Ongelijkheid doet roesten (4)

Het doet wel iets: ik begin een serie over de spreiding van kennis, macht en inkomen en in de PvdA ontstaat een leiderschapscrisis en een verkiezingsstrijd. Zou het toeval zijn? Ik probeer met deze ideologische schetsen wat voeding te geven aan het debat. Plasterk deed dat met een pleidooi voor nivellering, door verhoging van het hoogste fiscale tarief: dat is een leuke provocatie.

Hoe dan ook: hoe zit het met de verdeling van macht? In een democratie moet die verdeling een zekere evenwichtigheid en gelijkmatigheid hebben. Zo dacht men er ongeveer over in de tijd van Den Uyl. Het was ook de tijd van de “200 van Mertens”. Dat was een voorman van het NKV, een katholieke vakbond, die het thema macht in de samenleving aan de orde stelde.

In 1968 sprak hij: “In Nederland hebben wij in ons economisch bestel te maken met wat ik zou willen noemen een lijnenspel. De gehele economie in ons land is in handen van rond 200 personen. Van een groep mensen die elkaar goed kennen en elkaar frequent ontmoeten in verschillende colleges. Het is een evenzo deskundige, financieel sterke als beangstigende groep.” (“Graven naar Macht, p.11)

Het was een opmerking, die forse deining veroorzaakte in ons land. Niet eerder was de zelfgenoegzame, democratische tevredenheid zo uitgedaagd. Het leidde tot een studieproject van een groep politicologen, die probeerden de stelling te onderzoeken: bestaan die 200 van Mertens? En moet je “graven” naar macht? Ik denk het wel: macht toont zich liever niet. “Verhulling van macht is een belangrijk middel voor het instand houden van macht.” (Graven naar Macht, p.69) De moderne media slagen er soms wel in die verhulling te doorbreken. Levert dat meer gelijkheid op? In de Arabische lente wel, maar de tentjes staan niet meer op het Beursplein.

Heeft de sociaal-democratie geleid tot egalitaire machtsverhoudingen in ons land? Het is een beetje oneerlijke vraag in coalitieland. Ik noemde al de wet openbaarheid van bestuur, die daar een bijdrage aan heeft geleverd. Maar dat was geen exclusief onderwerp voor socialisten, maar evenzeer voor politici van christelijke en katholieke komaf.

Mijn leermeester Hans Daudt, brombeer der politicologen, schrijft: “Wij hebben al gezien dat de programma’s van politieke partijen hooguit marginaal doordringen in het regeringsbeleid. Verder wordt in Nederland geen enkele verantwoordelijke gezagsdrager gekozen: het staatshoofd niet, de minister president niet; de ministers niet; de commissaris der koningin niet; de gedeputeerden niet; de burgemeester niet; de wethouders niet.” (Zeven Jaar Paars, p.47) Hij constateert dan ook dat wij een regentensysteem hebben: “een regentenstelsel met gegarandeerde grondrechten: en laten we het niet met kreten optuige tot iets dat het niet is: een democratie met vertegenwoordigers van het volk.”(ibidem, p.48)

Daudt’s gelijk is verrassend: deze tekst verscheen in 2001, in een bundel ter herinnering aan Paars. De combinatie van VVD en PvdA tilde weliswaar het CDA uit het centrum van de macht, maar voor een verandering van ons regentensysteem hielp dat niet. Mijn generatie meende dat Harry Mulisch met zijn “Bericht aan de rattenkoning” de regenterij definitief ten grave had gedragen. Maar dat bleek een misvatting, toen het vuur van het kleine leger van Provo’s was opgebrand.

Wij blijven bestuurd door coalities, door grote ambtelijke apparaten, door benoemde satrapen van het centrale gezag. Het is door stormlopen van D66 niet veranderd. Dat is een beetje schandelijk en beschamend. Maar over het algemeen wordt er behoorlijk bestuurd en is er een mooie stabiliteit.

Maar hoe is de macht in het economisch leven veranderd? Kijkend naar de relatie tussen werknemers en werkgevers valt het getij op: de ontspanning in de economie heeft de balans tussen beiden ten nadele van de werknemers veranderd. De flexibilisering op de arbeidsmarkt draagt daar aan bij. De macht, ook van de individu in zijn werksituatie is afgenomen. Dat is een thema van betekenis, want die onmacht ervaren mensen elke dag. Als ze werk hebben tenminste.

In het bestuur van ondernemingen is er wel iets veranderd: er is een algemene roep om transparantie en accountability, er is meer regulering en toezicht. Maar er is ook schaalvergroting, er is ook internationalisering, er is ook Brussel. In de tijd van Den Uyl was er veel kritiek op de multi-nationals. Zij hebben geen directe controleurs, maar indirect is de invloed van de media en de milieubeweging sterk bepalend voor wat zij doen: denk aan het afzinken van vieze booreilanden of de rebellie tegen de uitbuiting in Nigeria.

