Onderzoek naar eergerelateerd geweld gaat mank

LONGREAD, ONDERZOEK - Een gastbijdrage van Rob Ermers, gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij houdt zich bezig met de multiculturele samenleving, geeft trainingen en lezingen over aan eer gerelateerd geweld en publiceert over dit onderwerp. Zijn recentste publicatie is Honor Related Violence. A New Social Psychological Perspective (Routledge, London).

In deze reeks van artikelen nemen we begrippen onder de loep die gebruikt worden in het discours over migranten in Nederland, en met name over eergerelateerd geweld. Die termen zijn bijna allemaal erg vaag. Met naar mijn mening grote gevolgen die we onder ogen moeten zien.

In het eerste artikel beschreef ik hoe de term cultuur wordt gebruikt. Maar er is nog een andere notie waarover veel onduidelijkheid heerst: eer.

De begrippen eer en eergerelateerd geweld worden in de praktijk uitsluitend geassocieerd met mensen met een migratie-achtergrond. Vaak wordt eraan toegevoegd dat eergerelateerd geweld cultureel bepaald is, waarmee dan bedoeld wordt ‘niet-westers cultureel’.
Maar hoe zit dat precies? En hoe functioneert de aanpak van eergerelateerd geweld?

Eer en cultureel geweld

Eer is in Nederland – en trouwens in heel West-Europa – de laatste twintig jaar belangrijk geworden vanwege de aanpak van eergerelateerd geweld. Geweld is natuurlijk vreselijk en moet met alle macht bestreden, en liever nog voorkomen worden. Dat ontkent niemand.

Tijdens lezingen, trainingen en workshops voor hulpverleners en politiemensen vraag ik de deelnemers altijd naar wat zij denken dat eer betekent. Als we dat weten, hebben we een idee waarom mensen voor hun eer geweld plegen.

Een greep uit de antwoorden: ‘trots’, ‘respect’, ‘zelfrespect’, ‘goede naam’, ‘status’, ‘waardigheid’, ‘gevoel van eigenwaarde’, ‘de normen en waarden van een familie’ en ‘iemands eigen normen en waarden’.

Vaak vullen de professionele hulpverleners nog aan dat ‘iedereen eer anders kan interpreteren’. Sommigen zeggen dat ze zelf ook eer bezitten; dat is dan volgens hen wel een andere ‘eer’ dan die van de niet-westerlingen. Eén ding is duidelijk: er is onder hulpverleners weinig eensgezindheid over de definitie van eer.[noot 1]

Door deze diversiteit aan meningen is een eenduidige toepassing van deze term in rapporten en risico-analyses onmogelijk. Ook het uitwisselen van rapporten en het adequaat gezamenlijk bespreken van casuïstiek lijkt door deze begripsverwarring uitgesloten. Maar de twijfelende deelnemers staan niet alleen.

Eer is ‘te complex’

In het kader van de bestrijding van eergerelateerd geweld wordt ook in lezingen en publicaties van en namens Nederlandse overheidsorganen zoals ministeries en de politie, eer zelden gedefinieerd. Op z’n best wordt gesteld dat eer niet te definiëren is: ‘te complex’.[noot 2]

Overigens is er evenmin in de wetenschappelijke literatuur over eergerelateerd geweld een heldere definitie van eer te vinden, zelfs niet in de internationale publicaties over ‘eerculturen’ (cultures of honour). Maar dat terzijde.

Ondanks dit alles zijn er in Nederland en andere Europese landen wel werkdefinities van eergerelateerd geweld, die trouwens nogal van elkaar verschillen (waarover een andere keer meer). Geen wonder dus dat de hulpverleners met de mond vol tanden staan wanneer het over eer gaat.

Wat mogen we verwachten van professionals?

Toch mogen we – zoals ik eerder al schreef – van professionals verwachten dat ze werken op basis van wetenschappelijke inzichten, duidelijke criteria en beproefde methodieken.

