de nozems eerlijk gezegd helemaal geen vergelijkingsmateriaal in deze. Nozems kun je vergelijken met (punkers), gothics, emo’s e.d. Een jeugdcultuur zoals de nozems in de jaren vijftig/zestig, zou in de huidige tijd geen enkel opzien baren.

    Bedoel jij bij #20 nou de provo’s (Van Roel van Duijn) of de nozems?

    (Heb overigens inderdaad te snel over die passage over nozems heengelezen).

  22. 23

    Ik vind de nozems eerlijk gezegd helemaal geen vergelijkingsmateriaal in deze. (…) Een jeugdcultuur zoals de nozems in de jaren vijftig/zestig, zou in de huidige tijd geen enkel opzien baren.

    Andere tijden, andere zeden. Vermoedelijk zou een jeugdcultuur als de nozems vandaag de dag een tandje of twee ruiger zijn. Je leest duidelijk over het nihilisme, materialisme, het geweld, op straat hangen en de intimidaties van voorbijgangers heen, dat uit die fragmenten blijkt.

  23. 25

    Als dit wel met elkaar mag worden vergeleken houd ik m’n hart vast.
    ga dan maar in het gelid staan en houd uw hart vast
    provo’s, nozems, geinig, ik weet niet meer of ik mij nu oud of jong moet voelen

  24. 26

    @14 “Het stuk van Dirk de Jong is een opiniestuk, geen wetenschappelijk onderzoek“.

    Dat is evidente onzin: in het stuk zelf wordt hij opgevoerd als “socioloog en criminoloog”.

    Het is een van de zovele stukjes waarin de wetenschap en moraal a.h.w. gekaapt worden door politiek correcte ideologen (zoals de moraal vroeger gekaapt werd door de gelovigen) en dat de opmaat is om mensen met een andere mening voor alles en nog wat uit te maken.

  25. 27

    @16 “Er wordt niet gesteld dat het zou gaan om een hedendaags probleem

    Dat is evidente onzin: Na een heleboel spinachtig gelul wordt er geconcludeerd: “Het is vooral een hedendaags probleem van de Nederlandse straatcultuur in (soms overwegend allochtone) achterstandswijken“.

    Een grotere tegenstrijdigheid dan tussen wat jij zegt en de werkelijkheid bestaat er niet.

    Wat zijn “de echte wetenschappen”?

    Kijk er eens naar voor wat voor soort dingen ze in Stockholm de Nobelprijzen uitdelen (en dan tel ik persoonlijk literatuur en vrede nog niet eens mee). En als dit soort dingen voor jou nog een vraag was (in plaats van een door jou aangepakte mogelijkheid om de discussie naar een punt te sturen dat je wél goed uitkomt), dan heb je nog heel veel te leren en te studeren, makker. Hier wordt de wetenschap misbruikt om ideologie te bedrijven en goed te praten. Als je dat niet ziet dan ben je blind of kwaadwillend.

  26. 28

    @21 “De parallelen met de hedendaagse straatcultuur (niet alleen die van Marokkanen) liggen voor het oprapen“.

    Waar worden in jouw voorbeeld worden, in een voor de daders veilige overtalsituatie, vrouwen de baby uit de buik geschopt terwijl ze als verklaring en “rechtvaardiging” van hun gedrag het slachtoffer voor “negerhoer” uitmaken?

  27. 29

    Even hoor Morika. Noem je bovenstaande een wetenschappelijk artikel omdat het door een wetenschapper werd geschreven? Dat is pas “evidente onzin”.

  28. 30

    Morika, Waarom zou iemand hierover discussiëren met jou, als je het toch vrij basale onderscheid tussen een wetenschappelijk en een opiniërend artikel niet eens kan maken? Dan houdt het een beetje op, vind je niet?

  29. 31

    @29 “Noem je bovenstaande een wetenschappelijk artikel omdat het door een wetenschapper werd geschreven?

    Wat een vreemde vraag: Ik meen juist gezegd te hebben dat het artikel niet voldoet aan wetenschappelijke normen.

  30. 32

    Waarom zou iemand hierover discussiëren met jou, als je het toch vrij basale onderscheid tussen een wetenschappelijk en een opiniërend artikel niet eens kan maken?“.

    Ha, je bent nog steeds – of moet ik zeggen alweer? – bezig met het inbouwen van allerlei suggestieve wendingen zie ik.

    Te jouwer geruststelling, ik kan dat onderscheid best maken. Ik merkte alleen maar op dat de auteur uitdrukkelijk geïntroduceerd werd als “socioloog en criminoloog”. Dan is het voor mij dus ook een stuk waarvan men wil dat de lezer weet dat het geschreven is door een socioloog en criminoloog, anders zou men dat er niet bij hebben hoeven zetten.

