Quote du Jour | De consequenties van aangifte

SargQdJ09

Als ik later de politie bel, zeggen ze dat ik een informatiegesprek krijg: ,,Om de consequenties voor jou in kaart te brengen als je echt aangifte doet.” Daarna moet ik verplicht twee weken bedenktijd uitzitten voordat ik aangifte mag doen.

Journaliste Rosa Timmer werd een tijdje terug in een bar van achterlangs eens even stevig in het kruis gegrepen. De dader zag in haar zomerjurkje kennelijk een uitnodiging om handtastelijk te worden.

Ze beschrijft hoe haar pogingen om verhaal te halen keer op keer afketsten op weerstand. De barmedewerkers wezen naar de beveiliger of reageren geërgerd dat ze rookpauze hebben; en de politie waarschuwt vooral voor de consequenties van aangifte voor het slachtoffer.

Sorry, waar hebben we dat eerder gehoord? O ja, Hadjar Benmiloud schreef dat ook al in haar column over een nog veel brutere aanranding door een populaire cabaretier:

De politie zei dat ik goed moest nadenken over de consequenties van een aangifte. (…) De politie zegt nog steeds dat ik beter echt niet aan een aangifte kan beginnen.

Que? Is het werkelijk zo dat de politie slachtoffers van zedenmisdrijven ontmoedigt om aangifte te doen?

Enig navorsen leert, dat het wijzen op de ‘consequenties’ van een eventuele aangifte wettelijk bepaald is. De wetgever vindt dat een kwestie van zorgvuldigheid jegens de aangever.

Die moet enerzijds opgevangen worden en zijn/haar verhaal kunnen doen, gewezen worden op hulpinstanties, maar ook uitgebreid geïnformeerd over “mogelijk kritische vragen en uitleg”; “de mogelijkheid van verscheidene verhoren”; de “kans op vervolging”; de “openbaarheid van de zitting”; “mogelijkheid medisch onderzoek” en de “consequenties van een valse aangifte”. Hij of zij dient tevens gewezen te worden op alternatieven zoals hulpverlening of een civiele procedure.

Geen wonder dat slachtoffers het gevoel krijgen dat de politie hen wil ontmoedigen; ik snap wel dat de wetgever beoogt hen zo zorgvuldig mogelijk te informeren zodat ze een weloverwogen afweging kunnen maken – maar zo’n verkapt ontmoedigingsbeleid kan toch ook weer niet de bedoeling zijn?

Dat vraag niet alleen ik me af, maar ook Peter R. de Vries, die honderden mails met dergelijke verhalen onder ogen gekregen zegt te hebben.

Eén op de drie vrouwen geeft te kennen te maken te hebben gehad met seksueel geweld. Dat is veel te veel. Kennelijk worden slachtoffers vaker met de negatieve consequenties van hun aangifte geconfronteerd, dan daders met de consequenties van hun gedrag. Die verhouding moet andersom.

De kruisgrijper van Rosa Timmer heeft zichzelf inmiddels bij de politie gemeld, nadat deze de foto van de man op Twitter had geknald. Maar als Timmer niet zo vasthoudend was geweest, was ‘ie er gewoon mee weggekomen.

Zoals zovelen.

  1. 1

    Het informatiegesprek is helemaal niet zo gek als het lijkt.

    Het punt is, het risico op valse aangifte is ook groot. Dat betekent dat bij een goede aangifte, die ook de belangen van de verdachte behartigt (en dus niet op voorhand aanneemt dat die wel schuldig zou zijn) er ook kritische en soms pijnlijke vragen moeten worden gesteld. Dit ook omdat er vaak weinig overig bewijsmateriaal is.

    En dus dient er een gesprek te zijn waarin dat uitgelegd wordt aan degene die aangifte doet.

