Somberheid of onregeerbaarheid

Is er reden voor de somberheid bij het gekakel over 2012? Veel grond voor optimisme lijkt er niet te zijn; ik geef het toe. Maar kunnen we ook redenen voor opgewektheid ontdekken? Dit land is toch redelijk productief in zijn dienstverlening, de wereld wil nog steeds goederen versleept hebben en dat kunnen wij. DIt landje is redelijk goed georganiseerd en heeft nog steeds één der hoogste inkomens per hoofd in de wereld. De Amerikaanse economie toont tekenen van herstel, b.v. een afnemende werkloosheid. Dat versterkt de kans op verbetering.

Waarom is het probleem van Europa, daarmee ook van de crisis, zo weerbarstig? Is er zoiets als een onverenigbaarheid van volkskarakters, dat ons hindert? Zijn de Duitsers te Duits voor de Grieken en de Ieren? Zijn de Italianen, de Spanjaarden en de Grieken voor ons  te meditteraan in hun levensstijl en manier van werken?

Er gaat weinig boven goede journalistiek bij het prikkelen van het denken over dit soort vragen: Michael  Lewis bundelde een aantal reportages over de crisis, in zijn “Boomerang: travels in a new third world”. Daarin bezoekt hij IJsland, Ierland, Griekenland, Duitsland en de USA en houdt zich bezig met het gedrag en speculeert hij over de culturele en mentale algemeenheden daarachter.

Lewis pleziert mij met de stelling:

”For the Germans the Euro isn’t just a currency. It’s a device for flushing away the past. It’s another Holocaust Memorial.” (p.219)

Dat is een korte samenvatting van mijn conclusie na opnieuw het verhaal van Gerrit Zalm over de invoering van de euro te hebben gelezen: de Euro was “ Kohl’s love baby” en de Duitse afrekening met de gevolgen van het Derde Rijk. Dat is een respectabele ambitie en dat Gerrit Zalm zijn technische bezwaren tegen de euro inslikte, is politiek realistisch. Maar we kregen er verbindingen door, waarvan we wakker moeten liggen, met een meditterane levensstijl, maar ook met een consumptieve waanzin door goedkoop krediet.

Lichtzinnigheid

Mooi is de anekdote van John Lanchester, waarin hij het boek van Lewis bespreekt. Hij bezocht IJsland en trof in een café een spraakzame dienster, enige maanden na de deconfiture van de banken op IJsland. Wat is er sindsdien veranderd aan je leven? , vroeg hij haar.

“Well, she said, if I’m going to spend sometime with friends at the weekend, we go camping in the countryside.” “How is that different from what you did before? , I asked.” “We used to take a plane to Milan and go shopping on the Via Linate.”

Dat is mooi: als een dienster in een café het gewoon vindt naar Milaan te vliegen in het weekend, om wat te winkelen, dan is het te begrijpen dat een land zichzelf tot hedge-fund degradeert.

Michael Lewis is erg aanwezig in zijn reportages, maar dat maakt ze juist onweerstaanbaar. Op bezoek  bij een speculant in Amerika:

“What do you tell your mother when she asks you where to put her money?” I asked. “Guns and gold”, he said simply. “Guns and gold”, I said. So he was nuts.”

De man trekt een lade open en legt een zware gouden baksteen op zijn bureau om het betoog te illustreren.

Grieks individualisme

Lewis analyseert sterk en vult zijn reportages met voortreffelijke boodschappers. Hoe erg verrot is Griekenland? Tamelijk: de Griekse spoorwegen krijgen jaarlijks 100 miljoen euro aan inkomsten binnen, zo weet hij, maar ze betalen 400 miljoen aan salarissen en nog 300 miljoen aan andere kosten! Overbodig te zeggen dat je nergens beter bij het spoor kunt werken dan in Griekenland. Een oud-minster heeft ooit gezegd dat elke gebruiker van het Griekse spoor goedkoper per taxi kon worden vervoerd.