    Bovendien gaat het er niet zozeer om of ik het door jou genoemde onderscheid zou kunnen maken, maar gaat het er eerder om of je dat onderscheid zou willen maken. Wie zou dat bijvoorbeeld kunnen willen en waarom? Zou het terecht zijn als iemand zou willen dat wetenschappers opiniërende artikelen zouden schrijven die tegenstrijdig zijn met de normen en bevindingen van de wetenschap? Dat zou toch wel op een heel aparte ken- en wetenschapsfilosofie duiden, zou ik zeggen. De onbevooroordeelde lezer zou er zelfs uit kunnen concluderen dat de betreffende wetenschappers de ideologie zouden laten prevaleren boven de wetenschappen. Mooie boel zou dat worden.

  31. 33

    Dus als je een wetenschapper bent kan je geen op anekdotes gebaseerde meningen meer geven en moet het ineens beantwoorden aan “wetenschappelijke normen”? Wat raar. Volgens mij kan je van alles schrijven als je wetenschapper bent. Zie je “Onder Professoren” van Hermans en de columns van Midas Dekkers ook als wetenschappelijk onderzoek?

    Of iets wel of niet een wetenschappelijk artikel betreft is niet afhankelijk van de auteur en zijn beroep, maar van de manier waarop het stuk gestructureerd werd (en of er ook onderzoek gedaan werd natuurlijk, dat dan in het betreffende artikel beschreven wordt). Ik verwees in een ander draadje al naar de aanwezigheid van een nauwkeurig geformuleerde probleemstelling, een operationalisering en een hypothese.

    Ik denk dat je niet veel snapt van wetenschappelijke bewijsvoering als je zulk soort basale onderscheiden niet kan maken. Dat maakt je reacties in wezen irrelevant.

  32. 34

    @33 “Dus als je een wetenschapper bent kan je geen op anekdotes gebaseerde meningen meer geven

    Dat kan heel goed, alleen moet je daar dan wel terecht commentaar op verwachten.

    … en moet het ineens beantwoorden aan “wetenschappelijke normen”?

    Tsja, als je als wetenschapper geïntroduceerd wordt dan moet je daar je consequenties uit trekken, zou ik zeggen.

    Ik denk dat je niet veel snapt van wetenschappelijke bewijsvoering als je zulk soort basale onderscheiden niet kan maken. Dat maakt je meningen in wezen irrelevant“.

    Je kunt wel meer denken, ik noteer alleen maar dat de zaak is, dat een stelletje moedige Marokkaanse jongeren in een overtalsituatie de baby uit de buik van een zwangere vrouw schopt onder het uiten van kreten als “negerhoer”, dat dat soort termen wel vaker door Marokkanen gebruikt wordt en dat vervolgens op kennelijk hoogstwetenschappelijke wijze uiteindelijk wordt geconcludeerd dat het niet op de een of andere manier met de daders te maken heeft maar dat daarentegen door een officieel geaccepteerd socioloog en criminoloog juist beweerd wordt: “Het is vooral een hedendaags probleem van de Nederlandse straatcultuur”.

    Dan denk ik dus: óf er is iets mis met deze wetenschappen, óf met de genoemde (officiële) acceptatie óf met die wetenschapper zelf (het kan natuurlijk ook nog een kwestie van en/of zijn, in plaats van het exclusieve of, dat durf ik er nog wel aan toe te voegen).

    En dan heb ik het nog niet eens over heel andere wetenschappen (zoals de psychologie of de theologie en de moraalfilosofie) die het er misschien helemaal niet mee eens zouden zijn dat er bij een kennelijk algemeen probleem de eigen verantwoordelijkheid van individuele mensen zo straal wordt genegeerd. Ook dat is nog een punt van overweging waarover ik Jan Dirk de Jong helemaal niet gehoord heb, terwijl deze overweging, zelfs in een niet-wetenschappelijk en slechts opiniërend artikel helemaal niet zou misstaan. Of laten we het nóg anders zeggen, als ik zonder enig gevaar voor mezelf (want in de meerderheid), een zwangere vrouw de baby uit de buik van een vrouw zou trappen, dan zou ik het van mezelf héél vreemd vinden als ik de dame in kwestie tijdens deze kennelijk gebruikelijke lichaamsoefening ook nog voor “negerhoer” zou uitmaken. Want ik zou dan van mezelf denken: “Wat raar eigenlijk dat ik dit nu zeg, want ik ben helemaal geen racist (“neger”), of moraalridder (“hoer”)“. Waarom zou de objectieve en verder niet-betrokken waarnemer, een wetenschapper desnoods, er van tevoren al van uitgaan dat dit voor andere mensen kennelijk anders zou liggen?

