Regulering van migratie is meer dan kwestie van markt of quota

ANALYSE - Kunnen we met quota de migratie naar Nederland beperken en beheersbaar maken? Of is het de markt die uiteindelijk bepaalt? Volgens hoogleraar Europees Migratierecht en vicevoorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken Tesseltje de Lange moet het antwoord komen uit een debat dat uitgaat van zowel het perspectief van werkgevers als dat van migranten en samenleving.

Vicepremier en minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) stelt voor quota te hanteren om het aantal migranten dat naar Nederland komt te beperken. Ook Lilian Marijnissen (SP) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) deden een voorstel daartoe. De Leidse hoogleraar Arbeids- en Migratiegeschiedenis Leo Lucassen vindt dat al deze voorstellen weinig zin hebben omdat de markt bepaalt hoeveel migranten er komen. Hij pleit voor een lange termijnbeleid.

De kritiek van Lucassen op de politieke voorstellen tot het instellen van migratiequota is terecht. Met een dergelijke ad hoc maatregel kun je de migratie eenvoudigweg niet reguleren. Maar op zijn standpunt dat de markt de instroom van arbeidsmigranten bepaalt, valt ook wel wat af te dingen. Immers, als de markt inderdaad zo bepalend is als hij zegt, dan zouden er nog veel meer arbeidsmigranten van buiten de EU in Nederland zijn, om laaggeschoold werk te verrichten in sectoren met prangende personeelstekorten zoals tuinbouw of zorg.

Cijfers van betrekkelijke waarde

Het huidige, tekortschietende Nederlandse migratiebeleid bestaat uit regels die de toegang van verschillende soorten migranten regelt. Er zijn regels voor de toelating van EU-burgers, voor de entree van niet-EU-burgers (gereguleerd door Europees migratierecht) en voor de komst van niet-EU-burgers vanwege humanitaire en economische redenen, geregeld in Nederlands migratierecht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt geen helder onderscheid tussen deze drie groepen. Daardoor hebben zijn cijfers beperkte relevantie. Samen met collega Avontuur wees ik er hier al eerder op dat het CBS Nederlanders meetelt in de vaststelling van het aantal ‘buitenlandse werknemers’.

Om per categorie migranten beleid te kunnen voeren, publiceerde de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) onlangs het rapport ‘Op weg naar 2030. Migratie: een toekomstverkenning’. Daarin roept de commissie het kabinet op om een ‘Staat van de Migratie’ op te stellen: een jaarlijks overzicht van alle inspanningen en resultaten op het terrein van migratie.

Daarin moet vermeld worden hoeveel migranten op grond van welk beleid worden toegelaten en hoe lang ze gemiddeld in ons land verblijven. Het overzicht kan de algemene cijfers van het CBS, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en het UWV – verantwoordelijk voor de beoordeling van een deel van de verzoeken om arbeidsmigratie – nader aanvullen en een zinvol en inhoudelijk debat over migratie mogelijk maken.

De markt, niet het quotum bepaalt

Een onderwerp dat in het debat beslist aan de orde zou moeten komen, is de betekenis van het quotum als beleidsinstrument.

Vooropgesteld zij dat een quotum niet gesteld mag worden aan unieburgers, humanitaire en gezinsmigranten. Het Europees recht staat alleen een quotum toe voor niet-Europese arbeidsmigranten. Tot 1 oktober 2019 hanteerde Nederland quota bij de toelating van niet-Europese arbeidsmigranten om in Aziatische horeca te werken. Hoewel de regering het quotum stapsgewijs wilde verlagen, deed ze het tegendeel en verhoogde ze het telkens weer. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, verleende ze 3200 vergunningen in plaats van het oorspronkelijke ‘quotum’ van 1000  (gegevens UWV).

Ook in de jaren ’60 van de vorige eeuw hanteerde ons land quota, om de instroom van buitenlandse werknemers – uit Italië en Spanje en later uit Turkije en Marokko – te reguleren. Ook toen werden die snel bijgesteld of genegeerd als werkgevers meer arbeidsmigranten nodig hadden. In die zin heeft Lucassen gelijk dat de markt in essentie bepaalt hoeveel migranten er komen.

