Recensie | België begrijpen

RECENSIE - Begrijpen wij ‘Ollanders België? Begrijpen de Belgen België? Het antwoord op beide vragen zou wel eens ontkennend kunnen zijn, zo valt te concluderen uit de door Astrid von Busekist samengestelde bundel ‘België begrijpen. Verleden, heden en toekomst van een land op de tweesprong.’

De directe aanleiding voor het verschijnen van de bundel België begrijpen was de formatie die volgde op de federale verkiezingen van juni 2010. Maar liefst 540 dagen bleef België zonder regering. Daarmee werd de langste Nederlandse formatie ooit, die van het kabinet Van Agt I in 1977 (208 dagen), ruimschoots overtroffen. Ook Irak (289 dagen) en Cambodja (353 dagen) bleven achter bij de Belgische monsterformatie, waarbij informateurs, preformateurs, bemiddelaars, verhelderaars, conciliateurs, en formateurs elkaar bleven afwisselen.

België begrijpen handelt echter niet alleen over deze formatie, maar probeert een breder beeld te schetsen van het welvarende, vredelievende en democratische land waar regeren niettemin soms nagenoeg onmogelijk lijkt.

Actualiteit als unique selling point

Voor het schetsen van dit bredere beeld werden, afgezien van de samensteller, maar liefst 22 verschillende auteurs ingezet die in achttien hoofdstukken hun verhaal doen. Zodoende is het welhaast onvermijdelijk dat België begrijpen een eenduidige visie en focus ontbeert. Daar staat tegenover dat het selling point van deze bundel de actualiteit van het geschrevene is. Niet voor niets wordt het boek op de achterflap prominent aangeprezen als ‘Een geschenk voor iedereen die zich op 2014 [d.w.z. de volgende federale verkiezingen] wil voorbereiden…’ België begrijpen lijkt dan ook bedoeld voor het wat serieuzere lezerspubliek: politieke professionals, journalisten, wellicht bachelorstudenten Internationale Betrekkingen.

Daarnaast werd het boek allereerst geschreven voor de binnenlandse, Belgische markt. Als hulp, zo wordt soms de indruk gewekt, bij de zelfreflectie die in de nasleep van de traumatische (?) monsterformatie van 2010/11 dan toch echt noodzakelijk is geworden. België begrijpen is voor een deel dan ook een beschrijving en inventarisatie van de innerlijke demonen die de bestuurbaarheid van het land bedreigen. Dit als eerste stap op weg naar loutering en glorieus herstel van de (al dan niet formele) banden die van België een levensvatbare natie maken. ‘Het is [immers] prima mogelijk,’ zo meent de samensteller van de bundel, ‘via de openbare collectiviteit een politieke socialisatie te bevorderen om een gemeenschappelijk universum te creëren zónder je specificiteit te loochenen.’

Zodoende heeft België de potentie uit te groeien tot leerzaam voorbeeld voor de gehele EU. Aangezien Europa zich onvermijdelijk steeds meer richting multiculturalisme en postnationalisme beweegt, wacht ook het Belgisch pluralisme, de ‘belgitude’, een mooie toekomst, niet alleen op Europees, maar onvermijdelijk ook (weer) op nationaal niveau. En zo gaat België van trauma, via introspectie en loutering, naar de triomf van internationaal gidsland. Een mooi verhaal, kortom.

Somberder

Andere bijdragen aan België begrijpen zijn echter een stuk somberder van toon. Een volgend hoofdstuk laat bijvoorbeeld zien dat de EU, dankzij de nadruk op vrijhandel, privatisering en deregulering, de eenheid van België voor een deel juist heeft aangetast.

Weer een ander hoofdstuk beschrijft hoe het gemeenschappelijke geheugen van het Belgische volk steeds meer in afzonderlijke delen uiteenvalt. Zo was de middeleeuwse Guldensporenslag ooit een symbool van nationaal Belgisch verzet tegen Franse overheersing. Tegenwoordig echter een symbool van Vlaams verzet tegen Franstalige (dat wil zeggen Waalse) overheersing.