  33. 35

    Je kan wel telkens langere en nog nonsensicalere mavo reacties schrijven om het stukje geestelijke uitgedaagdheid dat toch wel inherent is aan je “standpunten” nog eens extra te onderlijnen, maar dat neemt niet weg dat het duidelijk geen wetenschappelijk, maar een opiniërend artikel betrof en dat het een wetenschapper vrij staat om opiniërende artikelen te schrijven. Meningen toetsen alsof het wetenschappelijk onderbouwde stellingnames betreft lijkt me niet echt zinvol.

    Waar gaat je derde alinea precies over? Die volg ik niet helemaal.

  34. 36

    @31 M: “Wat een vreemde vraag: Ik meen juist gezegd te hebben dat het artikel niet voldoet aan wetenschappelijke normen.”

    Gek genoeg heb ik jou je niet druk zien maken om het feit dat Bart Schuts opinieartikel niet voldoet aan journalistieke normen.

    Of dacht je soms dat zijn stuk Vrij Nederland of HPDeTijd in kon als reportage?

    Vanwaar die dubbele moraal, J. Morika? O wacht, ik weet het al, want het wantwoord waarom staat gewoon uitgespeld in reactie no. #1

  35. 37

    @34; M: “ik noteer alleen maar dat de zaak is, dat een stelletje moedige Marokkaanse jongeren in een overtalsituatie de baby uit de buik van een zwangere vrouw schopt onder het uiten van kreten als “negerhoer””

    Behalve dan dat de beveiligingscamera’s die fysieke mishandeling van die vrouw niet hebben geregistreerd, en dat aanwezige getuigen (waaronder politieverbalisanten in burger) niet hebben waargenomen. O, en in het ziekenhuis hebben artsen geen letsel kunnen constateren.

    Dus het kan best zijn dat die mannen hebben lopen sissen en ‘negerhoer’ hebben geroepen, en dat die Surinaamse vriend het op zeker moment zat was en de confrontatie heeft gezocht (begrijpelijk); maar dat die mannen die vrouw hebben aangeraakt, laat staan geschopt, dat is uiterst onzeker.

  36. 38

    @36 “Gek genoeg heb ik jou je niet druk zien maken om het feit dat Bart Schuts opinieartikel niet voldoet aan journalistieke normen“.

    Waarom zou ik me daar ook nog druk over moeten maken?

    Vanwaar die dubbele moraal, J. Morika?

    Welke dubbele moraal? Waarom zou er sprake zijn van een dubbele moraal als er over een artikel gezegd wordt dat het niet voldoet aan wetenschappelijke normen? Ik zou zeggen dat er juist sprake is van een dubbele moraal bij mensen die onder het mom van wetenschap ideologie bedrijven en aan het spinnen slaan.

  37. 39

    @37 “maar dat die mannen die vrouw hebben aangeraakt, laat staan geschopt, dat is uiterst onzeker“.

    Dat is voor mij nieuwe informatie. In alles wat ik hiervoor zei is hier nog geen rekening mee gehouden.

  38. 40

    Duidelijk, Morika. Het komt je gewoon niet zo goed uit dat een socioloog/ criminoloog (een ter zake kundige dus), die er zijn werk van heeft gemaakt dergelijke groepen te bestuderen, een mening ventileert die Marokkanen minder kwaadaardig en onaangepast doet lijken dan voor jou wel wenselijk is.

    En dus gaat meneertje Morika zagen aan zijn ‘autoriteit’. Want dan voelt meneertje Morika zich beter over zichzelf.

    Zoals Arjan al schreef in #1

    “En nu maar wachten op de reacties van autochtone Nederlanders met een persoonlijk minderwaardigheidscomplex die zich nu genoodzaakt zullen voelen de inherente slechtheid van het ‘straattuig’ aan te tonen om het wereldbeeld waar zij boven hen staan te kunnen handhaven en zo hun eigenwaarde kunnen valideren.”

    En ja hoor, daar hebben we onze huis-islamofobe zwatelaar Morika om die voorspelling te doen uitkomen!

  39. 41

    @35 Hou s.v.p. op met dat studentikoos geleuter, puber. Zeker als je niet eens het fatsoen kunt opbrengen om duidelijk aan te geven waar je op reageert, zodat de ander gedwongen wordt zich met een zoekspelletje bezig te gaan houden als hij wil weten waar je het in godsnaam nou weer over hebt.

  40. 42

    @38; Maar geen sprake van een dubbele moraal bij mensen die onder het mom van journalistieke deskundigheid ideologie bedrijven en aan het spinnen slaan, blijkbaar. Ik doel natuurlijk op Bart Schut, die aanzienlijk meer in het nieuws is geweest als deze Jan Dirk de Jong.

    Ziet u, onder dat opinieartikel van Bart Schut (óók in de Volkskrant) stond vermeldt dat hij als journalist medewerker is geweest van het Marokkaanse tijdschrift Tel Quel.