Zelf concludeerde ik ook al dat de markt de arbeidsmigratie naar Nederland regelt. Althans voor zover het arbeidsmigratie van buiten de EU betreft. Wetgeving beweegt vertraagd mee met de situatie op de arbeidsmarkt. In 2013 is de Wet arbeid vreemdelingen die de toelating van arbeidsmigratie van buiten de EU reguleert, aangescherpt. Waar voor kennismigranten slechts een inkomenstoets geldt, worden arbeidsmigranten anders dan kennismigranten pas na een zware arbeidsmarkttoets voor telkens één jaar toegelaten.

Daarover schreef ik destijds: ‘De bijdrage van arbeidsmigranten aan de Nederlandse economie moet vervolgens van zo tijdelijk mogelijke aard zijn. Een begrijpelijk uitgangspunt in tijden van hoge werkloosheid en economische crisis. Of dit een uitgangspunt is dat stand zal houden in toekomstige betere jaren voor de Nederlandse werkgelegenheid is de vraag.’

Met de hoge tekorten de afgelopen jaren had ik verwacht dat werkgevers eerder een versoepeling van dit restrictieve en in de praktijk niet werkbare toelatingsbeleid zouden bedingen. Maar pas op 6 januari 2020 is een wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen ‘in verband met het toekomstbestendig maken van arbeidsmigratie’ in consultatie gegaan waarin een deel van de belemmeringen weer wordt weggenomen.

Debat vanuit meerdere perspectieven

Als ondernemers geen werknemers meer kunnen vinden binnen de EU, dan kan dat betekenen dat ze kiezen voor wat Lucassen een ‘lastig scenario’ noemt: het verplaatsen van hun productie. Denk aan de Nederlandse rozenteelt in Afrika. Ik denk dat daar voor een aantal arbeidsintensieve sectoren inderdaad meer toekomst in zit.

Maar wat nu als een bepaald type arbeid niet verplaatsbaar is? Kiezen ondernemers dan automatisch voor arbeidsmigranten van buiten de EU? Nee, dus. Werkgevers – in de zorg bijvoorbeeld – boren dan eerst andere bronnen aan. Ze leiden statushouders op, of werven actiever werknemers in andere EU-landen. Arbeidsmigratie van buiten de EU is in de regel een laatste redmiddel.

In plaats van te pleiten voor een quotum (zoals De Jonge, Marijnessen en Segers doen) – een regeling die in veel gevallen juridisch en vaak praktisch onhoudbaar is – doet de politiek er beter aan om geld vrij te maken om het al aanwezige arbeidspotentieel, onder andere asielstatushouders en asielzoekers beter te benutten.

Meer perspectieven

Het debat over arbeidsmigratie dat hoognodig moet worden gevoerd, dient veel meer dan nu rekening te houden met de verschillende perspectieven. Het denkraam van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken in de verkenning ‘Legale kanalen voor Arbeidsmigratie’ kan daarbij als leidraad dienen.

Het geeft aan dat niet alleen de markt de arbeidsmigratie bepaalt, maar dat ook de belangen van de Nederlandse samenleving, van de werkgevers, migranten en hun landen van herkomst aandacht verdienen.


Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken. Tesseltje de Lange is hoogleraar Europees Migratierecht aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze is tevens vicevoorzitter Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.

  1. 2

    Misschien moet men eens beginnen met het opzeggen van de vluchtingenverdragen? Het is vreemd dat mensen (om in veiligheid te komen), gestimuleerd worden om duizenden kilometers te reizen waarbij er grote veiligheidsrisicos gelopen worden.

  2. 3

    @2: Even los van de tang-op-een-varken-redenering; Dat zou dus bijzonder weinig effect hebben op migratie in Nederland. Verruit de meeste migranten hier zijn geen vluchtelingen.

  3. 5

    @3: verder zie ik wel heil in het verder aanscherpen van de stikstof/milieuregelgeving en het ruimtelijk inperken van (de uitbreidingsmogelijkheden van) Nederlandse bedrijven. De facto het tegengaan van een ongecontroleerde ongelimiteerde economische groei dus. Genoeg is genoeg

  4. 6

    Het gaat goed met NL en daarom worden we overspoeld met arbeidsmigranten. De markt bepaald. De instroom is vrij voor alle EU inwoners, ruim een half miljard, en daarmee is het arbeidspotentieel voor de meeste sectoren groot genoeg. Daarmee zou de discussie direct afgerond moeten zijn. Getalsmatig doet de instroom van mensen buiten de EU en asielzoekers er niet zo veel toe.