Of de macht in het economisch lever beter is gespreid en gecontroleerd dan 30 jaar geleden is niet eenvoudig te zeggen. De droom van arbeidersraden naar Joegoslavisch model is niet uitgekomen. De ondernemingsraden zijn geen groot succes, maar ook niet helemaal marginaal.

In hoeverre is de politieke ontwikkeling een bijdrage aan een betere spreiding van macht? De onrustige gunst van de kiezer lijkt een teken dat die zich beter bewust is van zijn macht.  Maar de beweging laat nog niet zien wat de kiezer wil:

  • Het centrum (CDA, PvdA, VVD) verkleint;
  • De marges, rechts en links tonen weinig stabiliteit; (Fortuyn, Verdonk, Wilders)(SP)
  • De invloed van de sociale media neemt toe (maar welk effect?)

Misschien is de belangrijkste machtsvraag nog wel die van de Europese integratie: die begon als een bezwering van de eeuwenoude rivaliteit tussen de Fransen en de Duitsers, met een apolitieke unie en een apolitieke euro. Dat apolitieke blijkt niet vol te houden. Maar de bureaucratie die inmiddels is opgebouwd gaat zonder veel democratische controle zijn weg. Daar wordt in de marges (SP en PVV) in toenemende mate tegen gerebelleerd. Een weg terug is er niet of nagenoeg niet. Maar in de weg vooruit wordt ook niet geinvesteerd. Dat is een benauwend beeld: als we onze toekomst niet ontwerpen, zullen er nieuwe concentraties van macht ontstaan, waarvan we ons straks verbijsterd afvragen of we dit gewild hadden. Dat is de betekenis van de huidige strijd om het leiderschap van de sociaal-democratie. Ik formuleer het zo ruim, omdat een hergroepering van links centrum nodig is.

En de “200 van Mertens”? Niemand heeft het meer over ze. Maar als je het boek van de politicologen doorbladert, zie je de relevantie van de studie die in 1975 bij van Gennep verscheen. De financiële wereld is in de 200 ruim vertegenwoordigd, de internationals ook. Wat is er in deze crisistijd anders? Sommige bedrijven zijn failliet, andere overgenomen. Nieuw is misschien toch wel de kracht van het toezicht: de AFM, de kartelwaakhond Nma, de OPTA,  Brussel. Misschien moeten de politicologen nog maar eens graven naar macht en ons veranderingen tonen. De redding van ABN-Amro, op een sleutelpositie in het netwerk, lijkt op zijn minst te suggereren dat Daudt gelijk had: een door regenten bestuurd landje, met een immense  concentratie van economische macht. Sollicitanten voor het PvdA-leiderschap, bent u daar nog?

  1. 1

    Leuk en goed artikel. Tromp heeft in zijn ‘wetenschap der politiek’ ook geschreven over dergelijke elites. Hij zei dat ongeveer 40 families uiterst dominant zijn/waren in de grootste 400 bedrijven (als CEO bijv.) in Nederland.

  2. 2

    Goed stuk met de verkeerde conclusies. Als Daudt gelijk had en Nederland is een een door regenten bestuurd landje, met een immense concentratie van economische macht,

    dan is dat mede een gevolg van het falen van de PvdA.

    Er is dan ook geen hergroepering van een links centrum nodig, maar een herbezinning van links op de kernwaarden, zonder dat fatalistische gelul dat er geen weg terug is. Die is er wel, met of zonder Europa.

    En de enige partij die dat enigszins (maar nog onvoldoende) duidelijk onder woorden brengt is de SP.

  3. 3

    De 200 van Mertens… Zo had mijn opa het altijd over de bovenste 10.000. De upper ten. Dat was dan de financiele en machts-elite over de hele wereld. Dat waren dan voornamelijk vrijmetselaars en joden. Volgens hem. Dat was mijn persoonlijke inwijding in de wereld van de samenzweringstheorieen.

    Later ontdekte ik dat het geloven en denken in samenzweringstheorieen een psychologische reactie is op de pijn die de onvolkomenheid van de wereld veroorzaakt.

  4. 5

    Je kunt inderdaad in de stelling over de “200” een elitistische samenzweringstheorie zien. Maar ik heb het boek nog eens wat doorgebladerd en ben verrast over de herkenning die het oproept.
    Harm heeft de neiging alle narigheid in de wereld bij de slappe socialisten neer te leggen: voor de geschiedenis van Europa en Duitsland deel ik die stelling.
    Maar voor Nederland zit daar een PVV-luchtje aan: de electorale macht van de PvdA was alleen in de tijd van de wederopbouw zo dominant. En ja, de SP brengt een begin van een andere visie enigszins onder woorden. Maar een cohaerente visie ontbreekt daar evenzeer als bij de PvdA. Het is niet voor niets dat we zo’n houtje-touwtje kabinet hebben.