    Dat is ter duiding van Schuts deskundigheid op het onderwerp. Als we nu uw logica op dat opinieartikel van Schut toe zouden passen, dan zouden we moeten concluderen dat zijn opinieartikel echter niet aan de journalistieke normen voldoet – net zo min als bovenstaand artikel van Jan Dirk de Jong aan de normen van wetenschappelijk onderzoek voldoet – en dat we Schuts mening dus terzijde kunnen schuiven.

    Vreemd genoeg voltrekt u deze logica niet. U bent dus niet consistent.

    Waarom is dat? Zou dat misschien zijn omdat de mening van Bart Schut u goed uitkomt, en die van Jan Dirk de Jong niet? En dat de deskundigheid van de wetenschapper naar de beleving van veel mensen die van een journalist overtroeft, en die wetenschappelijke deskundigheid daarom geneutraliseerd dient te worden, hmmmmmm?

    Marokkanen zijn boosaardig en racistisch en Bart Schuts artikel legde daar nu zo mooi de vinger bij, en nu komt er een of andere wetenschapper die deze voorstelling van zaken relativeert, tja, en zo laat een xenofoob als Morika zich het kaas natuurlijk niet van zijn brood eten!

    U bent zo doorzichtig, Morika… Arjan heeft de intrinsieke motivaties van al uw reacties reeds beschreven in #1.

  41. 43

    In feite help ik je alleen maar, want je kritiek schiet nu zijn doel voorbij. Dit verhaal is koren op de molen van Hassnae en Breedveld, dus ik had het wel mooi gevonden als je de bijl erin had gezet en opperde zelf ook al wat bezwaren. Bijvoorbeeld dat het wel heel erg vanuit de daders beredeneerd werd. Bovendien denk ik zelf dat er wel degelijk racisme meespeelde (ze hadden ook andere, even obscene of shockerende woorden kunnen kiezen) en dat je het trouwens zonder die aanleiding ook over racisme bij mij, Marokkanen of wie dan ook mag hebben. Hoef je niet spastisch over te doen, want dat is een algemeen menselijke eigenschap.

    Had dan gevraagd of er onderzoek is dat aantoont dat er overeenkomsten tussen nozems, dijkers en marokkaanse straatjongens bestaan? Want dat onderzoek is er volgens mij niet, het betreft een “gut feeling” van iemand in het veld.

  42. 44

    Ander bezwaar: provo’s waren helemaal niet afkomstig uit een sociale onderlaag, eerder een bovenlaag. De Jong vergelijkt dus appels met peren, ook al haalt hij Buikhuisen aan. Je zou kunnen zeggen dat het de voortzetting van de “pleiners” was qua jongerencultuur en de provocaties waren niet bijzonder grof of racistisch te noemen, eerder ludiek en ontregelend.

    De Dijkers zijn eerder te identificeren met het hedendaagse straattuig en het toeval wil dan weer dat die mensen tegenwoordig op de PVV stemmen.

  43. 45

    Het begrip ‘provo’ komt oorspronkelijk uit de dissertatie van Wouter Buikhuisen, die deze term introduceert vanwege alle negatieve klanken die er aan het woord ‘nozem’ kleven.

    De ‘nozems’ van toen waren de hangjongeren van nu.

    Wanneer Buikhuisen ‘provo’ zegt, bedoelt hij daar in eerste plaats juist de Dijkers mee. Waarom? Omdat die provoceren, zij het niet al te ludiek.

    “Een provo is volgens Buikhuisen iemand die provoceert als tijdverdrijf. Tot het provocatierepertoire behoorden volgens Buikhuisen onder andere het op straat voetgangers lastig vallen – zij ‘slaan hen etenswaren uit de hand’ of ‘rukken hen tassen e.d. uit de handen zonder zich overigens deze te willen toeëigenen’ – het omtrappen van vuilnisemmers, het afrukken van uithangborden en het ombuigen van verkeerspalen, het optillen en soms zelfs jonassen van auto’s, het pesten en uitdagen van de politie – ‘waar is die flinke politie nou?’ – en het verstoren van de orde bij openluchtvoorstellingen, strandrecreatie en natuurlijk jazzconcerten.”
    – Hans Righart, De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1995, 147.

    ‘Provo’ heeft, in de betekenis die Buikhuisen daaraan geeft (en waar Jan Dirk de Jong in zijn stuk bij aanhaakt) dus wel degelijk betrekking op de straatterreur van die Dijkers.

  44. 46

    @43 “In feite help ik je alleen maar, want je kritiek schiet nu zijn doel voorbij.

    Ik heb geen doel dat buiten datgene ligt wat ik daadwerkelijk gezegd heb. Wat ik zeg komt niet voort uit iets anders waar ik naar zou streven, het zijn geen tweede-orde reacties, noch is er iets anders onderliggends van waaruit ik reageer dan een zeker onvrede over de tekstfragmenten zelf (waar ik op reageer).

