serie

Filosofie van de Oudheid

Foto: daisy.images (cc)

Aristoteles (3): Oordelen

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail.

We hebben gisteren gezien dat Aristoteles meende dat mensen denken in categorieën als substantie, kwantiteit, kwaliteit, plaats en tijd. Hij hield het echter niet bij ordening. Hij was ook benieuwd naar de manier waarop we de begrippen, klassen en categorieën hanteren.

Aristoteles stelde daarbij dat alles wat wij ‘denken’ noemen eigenlijk neerkomt op het met elkaar verbinden van begrippen. We kunnen bijvoorbeeld het begrip kat verbinden met het begrip zwart. Zo’n verbinding noemt Aristoteles een oordeel.


Een oordeel kan verschillende vormen hebben. Het kan positief of negatief zijn, bevestigend of ontkennend: de kat is zwart (positief) of de kat is niet zwart (negatief). Daarnaast kan een oordeel meer of minder algemeen zijn: alle katten (algemeen) zijn zwart, sommige katten (minder algemeen) zijn zwart, of deze kat (specifiek) is zwart.

Tot slot kan een oordeel noodzakelijk zijn, of alleen maar een mogelijkheid aangeven: deze kat is zwart (noodzakelijk), of deze kat kan zwart zijn (mogelijk).

En nu wordt het leuk. We kunnen met deze elementen algemene formules opstellen, en dan kijken of die formules geldig zijn of niet. De bekendste van die formules is de volgende.

Foto: daisy.images (cc)

Aristoteles (2): Het grote ordenen

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. 

Aristoteles was uiteraard niet de eerste die een plant of dier bestudeerde en boeken las. Hij was echter geen lukrake verzamelaar. Aristoteles legde met zijn manier van ordenen de grondslag voor de wetenschap van de Oudheid, en daarmee ook voor de moderne wetenschap.

Overeenkomsten en verschillen

Hij dacht als volgt: om een begrip te definiëren, hebben we eigenlijk altijd twee dingen nodig. Ten eerste een klasse waar dit begrip vanwege de overeenkomsten in thuishoort. Bijvoorbeeld: dit dier hoort in de klasse der zoogdieren, omdat het harig is en levendbarend. Ten tweede moeten we weten waarmee het begrip zich onderscheidt van de rest van de dingen in die klasse. Bijvoorbeeld: het gaat om een kat, omdat het dier een niet al te groot roofdier is, met snorharen en spitse oren. Het gaat er dus om dat we altijd een algemeen en een specifiek kenmerk moeten kennen om het dier goed te kunnen indelen ten opzichte van andere dieren, en zo te kunnen omschrijven.


Een klasse kunnen we zo breed en nauw definiëren als we willen. In plaats van zoogdieren had ik ook de klasse der levende wezens kunnen nemen, of die der katachtigen. En bij het specifieke kenmerk had ik ook kunnen zeggen dat het om een katachtige ging, of om een zwarte kat genaamd Spinoza, die woont bij mijn zus in Den Haag.

Foto: daisy.images (cc)

Wie was Aristoteles?

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts, en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest: eerst via zijn eigen school, later op het neoplatonisme, toen op de Arabische filosofie, en via deze route weer op de scholastiek in West-Europa en daar voorbij. In de vandaag beginnende vijftiendelige reeks bekijken we hem in enig detail.

Filippos de Tweede, de koning van Macedonië, had een lijfarts, en die lijfarts had een zoon, die 367 jaar voor onze jaartelling op zeventienjarige leeftijd naar Athene trok om onderwijs van Plato te krijgen in diens Academie. Zijn naam was Aristoteles.

Aristoteles volgde twintig jaar lang onderwijs aan de Academie, tot Plato’s dood. Daarna ging hij zelf aan de slag als leraar. Vijf jaar later riep koning Filippos hem naar zijn thuisland terug om het onderwijs van diens zoon Alexander op te verzorgen. De filosoof was toen tweeënveertig, Alexander veertien. Deze Alexander kennen we allemaal: hij zou later de bijnaam ‘de Grote’ krijgen.