Professionele hulpverleners, ik zeg het nog maar eens, hebben een diepgaande invloed op het leven van de burgers. Immers: ze besluiten tot aanhouding van mensen, adviseren over het al of niet opleggen van gebieds- of contactverboden, leggen behandelingen of toezicht op, of halen kinderen weg bij hun ouders.

Een hulpverlener moet daarom elk woord in zijn of haar rapportage goed wegen en kunnen uitleggen aan betrokkenen, collega’s, leidinggevenden en ketenpartners. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld advocaten, officieren van justitie en rechters die deze woorden en conclusies vaak overnemen in hun stukken en vonnissen.

© Movisie Factsheet Meldcode bij vermoedens van eergerelateerd geweldEen van de taken van de hulpverleners is, gezien de meldcode eergerelateerd geweld, het vaststellen en signaleren van eergerelateerd geweld en, afhankelijk van het takenpakket, voorstellen doen voor een aanpak. Maar als iedereen zo van mening verschilt over wat eer betekent lijkt dat onbegonnen werk. Daar moeten wel problemen door ontstaan.

Geen definitie? Dan ook geen toetsing

Zonder definitie van eer is het voor professionals onmogelijk om objectief vast te stellen of het probleem van de familie X al of niet met de eer te maken heeft. Ik zeg onmogelijk, omdat er zonder vaste definitie geen criteria zijn, en dus er niets valt te toetsen.

Laat ik een voorbeeld geven. Of een dodelijke aanrijding een ongeluk is of een misdrijf kun je aan de hand van een aantal criteria onderzoeken. Eén zo’n criterium is alcoholgebruik. Het is een wetenschappelijk feit dat door het gebruik van alcohol bij mensen het beoordelingsvermogen en de reactiesnelheid sterk afnemen. Door aangeschoten achter het stuur te gaan zitten, neemt de automobilist bewust het risico op een ongeluk. Dat bewust genomen risico maakt zijn deelname aan het verkeer strafbaar.

Hoe stel je alcohol vast? Dat kan met een alcoholtest. Er zijn twee onderzoeksvragen: zit er alcohol in het bloed en zo ja, is het promillage hoger dan waarde x? Je kunt vervolgens twisten over allerlei vragen – is de test goed uitgevoerd? – maar niet over wat alcohol precies is en óf alcohol inderdaad de rijvaardigheid beïnvloedt.

Objectief toetsen

Maar wat eer betreft lopen professionele hulpverleners en allerlei dienstverleners en beslissers tegen het probleem aan dat eer niet is gedefinieerd. Persoonlijk hebben ze dus allerlei veronderstellingen van wat het is. Ook lezen ze de informatie van de overheid en kenniscentra. Maar dat alles levert geen criteria op om objectief mee te toetsen.

Het criterium moet de volgende vorm hebben: ‘Een kwestie heeft met de eer te maken wanneer … [voorwaarde x]’ Alle kwesties die niet aan voorwaarde x voldoen zijn niet eergerelateerd. Je kunt dit criterium dan op een zaak objectief toetsen met de vraag: is voorwaarde x van toepassing?

En laten we wel wezen: dat objectief toetsen is en blijft wel de bedoeling. Een objectieve, eerlijke bepaling is een essentiële stap in een risico-analyse, belangrijk om meer slachtoffers te voorkomen, om slachtoffers goed te kunnen helpen, om informatie en duiding te geven aan de officier van justitie, de strafrechter of de kinderrechter en adequate, maar faire straffen en begeleiding uit te delen aan verdachten.

Tot zover de theorie. Hoe gaat dit in de praktijk?

Welke opties heb je als hulpverlener?

Je bent als professioneel hulpverlener inmiddels wettelijk verplicht om vast te stellen of het in de zaak van meisje X of meneer Y gaat om de eer.[noot 3] En je organisatie moet een risico-inschatting maken en een aanpak voorstellen. Hoe doe je dat?

Doe je een psychologisch onderzoek naar het gevoel van eigenwaarde, of de trots van X of Y? Of hun normen en waarden? Hun sociale status? Het respect van hun familie? En wat is dan het verband met geweld?

