Laat de beste bestuurders wethouder worden

Met enige regelmaat biedt Sargasso ruimte voor een gastbijdrage. Vandaag een stuk van Paul Smeulders.

Portretfoto Paul SmeuldersHet niveau van gemeentebestuurders is vaak bedroevend. Indien wethouders voortaan benoemd worden op basis van hun kwaliteiten als bestuurder in plaats van op basis van het lidmaatschap van een bepaalde politieke partij, kan dat een zegen zijn voor de lokale democratie.

Ik beschouw gemeentepolitiek aan de hand van het werk van de Amsterdamse universitair docent Reinder Rustema. 30 augustus 2006 publiceerde Rustema het artikel ‘Laat de beste bestuurders minister worden‘ in het NRC Handelsblad. Waar Rustema zich richt op het landelijke systeem, spits ik zijn ideeën in dit artikel toe op de lokale politiek.

Op lokaal niveau is de problematiek van het vinden van geschikte bestuurders zo mogelijk nog groter dan dat landelijk het geval is. De selectiecriteria voor een wethouderschap zijn beduidend minder zwaar dan die voor een ministerschap. Nu is het toch vaak zo dat een langzittend raadslid wethouder wordt. Althans, indien zijn huidige inkomen lager is dan het salaris van de wethouderspost.

Komt bij dat de lokale politiek te maken heeft met problemen die landelijk niet spelen. Lokale verkiezingen worden gedomineerd door landelijke peilingen en kopstukken. Zo kan het zijn dat een capabele bestuurder na de verkiezingen niet als wethouder terug kan komen omdat zijn partij het landelijk slecht doet.

Dit in ogenschouw nemende pleit ik voor het systeem van Rustema. Wethouders worden niet langer geselecteerd op basis van coalities, maar op basis van hun capaciteiten als bestuurder. Besluitvorming vindt plaats op basis van toevallige meerderheden, in plaats van aan de hand van een uitonderhandeld en dichtgetimmerd coalitieprogramma. De tijd waarin collegepartijen in achterkamertjes de koers bepalen en oppositiepartijen vier jaar de kruimels verdelen, is voorgoed voorbij.

Bij de selectie van wethouders zal kennis en kunde centraal staan. Partijkleur is niet van belang. Voor elke wethouderspost wordt gesolliciteerd op basis van een door de gemeenteraad opgestelde profielschets. In het nieuwe systeem komen veel vaker dan dat nu het geval is niet-raadsleden in aanmerking voor een wethouderspost. Zo kunnen ook mensen wethouder worden die er geen interesse in hebben om een aantal jaar in partijdienst door te brengen.

Goede wethouders kunnen na verkiezingen gewoon blijven zitten. Ze zullen wel andere standpunten moeten uitvoeren. Doen ze dit niet naar tevredenheid van de raadsmeerderheid, dan kunnen ze op ieder gewenst moment naar huis worden gestuurd. De wethouder heeft er dus alle belang bij dat de meerderheid van de raad hem steunt.

In dit nieuwe systeem wordt de rol van de raad een stuk serieuzer. Het initiatief van beleid ligt volledig bij de raad. De vraag is of de gemeenteraad met haar nieuwe verantwoordelijkheid kan omgaan. Raadsleden blijven immers goedbedoelende parttimers die in de avonduren en weekenden uitvoering geven aan hun raadswerk. Wethouders zijn daarentegen dag in dag uit met de materie bezig en kunnen rekenen op de steun van een ambtenarenapparaat. Ander hiaat is het risico op een technocratisch bestuur, dat verder van de burger af komt te staan. Door een strakke regie van de raad is dit echter te voorkomen.

Wat voor dit voorstel pleit, is dat de trias politica – de scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht – in ere wordt hersteld. En stel je voor: meerderheden zoeken per onderwerp. Politiek wordt weer spannend.

Welke gemeenteraad heeft het lef om als eerste een vacature voor een wethouder in het regionale dagblad te plaatsen? Of voor de echt ambitieuze gemeenten, in een landelijke krant!

Paul Smeulders is student bestuurskunde, en namens GroenLinks duo-raadslid in Helmond en burgercommissielid in de Provinciale Staten van Noord-Brabant.

  1. 1

    De wethouder wordt in dit systeem eigenlijk gezien als een soort onzichtbare uitvoerder van besluiten. Maar zo is het natuurlijk niet. De wethouder is een politieke figuur, met standpunten. Nu heb ik al geen ambitie om wethouder te worden, maar in dit systeem is echt elke lol ervanaf. En dan moet je ook nog eens constant op zoek naar meerderheden. Dat moet je nu ook weleens (niet alles is dichtgetimmerd in coalitieakkoorden), en dat is vermoeiend en frustrerend, en niet “spannend”.