Het langzame uiteenvallen van België lijkt des te onvermijdelijker omdat de oorzaken structureel zijn. Dankzij de dramatische teloorgang van de zware industrie in Wallonië, werd de historisch achtergestelde Vlaamse gemeenschap behalve in grootte ook nog eens dominant in welvaart. Het resulterende mengsel van steeds verder uiteenlopende economische belangen, historische rancune en culturele vervreemding zorgde voor een hele serie staatshervormingen, waarvan de laatste een noodzakelijke voorwaarde was voor de totstandkoming van Elio Di Rupo’s regering in december 2011.

Al deze hervormingen maakten van België een bestuurlijke nachtmerrie, een federale staat bestaande uit drie gewesten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) en drie gemeenschappen (de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige). Net als de federale staat beschikken zowel de gewesten als de gemeenschappen ieder over een afzonderlijke regering en parlement. De bevoegdheden van al deze regionale regeringen en parlementen zijn echter niet symmetrisch verdeeld. Zo wordt het gewest Vlaanderen in bevoegdheden en middelen vrijwel compleet overschaduwd door de Vlaamse Gemeenschap. In Wallonië is de situatie omgekeerd: de Franse Gemeenschap heeft in vergelijking tot het gewest maar weinig in te brengen.

Op federaal niveau wordt de situatie nog verder gecompliceerd door de afwezigheid van federale kiesdistricten en, op een handjevol onbetekenende partijtjes na, politieke partijen die zowel in Vlaanderen als Wallonië actief zijn. Een Vlaming en een Waal zullen dus nooit door dezelfde politicus worden vertegenwoordigd.

Geen reële optie

Hoewel Belgen uit de verschillende taalgemeenschappen dus steeds minder met elkaar gemeen hebben, lijkt de opsplitsing van België toch geen reële optie. Brussel is hierbij het grote struikelblok. Ofschoon in grote meerderheid Franstalig, zullen maar weinig Vlamingen bereid zijn deze stad op te geven. ‘Brussel is ons Jeruzalem,’ stelde een Vlaamse parlementariër ooit.

Daarnaast is de steun voor de daadwerkelijke opsplitsing van België beperkt. Ondanks het grote aantal stemmen dat openlijk separatistische partijen als Vlaams Belang en Nieuw-Vlaamse Alliantie bij verkiezingen plegen te ontvangen, was de afgelopen twintig jaar slechts 8-15% van de Nederlandstalige Belgen vóór opsplitsing. Onder Franstalige Belgen is het separatisme nog minder populair.

Maar hoe moet het nu verder? Gaat België desondanks uiteenvallen of maakt de ‘belgitude’ toch weer een comeback? Pas na de verkiezingen van 2014, zo wordt in België begrijpen regelmatig herhaald, weten we het zeker. Maar of dat ook echt zo is blijft natuurlijk de vraag. Doormodderen bij gebrek aan beter is immers altijd een optie. En misschien is dát nu juist de manier waarop België het grote voorbeeld voor de EU zal blijken te zijn.

Astrid von Busekist ed., België begrijpen, Verleden, heden en toekomst van een land op de tweesprong / ISBN 9789085424703 / paperback / € 24.95 / 317 pagina’s

  1. 2

    Een klein land met zeven regeringen heeft een probleem. Of eigenlijk zeven problemen. Dat zal na de komende verkiezingen moeten worden opgelost, met een sterk vereenvoudigde en afgeslankte staatsstructuur (Bart De Wever heeft het goede voorbeeld al gegeven) en een vrijwel volledige scheiding tussen Vlamingen en Walen, onder een klein gemeenschappelijk parapluutje. Afhankelijk van de verkiezingsuitslag zal dit de uitkomst zijn van het regime van De Wever.

  2. 3

    België? Vlaamse gemeenschap? , c’est quoi. Van wat ik ervan meekrijg is er een wereld van verschil tussen Oostende en de Ardennen en daartussenin is ook al alles danig verschillend en dat geldt voor Wallonië evenzeer en voor binnen Nederland ook. Ik zie niet hoe iets langzaam uiteen kan vallen wat maar in zeer beperkte mate een eenheid is geweest.

  3. 4

    @2: “Een klein land met zeven regeringen heeft een probleem.”
    Dat is nog maar de vraag. Tijdens die 540 dagen formatie waren er immers nog zes andere regeringen om ervoor te zorgen dat het land gewoon door bleef draaien ….