Post-atheïst | Joden en christenen

COLUMN - Als Jezus een jood was, waarom is het christendom dan geen stroming binnen het jodendom? Of, anders gezegd: hoe kan een klein koninkrijkje transformeren in twee godsdiensten? Zo simpel als de vraag is, zo complex is het antwoord. Het boek dat ik erover aan het schrijven ben, dreigde een pil van 600 pagina’s te worden, dus ik heb een week of drie geleden maar besloten dat het twee boeken moesten worden. Minder complex wordt het zo niet, overzichtelijker wel. Hoop ik dan.

Het oudste antwoord staat bekend als de vervangingstheologie. Christenen meenden dat het jodendom een verstarde religie was, dat Jezus een nieuwe boodschap bracht, dat de joden blind waren en dat zij daarom als Gods uitverkorenen waren vervangen door de christenen. De beelden van een geblinddoekte synagoge die je in wat oudere katholieke kerken nog wel eens ziet, herinneren aan deze visie.

Omgekeerd zeiden joden dat de timmerman-messias een afvallige was. De messiasbekennende joden, die Jezus zien als een joodse wijsheidsleraar, worden door de meeste joden beschouwd als buitenbeentjes.

Zowel in de vervangingstheologie als in het idee dat Jezus een afvallige was, wordt aangenomen dat de breuk stamt uit de tijd van Jezus. Al in de negentiende eeuw was echter duidelijk dat dit niet kon kloppen en wie in de twintigste eeuw zei dat Jezus een jood was, trapte een wagenwijd openstaande deur in. De vraag werd nu echter wel hoe joden en christenen dan uit elkaar waren gegaan.

Lange tijd meende men dat het was gekomen door de apostel Paulus, die zijn prediking had gericht op de heidenen. Inmiddels weten we ook dat niet meer zo zeker; al voor Paulus had het jodendom universalistische neigingen. Zo richtte Johannes de Doper zich (althans volgens de evangelist Lukas) tot soldaten, en dat waren in het Judea van die tijd vooral Italiaanse hulptroepen. Paulus’ prediking onder de heidenen was dus zo vernieuwend niet.

Het jodendom van de eerste eeuw was enorm complex: de sadduceeën meenden dat alles draaide om de offercultus, de farizeeën wilden het dagelijks leven heiligen, de essenen zochten het in versterving en er waren ook joden die vonden dat eerst de Romeinen het land uit moesten. Jezus stond nu eens dichtbij de farizeeën, dan weer dichterbij de essenen, maar er is niets in zijn leer dat geen parallel heeft bij een van de andere joodse stromingen.

Zeker is alleen dat de Romeinen, toen ze in 70 n.Chr. de tempel in Jeruzalem verwoestten, ook een einde maakten aan de meeste stromingen. Op twee na dan: één farizese school en Jezus’ heidense volgelingen bleven over. Hieruit zijn het rabbijnse jodendom en het christendom voortgekomen, die allebei kunnen claimen voortzettingen te zijn van het tempeljodendom.

Maar waarom zijn die gescheiden wegen gegaan? Het lijkt er steeds meer op dat het pas laat is gebeurd. Vorige week beluisterde ik in Groningen een lezing van de Canadese onderzoeker Steve Mason, die de zaak nog complexer maakte. Toen ik daar weg wandelde, realiseerde ik me dat ik de complexiteit nog altijd onderschatte. Volgende week schrijf ik daarover.

  1. 1

    Inmiddels weten we ook dat niet meer zo zeker; al voor Paulus had het jodendom universalistische neigingen. Zo richtte Johannes de Doper zich (althans volgens de evangelist Lukas) tot soldaten, en dat waren in het Judea van die tijd vooral Italiaanse hulptroepen.

    Dat is niet zo’n bijster overtuigden voorbeeld. Je pakt nu een christelijke bron, waarin aantoonbaar allerlei latere voorstellingen, thema’s en issues die speelden in sommige christelijke gemeenschappen teruggeprojecteerd werden op Jezus en de omstanders.