    Een wethouder als politicus in plaats van als aangenomen ambtenaar heeft dus mijn voorkeur. Daar past geen sollicitatiemodel bij. Overigens werkt het nu ook min of meer zo bij burgemeestersbenoemingen, en gaat dat nou allemaal zo vrolijk en vrij zoals dit systeem beoogt? Neuh. Het is immers politiek, geen rationeel systeem, en zoals je al constateert zijn raadsleden goedwillende amateurs.

    Ook het idee dat je coalitievorming wel uit kan sluiten is naïef idealistisch. Dat werkt gewoon niet. Je zoekt ook een stuk stabiliteit, en een stuk zekerheid dat jouw ideeën ook uitgevoerd kunnen worden. Het gevaar van toevallige meerderheden is dat de minderheid niet wordt gehoord. Het mooie van het systeem nu is dat je, ook als kleine partij met een minderheidsstandpunt, een meerderheid kan creeëren. Die zou er in dit nieuwe systeem nooit zijn (of je gaat zo onderhandelen dat je net zo goed een coalitie kunt vormen), en daarmee verdwijnt het minderheidsstandpunt.

    Ook dit voorstel is een stelselwijziging zonder duidelijk idee over de cultuur in de politiek. Zonder die cultuur te betrekken, en zonder nou eens echt goed te analyseren wat de sterke en zwakke punten van het huidige systeem zijn, is elk verandervoorstel gedoemd om roemloos ten onder te gaan. In dit geval ben ik daar ook niet rouwig om, maar in andere gevallen wel. Bezint eer ge begint.

  2. 2

    Belachelijk voorstel. Kennis en kunde centraal? Ja bij ambtenaren. En “Partijkleur is niet van belang”? Dat lijkt me de doodsteek voor de politiek. Politiek is emotie, politiek is gevoel. Niet alleen bij volksvetregenwoordigers, maar zeker ook bij bestuurders. Als je dat weghaalt, keren zich nog meer mensen van de politiek af.
    Nee, nee, nee, Paul. Als je problemen hebt met de kwaliteit van wethouders, dan moet je investeren in de politieke kweekvijvers bij de politieke partijen. Díe zijn al tijden aan het opdrogen (behalve bij de SP).

  3. 3

    Interessante gedachte. Maar dat coalities niet meer zullen optreden is natuurlijk gewoonweg niet waar. Partijen zullen nog steeds meerderheden moeten zoeken, met of zonder dichttimmeren en daarbij zullen altijd dezelfde partijen dezelfde richting zoeken.

    En overigens betekent het dan dat je als raadslid indien je een mening over iets hebt je eerst langs alle fractiekamer moet lobbyen voordat je in vergadering gaat? Je denkt nl toch niet dat een partij die er uren over fractievergaderd heeft zich door argumenten laat overtuigen van het tegendeel?

    Het veranderen van een systeem zorgt niet voor een omslag in de mentaliteit. Bovendien moeten bestuurders minstens affiniteit hebben met de stad, dat verkleint de poel.

  4. 5

    @2 Je argumenten voor “politiek is gevoel, en neem ons dat niet af” zijn eigenlijk beetje onzin. Op dit moment wordt iedere nieuwe willkeurige wethouder al niet verkozen om het gevoel wat hij teweeg brengt. Hij wordt in de plaatselijke media iedere keer wel met alle macht gepresenteerd als iemand die met het volk meeleeft. Die fictie, daar houdt iedereen zich aan. Nou, dat kun je ook doen met mensen die iets extra’s in hun mars hebben…

  5. 6

    Voor zover ik weet heet dit “zakenkabinet“, en daar ben ik altijd wel een voorstander van, ook landelijk. Politici zijn vaak geen bestuurders en andersom (Zalm was een goede minister, Bolkestijn een goed politicus).

    In de landelijke politiek zie je (nu) dat het kabinet teveel met politiek bezig is, en te weinig met uitvoeren (het werk van de uitvoerende macht).

    En een zakenkabinet kan ook gewoon een regeerakkoord of het gemeentelijke equivalent afspreken, dat door een meerderheid in de kamer/gemeenteraad gesteund wordt.

  6. 7

    Ik ben niet overtuigd.

    Smeulders signaleert het probleem dat soms wel eens goede wethouders buiten hun schuld het veld moeten ruimen en soms mensen die het niet aankunnen wel gaan besturen.

