1. 1

    Dit is ronduit heel slecht nieuws. Het lijkt er op dat , ook nu weer, ontkenning door de autoriteiten de druk om een eenmaal gestarte medicinale kuur (pillen) af te maken zal afnemen. de ziekte bestaat immers niet en als ontkenning niet meer mogelijk is veelal de schuld van…ergens of iemand anders.
    Een niet afgemaakte kuur heeft als effect dat net niet gedode bacterien in het lichaam van de patient blijven, een selectie.

    Survival of the fittest maar dan van de parasieten, de micro-organismen en de autoriteiten.

  2. 2

    Voor TBC heb je gelijk dat de kuur afmaken nodig is om resistentie te voorkomen. Voor de meeste andere bacterien lijkt de heersende opinie juist de andere kant op te gaan. Hoe korter bacterien worden blootgesteld aan antibiotica, des te minder resistentie er zich zal ontwikkelen en des te korter de resistente stam een selectievoordeel heeft t.o.v. de natuurlijke flora, die tevens minder wordt verwoest bij een korte antibioticakuur dan bij een lange kuur.

    De ontkenning van de uitbraak is natuurlijk ronduit stupide.

  3. 3

    Nu is het ook wel zo dat de therapietrouw negatief wordt beïnvloed door de duur van de therapie (6 maanden) en de hoeveelheid pillen.

    Zo houdt in Nederland 84% van de patiënten het vol om de medicijnen te blijven slikken en slechts 65-70% van de preventief behandelden maken de kuur af.

    Ik denk dat het ontwikkelen van resistentie veel te maken heeft met slechte begeleiding van patiënten. En dat zou weleens te maken kunnen hebben met wat larie hierboven al noemde.

  4. 4

    @2: Zijn jouw twee voorbeelden niet exact hetzelfde?

    Als iemand zijn kuur afmaakt hebben geen van de bacteriën een kans. Als de kuur niet wordt afgemaakt krijgen de bacteriepopulaties de kans resistent te worden.

  5. 5

    Het betreft hier overigens een extreem resistente variant die besmettelijk is. Dus de resistentie is van meet af aan een probleem, en ontwikkelt zich niet gedurende de behandeling.

  6. 6

    @4 Ik wilde alleen aangeven dat het paradigma dat je antibiotica voor een lange periode moet slikken minder gangbaar wordt voor de meeste infectieziekten. Niet voor TB, omdat er een wezenlijk verschil is:

    TB is geen ziekte die spontaan overgaat. Op het moment dat er gestopt wordt met de therapie, grijpt de tubercel-bacterie zijn kans weer, en gaat delen. De bacterien die na een onvoltooide therapie nog aanwezig zijn zijn typisch die bacterien die een mate van resistentie bezitten. Stoppen met therapie en herstarten als de symptomen terug komen, leidt in dit geval tot selectie voor resistentie.

    De meeste infecties worden echter veroorzaakt door opportune pathogenen, die we normaal gesproken ook bij ons dragen, en, in geval van verminderde weerstand, tot een infectie kunnen leiden.
    In dit geval is een korte therapie vaak voldoende, omdat, als niet alle pathogenen zijn uitgeroeid (wat meestal het geval is omdat we de bacterien bijvoorbeeld ook in de darm of neus bij ons dragen), het natuurlijke afweersysteem voorkomt dat het pathogeen opnieuw tot symptomen leidt.
    In dit geval leidt een langere therapie tot meer kans tot vorming van de novo resistentie, en, indien er al resistentie aanweizg was, hebben de resistente stammen meer tijd om uit te groeien. (Voor de meeste ziekenhuisinfectie geldt dat de mate van het resistentieprobleem direct gecorreleerd is aan het antibioticagebruik.)

    In dit geval, is de resistentie al vanaf het begin aanwezig in de meeste bacterien, en heeft therapie met antibiotica waarvoor resistentie aanwezig is weinig nut (en zal men zijn heil moeten zoeken in andere antibiotica die vaak om goede redenen niet de eerste keus zijn).