Politieke partijen zijn onmisbaar

GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor interessante gastloggers, deze maal voor David Rietveld en Arno Bonte. Dit artikel stond al eerder op de site van David, en is naar ons ingestuurd als een reactie op de gastlog van Reinder Rustema, die eerder op de dag verscheen.

Wie ‘de partij’ zegt, roept beelden op van communistische partijcongressen, stoffige zaaltjes met dito aanwezigen of achterkamertjes. Nee, de politieke partij mag al lang niet meer op warme belangstelling rekenen. Integendeel: als men iets nieuws wil beginnen noemt men het bij voorkeur géén partij. Wilders is nog steeds aan het puzzelen hoe hij verder wil, en Verdonk verklaarde ronduit dat ze ‘geen partij, maar een beweging’ oprichtte. Het verschijnsel politici zonder partij, die zonder programma en partijorganisatie meedeinen op de wispelturige kiezersgunst, betekent op lange termijn een aantasting van de democratie.

Zes jaar geleden betoogden we in de Volkskrant dat politieke partijen beter verdienden. We namen dat letterlijk en pleitten voor meer subsidie voor politieke partijen. Onder verwijzing naar de opkomende Lijst Pim Fortuyn maakten we duidelijk dat partijen een cruciale rol vervullen in het scouten, selecteren en opleiden van mensen. Bij de LPF ontbrak het daar aan, en dat is één van de oorzaken geweest van het vroege einde van die partij.

De les die daaruit getrokken lijkt te zijn, is om maar helemaal geen partij op te richten. Hoe minder (lastige) leden, hoe minder ruzie, lijken de politieke spindocters te denken. Ook gevestigde politieke partijen durven niet meer voor het instituut partij op te komen,
waarmee het nieuwe organisatiemodel voor de politiek een beweging met eenhoofdige leiding lijkt te zijn geworden.

Dat is niet goed. Politieke partijen zijn onmisbaar – en hun afwezigheid ondenkbaar – in een democratie. Naast de eerdergenoemde taken als werving, selectie en vorming spelen ze een cruciale rol in het articuleren van belangen. Daarnaast zijn ze in een
consensusdemocratie onmisbaar om draagvlak te creëren voor compromissen. Wie bij het lezen van deze zin een nare smaak in de mond krijgt nodig ik uit voor het navolgende gedachte-experiment.

Stel nu eens dat de politieke partijen worden opgedoekt. Elke persoon die de electorale wind mee heeft begint voortaan zijn of haar eigen beweging. Allen pakken hier en daar wat zetels, maar geen van allen haalt een meerderheid. Tegelijk is het vertrouwen van de kiezer zodanig aan het individu gebonden dat elk compromis direct een vertrouwensbreuk is. Concreter: ziet u Rutte, Wilders en Verdonk in één kabinet zitten? Wij voorlopig nog niet.

Dit zal zich des te meer wreken op regionaal en lokaal niveau. De ‘bewegingen’ lijken voorlopig weinig op te hebben met verkiezingen die níet op landelijk niveau zijn. Logisch, want om daar aan mee te doen heb je een partij nodig. Een vereniging met democratische procedures die zijn vertegenwoordigers aanwijst en nadenkt over het te voeren beleid. Als dat op lokaal niveau ontbreekt, terwijl in het landelijke parlement deze bewegingen luidruchtig aanwezig zijn zal dat het aanzien van de politiek en vertrouwen in de democratie niet bevorderen.

Een partij is niet alleen goed voor de democratie maar ook voor de continuïteit van een politieke beweging. Als Wilders en Verdonk meer willen zijn dan eendagsvliegen in de parlementaire geschiedenis, dan zullen ze moeten investeren in een partijorganisatie, wetenschappelijk bureau en kaderopleidingen.

Wilders en Verdonk zouden er beter aan doen zich te voegen naar de Nederlandse kernwaarden van schikken en plooien, en het democratische gevecht op alle niveaus, ondersteund door een democratische vereniging, aan te gaan. Vanzelfsprekend geldt ons pleidooi voor ruimere ondersteuning van politieke partijen ook voor hen.

  1. 1

    Ik ben het eens met het hele stuk, behalve het pleidooi voor meer subsidie. Ik denk te veel subsidies organisaties (of dat nu partijen, vakbonden, NGO`s of wat dan ook) “lui” maken in het hun best doen om hun eigen achterban te vergroten. Het is immers geen absolute noodzaak meer. Volgens mij zouden de bestaande politieke partijen hun ledenaantal ook best kunnen vergroten als ze allemaal jaarlijks een grote ledencampagne of iets dergelijks zouden houden. Maar de meesten beginnen daar niet eens aan.