    De oplossing die hij voorstaat is op zich interessant, maar brengt vervolgens weer nieuwe problemen met zich mee. Dat niet meenemen zorgt ervoor dat een dergelijke stelselwijziging alleen een opmaat zal zijn voor nieuwe teleurstellingen.

    In de eerste plaats verkleint het de mogelijkheden van mensen om bestuurder te worden. Dit is, gezien het doel van het voorstel, een paradox. Het punt is dat als je een gemeenteraad een profielschets laat maken je in het algemeen veilige keuzes krijgt. Je kan het ongeveer uittekenen: een aantal jaren leidinggevende ervaring (zeg maar dag tegen iedereen onder de 35), liefst in de publieke of semi-publieke sector (dag mensen uit het bedrijfsleven), met aantoonbare affiniteit met de gemeente (dus de voorkeur voor mensen die er al wonen blijft intact), en liefst ook nog ervaring in de portefeuille waar ze gaan werken (hiermee verkokering in de hand werkend).

    2) Het suggereert dat partijen per definitie altijd uit hun eigen kring recruteren. Dat is onjuist. Er zijn voorbeelden bekend, zie bijvoorbeeld Leefbaar Rotterdam, die wethouders van buiten het circuit halen. Je zou willen dat meer partijen dat zouden doen, maar dat is in eerste instantie hun eigen verantwoordelijkheid. Je zou kunnen stellen dat partijen die keer op keer zwakke bestuurders leveren daarvoor door de kiezer gestraft worden.

    3) Een wethouder is niet alleen een uitvoerder van besluiten en daarmee een soort superambtenaar. Dit suggereert dat een gemeenteraad in staat is eigenstandig tot besluiten te komen. Daarvoor zal echter eerst een voorstel gemaakt moeten worden. Omdat dat te doen zal het ambtelijk apparaat moeten weten wat ze moeten doen en zal overlegd moeten worden met andere partijen die ook een rol hebben. Dat betekent dat voordat een besluit genomen is, iemand al bezig is. Ook daar moeten al afwegingen gemaakt worden.
    Ook na het besluit zal iemand afwegingen moeten maken, omdat er ruimte in besluiten zit.
    Deze afwegingen vragen om een politieke rol die in het voorstel van Smeulders afwezig is.
    Hij raakt wel aan dit punt door zich af te vragen of een gemeenteraad met deze verantwoordelijkheid kan omgaan. Ik stel, dat zelfs als de raad hiermee kon omgaan het functioneel bijna ondoenlijk is om uit te voeren.

  7. 9

    @ iedereen: goede argumenten die jullie inbrengen! Ik zal er op een aantal ingaan.

    @ Michel: ik zie niet in waarom het in het nieuwe systeem niet mogelijk is om als kleine partij meerderheden te creëren? Naar mijn gevoel wordt dit juist eenvoudiger. Er zal namelijk nog steeds onderhandeld worden, alleen dan tussen partijen met een op een bepaald thema dicht bij elkaar liggend standpunt. Dit lijkt me vanuit democratisch oogpunt beter dan coalitievorming tussen een beperkt aantal partijen op alle thema’s zoals nu het geval is. In dat geval worden juist minder zuivere compromissen gesloten. Om een landelijk voorbeeld te noemen dat in het nieuwe stelsel was voorkomen: het onderzoek naar de oorlog in Irak. De PvdA had zich in het nieuwe systeem niet in vreemde bochten hoeven te wringen om opeens tegen een onderzoek naar deze oorlog te zijn. Dat was beter geweest voor het vertrouwen in de democratie.

    Een ander punt. Als er één ding is waar veel onvrede over bestaat, dan is dat toch de ‘cultuur in de politiek’. Het lijkt me dan ook juist helemaal niet verkeerd om deze proberen te veranderen. En cultuur verandert natuurlijk met een systeemwijziging, zij het langzaam. Toch gaan de in 2006 begonnen raadsleden anders met dualisme om dan de lichting van voor 2002. Die in 2006 zijn benoemd weten immers niet anders!

    @ Maarten: investeren in de politieke kweekvijvers klinkt erg charmant, maar met m.u.v. de SP lukt het geen enkele partij dit goed op te pakken. Ik zie dat in de nabije toekomst ook niet snel veranderen. Het probleem blijft dus bestaan.