Over de uitweg is Lewis somber. De kern is: Grieken zijn leuk, maar iets positiefs zeggen over een andere Griek kunnen ze niet. Iedereen is er vrij zeker van dat iedereen de belasting tilt, politici omkoopt of zelf steekpenningen aanneemt, of liegt over de waarde van zijn vastgoed. En die totale afwezigheid van geloof in elkaar versterkt zichzelf. Er is geen collectief bewustzijn in Griekenland. Het land is niet corrupt, maar het corrumpeert wel. Iedereen jaagt zijn eigenbelang na, ten koste van het algemene belang. De Griekse regering is “resolved to at least try to re-create Greek civic life. The only question is: can such a thing, once lost, ever be re-created?” (p.117)

Het is die vraag van Lewis, die blijft hangen. Kun je een betrokkenheid bij een samenleving scheppen, als je die bent kwijtgeraakt? Het roept allerlei associaties op, b.v. met Margaret Thatcher: “There is no such thing as Society. There are individual men and women and there are families”. (Judt, Postwar, p.535) Als je het zo ziet, kun je met een heel kleine overheid volstaan. Maar de overheid het probleem noemen en afbreken om je vervolgens te ergeren aan de incompetentie die van die afbraak het gevolg is, ligt op de loer. Het aardige en lastige van Thatcher is dat zij die verwarring nog steeds oproept. Die is het best verwoord door Mitterand, die haar “de ogen van Caligula, maar de mond van Marilyn Monroe” toeschreef.

Nog een associatie:  Anil Ramdas schrijft over het Westers Dilemma; daarin maakt hij een terzijde van Nietsche (“Autonoom en zedelijk sluiten elkaar uit”), tot de kern van de westerse beschaving: de autonome individu zal moeilijk sociaal verantwoord gedrag vertonen. Marx vond de autonome individu  een verzinsel van 18 eeuwse liberalen en zag in ons een “Zoön politicon”, een sociaal en maatschappelijk wezen, naar Griekse snit.  Wat daarvan zij, de spanning tussen algemeen belang en eigenbelang, tussen vrijheid en gelijkheid, tussen eigezinnigheid en redelijkheid, tussen privé en openbaar, is de kern van de westerse cultuur. (Ramdas, p. 180) Als die spanning weg is, is de cultuur morsdood. Zoals, volgens Lewis, in Griekenland.

Hoog bezuinigen, laag lijden

Niet op alle punten zijn de generalisaties van Lewis overtuigend; zijn beschrijving van de anale fixaties van onze oosterburen doet mij niet veel en voegt weinig toe. Maar de signalering van het Griekse onvermogen tot samenleven haakt, want hij beschrijft precies het opheffen van die spanning van Ramdas: ik herken het van de vakanties de terrassen waar eindeloos wordt ingenomen en gepalaverd, door valide Grieken in een productieve conditie, maar waar nergens in Griekenland  te zien is dat de schouders  ergens onder worden gezet.  Daarmee is een bestuurbare  ‘civil society’ nagenoeg een onmogelijkheid. Want de defintie van een ‘civil society’ lijkt mij dat je creatieve oplossingen weet te vinden, voor conflicten en schurende beelden van de realiteit.

Lewis boeit ook als hij de afbraak van de burgerlijke samenleving op lokaal niveau onderzoekt. Hij vergelijkt de uitgaven voor gevangenissen en onderwijs in Californië, (aan gevangenissen wordt meer geld uitgegeven dan aan onderwijs) maakt een fietstocht met Arnold Schwartzenegger en doet daarvan hilarisch verslag. Maar daaronder zit de ernst: als bezuinigen onontkoombaar is, wat richt je dan aan in de burgerlijke samenleving? Kan die schade nog worden hersteld? Schep je condities voor politieke wanorde?

De vergelijking van onze bezuinigingen en de manier waarop zij door de lagere overheden moeten worden verwerkt, dringt zich op. De rebellie van de VNG en de opstand van het IPO tegen Bleker’s natuurbeleid liggen nog vers in het geheugen. Het probleem is dat de gevolgen van alle maatregelen neerdalen bij de kwetsbaren in de lokale gemeenschappen; daar zullen de effecten van het beleid worden gevoeld. In Engeland was het nodig de vakbonden in het hok te krijgen en de mijnen te sluiten: maar Thatcher wordt in die gemeenschap tot de dag van vandaag gehaat.

Michael  Lewis, “Boomerang”, New York, 2011

Anil Ramdas, “De papagaai, de stier en de klimmende bougainvillea”, Amsterdam, 1992

Jonh Lanchaster, “The Euro Boomerang, in: NYRB, december 2011, p.16

Bestel hier: Boomerang.

foto der martin

  1. 1

    Leuk artikel!

    “maar Thatcher wordt in die gemeenschap tot de dag van vandaag gehaat.”

    Dat klopt, maar dat heb je vaak bij memorabele premiers/prime-minister. Zo is Thatcher zeer geliefd bij het leger en de middenklasse, die een nieuwe elite kreeg en de oude eruit gegooid zag worden. Thatcher heeft Engeland machtig en trots gehouden, zowel internationaal al binnenlands. En dat is ook heel belangrijk voor een volk. Dat het trots is op zichzelf. Ook zo creëer je een samenleving, of houd je hem in stand.

