Vuile kleding uit Bangladesh
ELDERS - Deze week geen nieuws uit de VS, maar een uitstapje naar Zuid-Azië. Kledingfabrikanten in Bangladesh, in nauwe samenwerking met de overheid, schrikken niet terug voor intimidatie en moord om hun winstmarges in stand te houden.
Het is inmiddels tweeënhalve maand geleden dat in Savar, Bangladesh een grote kledingfabriek instortte. Het officiële dodental werd vastgesteld op 1.127. Ongeveer 2500 mensen raakten gewond, vaak zeer ernstig.
Hoewel de dag voorafgaand aan de instorting scheuren in het gebouwen werden aangetroffen en een bouwkundige had gewaarschuwd dat het gebouw onveilig was, ging het werk in de fabriek, eigendom van Sohel Rana, gewoon door. Tot verbazing van velen werd Rana vier dagen na de ramp gearresteerd. In de praktijk stonden fabriekseigenaren in Bangladesh immers boven de wet, zoals dit artikel in de New York Times laat zien:
Bangladesh’s legal system has rarely favored anyone confronting the power structure. Much of the legal code has remained intact since the British imperial era, when laws were devised to control the population and protect the colonialist power structure. Legal reformers continue to push to modernize the criminal code, but the pace of change has been slow. Moreover, the police and other security forces are deeply politicized, with a bloody legacy of carrying out extrajudicial killings.
Many garment factory owners are now entrenched in the nation’s power elite, some as members of Parliament. Garments represent 80 percent of the country’s manufacturing exports, giving the industry vast economic power, while factory owners also finance campaigns during national elections, giving them broad political influence.