  45. 47

    Maar het is toch op z’n minst je doel dat als je iets stelt, dat de boodschap aankomt of in ieder geval hout snijdt? Nu is het gewoon lachwekkend, dat kan toch nooit de bedoeling zijn?

  46. 48

    Ik vind dat daaruit blijkt dat Buikhuisen helemaal niet doorhad welke verschillende jongerenculturen er in zijn tijd waren en hij ze allemaal op een hoop gooit. Het is ook een verwarrende definitie, want volgens mij verstaan de meeste mensen de provo beweging onder provo, waarom zou je zo’n specifiek begrip ineens breder in gaan zetten?

    Het grootste probleem dat ik ermee heb, is dat het de wandaden van hedendaags straattuig gelijkstelt met de ludieke en geweldloze aksies van de provo’s. Dalijk wordt ons nog door de maag gesplitst dat hedendaag straattuig eigenlijk maatschappiekrities bezig is. Maar de Dijkers waren wel dom tuig.

  47. 49

    Tja, en waarom doet Heidegger aan de reductie van begrippen tot wat hij ziet als hun oorspronkelijke betekenis?

    Misschien om iets duidelijk te maken over de verschijnselen die wij vandaag de dag tegenkomen.

    Wat Jan Dirk de Jong betoogt is dat de racistische kreten waarmee die straatmarokkanen anderen verbaal uitdagen, niet veel meer zijn dan provocaties. Zijn argument daarvoor, is dat als een zwarte knul flink van zich afbijt en die Mocro’s het hazenpad opjaagt, zo’n jongen ineens geen “aap” meer is, maar een stoere knul.

    Dat provoceren van voorbijgangers in de publieke ruimte, zegt Jan Dirk de Jong, lijkt nogal op wat de Dijkers (bepaald type nozems) deden. Daarom noemde Buikhuisen hen ook ‘provo’s’, hetgeen een voor ons verwarrend begrip is, omdat Roel van Duijn er met die benaming vandoor ging, waardoor het een etiket is geworden voor een geheel eigen, latere stroming (iets met witte fietsen en demonstraties tegen het koningshuis).

    Los van de etiketjes, en of Jan Dirk de Jong er goed aandoet om de term ‘provo’ te laten vallen (zorgt alleen maar voor verwarring), heeft hij mijns inziens wel een punt als hij een verband legt tussen de verbale en fysieke provocaties van (allochtone) hangjongeren nu en die van (autochtone) hangjongeren toen. In ieder geval een punt dat het verkennen waard is.

    Maar hé, als jij in de etiketjes (provo, nozem) wil blijven hangen, moet je dat vooral doen…

  48. 50

    @049

    Heheh, “reductio ad absurdum” is wel degelijk een zeer nuttig instrument om de geldigheid van een uitspraak mee te toetsen. Nix mis mee. Maar waaruit maak je op dat Heidegger aan zo’n soort van atomair denken deed? Want zijn Daseinsanalyse is uit nogal veel onderdelen (being towards…..) opgebouwd en uit zijn bezwaren tegen de zijnscategorieën van Aristoteles kan je opmaken dat hij geen voorstander was van essentialistisch denken. Kant zocht het Ding an sich trouwens weer wel, maar kon dat analytisch niet vinden.

    Hoe dan ook: het onderscheid tussen Pleiners, Dijkers en Provo’s (ipv een amorfe massa die dan blijkbaar het label “provo” meekrijgt) is wel nuttig en van belang , want de groepscodes en gedragingen van die drie groepen waren heel anders, waardoor je crimineel wangedrag per ongeluk een glans van ludiek protest tegen de bourgeoisie zou kunnen geven.

  49. 51

    Je lult nu enorm uit je nek, Jabir, in een ijdele poging indruk te maken. Helaas voor jou weet je niet waar je over praat, en ga je dus hopeloos nat met je kretologie.

    De fenomenologische reductie bij Heidegger is een filosofische methode om de blik terug te leiden tot de blik zelf, en dan met name de blikvernauwing die in de loop van de Westerse geschiedenis is ontstaan in de begrippen die we hanteren.

    Wanneer Heidegger bijvoorbeeld het begrip ‘techniek’ gaat analyseren, dan herleidt hij dat begrip tot wat hij zelf ziet als zijn oorspronkelijke gebruik, nl. het gebruik bij de Grieken.

    ‘Technè’ is volgens Heidegger daar oorspronkelijk een wijze waarop de waarheid over iets aan het licht komt: zoals een beeldhouwer een buste weghakt om er een gelaat tot in uitdrukking te brengen. Dat gelaat was in potentie al in het stuk steen aanwezig; en nu is het tot uitdrukking, tot aanwezigheid gebracht.