    *geen zin in discussies over neo-liberalisme/neo-realisme. Mijn bron is L. Siedentop : Democracy in Europe (2001).

  2. 6

    Ik ben net zo dubbel over Thatcher als Mitterand. Maar het probleem is natuurlijk het bezuinigen om de crisis te bezweren.
    Wat richt dat aan? Hoeveel vernieling kunnen we hebben, in de instituties, in de cultuur, in de persoonlijke relaties tussen mensen?
    En kom je verder met een een Duitse mentaliteit? Of met een Griekse?

  3. 7

    In dat opzicht is Thatcher de breuk met het cyclische begrotingsbeleid. Maar financiën zijn mijn inzien niet doorslaggevend voor cultuur en persoonlijke relaties. Identiteit is bijvoorbeeld zeer belangrijk. En daarin ligt ook mijn verweer tegen je vraagstellingen. Je koppelt geld aan de kracht van instituties en relaties. Als dat zo is, dan leven we in een trieste wereld. De kracht van Thatcher is dat ze met impopulaire maatregelen het land toch vorm heeft weten te geven.

    De taal van de economie heeft teveel macht gekregen op het terrein van cultuur en menselijke relaties. Dat vind ik ongepast en heeft als gevolg dat het de onderwerpen op een negatieve manier limiteert.

  4. 12

    Doormaal: ‘Maar daaronder zit de ernst: als bezuinigen onontkoombaar is, wat richt je dan aan in de burgerlijke samenleving? Kan die schade nog worden hersteld? Schep je condities voor politieke wanorde?’

    Wat een misère! In het zoveelste gezapige opstel van Doormaal. Erudiet, met begrip voor alles en nog wat, melig, vervelend eigenlijk.

    Waar haalt hij het in dit geval nu weer vandaan? Nodeloos te zoeken. De woorden ‘crisis’* en ‘bezuinigen’ laten zich horen en vallen de meeste Hollandse gezichten daarop meteen in de daarvoor bestemde plooi. Afgericht. Bezuinigen is nu eenmaal slecht. Maar is dat zo?

    Als de ervaring aangeeft dat (te)veel geld mensen persoonlijk kan bederven, zou zij dan ook niet leren dat organisaties en instituten door overfinanciering het risico lopen corrupt (bijv. onze HBO’s) en dadenloos (bijv. onze politie) te worden?

    En is dan ook niet mogelijk dat collectieve bezuinigingen juist een positief effect hebben? Met minder geld meer ‘blauw op straat’ en geldiger diploma’s.

    Ik denk niet dat Prof. Heertje mij zal tegenspreken.

    *Krisis = toets, oordeel, beproeving. Daar moeten we doorheen. Het is spannend, beangstigend, iets van het leven, onvermijdelijk, corrigerend.

  5. 13

    ‘Maar daaronder zit de ernst: als bezuinigen onontkoombaar is, wat richt je dan aan in de burgerlijke samenleving? Kan die schade nog worden hersteld? Schep je condities voor politieke wanorde?’

    Wat een misère! In het zoveelste gezapige opstel van Doormaal. Erudiet, met begrip voor alles en nog wat, melig.

    Waar haalt hij het in dit geval nu weer vandaan? Nodeloos te zoeken. De woorden ‘crisis’* en ‘bezuinigen’ laten zich horen en vallen de meeste Hollandse gezichten daarop meteen in de daarvoor bestemde plooi. Afgericht. Bezuinigen is nu eenmaal slecht. Maar is dat zo?

    Als de ervaring aangeeft dat (te)veel geld mensen persoonlijk kan bederven, zou zij dan ook niet leren dat organisaties en instituten door overfinanciering het risico lopen corrupt (bv. onze HBO’s) en dadenloos (bijv. onze politie) te worden?

    En is het dan ook niet mogelijk dat collectieve bezuinigingen juist een positief effect hebben? Met minder geld meer ‘blauw op straat’ en minder valse diploma’s.

    Ik denk niet dat Prof. Heertje mij zal tegenspreken.

    *Krisis = toets, oordeel, beproeving. Daar moeten we doorheen. Het is spannend, beangstigend, iets van het leven, onvermijdelijk, corrigerend.

