serie

Van de werkvloer - onderwijs

Foto: ArcheoNet Vlaanderen (cc)

De docent als wegwijzer

COLUMN - De puberteit is eigenlijk de ontgroeningsperiode van je verdere leven. Gedurende een aantal jaren ben je als jongvolwassene veroordeeld tot een minder stabiele levensfase. Niet alleen maakt het lichaam een transformatie door, maar vooral het brein krijgt het in deze periode zwaar te verduren. Er worden stofjes aangemaakt die ervoor zorgen dat er impulsieve en risicovolle acties worden ondernomen. Bijkomende gevolgen hiervan zijn onder meer dat pubers het moeilijk vinden in te schatten wat de mogelijke gevolgen zijn van hun acties. Neem daarbij nog eens de verlammend werkende groepsdruk en het plaatje is compleet.

Als docent heb je, naast de ouders, de taak om deze pre-volwassenen op het juiste pad te houden of te krijgen. Dat is een uitdaging die bij succes veel voldoening kan opleveren. Het is voor een docent dan ook een oprechte beloning wanneer een (oud)-leerling je alsnog bedankt voor die ‘wegwijzer’ die je hem of haar in het verleden hebt aangeboden. Soms heeft deze wegwijzer eerst jarenlang in de schaduw gestaan voordat deze op een bepaald moment alsnog werd gezien en erkend. De afgelopen weken heb ik op school regelmatig gebruik gemaakt van wegwijzers, die allemaal hadden te maken met het thema drank en bijbehorende groepsdruk. Daarbij ging het voornamelijk over de nieuwste drankhype op Facebook, de zogenaamde ‘neknomination’. Dit houdt in dat je iemand via Facebook nomineert om op een zo origineel mogelijke wijze een glas alcohol in één teug leeg te drinken. Dit moet worden gefilmd en binnen vierentwintig uur plaatsvinden. Lukt dit de betreffende persoon niet, dan moet hij of zij een krat bier geven aan degene die hem of haar heeft genomineerd. Vaak gaat het hier om kinderen die zelfs nog ver van oude alcoholgrens vandaan zitten.

Foto: Desiree Catani (cc)

Van de werkvloer – onderwijs | Heldenstatus door dood vogeltje

COLUMN - Woensdag 5 februari, eerste lesuur. Een hele horde leerlingen van een brugklas HAVO/VWO komt enthousiast en bijna struikelend over elkaar én elkaars woorden het tekenlokaal binnen. Met hun smartphones in de aanslag staan ze voor me. Er wordt opgewonden door elkaar heen geschreeuwd. Voor mij is er geen touw aan vast te knopen. Enkele kreten die ik tijdens deze onverwachte overval kan ontcijferen, zijn ‘fleppie’, ‘record’, ‘spelen’ en ‘kent u..?’ Langzaam krijg ik het vermoeden van een nieuwe hype, een digitale rage. Terwijl ik de druktemakers enigszins probeer te kalmeren, vraag ik of er één iemand mij rustig kan uitleggen wat er aan de hand is.

De leerling met het record van de klas in zijn bezit, inmiddels een status van jewelste, laat mij uiteindelijk zien waar het allemaal om gaat. Op het schermpje van zijn smartphone zie ik een soort van geel bolletje voor een blauwe achtergrond bewegen. Het blijkt een vogeltje te moeten voorstellen. Het vogeltje moet tussen buizen door vliegen, iets wat enkel lukt door als een dolle op het schermpje te tikken. Vliegt het vogeltje tegen een buis aan, dan ben je af. Niet meer en niet minder. Het spelletje blijkt Flappy Bird te heten. De enige Flappie die ik tot voor het begin van deze les ken, is die van Youp van ’t Hek en mijn eigen Flappie. Het konijn dat ik kreeg toen ik naar groep 3 ging.