    Het fundamentele dilemma is vrijwel onoplosbaar want je weet vooraf gewoon niet waar je mee te maken hebt. De slachtoffers (zowel de mensen die seksueel misbruikt zijn als de mensen die onterecht beschuldigd zijn) lijden daar flink onder en de daders (zowel de aanranders als degenen die een valse aangifte indienen) hebben een redelijke kans om ermee weg te komen.

  2. 2

    Hoewel informeren/ontmoedigen schijnbaar een wettelijke basis heeft in het geval van zedenmisdrijven is het niet geheel specifiek voor dergelijke misdrijven. Ook bij een simpele diefstal een aantal jaar geleden werd ik bijvoorbeeld geinformeerd dat de, reeds aangehouden, dief best wel eens boos op me zou kunnen worden als ik aangifte deed.

    Hoewel de politie functionaris in kwestie vergenoegd leek toen ik mij hierdoor niet liet ontmoedigen was de indruk die die waarschuwing op mij maakte inderdaad veel meer één van een ontmoediging dan van informeren. Daar later nog wat op reflecterend denk ik echter dat daar ook minimaal twee niemand aanrekenbare factoren bij speelden.

    Ten eerste het feit dat ik, burgermans, een agent erg inherent beschouw als vertrouwde hulpverlener met autoriteit. Zodra een agent mij in een voor mij vriendelijke setting een dergelijke waarschuwing geeft ben ik geneigd dat heel serieus te nemen; waarschijnlijk veel serieuzer dan een wet- of instructiegever die een dergelijke waarschuwing voorschrijft of adviseert zich realiseert. Ten tweede het feit dat ik, burgermans, onnodig angstig ben voor geweld. Met zekerheid meer dan de aan geweld gewoon zijnde agent.

    Dat krijg je, als je in een maatschappij geweld dwingend hebt uitbesteed. En deswege denk ik ook dat het enigszins fundamenteel is; in diezelfde reflectie viel me op hoe weinig het scheelt tot er een “nou, laat dan misschien maar zitten” notie opkomt, terwijl ik in dat soort situaties toch echt niet de meest onvaste persoon ben die ik ken.

    Het zeden-geval hierboven is wellicht wat anders, want specifieker wettelijk geregeld, maar ik heb het idee dat er uiteindelijk hetzelfde speelt: een groot maar niet (h)erkend verschil in perspectief tussen de aangever voor wie in het algemeen zelfs de aangifte zelf al een onbekende stress-situatie is en de opnemer ervan die het grotendeels op professionele, routinematige wijze afhandelt.

    Minimaal in het meer algemene geval dan zeden-misdrijven denk ik dat veel al opgelost wordt door een dergelijke waarschuwing vooraf te laten gaan door iets als “Ik dien U te informeren dat”, waardoor aan de kwetsbare aangever meer duidelijk wordt gemaakt dat hetgeen volgt niet noodzakelijkerwijs een advies van de vriendelijke, hem of haar op dat moment helpende politie-functionaris is, maar een algemene waarschuwing die gegeven moet worden.

  3. 3

    @1:

    Het punt is, het risico op valse aangifte is ook groot. Dat betekent dat bij een goede aangifte, die ook de belangen van de verdachte behartigt (en dus niet op voorhand aanneemt dat die wel schuldig zou zijn) er ook kritische en soms pijnlijke vragen moeten worden gesteld. Dit ook omdat er vaak weinig overig bewijsmateriaal is.

    Het risico op valse aangiftes is naar mijn inschatting niet heel groot en het is in elk geval niet de reden voor het ontmoedigingsbeleid (zoals hierboven beschreven). Of een aangifte vals is of niet zal immers wel blijken in het verhoor van de aangeefster of in het onderzoek dat volgt. Het doen van een valse aangifte is ook gewoon strafbaar, dus daar bestaat al een remedie voor: vervolging.