    Als je bijvoorbeeld zo’n buste uithouwt, dan komt er volgens de oude Grieken (aldus Heidegger) iets tot uitdrukking of aanzijn, er wordt iets aanwezig dat er eerder nog niet was, door vier oorzaken bijeen te brengen: 1. de materiële oorzaak (de stof); 2. de formele oorzaak (de vorm/gestalte); 3. de teleologische oorzaak (het doel); en 4. de bewerkstelligende oorzaak (de beeldhouwer).

    Maar wij gebruiken het woord ‘techniek’ tegenwoordig louter nog als een serie procedures die de fabriceerder volgt, om materiaal te bewerken. Er komt niets tot aanwezigheid, de werkelijkheid wordt niet ontsloten: er wordt gewoon een eindeloze keten fabricaten geproduceerd, die geen doel in zichzelf dienen, maar enkel nuttig zijn voor iets anders, dat op zijn beurt weer enkel nuttig is voor iets anders, dat ook weer enkel nuttig is voor iets anders… enzovoorts.

    Een dergelijke filosofische analyse heet bij Heidegger het plegen van een ‘reductie’ (een her-leiding) op begrippen, om je bewust te maken dat begrippen die wij zonder nadenken gebruiken, een hele lange weg hebben afgelegd door de geschiedenis, en in de loop der tijd een gemankeerde betekenis hebben begrepen (want volgens Heidegger begrepen de pre-Antieke grieken alles zoveel beter…).

  50. 52

    (Vervolg op #51) Ook het begrip ‘provo’ zou je zo kunnen herleiden tot zijn oorspronkelijke betekenis. Mijn stelling zou zelfs zijn dat Jan Dirk de Jong hier zoiets doet, wanneer deze schrijft:

    “Het provoceren van mensen in de publieke ruimte is volkssport nummer één onder Marokkaanse straat- jongens (zowel de criminele als de niet-criminele) en het plegen van geweld of het dreigen daarmee is hun taal van de straat. Wat dat betreft, is er niet veel veranderd sinds de bekende criminoloog Buikhuizen de Nederlandse ‘nozems’ van na de oorlog vanwege hetzelfde gedrag aanduidde als ‘provo’s’ (een benaming die Roel van Duijn kaapte en van een andere betekenis voorzag).”

    Provo komt van ‘provoceren’, en precies dat gedrag is wat de nozems (in al hun varianten, Pleiners, Dijkers en anderen) volgens Wouter Buikhuisen kenmerkte: provocerend, anti-autoritair, anti-burgerlijk gedrag.

    Roel van Duijn nam die benaming vervolgens over, als een vlag om een meer politieke beweging mee te verenigen, maar die afgeleide betekenis is in de herleiding van het begrip tot zijn oorspronkelijke betekenis, die De Jong pleegt, helemaal niet interessant.

    Hem gaat het erom, aandacht te vragen voor het gegeven dat het anti-sociale gedrag van de Dijker-nozems reeds door en door provocerend van aard was (en door Buikhuisen als zodanig werd herkend), en dat dit nu precies is wat het gedrag van die straatmarokkanen en andere allochtone hangjongeren óók kenmerkt.

    Ik heb daar in #45 al de voorbeelden bij gegeven met dat citaat uit Righart.

  51. 53

    Oh behave

    Prediker, allereerst vond ik het een prachtige uitleg, dank daarvoor. Maar het is niet zo dat ik “indruk” probeerde te maken, wel dat ik keek naar de behandeling van het begrip “zijn” van Heidegger en dat bepaald niet van reductionisme vond getuigen. Maar inderdaad gebruikte hij het begrip om de herkomst van een woord historisch te “traceren” en dat had ik niet paraat. I stand corrected :-)

    Waarschijnlijk had ik dat niet paraat, omdat je als literatuurwetenschapper al weet dat dat het zoeken naar de absolute bron van een woord, begrip of verhaal een zinloze excercitie is. Kijken in de geschiedenis van een begrip kan extra perspectieven op in onbruik geraakte betekenissen geven en dat kan een wazig soort heuristisch belang dienen, maar betekenis is vooral een sociale constructie die zich in het heden bevindt en constant verschuift.

    Die heel grove definitie van Buikhuisen geldt dan ook niet meer en het is natuurlijk ook een “schot hagel” waardoor allerlei onnodige misverstanden kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld dat mensen die vandaag de dag last hebben van de terreur van racistisch straattuig eigenlijk maar domme burgerlulletjes zijn die zich onterecht beklagen om een ludieke geste (bijv. “negerhoer”). Falen dit onderscheid te maken, werkt dus een soort “blaming the victim” verhaal in de hand.

    Voor een wijsgerig begrip zijn in onbruik geraakte betekenissen al helemaal niet van belang, want dan doet het er vooral toe dat we elkaar goed verstaan en geen straattuig met welopgevoede ludieke jongmenschen gaan verwarren.

