Markante ministerraad

SATIRE - Het kabinet Den Uyl schijnt de meest markante ministerraden gekend te hebben. Het kabinet Rutte II doet serieuze pogingen dat te overtreffen.

Minister 1: “Shit! Crisis!”
De MP: “Wat? Alweer één?”
Minister 1: “Ja, die koffiekan hier is lek”.
Minister 2: “Welja, een lek! Dat kunnen we er nog wel bij hebben”.

De MP: “Nou, dat zien we dan straks wel verder”.
Minister 3: “Eh, ben je niet bang dat de pers dat als het zoveelste uitstel ziet. Gebrek aan daadkracht en zo?”
De MP: “Mwah, van de pers hebben we weinig te duchten. Bovendien mogen we ons gelukkig prijzen met een dom volk. Hoe harder de pers ons aanpakt, hoe beter mijn partij het in de peilingen doet.”
Minister 3: “Jawel, maar ik stel toch voor dat we ons beraden over een passende oplossing”.

De MP: “We? Ik dacht dat we afgesproken hebben dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid heeft?”
Minister 1: “De koffiekannen vallen toch onder Algemene Zaken, ofwel jouw departement?”.
De MP: “Maar ik heb het niet lek gemaakt. Het lekte toen jij het ter hand nam”.
Minister 1: “Pardon? Je beschuldigt me van zelfbevlekking?”

De MP: “Je begrijpt best wat ik bedoel”.
Minister 4: “Nee MP, we hebben eigenlijk nooit begrepen wat je bedoelt. Leg eens uit”.
Minister 2: “Ja, nou je het zegt. Wordt het niet eens tijd voor wat duidelijkheid?”
Minister 3: “Precies! Vertel maar eens waarom het nou alweer een kwartier nergens over gaat”.

De MP: “Luister, de Grieken …..”
Minister 1: “Nee, nou niet van richting veranderen”.
De MP: “Nee, maar het is natuurlijk wel zo dat de Grieken…”
Minister 2: “De Grieken, de Grieken! Hebben die de koffiekannen geleverd?”

De MP: “Ha, kijk, de zon breekt al weer door!”
Minister 5: “Zei hij, met een grote grijns….”
Minister 1: “Ja, kun je nou nooit eens wat serieus zijn?”
De MP: “Ik zeg maar zo: een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd”

Minister 3: “Toe maar! Je hebt je verkiezingsmotto gevonden”.
De MP: “Hm, geen slecht idee”.
Minister 2: “Jongens, we dwalen af”
Minister 5: “Nou, dan zijn we dichter bij huis dan we het laatste jaar ooit zijn geweest”.

Minister 1 leegde al mokkend zijn koffiekopje. Zijn collega ordende zijn papieren voor de twaalfde keer. De voorzitter onderbrak de plots ingevallen stilte. “Fijn dat jullie het kort hebben willen houden” en weg was-ie, op naar Nieuwspoort, alwaar de pers al klaar zat.

Op de persconferentie na de wekelijkse ministerraad verklaarde de voorzitter dat dankzij het harde werk van het kabinet, het stukje bij beetje beter gaat met ‘ons land’. “Stond het water ons tot voor kort nog aan de lippen, nu zijn we zo ver dat we tot de enkels in het water staan. En omdat ik weiger de moed te laten zakken tot dat niveau, gaan we dus onverdroten verder op de ingeslagen weg”, zo verklaarde hij.

De eerste vraag was hoe hij de toekomst zag. De voorzitter hoefde daar niet lang over na te denken: “Morgen is er weer een dag”. Op aandringen van de pers, die wilde weten of het kabinet vandaag nog concrete maatregelen af heeft gesproken, deelde de voorzitter mee dat “je ontzettend voorzichtig moet zijn als je spijkers met koppen slaat”. Eén besluit was in ieder geval genotuleerd: “Begin de dag met een lach”.

“Tegen beter weten in?”, vroeg een van de journalisten. “Ik weet niet beter”, verklaarde de voorzitter.