Ruttes Onrust wordt vervolgd

COLUMN - Naast de landelijke ziekenhuisstaking (a.s. woensdag) staan voor november nog een demonstratie tegen de uitrol van 5G (wegens stralingsgevaar), een pleinbijeenkomst van ‘Grootouders voor het Klimaat’ en de volgende landelijke Klimaatstaking (30 nov.) op de agenda.

De lokale overheden mogen hopen dat boeren, bouwers en onderwijzenden voorlopig even zijn uitgeraasd en dat pro-Zwarte Pietermannen hun laatste rookbommen hebben gegooid, want het schijnt dat Sint nog wel een poosje ronddwaalt.

Rutte gaat niet over ‘feestjes’, dus zegt hij er niets over. Heeft hij wel wat in petto voor het ziekenhuispersoneel? We wachten af. Ondertussen zetten wij Ruttes onrust in perspectief.

Een deel van de maatschappelijke onrust betreft arbeidsonrust.

Acties voor betere cao’s, beter loon, betere arbeidsomstandigheden, tegen werkdruk, etcetera. Een van onze lezers zei daarover: “(…) maar wel typisch Nederlands om te denken dat je voor meer loon (wat een private afspraak is tussen werkgever en werknemer) eerst bij de overheid moet wezen”.

Nu is het zo dat werknemers eerst met hun werkgevers soebatten over lonen e.d., en als dat op niets uitloopt volgen acties, stakingen e.d.,  gericht op hun werkgevers. Dat is één.

Ten tweede: er is wel degelijk een relatie tussen lonen en arbeidsomstandigheden en overheidsbeleid.  Met name koopkracht en werkdruk zijn elementen kunnen die mede door kabinetsbeleid beïnvloed kunnen worden.

Verhoging van BTW, hogere energiebelasting, bezuinigingen op voorzieningen kunnen het voor de burger duurder maken. Als daar bij loonstijgingen gen rekening mee wordt gehouden, wordt er op den duur wel fiks geklaagd, uitmondend in landelijke acties. Om over stijgende werkdruk ten gevolge van bezuinigingen maar te zwijgen.

Alle reden dus om eens te kijken in welke mate kabinetten sinds 1945 met arbeidsonrust te kanen kregen. Zonder er verder een oordeel over te vellen, puur de cijfers. Met een historisch overzicht van het CBS als bron. Daarbij twee opmerkingen:

1) cijfers over 2019 zijn nog niet volledig bekend en zijn niet meegenomen (voor de periode van kabinet Rutte III).
2) Het CBS vermeld jaarcijfers. Kabinetten beginnen of eindigen natuurlijk niet per kalenderjaar. Omdat er geen cijfers beschikbaar zijn over aantal stakingen per kabinetsperiode, heb  ik daar waar nodig de jaarcijfes verdeeld naar rato van het aantal dagen dat een kabinet in betreffend jaar regeerde. Daarmee zijn de cijfer per kabinet niet exact, maar het is m.i. wel een redelijke indicatie.

De stakingen per kabinet
© Sargasso Stakingen naar kabinetten

Welke premiers hebben het meest te maken  gehad met stakingen? Gekeken naar het aantal stakingen (geschillen) per minister-president komt Rutte vooralsnog op een zesde plaats.
© Sargasso Stakingen MPs 1 aantal geschillen

Die zesde plaats voor Rutte is wat geflatteerd, want de cijfers van 2019 zitten er nog niet in en behalve de aanstaande ziekenhuisstaking waren er in ieder geval stakingen in het onderwijs, diverse pensioenstakingen in diverse sectoren, landelijke stakingsdagen in klein- en grootmetaal, de landelijke Jeugdzorgstaking en diverse acties van cateringmedewerkers in diverse sectoren.

Het CBS kijkt ook naar het aantal verloren arbeidsdagen. Op dat vlak doet Rutte het “een stuk beter’.

En Rutte is helemaal een topper als alleen het aantal deelnemende werknemers wordt geteld.

Op dit terrein lijkt Rutte de ‘prestaties’ van Lubbers, Balkenende en Kok te willen overtreffen. Want hij ambieert een vierde termijn en als niet alleen de arbeidsonrust maar ook alle overige maatschappelijke onrust voortgaat, wordt dus ook Ruttes Onrust vervolgd.

  1. 1

    Corrigeren voor aantal zittingsdagen kabinet lijkt me wel op zijn plaats, voor je de verschillende premiers met elkaar gaat vergelijken.