    Zelf onderzocht ik niet zozeer Heidegger, maar wel Vladimir Propp. Die dacht dan weer dat verhaalelementen uit Russische volkssprookjes (Baba Yaga) te herleiden waren naar de bhagavad gita. Allemaal onzin natuurlijk, Umberto Eco zou deze mythische zoektocht naar “de bron” als “overinterpretatie” definiëren, waarbij hij de zoektocht naar de heilige graal als hilarisch voorbeeld gebruikt. Maar dat terzijde.

  52. 54

    Dat zijn wel een heleboel woorden om te vertellen dat je minder gelukkig bent met het woord ‘provo’ omdat daar de associatie met allerlei ludieke acties aan kleeft, Jabir.

    En dat had je al gezegd. Maar uiteindelijk kom je wel tot min of meer dezelfde conclusie:

    “De Dijkers zijn eerder te identificeren met het hedendaagse straattuig…”

    En wat deden die Dijkers zoal, dat de kranten er vol van stonden met horrorverhalen, zoals ze nu volstaan met gruwelverhalen over Marokkanen en ander allochtoons gespuis: omstanders lastig vallen, vandalisme plegen en de politie uitdagen. (zie #45).

    Provoceren via negatief gedrag dus. En dat is ook wat die straatmarokkanen doen. Daar heeft Jan Dirk de Jong toch gewoon een terecht punt van overeenkomst te pakken?

  53. 55

    Nouja zeg, je lichtte het begrip er zelf nog eens extra uit, terwijl ik het alleen maar als klein puntje in tweede instantie toevoegde (als voorbeeld aan Morika op welke manier je wel de bijl in het stuk zou kunnen zetten). Vervolgens besteed je twee lange en overigens gewaardeerde reacties aan toelichting daarop, maar ik heb veel woorden nodig?

    Ik introduceerde het begrip “Dijkers” zelf in de discussie, want dat was dus het tuig waarvoor ook vandaag de dag geen enkele rechtvaardiging is. Laagopgeleid, Kreidler rijdend en gewelddadig tuig. En ik zie uitgescholden en in elkaar geramd worden als iets anders dan een “provocatie”. Of is dat dan ook weer een *kuch* heideggeriaanse reductie? (LOL)

    Provo’s namen helemaal geen voorbijgangers agressief op de korrel, maar “de autoriteiten”. Gingen ze pakjes sigaretten in brand steken en zeggen dat het magie was oid. Is een compleet ander verhaal en je kan eigenlijk wat lacherig doen over de autoriteiten die zich door de provo’s lieten provoceren (en de provo’s zelf ook), maar dat kan dus niet bij Marokkaanse straatjongeren of Dijkers. Het onderscheid is dus vooral van belang om onjuiste beeldvorming te vermijden.

  54. 56

    Triest dat iemand moeite doet om rasicme goed te praten, want het is ‘alleen om te provoceren’. Ah natuurlijk. Nee da’s duidelijk, dan mag het. Ik heb nog nooit een ultra-rechts iemand kunnen betrappen op een goed (niet zelf refererend) argument wat er precies mis is met een marrokaan, dat schijnt voor hun cluppie niet nodig te zijn. Maar ultra rechts is fout (want blank) en die mogen niet discrimineren om te provoceren, ofzo.

    Dit semi goedpraten hangt me een beetje de keel uit.

  55. 57

    Voorbeelden genoeg trouwens, want mijn vader was dus een Pleiner en werd geregeld ongenadig in elkaar gebeukt door Dijkers, ook werden verschillende van zijn scooters gesloopt (in de boeken staat opgetekend dat het vooral om Puchs en Tomossen ging, maar mijn vader houdt bij hoog en laag vol dat Heinkel scooters ook de bom waren). Om je trouwens een voorbeeldje te geven van een gezellige groep Dijkers die nog steeds bestaat: De Hell’s Angels.

    Dit terwijl de Pleiners zich vooral met zwarte coltruien, beat generatie gedichten en meisjes met zwartomrande ogen bezighielden.

  56. 58

    Er staat duidelijk:

    “Wat dat betreft, is er niet veel veranderd sinds de bekende criminoloog Buikhuizen de Nederlandse ‘nozems’ van na de oorlog vanwege hetzelfde gedrag aanduidde als ‘provo’s’ (een benaming die Roel van Duijn kaapte en van een andere betekenis voorzag).”

    Als de Jong er zich toe beperkt zou hebben om vast te stellen dat er weinig veranderd is sinds Buikhuizen de Nederlandse ‘nozems’ beschreef, in plaats van op vrij overbodige wijze zijn kennis te etaleren,

    dan hadden Jabir en de Prediker dat ook achterwege kunnen laten.