Lyceum

Na de opvoeding van Alexander keerde Aristoteles terug naar Athene. Daar stichtte hij naast de Academie van Plato zijn eigen school: het Lyceum.

De relatie met Alexander heeft Aristoteles in zijn verdere leven geen windeieren gelegd. Aristoteles was een verzamelaar en Alexander wist dat. Van de vele plekken waar Alexanders veldtochten hem brachten, liet hij alles wat maar interessant kon zijn naar zijn vroegere leermeester sturen: boeken, maar ook dieren en planten. Zo verkreeg Aristoteles een schat van informatie over de toen bekende wereld.

Foto: daisy.images (cc)

Plato & daarna

Dit is de laatste aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie was, zoals we in deze reeks hebben gezien, breder en gaat dieper.] 

Zoals eerder ter sprake kwam is Plato de meest invloedrijke filosoof uit de Oudheid gebleken. Een van de redenen is ongetwijfeld dat zijn filosofie zo goed in elkaar zit. Alle aspecten van zijn denken hangen samen. Plato’s kritiek op verschillende politieke systemen loopt parallel met zijn kritiek op de menselijke psyche. Plato’s ideale psyche hangt weer samen met zijn beeld van de vrijgemaakte geest. En de veronderstelde onsterfelijkheid van de geest correspondeert op zijn beurt met Plato’s denken over een hogere abstracte werkelijkheid.

Plato als inspiratiebron

Talloze ideeën van Plato vonden hun weerklank in de latere westerse beschaving. Zo werd zijn idee van de ziel als gekooid door het lichaam geadopteerd door de kerk.

Zeer belangrijk voor de ontwikkeling van het westerse denken is dat Plato geloofde in het bestaan van een absoluut ‘goed’. Hij plaatst zich daarmee lijnrecht tegenover het relativisme van de sofisten, die juist stelden dat alles relatief is en dat goed en slecht feitelijk niet op zichzelf bestaan. Het goede duidt Plato aan met de metafoor van het licht. Ook deze metafoor is letterlijk door de kerk overgenomen.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (15): De ideeënleer, of vormenleer

Dit is de vijftiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde, en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Wat betreft de onsterfelijkheid van de ziel meende Plato een rationeel bewijs te hebben gevonden. Zijn argumentatie gaat ongeveer als volgt:

Wat maakt dat wij een mens als een mens zien, een paard als een paard, en een tafel als een tafel? Iedere individuele verschijning verschilt toch wel iets van het beeld dat we van die dingen bij ons dragen? En toch herkennen we al die voorwerpen meteen als dat wat ze zijn.

De ideeën

Kennelijk, zegt Plato, herkennen wij in de verschillende waarnemingen iets van een abstract begrip. We hebben klaarblijkelijk een blauwdruk in ons hoofd van hoe een mens, een paard en een tafel eruit moeten zien. En dat geldt niet alleen voor het idee van een mens, van een paard en van een tafel, maar ook voor abstracte ideeën als ‘het goede’ en ‘het schone’.

Maar hoe zijn we aan die ideeën gekomen? Volgens Plato is alle kennis bij onze geboorte al in de geest aanwezig. Iets nieuws leren is volgens hem niets meer dan iets herkennen.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (14): De grot

Dit is de veertiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Plato vergelijkt de levende mens met een persoon die geketend in een grot naar een schaduwspel op de diepste rotswand kijkt. De schaduwen zijn afspiegelingen van vormen die eeuwig en onveranderlijk zijn. De schaduwen zijn imperfect, omdat ze worden vervormd door het flakkeren van het licht achter de personen, dat de schaduwen werpt. Het probleem is dat de meeste mensen denken dat de door hen waargenomen schaduwen een accurate weergave van de werkelijkheid zijn.