Welk item je ook maar kiest voor je onderzoek, het wordt een complexe en intensieve klus. En bovendien loopt zonder de medewerking van de betrokkene zo’n onderzoek sowieso op niets uit.

Maar wat zou het handig zijn, ga je stiekem denken, als we die ingewikkelde persoonlijke onderzoeken achterwege konden laten. Wat als we het complexe begrip eer automatisch konden koppelen aan een of ander gemeenschappelijk kenmerk van de mensen die het betreft…? En dan aan gedrag, of aan geweld?

Kandidaten voor zo’n kenmerk zijn (toch weer) ‘cultuur’, bevolkingsgroep en religie.

Toch weer aannamen over cultuur?

(Ik had me voorgenomen om niet opnieuw over cultuur te beginnen. Maar ik ontkom er niet aan.)

Want is het niet zo
– Dat mensen uit bepaalde niet-westerse ‘culturen’ in sommige situaties altijd op dezelfde manier reageren?
– Dat mensen uit ‘die culturen’ meer trots en meer eigenwaarde hebben dan andere culturen?
– Dat ze – meer dan wij, in de ‘westerse cultuur’ – belust zijn op sociale status?
– Dat eerverlies in ‘die culturen’ precies hetzelfde is als gezichtsverlies?
– Dat mensen in die culturen vooral ‘gesloten gemeenschappen’ vormen?
– Dat mannen in die ‘patriarchale’ ‘eerculturen’ hun normen en waarden aan vrouwelijke familieleden opleggen?
– Dat het in die ‘traditionele’ en ‘conservatieve’ culturen, volgens de ‘eercodes’, voor vrouwen verboden is om eigen keuzes te maken?
– Dat mannen uit ‘die culturen’ een hekel hebben aan vrouwen en meisjes?
– Dat ‘de eer’ van de mannen uitsluitend afhangt van hun vrouwelijke familieleden?
– Dat mensen uit ‘die culturen’ altijd feller en bozer dan wij, westerlingen, reageren op het breken van taboes?
– Dat in die ‘machoculturen’ mensen, voornamelijk mannen, al snel menen dat hun eer op het spel staat?
– En dat die boosheid, ongelijkheid en afkeer leiden tot geweld tegen vrouwen?
cc Flickr Pug50 photostream Mulitculturism

Werken met lijsten

Naar aanleiding van deze ‘feiten’ kun je een lijstje opstellen van culturen en bevolkingsgroepen bij wie naar jouw mening, jouw ervaring of die van anderen dergelijke misstanden en problemen spelen. Ik noem dit voor het gemak het culturenlijstje.

De Nederlandse, Duitse, Belgische, Deense, Amerikaanse en andere ‘westerse culturen’ staan nooit in zo’n lijstje. Misstanden bij en geweldsdelicten van westerlingen zijn nu eenmaal nooit aan hun cultuur te koppelen.

Zodoende constateert de politie op haar website dat de meeste slachtoffers van eergerelateerd geweld Nederlanders zijn met een Turkse, Marokkaanse, Iraakse of Afghaanse achtergrond.[noot 4]

En een geïnterviewde hulpverlener waarschuwt in dit verband: ‘hoe westers [de Marokkanen] ook overkomen: eer blijft belangrijk.’[noot 5]

Maar wat die eer precies is en waarom er een samenhang tussen bepaalde bevolkingsgroepen en eer en geweld wordt aangenomen blijft in nevelen gehuld.

De werkwijze

Het werken met culturele aannamen over eer leidt in de praktijk tot een specifieke werkwijze. Die is als volgt.

Wanneer een zaak binnenkomt, onderzoeken de hulpverleners eventueel in samenwerking met de politie het geweldsincident of de misstand.

Ze kunnen behalve met het culturenlijstje ook de signalenlijst over ‘Maatschappelijke vroegsignalering geweld in afhankelijkheidsrelaties’ raadplegen.[noot 6] Hiermee worden bedoeld: eergerelateerde problemen en misstanden. (Al deze problemen gaan al impliciet over dragers van de culturen uit het culturenlijstje).