    Toch blijft de discussie een soepsooitje. Cijfers worden eerst misbruikt en vervolgens gekoppeld aan de instroom van gelukzoekers uit Noord Afrika.

    Wie het aantal arbeidsmigranten wil beperken zal ten eerste het EU lidmaatschap moeten opzeggen om instroom in eigen hand te houden. Instroom zal blijven als de markt dat vraagt, maar uitstroom is dan ook mogelijk gemaakt als de markt er niet meer om vraagt.

  5. 7

    Wie het aantal arbeidsmigranten wil beperken zal ten eerste het EU lidmaatschap moeten opzeggen

    Flauwe kul. Met een kleine inspanning valt er van alles te bedenken. zie ook @5.

    Maar denk ook aan flankerend beleid. Denk je nu echt dat die polen hier in de kassen komen werken omdat ze zo goed betaald worden? Nee hè?, maar met die ww uitkering die ze 6 maanden “gratis” thuis in polen ontvangen is in feite subsidiëring van het bedrijfsleven ( die zo de lonen lekker laag kunnen houden) ten laste van de NL premiebetaler en de controle/ handhaving = 0

    Het kan dus allemaal veel onaantrekkelijker

  6. 8

    @7: Misschien moet je #5 dan maar eens wat verder uitwerken….

    Het komt nu over als: We draaien de duimschroeven aan met verstikkende maatregelen waardoor bedrijven wegtrekken en daardoor zal NL minder aantrekkelijk worden voor arbeidsmigranten.

    En wat betreft dat verhaal van die Poolse uitkeringen: Ook dat vraagt nog wat getalsmatige onderbouwing. Dat de Polen hun Nederlandse WW-uitkering voor een paar maanden naar het buitenland kunnen meenemen is het gevolg van Europese regelgeving. Als je dat niet wilt dan …. moet je uit de EU (Of zorgen dat de uitkeringen in de EU overal gelijk zijn)

  7. 10

    “maar met die ww uitkering die ze 6 maanden “gratis” thuis in polen ontvangen” Voor die WW is ook in Nederland premie afgedragen (is dus ook niet gratis), dus waarom zou Polen die dan moeten betalen? En andersom waarom zouden buitenlandse werknemers met minder arbeidsvoorwaarden genoegen moeten nemen dan een Nederlandse werknemer voor hetzelfde werk?

    Bovendien houden die Polen bedrijven hier draaiende die anders zouden moeten vertrekken. Die bedrijven leveren ook weer ander werk en belastinginkomsten op, dus netto leveren die Polen alleen maar geld op voor de gemeenschap.

    Je kan discussiëren of 6 maanden WW voor 6 maanden werk te lang is, maar dat is een ander verhaal.

  8. 11

    @10:

    dus netto leveren die Polen alleen maar geld op voor de gemeenschap

    Aardig dat je opkomt voor de Polen. Zij hebben uiteraard recht op gelijke behandeling. En die krijgen ze niet altijd.

    Er is echter nog een andere kant die ‘de gemeenschap’ minder geld oplevert: arbeidsmigranten van elders zorgen er voor dat de lonen over de hele linie worden gedrukt.

  9. 12

    Ach, vorig jaar met twee Bulgaren gewerkt. De Nederlanders waren veelal uit de soos of UWV kaartenbak met nodige bedreiging gekomen. De Bulgaren gingen weg vanwege ergens waar ze meer konden verdienen, aantal ging weg via de ziektewet en een paar konden eveneens de Bulgaren wat beters krijgen.

  10. 13

    De zorg en laaggeschoold in 1 zin stuit me enorm tegen de borst,
    mbo verpleegkundige worden is best al een klus, hbo vpk is helemaal 4 jaar doorbijten.
    Verder is er een groot gebrek aan psychologen in NL etc.
    Dat vang je niet op met een bus Bulgaren of Algerijnen.

    Waar dat idee toch altijd vandaan komt.
    Daarbij werken veel allochtone groepen niet graag in de zorg,
    zeg maar helemaal niet dus daar hoef je niet direct op te rekenen.