    @ Basszje: zoals ik zojuist schreef aan Michel hoop ik juist wel dat dit een omslag in de mentaliteit teweeg brengt, zij het over enkele generaties raadsleden en wethouders. Daarnaast kan het een pluspunt zijn dat een bestuurder affiniteit heeft met de stad, maar of dat nou altijd nuttig of zelfs wenselijk is durf ik te betwijfelen. Het aantal ‘vissen’ waaruit gekozen kan worden, nemen dus wel toe.

    @ Lord: ik zie absoluut de mankementen die het door mij geschetste systeem met zich meebrengt. De huidige situatie is mijn inziens echter ook niet ideaal. Daarom loont het de moeite om met een nieuwe bestuursvorm te experimenteren. Het lijkt me alleen lastig om een gemeente te vinden die daaraan wil beginnen. Want zoals met alles op het gebied van bestuurlijke vernieuwing (ik weet het, sinds D66 een gekwetst woord) moet de huidige politiek uiteindelijk de keus maken om te switchen. En de leden van de gevestigde orde staan er nu eenmaal niet om bekend standpunten in te nemen die op de korte termijn negatief voor hun (ambities) kunnen uitpakken. Het is helaas niet anders.

  8. 10

    Ik wil dat toneelspel voor het volk best een beetje uitbouwen en formaliserenn. Iedere wethouder krijgt een persoonlijk budget van 1% van de gemeentelijke begroting om “goed mee te doen”, a la O.B. Bommel. En hij zorgt ervoor dat Argus het in de krant zet. Iedereen blij met de wethouder.

  9. 11

    Hi Michel,

    Klein wereldje, grappig om je ook hier ook aan te treffen.

    Wat je schrijft maakt goed duidelijk dat wethouderschap _voor jou_ niet leuk is op deze manier. Geopinieerd als je bent functioneer je veel beter als volksvertegenwoordiger. Je zou dus ook niet door de sollicitatiecommissie komen.

    Maar let op dat je jezelf niet tot norm verheft! We hebben juist meer mensen nodig in de politiek die niet zo’n instelling hebben als jij (en ik). Mensen die juist graag willen zoeken naar groot draagvlak, veilige posities, gedragen door meerderheden, en zo verder. Niet politiek principi”ele en consistente wereldbeelden, maar heel pragmatisch. Permanent op zoek naar die besluiten die zowel de meerderheid van de volksvertegenwoordiging koest houdt als die uitvoerbaar zijn door het ambtenarenapparaat. Er is creativiteit en bestuurderstalent nodig om die vertaalslag te maken.

    Wat mij betreft hoort er ook bij dat dergelijke mensen professionals zijn die een normaal salaris kunnen onderhandelen tijdens de sollicitatie. Bijvoorbeeld ook een premie bij behaalde resultaten en inleveren en korten als het mislukt. In plaats van wachtgeld-regelingen die mislukkingen niet bestraffen en falende bestuurders dat falen niet laten voelen.

    De vergelijking met burgemeestersbenoemingen klopt dus ook niet.

    Dergelijke bestuurders zouden juist een aanwinst zijn voor de huidige politieke cultuur, stabiliteit geven. Je kan mensen aantrekken die je nu niet kan winnen voor dergelijke posities. Mensen die zelf niet uitgesproken politiek zijn, maar houden van pragmatisch aanpakken. De tegenpolen van de volksvertegenwoordigers.

    En zo heb ik ook een antwoord gegeven op Maarten. De burger kan zich uitstekend vertegenwoordigd voelen door de gekozen politici. De bestuurder is degene die in dienst is van de volksvertegenwoordiging, die kies je niet als burger. Die wordt aangenomen door de volksvertegenwoordiging.

  10. 13

    @13
    Er is zeker een verschil tussen een raadslid (volksvertegenwoordiger) en een bestuurder. Niettemin moet juist ook een bestuurder politiek bedrijven, politieke keuzes maken. Bestuurders zijn helemaal niet in dienst van de volksvertegenwoordiging; zij moeten (politieke) steun hebben van een (stabiele) meerderheid in de raad/staten/kamer.
    @12
    Dat zou tog nie best zijn voor Sargasso.

  11. 14

    Het verhaal klinkt interessant, maar ik ben wel een beetje bang voor een toekomst met managers die de gemeente besturen, en dat worden dan buitenlandse managers, dure buitenlandse managers met heeeeele hoge bonussen. Of wilde je dat beperken? Dan kan het wel lastig worden die vacature te vullen.