  5. 6

    Je maakt de opmerking: “Misschien is de belangrijkste machtsvraag nog wel die van de Europese integratie.” En daarbij voeg je aan toe: “De bureaucratie die inmiddels is opgebouwd gaat zonder veel democratische controle zijn weg.” Ik denk inderdaad dat de macht van ‘Brussel’ de belangrijkste ontwikkeling is, niet misschien. In het algemeen constateer ik een gebrek aan inzicht in die ontwikkeling.

    De ‘200 van Mertens’ zijn allang vervangen door de paladijnen van Goldman Sachs en consorten. Een belangrijke vraag wordt hoe je daar tegenmacht bij ontwikkelt. Dat de invloed van technocratisch Europa overigens niet per se negatief is, blijkt met name ten aanzien van bepaalde maatschappelijke aspecten in Griekenland en Italië. De haast endemische corruptie en belastingontduiking schijnen enigszins te worden aangepakt.

  6. 7

    Wij blijven bestuurd door coalities, door grote ambtelijke apparaten, door benoemde satrapen van het centrale gezag. Het is door stormlopen van D66 niet veranderd. Dat is een beetje schandelijk en beschamend. Maar over het algemeen wordt er behoorlijk bestuurd en is er een mooie stabiliteit.

    Is dat niet gewoon de Nederlandse cultuur: een land van gesloten clubjes en verenigingen? “Drie Nederlanders, een kerk” was dat het spreekwoord niet?

    Overigens vind ik het bizar dat je de SP, die nu al enige tijd bovenaan staat in de peilingen, een margepartij noemt. Maar dat is natuurlijk ook kenmerkend voor de Nlse cultuur: alle neuzen moeten dezelfde kant op staan. Ooit is het besloten dat de SP niet fatsoenlijk zou zijn, dus iedereen moet dat voortdurend herhalen.

  7. 8

    Nee, ik leg niet alle narigheid in de wereld neer bij die slappe sociaal-democraten (niet socialisten!), maar Nederland is een een door regenten bestuurd landje mede als gevolg van het falen van de PvdA.

    Tom van Doormaal zou nu eindelijk wel eens hebben mogen begrijpen dat ik van mening ben dat veel van de narigheid van de wereld te danken is aan het geloof in de markt. De PvdA valt te verwijten dat ze haar ideologische veren heeft afgeschud (in economisch opzicht) en medespeler is geworden in ons door regenten bestuurde landje.

    Denken we aan regenten, dan denken we daarbij in de eerste plaats aan de PvdA. Op dezelfde wijze dat we op de eerste plaats aan GL denken als het over Kunduz gaat. Niet omdat er geen andere partijen zijn die vóór zijn, maar omdat zij degenen waren die verrraad pleegden en zo mede de missie mogelijk maakten. Dat zonder hen de missie niet mogelijk was geweest maakt dit extra bitter.

    Dat nu is precies de situatie van de PvdA in relatie tot het ondemocratische en gesloten bestuurssysteem van Nederland.

    Tom van Doormaal verwijt de SP dat daar evenzeer een coherente visie ontbreekt als bij de PvdA. Dat weet ik niet. Het is wel zo dat ik eveneens van mening ben dat die onvoldoende onder woorden wordt gebracht.

    Maar misschien is het juist wel verstandig om niet met een gesloten wereldbeeld en mooie utopieen naar voren te komen, omdat je daarmee het gevaar loopt de schietschijf te worden van je tegenstanders, die daar ongetwijfeld een karikaratuur van zullen maken.

    De PvdA niet uitgezonderd.
    Verraders!

  8. 9

    Scheid toch uit JSK, waar staat dat ik de SP onfatsoenlijk vind? Ik kijk naar politieke trends over veertig jaar en jij roept dat de SP al veertig dagen de grootste is. Wat een onzin.
    De SP heeft last van een grillige kiezersgunst, zoals b.v. ook D66, die ik niet toevallig ook noem. En ja, helaas, ook Fortuyn, Verdonk en Wilders horen in die rij.
    Maar ik had het over wat langjariger trends.
    Mies, zeker, het verhaal van de europese integratie is niet eenduidig. Het kon wel eens de hoop zijn voor de meditterane landen om van corruptie en dergelijke af te komen. Voor ons is het risico andersom: importeren wij de maffia? De Balkan-criminaliteit?
    Hoe dan ook: er is een democratisch tekort in de EU waar nog iets mee moet. Daarom zit mij het gebrek aan wat van Rompuy net het positief discours noemde zo dwars. Wilders wil de gulden terug; dat is een idee, maar geen goed idee. Wat wil de PvdA? Wat de SP?