Laten we als voorbeeld aannemen dat het meisje Y, van Turkse afkomst, met haar ouders een conflict heeft over haar partnerkeuze. Ze bespreekt het conflict met haar mentor. Via de school komt de zaak, verplichte melding immers, bij de hulpverlening en eventueel de politie.

Daar ziet men al snel dat haar ‘cultuur’ of haar bevolkingsgroep in het culturenlijstje staat. Dat is stap één. Ook blijkt dat conflicten omtrent de partnerkeuze in de signalenlijst van eergerelateerde problemen staan. Dat is stap twee.

Vervolgens wordt de lijn doorgetrokken: wat voor ‘die culturen’ geldt, is ook waar voor vader Y als persoon. Althans, zo wordt er dan geredeneerd.

De redenering is nu: de eer van de Turkse vader Y is in het geding nu zijn dochter haar verloving met Ali wil verbreken. Daarom is haar ‘traditionele’ vader Y erg boos op haar, of hij gaat vast en zeker boos worden. Conclusie: eergerelateerd geweld dreigt.

Zo kun je vader Y een eermotief toedichten, zonder dat je het ingewikkelde motief ‘eer’ bij vader Y zelf hoeft af te toetsen.

Religie en eer?

Ook het betrekken van religie in de evaluatie is een optie. Immers, is het niet zo dat eergerelateerd geweld vooral in het Midden-Oosten speelt? Dan moeten eer en eergerelateerd geweld wel op een of andere manier te maken hebben met de islam? En religie is toch een eng fenomeen dat vooral wordt ingezet om vrouwen te onderdrukken?

De Nederlandse politie benadrukt op haar website echter dat eergerelateerd geweld niet voortkomt uit religie. Dat is duidelijke taal.
Eergerelateerd geweld heeft vooral te maken, zo staat er, ‘met culturele en sociale regels binnen een gemeenschap’.[noot 4]

Maar toch vraag ik me af: kunnen religieuze regels volgens de politie dan echt helemaal nooit leiden tot eergerelateerd geweld? En, ook interessant, hoe maakt de politie tijdens haar onderzoeken precies onderscheid tussen religieuze regels enerzijds en niet-religieuze culturele en sociale regels anderzijds?
Trouwens, ik zou ook erg graag weten met wélke belangrijke culturele en sociale regels eergerelateerd geweld te maken heeft. Dat is nou juist het soort van voorlichting dat levens kan redden.

Ik begrijp natuurlijk dat politiemensen geen wetenschappers zijn, maar van overheidsdiensten mogen we wel duidelijke teksten en heldere criteria verwachten. Het gaat tenslotte om hoe de overheid met haar burgers omgaat. Nu wordt de interpretatie van wat dit betekent geheel en al aan de lezer overgelaten. En daardoor trekt iedereen, dus ook hulpverleners, toch weer zijn of haar eigen conclusies.

Twijfel over de rol van religie

In een recent artikel over sexting bij Marokkaanse tienermeisjes is een hulpverlener, lid van een expertiseteam eergerelateerd geweld, minder stellig over de rol van religie: ‘Ik zie geloof en cultuur als iets aparts en ik geloof ook niet dat eergerelateerd geweld door [de] islam komt.’[noot 5]

Met andere woorden, deze hulpverlener ‘gelooft’ dat eergerelateerd geweld iets cultureels is, niet iets religieus. Maar wat eer dan volgens hem precies is en hoe hij dit dan qua ‘cultureel’ motief toetst bij zijn cliënten is niet helder. Evenmin is duidelijk of de collega’s in zijn expertiseteam hetzelfde geloven.

Toch mogen we ook van individuele professionele hulpverleners wel degelijk duidelijkheid op die punten verwachten.

www.flickr.com/photos/azwegers/6362307027 Damascus, Umayyad Mosque, prayers - Arian Zwegers

Islam en eer?