  57. 59

    @ 56- en anderen. het is absurd om te stellen dat de Jong een poging doet om racisme goed te praten, of om het gedrag van de daders te vergoeilijken. Er is geen enkele twijfel dat het om ongewenst gedrag gaat en dat dit bestreden moet worden, ook naar mening van de Jong.

    Als je ongewenst gedrag wilt bestrijden, dan zul je echter de oorzaken moeten analyseren en in het onderhavige geval zou je die oorzaken niet bestrijden met een anti-racisme campagne.

    Bovendien kun je ze niet bestrijden met een racistische campagne, alsof het om een typisch Marokkaans probleem zou gaan.

    Dat lijkt me, in een paar woorden, de stelling waar dit stukje om draait.

  58. 61

    En wanneer Morika stelt:

    “In de echte wetenschappen moet het mogelijk zijn om meer van dit soort gevallen te vinden, een gevalletje n=1 volstaat echt niet voor dit soort algemene uitspraken.”,

    dan suggereert hij

    a) dat het om een wetenschappelijke verhandeling zou gaan.
    b) dat alleen een quantitative benadering wetenschappelijk zou zijn.

    Beide is onjuist.

  59. 62

    @61

    a- Het is het artikel zelf waarin de schrijver als volgt wordt geïntroduceerd: “Jan Dirk de Jong, socioloog en criminoloog“.

    b- Het is niet zo dat je de werkelijkheid beter zou kunnen beschrijven of dichter bij de waarheid zou kunnen komen door tegen de wetenschappelijke vereisten in te gaan. Het is óók niet zo dat je algemene uitspraken kunt doen (“Het is vooral een hedendaags probleem van de Nederlandse straatcultuur“) op grond van individuele gevallen. Dat is niet alleen zo in de kwantitatieve wetenschappen, dat geldt ook in de kwalitatieve wetenschappen en óók in de filosofie.

    Los daarvan, op een van de belangrijkste bezwaren ga je niet in: dat de wetenschap misbruikt wordt én aan de kant geschoven om te spinnen en ideologische verhaaltjes te promoten.

  60. 63

    Alsof een socioloog en criminoloog geen opinierend artikel zou mogen schrijven (zie @30 en @40).

    Het is ook niet zo je dat werkelijkheid beter zou kunnen beschrijven door te quantificeren. Ik heb weinig zin om hier een boom met jou op te zetten over wetenschapsfilosofie en methoden van onderzoek, want dat is een lastige kwestie met vele invalshoeken, die zich niet leent voor polemiek en/of de manier waarop jij dit soort materie benadert.

    Hoe zou ik kunnen ingaan op de stelling dat hier de wetenschap misbruikt wordt om te spinnen en ideologische verhaaltjes te promoten, als ik van mening ben dat het niet om wetenschap gaat?

    Nu kan je natuurlijk wel BLIJVEN volhouden dat dat WEL het geval is -en in jouw geval zou het me ook niets verbazen als je dat doet-, maar dat betekent geenszins dat je gelijk hebt, of dat ik me jouw definities (wat wetenschap is, en wat niet) zou moeten laten opdringen.

    In dit geval zou ik het “framen” noemen, in andere gevallen gijzel je op deze wijze de discussie, maar veel verder zal je daar niet meer mee komen, aangezien teveel mensen dit al hebben doorzien.

  61. 66

    Je kunt het “heideggeriaanse reductie” noemen of hoe die excentrieke nazi professor dat ook noemde, maar ik noem het eigenlijk “intellectuele oneerlijkheid” als je bewust een verouderde en onjuiste definitie van provo’s uit de kast trekt om racistische en gewelddadige acties van straattuig te bagatelliseren. Dat is wat mij betreft de conclusie.

  62. 67

    Ik heb al verschillende inhoudelijke reacties geplaatst, waarom zou ik ze voor jou speciaal gaan herhalen?

    “Dat noteer ik”…, o wee, is dat ernstig?

  63. 68

    Allemaal gestudeerd natuurlijk, lekker ruziën met elkaar. Vaten vol wijsheid, maar geen greintje gezond verstand! Ga daar maar eens over nadenken, geïndoctrineerd zooitje!

  64. 71

    Ik denk al, waar komt al die frustratie toch vandaan?

    Maarre… had je nog wat zinnigs te melden over het hinderlijke gedrag van die Marokkanen op straat?

  65. 72

    Ik denk dat Anna feilloos doorheeft dat je alleen een gesprek of discussie aangaat met met mensen die open staan voor andere meningen..

    Het soort dat aan frontaal naakt gelieerd is (en harrempie natuurlijk) valt daar niet onder en is waarschijnlijk sociaal gehandicapt ofzo

  66. 76

    Haha, die sickfuck. Maar xenofobe standpuntjes getuigen wel van sociale vaardigheden? Het (niet geheel onverwachte) landverraad van de PVV getuigt daarvan?