Pathos en de vrijheid van meningsuiting

Als een schrijver een zin begint met “de vrijheid van meningsuiting is onbegrensd”, kun je er donder op zeggen dat er een “maar” zal volgen en dat de schrijver in feite het tegengestelde gaat betogen van wat hij aankondigde. Ik heb nog nooit een reden vernomen waarom er een beperking aan de vrijheid van meningsuiting zou zijn. Natuurlijk, sommige meningen zijn hard en worden door mensen kwetsend gevonden, maar ik heb nog nooit iets gehoord wat niet gezegd zou mogen worden. Van mij mag je dus

  • … de holocaust ontkennen, want dat standpunt is zo absurd dat het zichzelf wel weerlegt; zelfs de Conferentie in Teheran eindigde niet met een ontkenning, en riep op tot meer studie.
  • … pedofilie bespreekbaar proberen te maken, al was het maar omdat de betrokkenen dan bekend zijn.
  • … oproepen tot het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Als we werkelijk in een crisis geraken door het onderwerp alleen maar te agenderen, is dat het beste bewijs dat het systeem zo rot is als een mispel.

Volgens mij is het niet zozeer dat de vrijheid van meningsuiting onbegrensd is, als wel dat ze er gewoon is. Een andere kwestie is dat er omstandigheden zijn waarin het wel mogelijk maar niet verstandig is het basisrecht uit te oefenen. Je verbetert de kansen om een probleem op te lossen niet als je een gesprekspartner toevoegt dat hij er alleen maar zit omdat hij zwart is. Je hebt het recht het te zeggen, maar het draagt niet bepaald bij aan een ambiance waarin je tot overeenstemming komt.

Met andere woorden, soms zeg je bepaalde dingen niet. Niet omdat het niet mag, maar omdat je er de oplossing niet dichterbij mee brengt. In mijn komende boek noem ik enkele misstanden in de academische oudheidkunde; ik kan man en paard noemen, maar ik heb er geen belang bij de beschrevenen kopschuw te maken. Zij zullen het vakgebied immers moeten vernieuwen.

Wat ik hier aangeef, wordt in de klassieke retorica (de leer om mensen te overtuigen) aangeduid als pathos. Dat wil zeggen dat je in je argumentatie rekening moet houden met datgene wat de tegenpartij overtuigt. Botte provocaties zijn wettelijk toegestaan, maar zelden praktisch.

De klassieke argumentatieleer onderscheidt nog twee aspecten: logos, dat je argumenten op orde hebt, en ethos, als je persoonlijk geloofwaardig bent. Daarover een volgend keer; wie een ander voorbeeld zoekt van de toepasbaarheid van de oude retorica kan terecht bij de Lewinsky-affaire en het EU-referendum.

  1. 1

    “Dat wil zeggen dat je in je argumentatie rekening moet houden met datgene wat de tegenpartij overtuigt.”

    In het publieke discours wil je vaak niet de tegenpartij, maar derden overtuigen.

  2. 2

    Zoals mijn leukste geschiedenisleraar mijnheer Brettschneider vroeger altijd zij: “Je moet alles kunnen zeggen wat je wil, maar je moet niet alles willen zeggen wat je kan”

  3. 5

    Vrijheid van meningsuiting gaat niet alleen over het recht om je te uiten. Het gaat er om dat je elkaar dat recht gunt om tot een open uitwisseling van gedachten te komen. Het meest kritische punt zit niet bij de zender die zich al dan niet inhoudt, maar bij de ontvanger die andere zenders de vrijheid ontneemt die hij voor zichzelf opeist. Ik hoef hier geen voorbeelden te noemen denk ik.

  4. 6

    Klinkt altijd leuk, zo’n betoog. Maar dit werkt alleen in een pluriforme samenleving, waar je in principe voor iedere mening aandacht kan krijgen.

    Vergelijk het eens met bijvoorbeeld Rwanda, waar wekenlang systematisch op de radio een andere bevolkingsgroep werd uitgemaakt voor ‘kakkerlakken die vertrapt moeten worden’, wat dus uiteindelijk ook gebeurde.

    In zo’n geval is er geen sprake van pluriformiteit, overtuigen van de ander via argumentatie enzovoorts. Het is pure propaganda, waar een minderheid zich niet tegen kan verweren.

    Haatzaaien en oproepen tot geweld mogen nooit geaccepteerd worden. Dat is voor mij de grens aan de vrijheid van meningsuiting.

  5. 7

    Ik vind dat het Wildersproces er nooit had moeten komen, maar ook dat het zaaien van haat en oproepen tot geweld strafbaar moet zijn.

    Ik ben het zowel met Jona als met #006 eens. Ziehier het dilemma aangaande de vrijheid van meningsuiting.

    Misschien moeten we wat meer vertrouwen hebben in het zelfreinigende vermogen van de samenleving. Ook als een ideologisch of religieus gedreven minderheid radikale standpunten vertolkt, de meeste mensen willen een gemiddeld, gelukkig bestaan.

    Maar ja, dat was in 1933 ook zo, zou je zeggen.
    ’t Is geen makkelijk vraagstuk.

  6. 8

    …en wat nu als die geuite mening impliciet (of expliciet) als een bedreiging is op te vatten, is de uitingsvrijheid dan nog steeds onbeperkt? (Voor de rest een goede kritiek door Jona, daar niet van)