    Daar mag iemand die aangifte doet van een strafbaar feit wat mij betreft ook op worden gewezen: “Met uw officiële aangifte zet u een juridische machine in werking. U bent verplicht de waarheid te vertellen. Het doen van een valse aangifte kan worden bestraft. Gaat u daarmee akkoord? Ja? Dan kunnen we nu meteen beginnen, vertelt u rustig uw verhaal.”

    Dat er soms pijnlijke vragen moeten worden gesteld zal iedereen die de stap neemt om aangifte te doen wel begrijpen en in zekere zin ook verwachten. Het is niet voor niets dat veel slachtoffers er tegenop zien. Mensen er dan nog eens extra van willen weerhouden is gewoon een paternalistisch “wij weten wel wat goed voor u is” beleid. Fuck that noise.

  4. 4

    @2:

    Ten eerste het feit dat ik, burgermans, een agent erg inherent beschouw als vertrouwde hulpverlener met autoriteit.

    Dat is best een ernstige misvatting. Het is wel duidelijk hoe die misvatting erin geslopen is, via leugencampagnes als “de politie is je beste vriend” en dergelijke. Maar een agent is in de eerste plaats zeker geen hulpverlener, hij/zij is vooral van de sterke arm der wet.

    Dus eens met de rest van je reactie.

    Natuurlijk heeft de politie wel de plicht zorgvuldig om te gaan met mensen die aangifte komen doen. Dus behalve een juridische waarschuwing vooraf of jouw “Ik dien u te informeren dat” kan misschien ook verplicht het aanbod gedaan worden dat een èchte hulpverlener (psycholoog, maatschappelijk werker of zoiets – géén politiefunctionaris) en/of een advocaat erbij gehaald kan worden om de persoon bij te staan tijdens het verhoor.

  5. 5

    Dat er soms pijnlijke vragen moeten worden gesteld zal iedereen die de stap neemt om aangifte te doen wel begrijpen …

    @3 Rosa Timmer vertelt dat haar werd gevraagd naar de kleur van het slipje dat ze die avond droeg.

    Sorry, waarom is dat van belang…?

    En dat zijn dan ervaren zedenrechercheurs die dergelijke informatiegesprekken voeren.

  6. 6

    @3

    Het risico op valse aangiftes is naar mijn inschatting niet heel groot

    De simpele vraag is natuurlijk: waar baseer je dat op?
    Schattingen gaan om ongeveer 10-20% (P. van Koppen, http://www.seksueelmisdrijf.nl/index.php/valse-aangifte/hoe-vaak-valse-aangifte .)

    De uitleg dat het doen van valse aangiftes strafbaar is, is deel van het informatiegesprek (of zou dat moeten zijn.) Maar daarmee ben je er natuurlijk nog niet – een waarschuwing alleen is natuurlijk nog geen garantie dat mensen zich er ook aan houden. (Want als dat genoeg was zou aanranding of verkrachting uberhaupt niet voorkomen – dat is ook strafbaar.)

    Kortom: je kunt in een behoorlijke rechtstaat niet om kritisch onderzoek heen. Als je seksueel misbruik wilt straffen moet je kunnen aantonen dat dat misbruik heeft plaatsgevonden, en wil je valse aangifte straffen, dan moet je kunnen aantonen dat de aangifte vals was.

    Dat maakt het heel lastig voor elk slachtoffer dat plotseling wordt onderworpen aan een zeer vernederende en kritische gang van zaken – maar tegelijkertijd van grote noodzaak om te zorgen dat andere onschuldigen niet zomaar worden vervolgd en veroordeeld voor iets dat ze niet hebben gedaan.

    @4, waar baseer je op dat dat nu nog niet gebeurt? Ben jij op de hoogte wat zo’n informatiegesprek wel of niet hoort te bevatten? De oorspronkelijke column bevat daar weinig of geen info over.

    Ik ben voor een betere omgang met dit soort zaken, maar die komt er niet echt als we de moeilijkheid niet erkennen van goede bewijsvoering en we alleen maar de bias voor de andere inruilen.