Het is mij door mijn werkzaamheden en onderzoek wel bekend dat in de hulpverlening door sommigen verbanden worden gelegd tussen eergerelateerd geweld en religie. Desondanks schrok ik eerlijk gezegd van een zin die ik onlangs las in hetzelfde onderzoeksartikel over Marokkaanse tienermeisjes: “hulpverleners informeren voornamelijk naar het geloof om de sociale positie van een gezin in kaart te brengen en om het risico op eergerelateerd geweld te kunnen inschatten.”[noot 5]

De conclusie die die hulpverleners ten aanzien van Marokkaanse, islamitische gezinnen lijken te trekken is: hoe geloviger, hoe hoger het risico op eergerelateerd geweld.

Als ik het goed begrijp, staat in de lijstjes van deze hulpverleners dus niet alleen ‘cultuur’, maar ook geloof, met name de islam. Daarbij komen er bij mij twee vragen op: hoe precies zien zij het verband tussen eergerelateerd geweld en religie? En via welke methode stellen ze de mate van religiositeit van hun cliënten vast?

Hoe dan ook, we kunnen op dit punt alvast constateren dat hun invalshoek en dus ook hun aanpak op dit punt verschilt met die van andere hulpverleners en de politie. Dat moet wel gevolgen hebben voor de onderlinge samenwerking.

Het leggen van verbanden tussen religie en een slecht gedefinieerd begrip als eergerelateerd geweld lijkt trouwens zelf in een maatschappelijke tendens te passen, onder andere ook aangestipt door Hanan Nhass.[noot 7]. De tendens is dat Nederlandse hulpverleners door hun eigen ontkerkelijking vaak meer niet begrijpen hoe belangrijk religie voor mensen kan zijn, laat staan dat ze veel weten over de islam. Het resultaat van dit alles is dat een eventueel eermotief niet op individueel niveau hoeft te worden onderzocht maar aan betrokkenen kan worden toegedicht.

Tenslotte: hoe bied je weerwoord?

Tenslotte is er nog een belangrijk punt dat ik nog niet had aangesneden. Zonder correcte definitie en adequate criteria kunnen medeburgers, trots drager of draagster van een van de culturen in het lijstje, niet aantonen dat de misstand of het incident in hun geval niet door de eer kwam, maar door iets anders. In een volgend artikel meer.

-o-o-o-

Noot 1: In ‘Factsheet. De Meldcode bij (vermoedens van) eergerelateerd geweld’ (Storms & Bakker, 2014, Movisie, Utrecht), wordt eer als volgt omschreven: “Bij ‘eer’ kan het gaan om persoonlijke eer (iemand houdt zich aan de basisvoorwaarden van de sociale groep), of om maatschappelijke eer (men is gelijkwaardig en kan elkaar vertrouwen, waardoor men respect, steun en bescherming krijgt). Daarnaast telt in veel bevolkingsgroepen met een groepscultuur ook de familie-eer, die vooral is gekoppeld aan de seksuele eer van met name vrouwen en meisjes.” (p. 7).
Dit is echter geen definitie. Samengevat: zo te lezen heeft in die culturen (groepsculturen?) eer te maken met de relatie van het individu tot de sociale groep. En heeft uitsluitend de familie-eer iets van doen met sexualiteit.

Noot 2: In 2012 heeft het WODC het overheidsbeleid t.a.v. de bestrijding van eergerelateerd geweld in Nederland geëvalueerd in het rapport ‘Evaluatie strafrechtelijke aanpak eergerelateerd geweld’ (Loef, Van Aalst, DSP-groep). Het beleid kon volgens de auteurs niet worden getoetst aan een definitie om twee redenen:

Ten eerste stellen de auteurs vast (p. 22), dat de door de politie gehanteerde zogenoemde ‘rode vlaggen methodiek’ al was ontwikkeld en werd toegepast voordat de werkdefinitie van eergerelateerd geweld van Ferwerda en Van Leiden in 2006 (Onderzoeksbureau Beke) beschikbaar kwam en werd overgenomen door het ministerie van Justitie.