  2. 2

    Zonder subsidie worden ze gemakkelijk een prooi van grote geldschieters of doelwit voor lobbyisten. Of de politiek wordt weer uitsluitend een spel voor welvarenden. Met subsidie gaan ze vaak raar subsidiesponsgedrag vertonen: wat leidt tot de rare wetenschappelijke bureaus bijv.
    Dit betoog was overigens veeel steekhoudender dan dat van de communicatieKundige met zijn lectoraat media (vroeger werkte zo’n man gewoon bij het wetenschappelijk bureau van een partij).

  3. 3

    @1: Dat doen ze met een reden denk ik, want leden zijn alleen maar lastig…

    Het is ook best ‘lastig’ met een steeds mondiger wordende burger, die ook nog eens het internet tot zijn beschikking heeft.

    Mijn pleidooi zou dan ook een ‘masterplan’ zijn om de burger (hand in hand met het steeds mondiger worden) ook meer weet te geven van de politiek en/of hoe bepaalde zaken werken. Gecombineerd met een studie naar de minimale inhoudelijke en organisatiestructuur-eisen om een politieke partij op te richten cq houden.

  4. 4

    Toc is het oppassen met het afschieten van eendagsvliegen en/of nieuwe initiatieven (ook al zijn dat geen partijen). Je zal maar die ene politieke messias raken, die ineens wel heel aardige oplossingen weet, waar niemand nog aan gedacht heeft, maar waar we ons wel in kunnen vinden. Je weet maar nooit.
    Ik ben er ook niet voor dat iedere bevlogen idealist zonder enige voorwaarden op het Binnenhof thuishoort. Zo’n enkeling heeft tegenwoordig niet meer dan een wetenschappelijk buro als Google ter beschikking en op een hap-snap-knip-en-plak democratie zitten we niet te wachten.lijkt me.
    Maar die voorwaarden, daar mag de stofkam wel eens door, want onze “partijen”-democratie is ook niet zaligmakend. Bewijs daarvan zijn zowel de vele fusies, als de vele dissidente splitsingen van partijen in de parlementaire geschiedenis. Ofwel: een partij is ook niet bij voorbaat van duurzaamheid verzekerd.
    Tijdgeestige elementen in de volksvertegenwoordiging kunnen de boel scherp houden. Daar moet dus ruimte voor blijven, zelfs als dat gelegenheid biedt voor bewegingen die het wat minder nauw nemen met democratie.
    Voordeel van dat laatste is dat veel mensen weer alert worden en dat meer mensen weer eens goed nadenken over wat deze democratie moet inhouden.
    Partijen hebben hun goede en minder goede kanten en dat geldt ook voor bewegingen en individuen (jaha, uitzonderingen daar gelaten).

  5. 5

    @Peter: vele afsplitsingen ja. Vele fusies? ik weet er maar twee na de jaren `40: het CDA en GroenLinks. Dat lijkt me toch wel mee te vallen, en zijn ook beiden vrij duurzame partijen (al wacht ik met smart op het uiteenvallen van het CDA)

  6. 7

    Goed stuk. Je kan daarnaast ook op het verleden van de politieke partijen wijzen. Politieke partijen zijn in het verleden juist opgericht om meer invloed in het parlement te kunnen verwerven en zo meer ideeën verwezenlijkt te krijgen. Het stemmen op een enkel individu is altijd al mogelijk geweest en nog steeds niet verboden. Zelfs op door partijen samengestelde lijsten kun je nog voor een van de personen op die lijst stemmen.

    “Tijdgeestige elementen in de volksvertegenwoordiging kunnen de boel scherp houden”. Fusies en afsplitsingen zijn elementen van de tijdgeest.

  7. 8

    Politieke partijen hebben twee grote problemen.
    Er is geen vrijheid van meningsuiting bij de volksvertegenwoordigers. Dit heeft tot gevolg dat velen ruzie binnen de partij krijgen en afhaken.
    tweede probleem is dat men niet het beste doet voor de samenleving maar datgene wat de achtterban behaagt en daarmee zijn een heleboel problemen niet meer oplosbaar. Jeugdzorg, file,
    ontslagrecht, te hoge huizenprijzen enz.