  6. 16

    Jaja, melig en vervelend. Maar geen begin van een redenering of het in orde is te speculeren over mentaliteiten binnen nationale staten.
    Ik heb daar ook twijfels over, maar ik werd er door geboeid. Waar haal ik het vandaan? Ik lees wel eens een boek.
    Moet je alleen redeneren vanuit de gevolgen van geld? Neen, misschien niet: daarom probeer ik ook iets met volkskarakter en mentaliteiten. Maar of je politiek over identiteit moet voeren, daarover aarzel ik nu weer. Dan kom je dicht bij ‘Leitkultur”, volkseigen en volksvijandig.
    Ik beken: ik ben een twijfelaar, die zoekend is, naar debat en zinnige redeneringen, die perspectief bieden voor stellingname in de realiteit. Wie ronkende of lompe getuigenissen wil, van standpunten waar ik misschien heel dicht bij sta, kan mij beter over slaan en elders zoeken naar bevestiging of belediging.

  7. 17

    Laat ik het verwijt van bekrompenheid in mijn eerdere reactie doorstrepen.

    Je stelt dat je iemand bent die zoekend is, naar debat en zinnige redeneringen, die perspectief bieden voor stellingname in de realiteit. De respons op je stukken zou groter en inhoudelijker zijn als je de lezer niet als een eloquente maar haastige gids langs de onderwerpen en vragen zou sleuren.

  8. 18

    In ‘somberheid en regeerbaarheid’ is genoemd of ongenoemd ‘bezuinigen’ hoofdthema. Niets in dat opstel duidt erop dat de auteur TD in ‘bezuinigen’ iets anders dan misère en ‘somberheid ziet.

    Geen twijfel dus bij TD, maar meer een vastgeroest idee. Daarvan wil(de) ik hem af helpen, namelijk door hem op de reële mogelijkheid van positieve effecten van ‘bezuinigen’ te wijzen.

    Maar dat is mij geloof ik niet goed gelukt. Begrijpelijk. Argumenten met het vooroordeel strijdig, komen dissonant over en worden dan (liever) niet ‘gehoord’.

    In 016 staat: ‘Jaja, melig en vervelend’. Maar geen begin van een redenering of het in orde is te speculeren over mentaliteiten binnen nationale staten.’

    Een reactie (waarop?) die ik niet goed kan plaatsen. Ik weet niet of een verwijt is, en of het dan aan mij gericht is, maar hoe ook kan ik het in de gegeven context niet volgen; en de inhoud ervan evenmin.

  9. 19

    Ja, Tom van Doormaal is een twijfelaar, dat is niets nieuws, dat blijft hij maar herhalen, als zou het om een eretitel gaan. Maar 1 ding staat als een paal boven water, zelfs voor Tom:

    “Het probleem is dat de gevolgen van alle maatregelen neerdalen bij de kwetsbaren in de lokale gemeenschappen; daar zullen de effecten van het beleid worden gevoeld.”

    Het is de twijfel van de PvdA-politicus die voorwendt zich zorgen te maken om de doelgroep, maar geen enkel antwoord heeft. Erger nog: niet weet in welke richting hij het zoeken moet. En een beetje pikeert reageerd als de doelgroep hem dan verwijt dat je aan dat gelul natuurlijk niks hebt. Kortom, Tom is het archetype van de PvdA-politicus:

    aardig, maar volstrekt nutteloos.

  10. 20

    @17: dat is een zinnige mededeling. Ik worstel daar inderdaad mee. Ik vind ook wel dat ik iets mag vragen van lezers, het overkomt mij ook herhaaldelijk dat ik een stuk of een zin vaker moet lezen voordat de betekenis wil doordringen. Maar het blijft lastig ingewikkelde thema’s aan te snijden in de context van een haastige blog consumptie.
    @18:ja HPax, jij verwijt me dat ik melige en gezapige teksten produceer. Terwijl ik probeer te bedenken hoe het komt dat ik geen boeiende of interessante analyses lees over de eurocrisis of welke oplossingen de politici voor ons hebben. Ik vind dat een zwaar thema.
    Van welk vooroordeel ik bevrijd moet worden, heb je me niet kunnen verhelderen. Ik heb een liberale grondhouding, zie veel nadelen aan het afhankelijk maken van mensen. Of aan de overmatige bemoeizucht van de EU. Maar ik schaam me niet voor mijn sociale sentimenten.
    @19: ik beschouw twijfel inderdaad als een nuttige eigenschap. Wij hebben veel gemeen, behalve dan dat ik geloof in praktisch bezig zijn in de samenleving om de wereld wat beter achter te laten. Dat is niet iets om met hoon te overladen. Ik doe mijn best en ben geen Haagse fraseur. Zeker: in gelul kun je niet wonen, zei ooit Schaefer. In getuigenissen evenmin.