    Wie zegt dat niet hetzelfde aan de hand kan zijn in dit voorbeeld? Dat in de zeventiger/tachtiger jaren van de eerste eeuw soldaten christelijke bijeenkomsten frequenteerden en vroegen: en wij, wat moeten wij doen?, en de evangelist daar wel een antwoord op wist, en dat Johannes de Doper in de mond legde.

    Wat zegt dat dus over universalistische tendensen binnen Jodendom?

  2. 2

    Het jodendom van de eerste eeuw was enorm complex: de sadduceeën meenden dat alles draaide om de offercultus, de farizeeën wilden het dagelijks leven heiligen, de essenen zochten het in versterving en er waren ook joden die vonden dat eerst de Romeinen het land uit moesten.

    Dat klinkt dus helemaal niet complex. Het is gewoon de overzichtelijke overbekende vierdeling die we vinden bij Josephus, maar die vermoedelijk juist een oversimplificering van de werkelijkheid is.

    Grappig dat je, na even lippendienst bewezen te hebben aan de ‘enorme complexiteit’ van het Jodendom, vervolgens op grond van sloppy science doodleuk stereotypen in stand houdt. Is dat niet wat je je vakbroeders steeds verwijt?

    Jezus stond nu eens dichtbij de farizeeën, dan weer dichterbij de essenen, maar er is niets in zijn leer dat geen parallel heeft bij een van de andere joodse stromingen.

    Misschien omdat zijn gestalte in de evangeliën een composiet is van allerlei tegenstrijdige ideeën die er leefden onder Jezusvererende groeperingen, ideeën die vervolgens hun weg gevonden hebben naar de evangeliën, en daar gezamenlijk in zijn verwerkt? ’t Is maar een gedachte…

  3. 3

    @2: Ja, klopt: ik heb de stereotyperingen van Josephus hier even overgenomen. Ik heb maar 450-550 woorden hè. Ik denk overigens dat ze wel degelijk enige correspondentie hebben met de werkelijkheid.

    Dat ik Lukas’ Johannes presenteer als voorbeeld heeft een soortgelijke reden. In 450 woorden ga ik mensen niet lastigvallen met de pseudepigrafische werken. Liever Johannes de Doper, die tenminste enige bekendheid geniet.

  4. 4

    De kern van het christendom is de vergoddelijking van de timmerman-messias, iets wat niet compatibel is met welke joodse stroming dan ook. De aanname door christelijke sektes dat Jezus deels menselijk en deels goddelijk was, is m.i. waar de twee religies ieder hun eigen weg gingen.

  5. 6

    Onontbeerlijk middelpunt van de Joodse religie vormde de Tempel in Jerusalem. Daar moest je zijn, daar moest je offeren. In de tijd van Christus leefden veel Joden in het buitenland – ze hadden hun land uitgewoond – en werd hun verplichte Tempelgang een (te) zware jaarlijkse last.
    Aansluitend op dit sociologisch feit begon Jezus te leren dat na zijn dood de aanbidding van God niet meer noodzakelijkerwijs in die Tempel hoefde plaats vinden, maar overal mogelijk was, mits in ´geest en waarheid´.
    De symboliek van het scheuren van het voorhangsel van de Tempel als Christus sterft, in een van de Evangeliën beschreven, past uitstekend in dit verhaal.
    Ook is het Christendom onafhankelijk van de Persoon van Christus in de ´Joodse diaspora´ ontstaan. Dat staat ergens in het Bijbelboek de ´Handelingen van de Apostelen´.

  6. 7

    “Italiaanse hulptroepen”

    Ik neem aan dat je Romeinse hulptroepen bedoelt, want Italie bestaat officieel pas sinds 1861.

    Verder niets dan lof.

