Na ABN moet Nederland vooruit kijken

GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor interessante gastloggers, deze maal voor Lord Flasheart.

ABN Amro World HQ (Foto:Flickr/aloxe)Het economische event het afgelopen jaar in Nederland was de overname van ABN Amro. Al blijken diverse ?losse eindjes? af en toe nog steeds de kranten te halen, toch zou je in de relatieve rust bijna vergeten hoe de keiharde overnamestrijd aan het begin van de zomer wekenlang het economisch nieuws en het publieke debat beheerste. In de vele bespiegelingen over dit proces kwam regelmatig de verzuchting langs dat deze overname bewees dat de uitverkoop van Nederlandse bedrijven nu echt begonnen is. In het kielzog werd alweer geroepen om beperking van de aandeelhoudersmacht en zelfs de terugkeer van gouden aandelen.

Behalve de vraag in hoeverre dit negativisme gerechtvaardigd is -immers, veel (Nederlandse) aandeelhouders van ABN Amro krijgen door de overnamestrijd ineens twee keer zoveel betaald voor hun aandelen als enkele maanden geleden; in die zin is met de huidige prijs zeker geen sprake van uitverkoop- kan je de vraag stellen of het bestrijden van overnames Nederland de beste kansen biedt om de komende decennia een concurrerende natie te blijven.

Ik denk van niet.

In de eerste plaats past de ontwikkeling naadloos in een veel grotere trend van toenemende wereldwijde economische dynamiek en verwevenheid. De Amerikaanse managementgoeroe Chris Zook voorspelt dat van de 500 grootste bedrijven ter wereld over 10 jaar ongeveer een derde niet meer bestaat en nog eens een derde zijn strategie fundamenteel veranderd heeft. Slechts voor een derde van de bedrijven is het dan nog business as usual, een belangrijk gegeven.

In de tweede plaats is het maar de vraag of Nederland het wel redt met de bedrijven die ze wil beschermen. Zoals de Fransen ook merkten na de bouw van de Maginotlinie is het weinig zinvol te proberen de vorige oorlog nogmaals te winnen. Ook wij dreigen zo druk bezig te zijn met het verdedigen van het verleden dat we de slag om de toekomst verliezen voordat hij goed en wel begonnen is. De vooruitzichten zijn nu al ongunstig. Niet alleen richten Nederlanders minder nieuwe bedrijven op, ze slagen er ook zelden in deze te laten groeien tot wereldspelers.

Het verschil met de Verenigde Staten is opmerkelijk. Terwijl de ranglijst van grote Amerikaanse bedrijven continu aan vernieuwing onderhevig is, zijn de grote Nederlandse bedrijven opmerkelijk stabiel. Van de Nederlandse beurswaarde komt 97 % van bedrijven die hun oorsprong vinden in de industriële revolutie. TomTom is een van de weinige nieuwe groten.

Op zich is de stabiliteit van de grote Nederlandse bedrijven bewonderenswaardig. Ze zijn in staat geweest zich de laatste decennia steeds fundamenteel te heruitvinden. DSM bijvoorbeeld ging van mijnbouw naar bulkchemie naar fijnchemie. De bedrijven hebben zich gefocust en zijn internationaler geworden met regelmatig niet-Nederlanders in de board of zelfs aan het roer. De werkgelegenheid in Nederland bij deze bedrijven is echter zonder uitzondering gestaag afgenomen, zoals de recente ontwikkelingen bij Unilever wederom laten zien.

Maar dan wat nu te doen? Balkenende zei dit jaar dat Nederland ondernemender moet worden. Absoluut, maar dan wel echt! De uitdaging voor Nederland de komende jaren wordt het zaaien van de kiemen voor en het oogsten van de volgende generatie TomToms. Op sommige plekken zijn we al goed begonnen en nu moeten we doorpakken. Daarom vier concrete voorstellen:

1. Iedereen ondernemer: Lessen in ondernemerschap in alle vormen van hoger en beroepsonderwijs. Hierdoor zullen meer mensen een basis van ondernemerschap meekrijgen en het als een mogelijke carrièrestap beschouwen. Daarnaast krijgt elke organisatie in elke sector steeds meer te maken met consumenten met steeds meer keuzemogelijkheden. Om te kunnen overleven hebben ze mensen nodig die de integrerende vaardigheden van ondernemers bezitten om hun producten relevant te houden en zich zelf in een globaliserende en meer competitieve wereld overeind te houden.

2. (Jeugdig) wetenschappelijk/technisch talent gekoppeld aan ervaren ondernemers. Stimuleer en ondersteun dit in de vorm van incubators en eenvoudige afspraken over Intellectueel eigendom. Zorg voor transparantie en duidelijke afspraken wanneer wetenschappers betrokken zijn bij start ups, maar wees niet roomser dan de Paus, wanneer de wetenschapper hieraan verdient.

3. Grijs geld voor een gouden toekomst; In Nederland is weinig risico kapitaal beschikbaar. Tegelijkertijd hebben we gigantische pensioenfondsen, zoals het ABP met 215 miljard. Op dit moment hebben we kennelijk meer vertrouwen in het investeren in China dan in onze eigen jeugd. Als alleen dit pensioenfonds een luttele 1 procent van de rente op dat bedrag zou inzetten, is jaarlijks 100 miljoen extra beschikbaar om veelbelovende starters op weg te helpen.

4. Groei via lokaal naar wereldschaal: Te veel starters die in potentie een wereldwijde markt hebben blijven uiteindelijk steken op 15 tot 20 werknemers. Leuk genoeg voor de starter, minder leuk voor Nederland. Een groot probleem is toegang tot hun potentiële internationale markten. Hier is een mooie rol weggelegd voor onze multinationals en overheid. Als zij optreden als launching customer krijgen starters een stempel van bekwaamheid en eenvoudiger toegang tot een wereldwijd klantenbestand. Ook de multinationals zelf zijn gebaat met sterke, innovatieve partijen ?om de hoek?.

Tot slot, het begint met ambitie. Ambitie van de overheid, het onderwijs, onderzoekers en het bedrijfsleven, maar vooral de startende ondernemers zelf. Zij zullen de wereld moeten willen veroveren. Daar kunnen wij allemaal nog een laatste steentje aan bijdragen, door iemand met ambitie zijn succes te gunnen maar een eventuele mislukking ook niet na te dragen. De uitspraak ?The only thing a Dutchman hates more than failure is succes? moeten we om beide redenen liever vandaag dan morgen te grave dragen.

Reacties zijn uitgeschakeld