  11. 21

    “behalve dan dat ik geloof in praktisch bezig zijn”

    Wil je daar nu mee zeggen dat ik niet praktisch bezig ben?

    a) dat kun je niet weten
    b) je zit er erg, heel erg ver, naast
    c) typisch Tom

  12. 23

    De opmerking:”Wij hebben veel gemeen, behalve dan dat ik geloof in praktisch bezig zijn” impliceert dat ik niet praktisch bezig ben en is dus ad hominem. Wie kaats kan de bal verwachten.

    Wat jij karakteriseert als “oordelen” en “hoon”, zie ik gewoon als kritiek. Scherpe kritiek, dat wel, en die geldt niet alleen jou, maar ook de PvdA: voor de oorlog waren het nog socialisten, na de oorlog werden het sociaal-democraten en in de jaren ’90, werden de ideologische veren afgeschud.

    Al dat gelul over jeugzonden, realisme en praktische politiek karakteriseert slechts de onwil om te erkennen dat dat zeer onverstandig was en dat we nu de wrange vruchten plukken van het feit dat iedereen toen slechts dollartekentjes in de ogen kreeg.

    Maar het kan nog erger: we zijn nu in het stadium aanbeland dat iemand de schuld moet krijgen. Niet “het kapitaal” natuurlijk, maar “de buitenlanders” in Nederland, en de Grieken in het buitenland.

    “Is er zoiets als een onverenigbaarheid van volkskarakters, dat ons hindert?” Nee, nee, dan kom je dicht bij ‘Leitkultur”, dus op dat verwijt moet je anticiperen.

    “Er is geen collectief bewustzijn in Griekenland.(…) Kun je een betrokkenheid bij een samenleving scheppen, als je die bent kwijtgeraakt?”

    Waar is toch dat gezonde nationalisme gebleven?

    “de Griekse spoorwegen krijgen jaarlijks 100 miljoen euro aan inkomsten binnen, zo weet hij, maar ze betalen 400 miljoen aan salarissen en nog 300 miljoen aan andere kosten!”

    Kijk, als het nou over de Sovjet-Unie ging, dan was dat natuurlijk makkelijk te verklaren, dan was het de schuld van het communisme. Maar nu?

    Dit is het Europa van de kongsi tussen ondernemers en politici, niet het Europa van de burger. In dit Europa worden de winsten geprivatiseerd en de verliezen gesocialiseerd. De vraag is niet of we een verenigd Europa willen, maar welk Europa. En de VS van Europa, waar het kapitaal vrij spel heeft en de democratische controle op de (corrupte) macht ontbreekt, dat is niet het Europa dat mij voor ogen staat.

    De arbeider, de burger, heeft niet veel middelen in de hand. Staken is een van de weinige, zo niet het enige, van de machtsmiddelen dat werkt. En in dit geval betekent dat: dan maar geen Europa. Of, andersom, alleen maar een verenigd Europa op bepaalde voorwaarden.

    Maar de PvdA is allang geen stakingsleider meer. Ze maakt integendeel deel uit van de kongsi en denkt ons te kunnen lijmen met Mauro en andere zielige gevallen.

    En dan komt Tom van Doormaal ons al twijfelend rijp maken voor de gedachte dat het ligt aan de “onverenigbaarheid van volkskarakters”.

    Wil je misschien dat de PvdA ook door de PVV gedoogd wordt?

  13. 24

    Tja, Harm, je schrijft me toch echt van alles toe, waar ik geen last van heb. Ik heb communistenhaat noch -vrees, ik heb mij kritisch uitgelaten over Kok en Bos, ik heb niet over jouw geoordeeld.
    Ik heb alleen willen aangeven dat ik mijn best doe in de weerbarstige praktijk en dat ik, dicht bij radicaal links staand, niets zie in getuigenispolitiek.
    Met je kritiek op de PvdA ben ik het eens. Daarom ben ik er lid van en ben ik voortdurend lastig voor ze. Dat zul je wel zoetsappig vinden, maar in de partij maakt het iets uit.
    En als je niet wilt denken over de verenigbaarheid van economieën, ga dan eens op vakantie naar Griekenland en kijk om je heen. Of praat eens met een cassiere bij AH over haar vakantie naar Thailand.

  14. 25

    Ik woon in Brazilie en ik doe DUS niet anders.

    Laat ik het dan eens zo stellen: We hebben veel gemeenschappelijk,

    behalve dan dat ik geloof in praktisch bezig zijn.

  15. 26

    Ja, dat was mij opgevallen. Ik heb er geen oordeel over, maar ik moet zeggen dat ik er wel wat aan heb, dat praktische.
    Ik ben redelijk analytisch en kritisch ingesteld en vaak kom je daarmee niet erg ver. Ik voel me verwant met radicalen, maar die radicaliteit moet in het polderland tot realiteit worden gemaakt.