  7. 8

    … de Romeinen, toen ze in 70 n.Chr. de tempel in Jeruzalem verwoestten, ook een einde maakten aan de meeste stromingen. Op twee na dan: één farizese school en Jezus’ heidense volgelingen bleven over. Hieruit zijn het rabbijnse jodendom en het christendom voortgekomen, die allebei kunnen claimen voortzettingen te zijn van het tempeljodendom.

    Maar waarom zijn die gescheiden wegen gegaan?

    Dat antwoord lijkt me voor de hand te liggen: er waren al veel stromingen, dat waren al gescheiden wegen. Als daarvan de meeste worden omgeploegd, houdt dat niet in dat de overgebleven twee weer samen zouden willen gaan, die blijven natuurlijk gewoon gescheiden. Bovendien is het Christendom met en na Constantijn nogal sterk gepropageerd, dat kun je toch wel zeggen. Bovendien hadden niet-joden nogal erg weinig zin om zich allemaal een stukje van de lul te laten verwijderen. Temeer omdat het nut daarvan nogal onduidelijk is. Die vereiste wordt bij alle andere, laten we zeggen filosofische en/of intellectuele stromingen ook niet gesteld, dus ook objectief gezien is de wenselijkheid daarvan onmogelijk in te zien. Tenslotte hebben organisaties altijd de neiging zichzelf te willen handhaven en ontwikkelen, en niet de concurrent.

    Dat lijken me voldoende antwoorden om de vraag te kunnen beantwoorden.

  8. 9

    Jezus onderscheidt zich van de oude godsdiensten door zijn revolutionair vernieuwende denkbeelden:
    Bergrede: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.’

    De daaruit voortgekomen ‘christelijke’ samenleving en cultuur heeft op basis van deze sociaal-evolutionair superieure denkbeelden op alle denkbare terreinen de ouderwetse ‘wraak’-godsdiensten overvleugeld.

  9. 10

    @9: Tot zover de theorie. In de praktijk was het christendom natuurlijk net zo intolerant en wraakzuchtig als al die andere godsdiensten.

  10. 11

    Ja, die vergoddelijk speelt een rol. En die is dus pas laat.

    @5 – Nee, die is vroeg. Die is zelfs al te vinden in de oudste teksten van het Nieuwe Testament, Filippenzen 2:6-11, waar we onder meer lezen.

    Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat

    opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,

    en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

    Hier wordt door Paulus een vroegchristelijke hymne geciteerd, die dus nog voorafgaat aan de periode waarin Paulus schrijft (de jaren vijftig van de eerste eeuw).

    ‘De naam’ roept onmiddellijk de associatie op met ha-Shem, de naam van God.

    Ook dat Jezus aan de lopende band ‘Heer’ wordt genoemd, is al een vergoddelijking. De Heer = kurios = adonai = het chiffre dat Joden gebruiken voor de godsnaam.

    Binnen twintig jaar na Jezus’ leven op aarde wordt hij beschreven als een goddelijk hemelwezen, dat uit de hemel neerdaalt naar de laagste regionen, een vleselijke gestalte aanneemt, zich laat kruisigen, en daarom door God aan God gelijk wordt gesteld.

    Je kunt alleen van een late vergoddelijking spreken als je een model vooropstelt waarin een Joodse rabbi langzaam steeds meer gemythologiseerd en vergoddelijkt wordt. Kijk je naar de teksten zelf, dan is die mythologisering en vergoddelijking er meteen, in het vroegste begin.

    Jezus wordt dus binnen twintig jaar nadat hij hier op aarde zou hebben rondgewandeld al voorgesteld als kosmische verlossergod, bijvoorbeeld in de brieven van Paulus, en functioneel uitwisselbaar met God zelf: je kunt hem aanbidden, hij schenkt verlossing, hij is ‘de Heer’, etc.

  11. 12

    @11.

    De vraag is of de brieven door Paulus geschreven zijn. Zeker is dat een aantal dat niet kunnen zijn geweest. Maar waarbij de truc is gebruikt ‘geschreven door Paulus’ als een betrouwbaarheidskenmerk.

