Persvrijheid in Portugal

ELDERS - Zondag is het World Press Freedom Day. Wereldwijd, ook in Europa, is de persvrijheid in het afgelopen jaar achteruitgegaan.

In Portugal dreigt de persvrijheid in de verkiezingsstrijd ernstig beknot te worden. Er is een wet in de maak die media verplicht al het nieuws over aanstaande verkiezingen vooraf voor te leggen aan een commissie van de overheid die moet beoordelen of er wel voldoende evenwichtig over alle partijen wordt bericht. De kans is groot dat de wet wordt aangenomen, want de grote partijen in het parlement zijn er voor. De media zijn uiteraard fel tegen de maatregel gekant. “Het zou het einde van objectieve journalistiek over de verkiezingen betekenen”, zegt vakbondswoordvoerder Isabel Nery aan de telefoon vanuit Lissabon tegen Trouw (betaalmuur). “Dit is openlijk pleiten voor censuur.”

De Socialisten, die in de oppositie zitten, zijn ook voor de nieuwe wet, in tegenstelling tot de communisten. Ook de nieuwe groen-linkse partij Livre van voormalig Europarlementslid Tavares, die nog niet in het parlement vertegenwoordigd is, verwerpt de nieuwe wet. Dat de grote partijen voor de censuurmaatregel zijn en een kleine partij tegen is opmerkelijk. Want de kleine partijen zouden kunnen profiteren van meer evenwichtigheid in de berichtgeving. Normaal gesproken krijgen de kandidaten van de grootste partijen toch de meeste aandacht. Je zou het wetsvoorstel dus kunnen zien als een gebaar van de grote partijen naar nieuwe kandidaten. Maar de oppositie vreest dat de nieuwe wet gebruikt gaat worden om verwachte aanvallen op de grootste, gevestigde partijen te weren. De regeringspartijen, de rechtse Sociaal-Democraten en de even rechtse CDP-PP, kijken net als de Socialisten met enige zorg naar de groei van nieuwe linkse partijen in andere Zuid-Europese landen, zoals Podemos in Spanje en Syriza in Griekenland.

In oktober zijn er nieuwe parlementsverkiezingen in Portugal. De regeringscoalitie heeft daarvoor deze week al een nieuw verbond gesloten. Vooralsnog loopt de coalitie, die verantwoordelijk wordt gehouden voor het strenge bezuinigingsbeleid van de afgelopen jaren, in de polls achter bij de socialisten.

Als de wet over de verkiezingspropaganda wordt aangenomen zal Portugal ongetwijfeld dalen op World Press Freedom Index 2015 van Reporters without Borders. Het staat nu bij de Europese landen in de middenmoot, op de 26e plaats, ver achter de toppers Finland en Noorwegen. Nederland daalde van de tweede naar de vierde plaats, onder meer vanwege aanvallen op journalisten tijdens een demonstratie en het verbod om zonder toestemming te filmen in het parlement. Veel slechter scoorden Frankrijk en Groot-Brittannië, die respectievelijk op de 38e en de 34e plaats kwamen.

Het Verenigd Koninkrijk, jarenlang het land van de vrije pers, haalt geen hoge scores vanwege de strenge anti-terrorismewetgeving, de operaties van de inlichtingendiensten (Greenwold en The Guardian!) en de oprichting van een toezichthoudend orgaan onder auspiciën van de overheid, na het afluisterschandaal van News of the World. Een grote rem op publicaties in Engeland is de smaadwetgeving. Wie rijk genoeg is kan de media een flinke poot uitdraaien in een smaadproces dat door iedereen, waar ook ter wereld kan worden gevoerd tegen een in Engeland uitgebrachte publicatie. De wet schrijft voor dat de aangeklaagde zelf het bewijs moet leveren dat er geen sprake is van smaad. En dat kan in de papieren lopen, zeker als je een kapitaalkrachtige tegenstander hebt die dure advocaten in de strijd gooit. Zo is in Engeland het boek Going Clear over de Scientology beweging niet gepubliceerd. Het boek is overal elders uitgebracht maar de Britse uitgever kreeg het advies van juristen om er van af te zien. Not because it threatens national security, or features royal breasts, but because of our uniquely obliging libel laws, concludeerde The Guardian. Nu is er een film gemaakt van het boek, maar ook die wordt de Britten onthouden. Hoe groot de politieke verwantschap tussen de Britten en de Amerikanen ook is, en hoe nauw ze ook op allerlei terrein samenwerken, op dit punt zijn er principiële verschillen. En dat zal na de  verkiezingen van volgende week zeer waarschijnlijk niet veranderen.

 

 

  1. 1

    Toch zou ik er ook voor pleiten om ook in Nederland de pers rondom verkiezingen enige beperkingen op te leggen. Het probleem is dat de constante publicatie van peilingen en de framing daarvan door de verschillende media hun eigen dynamiek veroorzaken, en daarmee een (te) grote invloed krijgen op de verkiezingsuitslagen. Het (inmiddels al wat belegen) frame van “de tweestrijd” is berucht in dat opzicht. Een dergelijke tweestrijd bestaat niet, het is een frame wat neergezet wordt door de media en waar de betrokken partijen maar al te graag in mee gaan. Het zuigt namelijk kiezers aan die anders op andere partijen gestemd zouden hebben. Het resultaat is duidelijk na de afgelopen verkiezingen…

    Persvrijheid is heel erg belangrijk, maar het moet ook gepaard gaan met verantwoordelijkheid gebruik van die vrijheid.

  2. 2

    Wie controleert de commissie? Wat voor ‘evenwicht’ streven ze na? Als een grote regeringspartij zich laat interviewen en alleen maar over zichzelf praat, mag de kleine oppositiepartij dan wel commentaar geven op de regering, op het regeringsbeleid en op de partijen er in? Of wordt dat dan geschrapt onder het motto van ‘evenwichtigheid, dus er mag alleen geschreven worden over wat de partij heeft bereikt en wat het wil, net als die regeringspartij deed’?

    Het moment dat de censuur te extreem wordt vastgehouden door mensen die pro-regering zijn kan je een situatie krijgen waar commentaar op de zittende partij verboden is en je daarom zelfs niet mag zeggen wat je anders zou willen doen. Als er 100 onderwerpen zijn en de regering heeft een puinhoop gemaakt van 97 ervan zouden ze kunnen afdwingen dat de oppositie alleen over die 3 dingen mag praten die ze wel goed hebben gedaan. ‘Partij X heeft ervoor gezorgd dat er meer geld naar de gezondheidszorg gaat en er efficienter mee omgegaan wordt, wat zouden jullie daar anders aan willen doen?’

  3. 3

    @1: Ben het geheel met je eens. Die zogenaamde nek-aan-nek-race waar bepaalde media mee hypen is een valse verleider voor aarzelende kiezers. Op dit punt zou je van media een grotere verantwoordelijkheid verwachten. Maar ik zie niet hoe je beperkingen in de berichtgeving kunt opleggen. Dat wordt altijd een of andere vorm van censuur en daarmee lopen we nog meer risico op onwenselijke beïnvloeding.