Ten tweede constateren de auteurs (p. 22) dat de werkdefinitie (2006) door geïnterviewde politiemensen op veel punten ‘te abstract’ werd gevonden om in de praktijk bruikbaar te zijn. Wel vond men de definitie ‘heel geschikt’ voor het beleid.

Met andere woorden: Er wordt door de politie geen definitie van eer gehanteerd. En de definitie van eergerelateerd geweld die er is wordt, althans door de politie, in de praktijk niet gebruikt. De onderzoeksters hebben daardoor niet het beleid, maar het bestaande proces geëvalueerd. Dat lijkt op een of andere manier wel te werken (e-mailcontact met mw. L. Loef, 2012).

Noot 3: Die verplichting geldt sinds 1 juli 2013, toen de wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht werd. Ook eergerelateerd geweld valt onder deze meldcode.

Noot 4: LEC eergerelateerd geweld.nl. Verder: Voormalig minister F. Teeven antwoordde op Kamervragen over eerwraak o.a.: ‘Uit onderzoek naar eergerelateerd geweld blijkt dat eercodes cultureel zijn ingegeven en niet religieus’ (antwoord 4, uit aanhangsel vergaderjaar 2012-2013, 1237).

Noot 5: Nhass, H. (2019) Niet jouw schuld – verkenning shame sexting.pdf.

Noot 6: Vanuit de politiewebsite wordt verwezen naar deze lijst: ‘Maatschappelijke vroegsignalering geweld in afhankelijkheidsrelaties’.

Noot 7: Zorgwelzijn.nl: video Hulpverleners zijn religieus analfabeet.

  1. 1

    Dit ziet eruit als een vrij legalistische discussie, met een behoorlijk belangrijk element voor discussie over de definitie van ‘eer’. En toch komt ‘eer’ al vrij lang voor in het wetboek! Een zijstapje naar ‘smaad’ en ‘laster’, en de jurisprudentie daarover kan inspirerend werken. Ik denk dat een eerste constatering dan zou zijn dat ‘eer’, zoals dat in die wetsartikelen wordt gebruikt een andere is dan die mensen willen gebruiken in de context van eerwraak en eergerelateerd geweld. Waarom? Wat ontbreekt er bij het gebruik van ‘eer’ bij smaad en laster, of wat is er daar teveel? En waarom zou er een andere definitie gebruikt moeten worden bij eergerelateerd geweld?

  2. 2

    Beste Folkward, je hebt helemaal gelijk. Ik zie evenmin een reden om de bestaande definitie niet te gebruiken. Maar díe definitie wordt voor eergerelateerd geweld nooit gebruikt. Ook ik denk dat dat onwil is, maar waarom?

    Het is jammer en ook tragisch, want als je in termen van smaad, laster, oneer, sociale uitsluiting denkt, begrijp je het universele mechanisme ineens veel beter (zie mijn boek).

  3. 3

    Dit is mensen omver proberen te lullen met heel veel worden.

    ‘Rode katers zijn meestal mannelijk’
    ‘Definieer rood. Definieer mannelijk.’
    ‘Eh…’
    ‘Zie je wel – je *kunt* die uitspraak helemaal niet doen!’

    Right.

  4. 4

    @3
    Beter word je ‘omver geluld’ door heel weinig woorden: “Ik stam verdomme niet af van apen!” of “De zon draait om de aarde!”. Dat jij moeite hebt met wetenschap en onderzoek is jouw probleem, val ons daarmee niet lastig. Je #3 is gewoon een opmaat naar een “Maar iedereen weet toch dat…”-drogargument.

    [We mogen] van professionals verwachten dat ze werken op basis van wetenschappelijke inzichten, duidelijke criteria en beproefde methodieken.

    Gezien deze uitspraak, ben jij, KJH, liever voorstander van willekeurig, nattevingerbeleid? Waarvan akte.