Wij moeten volgens Plato onze zintuigen continu wantrouwen. De filosofie is er om mensen te helpen hun ketenen af te werpen en zich niet tot de verschijnselen te richten (de schaduwen op de rotswand), maar tot de abstracte ideeën zelf, en het licht daarachter dat de projecties veroorzaakt. Dit licht staat symbool voor het Goede, het Hogere. Alleen door zich daarop te richten komt een mens tot ware kennis die niet vluchtig is, zoals de verschijnselen, maar onveranderlijk en vast als abstracte ideeën, vormen.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (13): Reïncarnatie en dualisme

Dit is de dertiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

Plato geldt als de filosoof die zich afwendde van het fysische en zichtbare en op zoek ging naar een hogere, achterliggende waarheid. Maar dit was geen nieuw idee in de Griekse filosofie. We zagen het al eerder bij Parmenides. Die meende dat beweging en verandering in wezen niet bestaan. De werkelijkheid achter de verschijnselen was volgens hem een bewegingloos en onveranderlijk iets.

Reïncarnatie

Plato combineert dit idee met het idee van zielsverhuizing, dat we eerder tegenkwamen bij Pythagoras. Volgens Plato zitten het geestelijke en rationele deel van de mens gekluisterd in een lichaam.

Het lichaam schenkt de mens zijn hartstochten. Maar lichamelijke verlangens kennen geen verzadiging. De mens die zijn lichamelijke verlangens volledig de vrijheid geeft en najaagt, is geneigd te vervallen in onmatigheid. Het lichaam is bovendien gebrekkig en gaat op den duur onherroepelijk ten onder. Het najagen van de platte behoeften kan daarom geen blijvend geluk opleveren.

De rationele geest kan volgens de in dit opzicht dualistisch denkende Plato niet gelijk zijn aan dit emotionele lichaam. Na dit leven, betoogt Plato, wendt de geest zich van het lichaam af en kiest hij zijn volgende leven.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (12): De liefde van Alkibiades

Dit is de twaalfde aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

De liefde bedrijven is, als we Plato mogen volgen, op zijn tijd prima. Belangrijker dan seks is het echter over filosofie te blijven lezen. Tenminste, als je de woorden van Sokrates in Symposion volgt.

Die krijgt van Plato echter niet het laatste woord. Juist als Sokrates uitgesproken is, valt namelijk Alkibiades in dronken staat binnen. Ooit had Sokrates deze generaal midden in een veldslag het leven gered.

Windvaan

Alkibiades speelde in de Atheense politiek een nogal dubieuze rol, en had de status van een mannelijke Mata Hari. Hij trok nu eens met de legers van Athene ten oorlog tegen Sparta, maar later koos hij de kant van Sparta en voerde hij oorlog tégen Athene. Weer later stond hij aan de Perzische zijde en diende hij opnieuw in Athene.

In de liefde gedroeg hij zich net zo. Mannen, vrouwen, hoeren, hooggeplaatste mensen, het maakte deze playboy allemaal niet uit. En in Athene was algemeen bekend dat Sokrates en Alkibiades geliefden waren.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (11): De liefde van Sokrates

ACHTERGROND - Dit is de elfde aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

Plato is bekend geworden door de uitdrukking ‘een platonische relatie’ – een liefdesrelatie zonder seks. Maar die uitdrukking is nogal misleidend. In het boek ‘Symposion’, dat handelt over de liefde, bepleit Plato helemaal niet dat de mens zich zou moeten afkeren van de fysieke liefde.

Griekse liefde

In de tijd van Plato waren partners nooit gelijk aan elkaar: ongelijkheid in de liefde was de norm. Mannen waren niet alleen fysiek sterker dan hun vrouwen, maar ook ouder: zij trouwden op latere leeftijd. Vrouwen golden als vanzelfsprekend als ondergeschikt. In de hele Oudheid gold voor vrouwen monogamie als ideaal, terwijl dat voor mannen juist niet zo was. De man werd verondersteld een jager te zijn.