  12. 15

    @Paul: bij coalitieonderhandelingen kan je punten inbrengen waar geen meerderheid voor is. In de onderhandelingen kan je die uitruilen en realiseren. Daarmee krijg je iets voor elkaar wat in jouw voorstel nooit zou kunnen, omdat er dan geen coalitie-akkoord is dat over het geheel gaat. Dan kan je alleen een meerderheid krijgen die er al is. Dat kan nu ook. Maar die meerderheid die er niet is, die krijg je niet voor elkaar. Wij zijn nu coalitiepartij, wij krijgen zo soms iets voor elkaar wat in jouw systeem nooit zou lukken. Doe mij dan maar het huidige. Achterkamertjes? Prima! Als ik maar bereik waarvoor ik ben gekozen.

    @Reinder: ook hallo :) Ik verhef mezelf niet tot norm. Nou ja, nu niet. Dit is juist een punt dat ik ook bij bestuurders hoor, als het om dualisme gaat. De raad als kaderstelmachine, en de wethouder als pragmatisch uitvoerder. Dat is gewoon managen, niet anders dan ambtenarenwerk. En dat kan gewoon niet, want een wethouder is een politieke functie, iemand met een mening, die dus ook politieke keuzes maakt. Fuck pragmatisch, politiek is idealen en is emotie.

    Daarnaast moet je er niet aan denken dat je als wethouder constant bezig moet zijn met voor elk voorstelletje een meerderheid te gaan zoeken. Procedures zijn al zo traag, en dan komt dit er nog eens bij. Wat zal het gevolg zijn? Uitruilonderhandelingen, waarbij je in eenzelfde positie komt als nu. Met het verschil dat de wethouder in feite vleugellam is doordat hij of zij geen standaardmeerderheid heeft om op terug te vallen, en het moeilijker wordt om zware knopen door te hakken.

    Dus pragmatisch, maar niet praktisch, niet politiek. We zijn geen ambtenaren in die raden, staten, en kamers.

  13. 16

    @9

    Paul,

    Dat is wat al te makkelijk. Je ziet problemen met jouw systeem, maar omdat er problemen zijn met het huidige systeem, wil je toch overschakelen? Volgens mij moet je dan toch iets beter vergelijken, en volgens mij creeer je met jouw systeem meer problemen dan dat je oplost.

    Ik zou, – ik heb nog eens enige dagen met het idee gespeeld – zelfs een nog iets fundamentelere vraag willen stellen, dus nog los van mijn eerdere opmerkingen.
    Hoe groot is het probleem dat je schetst nou eigenlijk echt? Hoeveel gemeentebestuurders zijn nou echt onder de maat? En als dat substantieel is, is dat in elke gemeente zo? Hebben kleinere gemeenten er bijvoorbeeld meer last van dan grotere (iets dat ik niet verbazingwekkend zou vinden)?
    Dan zou pas de vraag aan de orde moeten komen: Is een sollicatieprocedure dan de geeigende weg om het probleem op te lossen?

    Eerlijk gezegd, ik ben er niet van overtuigd dat de kwaliteit van de gemeentebestuurders zo beroerd is. Ja, het wil nog wel eens wisselen, maar dat is een probleem dat je in elke organisatie terug ziet. Er is altijd wel iemand doorgestegen tot zijn eigen incompetentieplafond.
    Het merendeel is in het algemeen behoorlijk toegerust voor de baan.

    Maar om het even iets grijpbaarder te maken; laten we het niveau van Rutsema er eens bijpakken en projecteren op het huidige kabinet, dat overigens bij zijn aantreden verwachtingsvol werd bezien. Bijzondere mensen, van buiten de Haagse vierkante kilometer!
    Mevrouw Vogelaar, nu gezien als brekebeen, is iemand met een uitermate indrukwekkend CV (onder andere commissaris Unilever).
    Mevrouw Cramer, jarenlange ervaring op milieugebied, veel onderzoek naar gedaan, professor Cramer, indrukwekkend. En nu?
    Camiel Eurlings, heeft jarenlang in de Kamer en het Europees parlement gezeten, wordt in ieder geval door het publiek (zie de Telegraaf van vandaag) gezien als een van de weinige goede ministers in dit kabinet.

    Als hier nou een sollicitatieprocedure op losgelaten zou worden, welke van de drie zou dan minister zijn geworden? Vogelaar is dan een zekerheid, Cramer een hoogstwaarschijnlijk ja, en Eurlings is dan het langstzittend raadslid dat ook zo nodig aan de beurt moet komen. Nee dus.
    Nou kan het niet zijn dat het publiek niet goed ziet wat een goede en een slechte bestuurder is, maar dan wordt dit wel een heel ingewikkelde discussie.