    Vergeet niet dat het christendom is uitgevonden in de eerste paar eeuwen, voornamelijk door het bestrijden van de ‘ketterijen’. Zoals de agnosten, tegenstanders van de trinitas, wel/niet joodse gebruiken, aanpassen of niet aan bestaande filosofieën.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Irene%C3%BCs_van_Lyon

    Bovenstaande link geeft aan wie een belangrijke rol heeft gespeeld in deze tijd.

  12. 13

    @12 – Er is onder Nieuw-Testamentici vrij grote overeenstemming over welke brieven van Paulus echt van hemzelf zijn en welke pseudepigrafisch (dwz. in dezelfde geest, en op zijn naam, maar niet van hemzelf).

    De verschijnselen die ik in #11 beschrijf bevinden zich ook al door het geheel van de authentieke werken van Paulus zelf (en dan bevinden we ons in de vijftiger jaren van de eerste eeuw, dus nog ruim voor de evangeliën het licht zien).

    Over de authenticiteit van de brief van Paulus aan de kerken te Filippi (een stad in Macedonië) bestaat nauwelijks twijfel.

  13. 14

    @9: Behalve dat die uitspraken al minimaal een generatie eerder zijn gedaan door Hillel de Oudere. Jezus was daarin gewoon niet origineel of uniek.

  14. 15

    Volgens mij is het antwoord simpeler dan het lijkt. Christenen hadden altijd al het vergevingsgezinde. Zelfs de moordenaar die al aan het kruis hing werd vergeven. Je kunt het net zo bont maken als je kunt verzinnen : het is je vergeven.

    Wat denk je dat een simpel levend mens wil? Een ingewikkelde joodse filosofie met heel veel (heel veel) geschriften, of een makkelijk leven in een maffia-achtige organisatie met een prima filosofie : keel die je kelen wil, eet wat je eten wil, verkracht die je verkrachten wil, het is je allemaal vergeven, het hemelrijk wacht.

    Dat zet zoden aan de dijk.
    Dat trekt mensen aan, zelfs heidenen.

    En de heidenen, die dan nog niet willen, keel je.
    Het wordt je toch vergeven en het hemelrijk wacht.

    Ik snap precies waarom de wegen van die twee stromingen scheidden en waarom het christendom won.

    -edit- leuk zo’n vraag te stellen als je boek nog niet af is. Krijgen de winnende antwoorden een plaatsje in het Walhalla van de referenties?

  15. 17

    @11: Nee, Filippenzen bewijst (althans volgens mij) niet dat Jezus als God werd beschouwd. Enkele regels voor de door je aangehaalde woorden staat expliciet dat hij “de gestalte van een God had”. Godgelijkend is echter geen god.

    Jezus wordt hoog verheven, zeker, maar dat wordt in vrijwel dezelfde bewoordingen gezegd van de Zoon van God in de Dode Zee-rol-snipper 4Q246. Henoch, Abel, de Mensenzoon, Melchizedek: ze worden allemaal wel ergens genoemd als hoog verheven boven andere hemelingen. Geen van hen is God.

    Ik ben er niet zeker van dat Kyrios = Adonai wel klopt. Dat van Christus wordt gezegd dat hij het bestuur van de wereld overneemt e.d. is ook niet zonder parallel in de joodse literatuur van die tijd. Het is een beetje wat van het Woord wordt verwacht. Iemand identificeren met het Woord is exuberant maar daarom nog niet onjoods.

    @15: je typering van het jodendom – wat dat ook geweest moge zijn – als “een ingewikkelde filosofie met heel veel (heel veel) geschriften” is niet in lijn met wat we denken te weten van het jodendom. Een jood was, door het enkele feit dat hij deel uitmaakte van het Verbond, al gered. Dat hij zich aan de Wet hield, was hooguit iets wat van je werd verwacht. Mocht je daarin falen, dan voorzag de Wet in offers om het weer goed te maken. Jodendom was niet moeilijk, al heb je altijd gelovigen – toen en nu – die het zichzelf moeilijk maken.