    En wellicht ook voor het aantal werkenden, dat is meer dan verdubbeld sinds de tweede wereldoorlog. Maar dan wordt het natuurlijk al snel complex. En dan is er natuurlijk ook nog de samenhang met economische groei (in goede economische tijden valt er meer te halen bij de werkgever dan in slechte).

  2. 2

    @1: Ik geef je gelijk op die andere punten, maar deze

    En dan is er natuurlijk ook nog de samenhang met economische groei (in goede economische tijden valt er meer te halen bij de werkgever dan in slechte).

    is pure speculatie. Ik kan er hooguit nog wat van maken via het effect dat management een steeds hogere beloning krijgt in goede tijden, terwijl die achterblijft voor lager personeel.

    Andersom is het echter aannemelijker dat wanneer kabinetten in tijden van laagconjunctuur gaan snijden in van alles, er een effect is op actiebereidheid.

  3. 3

    Vergeet ook niet dat bv bijstandsniveau gekoppeld is aan minimumloon. En gemeenten laten bepaalde hulp-maatregelen daar weer vanaf hangen (via het ‘sociaal minimum’).

    Al met al is een wettelijk minimumloon dus van meer invloed dan velen denken.

  4. 4

    @3 klopt. Ik kan me wel voorstellen dat wanneer het minimumloon (en daarmee de bijstand en andere uitkeringen) verhoogd worden, gemeenten hun minimabeleid daaraan gaan aanpassen.

    Then again: al gaan mensen er daardoor niet netto op voorruit, dan nog is het minder stressvol als ze hun inkomen gewoon in een keer krijgen, en niet uit allerlei losse potjes hoeven te halen waarvoor ze ook weer een aanvraag moeten doen (en wat juist de allerzwaksten vaak niet doen, waardoor ze in armoede komen te leven).

  5. 5

    @2: Ik ben geen expert, maar dit is wat je vaak hoort. Je ziet het ook wel als je naar de data hierboven kijkt.

    https://www.volkskrant.nl/economie/de-tijd-is-rijp-om-te-gaan-staken-er-valt-nu-zeker-wat-te-halen~be0a6f9e/

    Jaren waarin veel gestaakt wordt, vallen in perioden van economische voorspoed, leert de geschiedenis. Zeven van de tien laatste grote stakingsjaren (met meer dan honderdduizend verloren werkdagen) vielen rond een piek in de economische groei. Als het goed gaat met de economie valt er meer geld te verdelen en als de orderportefeuille vol is, doen werknemers hun baas meer pijn met een staking.

    ‘De kans is dan kleiner dat de ondernemer zegt: zet de fabriek maar stil, want we verkopen toch niets en dan hoef ik minder salaris uit te betalen’, zegt Van der Velden. Werknemers durven tijdens een crisis minder goed actie te voeren. En als er ontslagen dreigen, willen veel werknemers zeker niet negatief opvallen door deel te nemen aan een staking.

    Dit is natuurlijk hooguit één van de factoren. Maar wel zinnig om met deze dynamiek rekening te houden als je een uitspraak wil doen over de mate van arbeidsonrust specifiek onder Rutte.

  6. 6

    @5: Dat artikel bevestigd wel wat ik schreef. Dat werknemers in goede tijden niet mee profiteren. Ik stelde dat het management dat wel doet en dat kun je dan niet uit het artikel halen, maar dat weet je ook zelf wel dat dit zo is. Net als bijvoorbeeld meer dividend uitkeren. Met andere woorden je moet jouw uitspraak, dat er meer valt te halen, wel koppelen aan het achterblijven van beloning. Dan klopt het.

  7. 8

    @5: Eens. Het is eindelijk doorgedrongen dat de lonen al decennia lang achterblijven. En de overheidsfinanciën staan er goed voor. Met Rutte zelf of de VVD heeft het minder te maken, lijkt mij.

    Opvallend vind ik wel in het bovenste staatje dat het aantal verloren arbeidsdagen juist ondere sociaaldemocratische premiers relatief hoog ligt: Drees, den Uyl, oud-vakbondsvoorzitter Kok. Hebben de stakers van hen meer verwacht?

  8. 9

    @8: ”meer verwacht?”
    Of ze dachten: We kunnen meer flikken*.

    Als de stakingsbereidheid tijdens een crisis lager is, heeft de top er baat bij de arbeiders voor te houden dat er een crisis is of dreigt.

    *Net als de boeren met hun landbouwtrekkers. Zo van: De Leopards van het leger zijn toch verkocht, wie kan ons wat maken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren