Remunicipalisation – twee stappen vooruit in het ontwikkelingswerk

Inleiding

Zoals Baron Von Munchhausen zich aan zijn eigen haren uit het moeras trok, zo wordt er al jaren door ontwikkelingswerkers en locale bevolking in allerlei landen en situaties gewerkt aan een nieuwe vorm voor de economie. In het Engels wordt dit soort werk omschreven als “remunicipalisation of community service providers”. Het gaat vooral om een vorm van arbeidsorganisatie waarin het dienen van het algemeen belang het belangrijkste richtsnoer is. Soms heet het zelfhulp, soms microkrediet, soms scholing en organisatie, soms dekolonisatie, soms emancipatie of empowerment, soms reorganisatie, soms counterparting of soms democratisering.

Deze moeilijk onder één noemer te vatten praktijken trekken de aandacht van onderzoekers. De wetenschappers en filosofen die het zien gebeuren kunnen het nog niet precies pakken, maar als ze goed gaan kijken blijkt het toch waar: er ontstaan reële alternatieven voor de westerse economonopoliae. Het begint zich af te tekenen hoe een nieuwe economie eruit zal moeten zien.

Twee boeken

Het Transnational Institute (TNI) en het Municipal Services Project (MSP) en het hebben onlangs op 22 maart 2012 twee boeken gepresenteerd waarin hun onderzoekers minutieus verslag doen van talloze situaties van over de hele wereld, waarin vooral aanvankelijk mislukkende private initiatieven (veelal een of andere vorm van community service provider of nutsbedrijf) toch met succes uit het moeras werden getrokken en succesvol werden teruggegeven aan de echte stakeholders, de municipality.

Het ene boek, “Putting water back into public hands” laat in iets meer dan honderd pagina’s zien wat eraan te pas kan komen om een ongestoorde en betaalbare toegang tot water voor iedereen te garanderen, in vijf cases, uit Frankrijk, Maleisië, Tanzania, Argentinië en Canada. (Aan de gebeurtenissen in de UK hebben de auteurs zich kennelijk niet willen branden).

Het tweede boek, “Alternatives to privatisation – public options for essential services in the Global South” is een stuk dikker dan het eerste boek. Dit boek is net hernieuwd uitgegeven, in een goedkopere ingenaaide “Africa Edition”. Het bevat drie delen, vijfhonderd pagina’s, veel theorie en voetnoten, en het beschrijft en analyseert ruim 40 cases, variërend van gezondheidszorg tot elektriciteitssector en watervoorzieningen. Gemeenschappelijk aan de cases is dat er alternatieven worden geboden voor de neoliberalistische invalshoek waarin privatisering en winststreven voorop staan. Maar de lezer vindt ook mislukkingen tussen de cases. Hoofdzaak is steeds dat de processen worden geanalyseerd en dat we er wat van opsteken.

Remunicipalisation

Het MSP en het TNI zijn in de twee boeken vooral op zoek gegaan naar de details van die gebeurtenissen, die door hen remunicipalisation of community service providers worden genoemd. Daarbij blijkt dan dat er alternatieven boven komen drijven voor het oude idee dat effectiviteit en efficiëntie van organisaties en bedrijven alleen in geld kunnen worden uitgedrukt. De uitkomst van het onderzoek van MSP en TNI levert daardoor alternatieve normen en standaarden die bruikbaar zijn om het welslagen van een belangrijk maar nog slechts vaag zichtbaar doel van de nieuwe economie aan af te meten. Het gaat om normen en waarden (Balkenende zal dit ook leuk vinden!) die gebruikt kunnen worden om publieke dienstverlening te toetsen, die het mogelijk maken om te meten of die diensten wel sociaal werken en aan te tonen dat de bedrijfsorganisatie algemeen nuttig is en democratisch. Een filosoof vat zo’n stelsel van waarden en normen op als een referentiekader, de subsidiegever noemt het een toetsinstrument, de werkers in het veld gebruiken het als jargon om hun ideeën te kunnen uitdragen, de realist noemt het een utopie, sommigen noemen het “een nieuwe ethos” en de schrijvers van de twee boeken die hier aan de orde zijn noemen het dus “remunicipalisation”.

Criteria

Om het even wat concreter temaken: we hebben in Nederland voor eigen gebruik de ASN en Triodos, banken die proberen wat goeds te doen met ons geld en die dat geld daarom alleen beleggen in bedrijven die aan bepaalde criteria voldoen. Zulke criteria moeten daarvoor wel expliciet en toetsbaar worden geformuleerd. Ook aan de organisatie van productiemiddelen en fabrieken en aan het werken van nutsbedrijven kunnen dergelijke criteria worden aangelegd. Onafhankelijk van de ASN en Triodos hebben het TNI en het MSP de laatste jaren gewerkt aan vergelijkbare criteria die in dit geval vaak
focussen op situaties in de minder bedeelde gebieden.

Hier past een noot: De laatste term, minder bedeelde gebieden, gebruik ik om termen als ‘derde wereld’, ontwikkelinglanden of ‘arme landen’ te vermijden. Het dikke boek omschrijft wat ik de minder bedeelde gebieden noem in de titel van het boek als “the Global South”. Hiermee moet dan tegelijkertijd worden uitgedrukt dat Roemenië, Griekenland, Portugal of Spanje minder bedeeld zijn dan Duitsland, Nederland of Frankrijk, terwijl op grotere schaal het zuidelijk halfrond evenzeer (veel) minder bedeeld is dan het noordelijk halfrond. TNI en MSP proberen immers met criteria en met voorbeelden steun te bieden aan ontwikkelingswerkers en belangengroepen, aan projectontwikkelaars en subsidiegevers, en richting te geven aan projecten die de situatie willen verbeteren in minder bedeelde landen: in the Global South.

Wanneer is een project maatschappelijk geslaagd te noemen? Bruikbare meetinstrumenten daarvoor zitten volgens TNI en MSP in de mate waarin een project voldoet aan elf verschillende criteria. De te gebruiken criteria, de normatieve categorieën, worden benoemd als: equity, participation, efficiency, quality of service, accountability, transparency, quality of the workplace, sustainability, solidarity, public ethos en transferability. De meting of een project inderdaad aan alle eisen voldoet wordt uitgewerkt in een stuk of vier concrete voorbeeldvragen per eis, in uitgewerkte analytische criteria, zoals “Is equity formalised, legalised, or institutionalised in some way?” of “Is accountability equitable (i.e. do all service users receive the same depth and quality of accountability)?” of praktischer: “Do workers feel ‘empowered’” en “Is quality inproving?” (In de links die ik hierboven naar de boeken gaf zijn de tabellen met de inhoudelijke criteria volledig terug te vinden)

Het lijkt mij dat een project dat op alle toetsingen een positief resultaat kan krijgen, moeilijk kwaad kan. En het lijkt mij ook dat veel private, op winst gerichte ondernemingen in allerlei minder bedeelde gebieden niet op alle vragen even positief zullen scoren. Of nog concreter: stel eens de Max Havelaar koffie of de gezondheidszorg in Costa Rica en Cuba (score 11 keer 100%?) tegenover de productie van iPhone’s bij Foxconn of spijkerbroeken in India.

Positief blijven

Het aardige van het onderzoek van TNI en MSP is dat het niet direct uit lijkt te zijn op een strijd tegen de grote productiebedrijven in de minder bedeelde gebieden. Bedrijven die semi-slavernij, kinderarbeid, gevaarlijke werkomstandigheden of oneerlijke beloningssystemen hanteren zullen niet slagen in het licht van de criteria hierboven, maar dat is voor TNI en MSP niet de belangrijkste kwestie. Hun aanpak is namelijk positiever: wanneer is een bedrijf wel goed aan het werk, hoe meet je dat, waar meet je dat aan? En dan komen de criteria die TNI en MSP aangeven duidelijk goed van pas. Lees daarom die boeken, als je daarover meer wilt weten. Volg de links.