Verder was het in Griekenland normaal dat oudere mannen niet alleen op vrouwen, maar ook op jonge jongens jaagden, en zich aan hen verbonden door een deel van hun opvoeding op zich te nemen. Deze liefde werd vaak als ‘puurder’ gezien dan de liefde tussen man en vrouw, omdat ze niet gericht was op de noodzakelijke voortplanting.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (10): De ideale psyche

[Dit is de tiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Met het stichten van zijn eigen filosofische school, de Academie, had Plato meer succes dan als staatsman. Deze Academie werd een kleine 300 jaar na de oprichting in oorlogsgeweld verwoest, maar er bleven filosofen die zich Platonisten noemden. (Een latere versie van de Academie werd in Athene gesticht in 410 van onze jaartelling, en bleef nog een ruime honderd jaar bestaan.) In zijn Academie onderwezen Plato en zijn opvolgers zijn filosofie en ethiek. Die  laatste hangt samen met de visie van Plato op de menselijke geest.

We zagen het al: zoals de staat in elkaar zit, zo zit volgens Plato ook de geest in elkaar. De samenstellende delen van de staat zijn de bestuurlijke klasse, de klasse die de orde handhaaft, en de werkende klasse. De psyche is op een vergelijkbare wijze op te delen in de ratio, de wil en de emoties.


Het ordenen van de psyche moet volgens Plato net zoals het inrichten van de staat gebeuren. Het rationele element, het bewustzijnsorgaan, is de heerser. Dit bewustzijn moet gedurende het hele leven worden getraind. De wilskracht wordt ondertussen getraind om deze heerser te gehoorzamen en de orde te bewaken. De driften moeten in dit geheel hun plaats kennen en onderling de vrede bewaren. Zij mogen vooral niet de overhand krijgen ten opzichte van de wil en de ratio, en ook mag het niet gebeuren dat sommige emoties andere compleet domineren. Ieder kent zijn plaats.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (9): Utopie in praktijk

ACHTERGROND - Dit is de negende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

Plato’s ideale staat kent geen dik wetboek. Als de algemene regels zouden worden opgevolgd, zijn er verder niet zoveel wetten nodig. In de perfecte harmonie kent iedereen immers zijn plaats, en daarom valt ook alles op zijn plaats. Aanvullende wetten zijn slechts kunstgrepen om onvolkomenheden in het systeem te compenseren. Plato zou beslist met een meewarige blik hebben gekeken naar onze wetboeken, algemene maatregelen van bestuur, regelingen op detailniveau en uitzonderingen daarop.

Van theorie naar praktijk

Voor de lezer die nu denkt ‘ho, ho, dat is wel heel simpel gedacht allemaal’: Plato was de eerste om zijn denkbeelden kritisch onder de loep te nemen. Hijzelf benadrukte al dat zijn model van de ideale staat slechts benaderd kon worden, nooit gerealiseerd. Hij zwakte zijn eisen in later werk ook af. Niet voor niets is een belangrijk later werk van Plato over de ideale staat dan ook getiteld De Wetten. In dit werk probeert hij een ideale route naar zijn ideale staat te beschrijven.

Foto: daisy.images (cc)

Plato (7): De onevenwichtige psyche

ACHTERGROND - Dit is de zesde aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

In de menselijke psyche, waarover we het vanmorgen hadden, gaat het volgens Plato eigenlijk op dezelfde manieren mis als in de samenleving. Hij onderscheidt dan ook een aantal menstypen, analoog aan de verschillende staatsvormen die hij beschrijft.

Plato’s psychologie

De timocratische persoonlijkheid wordt overheerst door wil, door ambitie. Hij is een CV-builder, is gek op sport, maar verwaarloost zijn studie. Hij wordt materialistischer naarmate hij ouder wordt, bij gebrek aan harmonie van geest.

Ook bij de oligarchische psyche is de wil de baas. Maar voor deze persoon draait alles van het begin af aan al om geld. Hij is zuinig, ijverig, en een hamsteraar. Omdat hij uit het oog verliest waarvoor hij eigenlijk werkt, is hij, alle verworven rijkdom ten spijt, een armzalige persoonlijkheid.

Bij het democratische menstype zijn de wil en de ratio ondergeschikt aan de hartstochten. Emoties zijn echter vaak tegenstrijdig en de democratische persoonlijkheid is daarmee een doelloze fladderaar. Hij heeft onvoldoende respect voor gezag of kennis. Zijn gebrek aan richting maakt hem ongelukkig.

Vorige Volgende