De tweede aardigheid van de onderzoeken van TNI en MSP is dat zij aan het licht brengen dat er veel situaties zijn waarin minder goed florerende particuliere bedrijven of geprivatiseerde nutsvoorzieningen worden overgenomen door de gemeenschap waar deze bedrijven in werken, en dat dan een gedemocratiseerde organisatievorm voor deze bedrijven een tweede kans kan betekenen. De echte voorbeelden van remunicipalisation zijn dan bijvoorbeeld: de reorganisatie van het waterbedrijf “Eau de Paris”, de deprivatisering van het waterbedrijf OSE in Urugay en het tegenhouden van privatisering van de elektriciteitssector in Thailand en Indonesie. Maar het is niet altijd koek en ei: voorbeelden van projecten met minder succes  zijn de vele reorganisaties in de gezondheidszorg in Azië of  de organisatie van de FIFA World Cup en de Delhi Commonwealth Games.

Mijn derde punt is eigenlijk een vraag. Is remunicipalisation nu een nieuwe trend of gaat het gewoon om een moderne term voor klassiek zelfbestuur in  coöperaties? Van tijd tot tijd komt altijd weer zelfbestuur als interessante mogelijkheid voor inrichting van de werkomgeving bovendrijven. Neem maar: Mondragón Corporación Cooperativa, de Rabobank, Walden, de krakers, AVEBE, de TESO, Provo, kibboetsen in Israel, Sargasso, Occupy, Moes Bouwbedrijf, Cave Coopérative Vinicole de Saint-Chinian, Anonymous en vele anderen. De derde aardigheid (en dat is een understatement) van TNI en MSP is dat zij de vraag niet beantwoorden maar op zoek gaan naar wat gemeenschappelijk is in dit soort neem zelf-de-spade-ter-hand situaties, welke actoren een rol kunnen spelen, en dat ze daarbij nadrukkelijk laten zien wat we nodig hebben om deze processen op hun waarde te schatten.

De dageraad gloort, een nieuw tijdperk breekt aan

TNI en MSP willen het misschien niet hardop zeggen, maar zij vertrekken vanuit hetzelfde punt als allerlei losgeslagen anti-kapitalisten, ze reizen in dezelfde richting, op weg naar een nieuwe maatschappij waarin het winstprincipe en het marktdenken weer gekooid zijn, en ze zien het doel kennelijk als bereikbaar. Waar de idealisten schetsen maken, de vakbonden vergaderen, de indignados de straat op gaan en de veldwerkers in de modder staan, daar staan TNI en MSP aan de operatietafel om met zo veel mogelijk precisie het gezwel dat “optimale ROI” heet aan te wijzen en te transplanteren met iets positievers. Iets positievers, waar op dit moment alleen nog geen, althans nog te weinig positieve termen voor zijn. Privatisering, bourgeois laws en corporatization worden afgewezen maar tegelijkertijd worden termen als arbeiderszelfbestuur en anti-neo-kapitalisme vermeden door TNI en MSP, mogelijk omdat zij historisch beladen zijn. Als oplossingen blijven nog vage maar wel positieve begrippen over, zoals public ownership, remunicipalisation, public ethos en commitment to the public sector ideas. En een tabel met goed toetsbare criteria.

Maar de moraal van dit verhaal is het onthouden waard: “Free market capitalism is rather special, and it’s position is precarious”, zeggen de wetenschappers die zich met het onderzoek naar remunicipalisation bezig houden. We mogen daarbij volgens hen ook niet vergeten dat de late Keynes zich al heeft afgevraagd of het bij winst nu gaat om reward for risk of om profiteering, en dat in de laatste visie, die niet kan worden afgewezen, de legitimiteit van het kapitalisme onherstelbaar onderuit wordt gehaald.

foto cpsucsa